RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/861024-14
Datum uitspraak: 21 maart 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] geboren op [geboortedatum] 1979 te Aruba,
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
Raadsvrouw: mr. T. Sandrk, advocaat te Rotterdam.
Procedure
Betrokkene is op 4 november 2015 bij vonnis van de rechtbank te Arnhem veroordeeld tot (onder meer) terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 11 januari 2016. Bij beslissing van 24 maart 2023 van deze rechtbank is de maatregel voor het laatst verlengd en is tevens de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd.
Bij vordering van 20 november 2024, bij de griffie van deze rechtbank ingekomen op 20 november 2024, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van één jaar.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
Ter zitting van 21 maart 2025 zijn gehoord:
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft aangevoerd dat zij betwijfelt of het beschreven vangnet vanuit Fivoor voor betrokkene op dit moment voldoende is. Als het over een jaar nog steeds goed gaat, dan is er geen reden om nogmaals te verlengen.
De raadsvrouw van betrokkene heeft gepleit voor beëindiging van de maatregel en afwijzing van de vordering. Zij heeft aangevoerd dat betrokkene al langere tijd stabiel is. Hij gebruikt zijn medicatie trouw. Betrokkene is inmiddels voldoende in staat om op vrijwillige basis zijn risicomanagement voort te zetten. Hiermee is er geen relevant recidivegevaar meer en voldoet betrokkene daarom niet meer aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege poging tot verkrachting en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de psychiater blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en zwakbegaafdheid. De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Bij beslissing van 24 maart 2023 is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd. Binnen het resocialisatietraject is er met betrokkene gewerkt aan het behalen van zijn eigen doelen als zelfstandig wonen, uitbreiding van netwerk en contacten, het behouden van werk en dagbesteding en het groeien naar meer zelfstandigheid. Van middelengebruik is al jarenlang geen sprake meer. Betrokkene is al lange tijd stabiel en heeft voldoende zieke-inzicht en motivatie om te blijven doen wat er nodig is om stabiel te blijven.
Betrokkene doet het binnen het opgelegde tbs kader goed. Hij laat zich aansturen door de mensen om hem heen, maar kijkt kritisch naar de adviezen die hij van hen verstrekt krijgt. Er is tussen betrokkene, de reclassering en Fivoor een goede samenwerking waarbij hij zich flexibel opstelt.
Betrokkene heeft in de loop van de maatregel voldoende beschermende factoren opgebouwd. Hij woont al geruime tijd zelfstandig in een huurwoning die sinds 21 februari 2025 ook op zijn naam staat. Daarnaast blijft betrokkene vanuit AC Fivoor zijn (medicinale) behandeling accepteren vanwege zijn psychische gezondheid. Hij is zich er goed van bewust dat dit nodig blijft.
Recidivegevaar
Het risico op een nieuw seksueel delict (en op toekomstig gewelddadig gedrag) is op dit moment als laag te kenmerken, zolang de huidige beschermende omstandigheden blijven bestaan. Bij ontregeling of terugtrekking van het professionele netwerk van betrokkene zou de kracht van de beschermende factoren kunnen afnemen waarmee het risico, parallel daaraan, zou kunnen oplopen. Zolang betrokkene stabiel blijft zal hij de hulp van zijn (professionele) netwerk blijven accepteren.
Medicatiegebruik is een essentieel ingrediënt voor het behoud van stabiliteit en het afwenden van delictgedrag bij betrokkene. Daarnaast is het gebruik van middelen iets om te vermijden. Het is noodzakelijk om de omgeving van betrokkene een signalerende taak te geven. Dit laat onverlet dat specialistische professionele bemoeienis onmisbaar blijft, ook op de langere termijn, omdat de (medicamenteuze) behandeling van betrokkenes schizofrenie nu eenmaal niet gestaakt kan worden.
Hieruit blijkt dat onder de huidige omstandigheden waarbij betrokkene zijn medicijnen blijft innemen en hulp vanuit het (professionele) netwerk aanvaardt de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling laag is.
Conclusie
De rechtbank heeft na kennisneming van alle processtukken waaronder het aanvullend rapport van de reclassering en het proces-verbaal van de terechtzitting van 10 januari 2025 en uit wat ter zitting van 21 maart 2024 is besproken, het vertrouwen gekregen dat betrokkene de voorgeschreven medicatie zal blijven gebruiken en de hulp van zijn (professionele) netwerk zal blijven accepteren. Hij heeft dat inmiddels al langere tijd laten zien en merkt zelf ook dat het hem goed doet.
Uit de toelichting van deskundige Van Gestel op de zitting blijkt dat hij zich, na lezing van het aanvullende reclasseringsrapport met daarin omschreven hoe de nazorg voor betrokkene is geregeld via Fivoor, kan vinden in de afwegingen van de reclassering en dat dit voldoende basis is om de maatregel te kunnen beëindigen.
Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de beschreven adviezen en de ter zitting gegeven toelichting, het recidiverisico dus teruggebracht naar een maatschappelijk aanvaardbaar niveau. Betrokkene heeft zich ingezet voor (tbs) behandeling en naar vermogen meegewerkt. De behandeling is aangeslagen en betrokkene is ingebed in passende hulpverlening en streeft haalbare en maatschappelijk gunstige doelen na. Bij voortduren van de hulpverlening en medicatiegebruik wordt geen hoog risico op toekomstig seksueel geweld verwacht. De rechtbank heeft er vertrouwen in dat betrokkene onder die omstandigheden ook zonder de maatregel stabiel zal blijven functioneren. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering moet worden afgewezen.
De beslissing
De rechtbank:
wijst af de vordering tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling.