RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/201575-25; 05/199299-25; 05/186660-25 (gev. ttz.)
Datum uitspraak : 28 oktober 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] (Somalië),
ingeschreven aan de [adres], [postcode] [plaats],
op dit moment gedetineerd in Justitieel Complex [verblijfsplaats].
Raadsvrouw: mr. M.H.A. Dibbits, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is onder parketnummer 05/186660-25 ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 18 juni 2025 te Arnhem opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] (hoofdagent bij de Eenheid Oost-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheidmondeling en/of door feitelijkheden heeft beledigddoor hem/haar/hun de woorden toe te voegen: “Vuile flikkers” en/of “Kankerpik”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of door het opsteken van zijn middelvinger in de richting van voornoemde [verbalisant 1];
Aan verdachte is onder parketnummer 05/199299-25 ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 30 juni 2025 te Arnhem opzettelijk een of meerdere ambtenaren, te weten [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of [verbalisant 5] en/of [verbalisant 6], werkzaam als agent(en) bij de politie Oost-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid,mondeling en/of door feitelijkheden heeft beledigd door- meermaals zijn middelvinger op te steken naar, althans in de richting van hem/haar/hen en/of- meermaals hem/haar/hen de woorden toe te voegen “Kankerslaven” en/of “Kankerhoeren” en/of “Bitch”, althans woorden van gelijke beledigende aard of strekking;
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, onder parketnummer 05/201575-25 ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 2 juli 2025te Arnhem vijf, althans een of meer blikken drank (Leffe Blond en/of Red Bull), in elk geval enig(e) (winkel)goed(eren) (ter waarde ad € 9,68), dat/die geheel of ten dele aan supermarkt Deka Markt (Hoefbladlaan nr. 27), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Arnhem opzettelijk een of meer ambtenaren, te weten [verbalisant 7], hoofdagent van politie en/of [verbalisant 8], aspirant van politie, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd door hem/haar/hun meermalen de woorden toe te voegen: “Twee kanker gratis hoertjes” en/of “Facking bitches” en/of “Kleine meisjes” en/of “Kutwijven”, althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Ten aanzien van parketnummer 05/186660-25
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met de opmerking dat verdachte heeft aangegeven zich de exacte bewoordingen niet te kunnen herinneren.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aanhouding van 18 juni 2025, p. 7-9;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 oktober 2025.
De bewoordingen van de belediging
Verdachte heeft bekend dat hij de verbalisant heeft beledigd, waarbij hij aangaf zich de exacte bewoordingen van de belediging niet te kunnen herinneren. De rechtbank sluit voor het bewezenverklaarde aan bij de bewoordingen zoals door de verbalisant op ambtsbelofte zijn geverbaliseerd in het aangehaalde proces-verbaal van aanhouding.
Ten aanzien van parketnummer 05/199299-25
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met de opmerking dat verdachte heeft aangegeven zich de exacte bewoordingen niet te kunnen herinneren.
Beoordeling door de rechtbank
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen van 30 juni 2025, p. 13-15;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 oktober 2025.
De bewoordingen van de belediging
Verdachte heeft bekend dat hij de verbalisanten heeft beledigd, waarbij hij aangaf zich de exacte bewoordingen van de belediging niet te kunnen herinneren. De rechtbank sluit voor het bewezenverklaarde aan bij de bewoordingen zoals door de verbalisanten op ambtsbelofte/-eed zijn geverbaliseerd in het aangehaalde proces-verbaal van bevindingen.
Ten aanzien van parketnummer 05/201575-25
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, met ten aanzien van feit 2 de opmerking dat verdachte heeft aangegeven zich de exacte bewoordingen ten aanzien van de ten laste gelegde belediging niet te kunnen herinneren.
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van feit 1
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van 2 juli 2025 inclusief fotoblad, p. 6-13;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 oktober 2025.
Ten aanzien van feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen van 2 juli 2025, p. 16-17;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 14 oktober 2025.
De bewoordingen van de belediging
Verdachte heeft bekend dat hij de verbalisanten heeft beledigd, waarbij hij aangaf zich de exacte bewoordingen van de belediging niet te kunnen herinneren. De rechtbank sluit voor het bewezenverklaarde aan bij de bewoordingen zoals door de verbalisanten op ambtsbelofte zijn geverbaliseerd in het aangehaalde proces-verbaal van bevindingen.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder de parketnummers 05/186660-25, 05/199299-25 en 05/201575-25 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05/186660-25
hij op of omstreeks 18 juni 2025 te Arnhem opzettelijk een ambtenaar, te weten [verbalisant 1] (hoofdagent bij de Eenheid Oost-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid mondeling en/of door feitelijkheden heeft beledigd door hem/haar/hun de woorden toe te voegen: “Vuile flikkers” en/of “Kankerpik”, althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking en/of door het opsteken van zijn middelvinger in de richting van voornoemde [verbalisant 1];
Parketnummer 05/199299-25
hij op of omstreeks 30 juni 2025 te Arnhem opzettelijk een of meerdere ambtenaren, te weten [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] en/of [verbalisant 5] en/of [verbalisant 6], werkzaam als agent(en) bij de politie Oost-Nederland, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid,mondeling en/of door feitelijkheden heeft beledigd door- meermaals zijn middelvinger op te steken naar, althans in de richting van hem/haar/hen en/of - meermaals hem/haar/hen de woorden toe te voegen “Kankerslaven” en/of “Kankerhoeren” en/of “Bitch”, althans woorden van gelijke beledigende aard of strekking;
Parketnummer 05/201575-25
1.
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Arnhem vijf, althans een of meer blikken drank (Leffe Blond en/of Red Bull), in elk geval enig(e) (winkel)goed(eren) (ter waarde ad € 9,68), dat/die geheel of ten dele aan supermarkt Deka Markt (Hoefbladlaan nr. 27), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;
2.
hij op of omstreeks 2 juli 2025 te Arnhem opzettelijk een of meer ambtenaren, te weten [verbalisant 7], hoofdagent van politie en/of [verbalisant 8], aspirant van politie, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar hun bediening, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid,
mondeling heeft beledigd door hem/haar/hun meermalen de woorden toe te voegen: “Twee kanker gratis hoertjes” en/of “Facking bitches” en/of “Kleine meisjes” en/of “Kutwijven” althans (telkens) woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van parketnummer 05/186660-25:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening
ten aanzien van parketnummer 05/199299-25 en 05/201575-25, feit 2, telkens:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd
ten aanzien van parketnummer 05/201575-25, feit 1:
diefstal
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat voor de diefstal de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: isd-maatregel) voor de duur van 2 jaar wordt opgelegd. Ten aanzien van de beledigingen dient verdachte geen straf of maatregel te worden opgelegd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht aan verdachte geen isd-maatregel op te leggen. Aan verdachte is tweemaal eerder een isd-maatregel opgelegd en dit heeft niet geholpen. De kans is klein dat een derde isd-maatregel wel succesvol is. Verdachte geeft zelf aan niet (opnieuw) de isd-maatregel opgelegd te willen krijgen.
De raadsvrouw heeft verzocht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest. Daarnaast heeft zij verzocht, ondanks dat de reclassering dit niet heeft geadviseerd, een voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld bijzondere voorwaarden, zoals verslavingszorg, begeleid wonen, hulp bij dagbesteding en ondersteuning van de reclassering.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Aard en ernst van de feiten
Verdachte heeft zich binnen een tijdsbestek van twee weken schuldig gemaakt aan meerdere beledigingen tegenover acht verschillende politieagenten. De beledigingen zijn onder meer geuit in het politievoertuig na aanhouding voor de winkeldiefstal, in het openbaar toen verdachte door verbalisanten op zijn gedrag werd aangesproken en voor een ziekenhuis toen een verbalisant verdachte wilde helpen. Verdachte heeft hiermee het gezag ondermijnd van ambtenaren die een publieke taak verrichten. Agenten moeten onder normale omstandigheden hun werk kunnen doen zonder met dergelijk gedrag geconfronteerd te worden.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Winkeldiefstal brengt nadeel en schade toe aan de betrokken winkel en zorgt voor overlast en ergernis in de maatschappij.
Deze feiten zijn op zichzelf niet ernstig, maar wel hinderlijk en vervelend, zeker nu verdachte ze zo kort achter elkaar heeft begaan.
Oplegging isd-maatregel
De isd-maatregel kan worden opgelegd als aan een aantal voorwaarden is voldaan.
De rechtbank stelt vast dat het door verdachte onder parketnummer 05/201575-25 onder 1 begane feit een misdrijf is waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
Verder is verdachte blijkens het hem betreffende uittreksel uit de Justitiële documentatie van 7 oktober 2025 in de vijf jaren voorafgaand aan het plegen van dit feit ten minste drie keer wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf veroordeeld of is aan hem bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf opgelegd.
Het betreffende bewezen verklaarde feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en/of maatregelen.
Naar het oordeel van de rechtbank moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte weer een misdrijf zal plegen en eist de veiligheid van personen en goederen het opleggen van de isd-maatregel.
Uit het advies van het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering van 29 september 2025 volgt dat er bij verdachte op alle leefgebieden problemen zijn. Ten grondslag hieraan ligt (onder meer) alcoholmisbruik. Er lijkt ook sprake te zijn van psychotische belevenissen of andere psychische problematiek. Verdachte ontkent psychische problematiek en wenst niet mee te werken aan enig hulpverleningstraject. Verder zijn er geen beschermende factoren aanwezig. Verdachte heeft geen huisvesting, inkomen of dagbesteding en er zijn geen signalen van een ondersteunend sociaal netwerk. De reclassering schat het recidiverisico en het risico op letsel in als hoog. Gezien de combinatie van verslaving, psychische klachten en zorgmijdend gedrag acht de reclassering een voorwaardelijke straf niet aan de orde. Bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal het recidiverisico onverminderd hoog blijven. Verdachte heeft twee keer eerder de (onvoorwaardelijke) isd-maatregel doorlopen (van 2018 tot 2020 en van 2022 tot 2024). Dit heeft echter niet bijgedragen aan gedragsverandering of afname van het recidiverisico. De reclassering acht de kans klein dat verdachte in een nieuw isd-traject zal meewerken, maar adviseert toch opnieuw een isd-maatregel op te leggen. Er kan dan geprobeerd worden diagnostiek naar de persoon van verdachte te laten uitvoeren. Indien verdachte zich niet meewerkend opstelt, dan zal de maatregel dienen ter bescherming van de maatschappij.
De rechtbank overweegt dat de vorige twee isd-maatregelen kennelijk niet tot de gewenste gedragsverandering bij verdachte hebben geleid. Verdachte is er tot op heden niet in geslaagd zijn leven op orde te krijgen en komt veelvuldig met politie en justitie in aanraking. De rechtbank ziet geen andere mogelijkheid dan (opnieuw) oplegging van de isd-maatregel. De oplegging van de isd-maatregel strekt in ieder geval tot beveiliging van de maatschappij. Daarnaast biedt de isd-maatregel opnieuw een kans om met verdachte aan zijn problematiek te werken en daarmee het recidiverisico te verkleinen. Hij heeft op de zitting verklaard wel hulp te willen voor zijn alcoholprobleem, de isd-maatregel biedt hem deze mogelijkheid. Daarnaast zijn er binnen de isd-maatregel mogelijkheden om eventuele psychische problematiek, waar aanwijzingen voor zijn, in kaart te brengen en te behandelen. Het is aan verdachte om deze kansen te benutten.
De rechtbank is gelet op het hiervoor overwogene van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke eisen voor oplegging van de isd-maatregel. Er wordt ook voldaan aan de voorwaarden zoals die zijn opgenomen in de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige zeer actieve veelplegers. Op grond van deze richtlijn kan een isd-maatregel door het Openbaar Ministerie worden gevorderd ten aanzien van een stelselmatige dader die voldoet aan de wettelijke eisen en die wordt beschouwd als een “zeer actieve veelpleger”. Daaronder wordt verstaan een persoon van 18 jaar of ouder die over een periode van 5 jaren - waarvan het peiljaar het laatste jaar vormt - meer dan 10 processen-verbaal tegen zich zag opmaken, waarvan tenminste één in het peiljaar. Gelet op het uittreksel uit de Justitiële documentatie valt verdachte onder deze definitie.
De rechtbank zal de isd-maatregel opleggen voor de duur van twee jaar.
Om de behandelmogelijkheden in het kader van de op te leggen maatregel niet te doorkruisen, heeft de rechtbank bij het bepalen van deze duur geen rekening gehouden met de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Omdat aan verdachte ten aanzien van het onder parketnummer 05/201575-25 begane eerste feit de isd-maatregel wordt opgelegd, ziet de rechtbank aanleiding om voor de overige begane feiten geen straf of maatregel op te leggen.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 38m, 38n, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
bepaalt dat voor het bewezenverklaarde onder de parketnummers 05/186660-25, 05/199299-25 en 05/201575-25, feit 2 geen straf of maatregel wordt opgelegd;
legt voor het bewezenverklaarde onder parketnummer 05/201575-25, feit 1 op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar.