RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11595208 \ VV EXPL 25-41
Vonnis in kort geding van 16 april 2025
in de zaak van
STICHTING VED BHAWAN INTERNATIONAL,
gevestigd te Hoofddorp,
eisende partij,
hierna te noemen: VBI,
gemachtigde: dr. D.B. Pathak,
tegen
1. SIDN B.V.,
gevestigd te Arnhem,2. [gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: SIDN c.s.
gemachtigde: mr. T.J.M. de Weerd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord
- de akte van VBI- de mondelinge behandeling van 2 april 2025- de pleitnota van VBI- de pleitnota van SIDN c.s.
- de nagekomen betaalbewijzen aan proceskosten die VBI na de mondelinge behandeling heeft opgestuurd.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 april 2025.
De gemachtigden hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitnotities.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge
behandeling is besproken.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
VBI is een charitatieve stichting ten behoeve het cultureel welzijn van de Hindoestaanse gemeenschap in Nederland.
SIDN is de nationale beheerder van de .nl-domeinnamen. Zij is verantwoordelijk voor de registratie van de .nl-domeinnamen en het beheer van het register. Organisaties of personen die een domeinnaam willen registreren doen dat niet rechtstreeks bij SIDN, maar door tussenkomst van een zogenoemde 'registrar'. [persoon] is als support medewerker in dienst van SIDN.
Stichting Juridisch Centrum is de registrar die VBI heeft gebruikt om vijf domeinnamen te registeren. Het gaat om de volgende domeinnamen: [domeinnaam 1] , [domeinnaam 2] , [domeinnaam 3] , [domeinnaam 4] en [domeinnaam 5] .
Bij het registreren van een domeinnaam via een registrar komt er tussen
de domeinnaamhouder en SIDN een overeenkomst tot stand waarop de algemene
voorwaarden van SIDN voor .nl-domeinaamhouders (hierna de AV) van toepassing
zijn.
Uit artikel 3.2. van de AV volgt dat:
“De houder zorgt ervoor dat hij altijd wordt vertegenwoordigd door een registrar. Als
de relatie met de registrar eindigt, moet de houder binnen 30 dagen een andere registrar aanwijzen. Een verandering van registrar moet gebeuren zoals beschreven in artikel 10.”
Uit artikel 10.1. van de AV volgt dat:
Een houder kan gedurende de looptijd van het abonnement van registrar veranderen
(ook wel aangeduid als verhuizing) op de wijze omschreven op www.sidn.nl (https://www.sidn.nl/nl-domeinnaam/domeinnaamverhuizen).
De account van Stichting Juridisch Centrum is op 6 december 2024 door SIDN geblokkeerd wegens het veelvuldig te laat betalen van facturen. Hierdoor kan Stichting Juridisch Centrum niet langer nieuwe domeinnamen registreren, bestaande domeinnamen verhuizen en geen enkele wijziging doorvoeren voor bestaande domeinnamen.
Stichting Juridisch Centrum heeft in reactie hierop SIDN in een kort geding procedure betrokken en een voorschot op schadevergoeding gevorderd. In het vonnis
van deze rechtbank van 5 februari 2025 zijn de vorderingen van Stichting Juridisch
Centrum afgewezen.
3. Het geschil
VBI vordert - samengevat – bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad, SIDN c.s. te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 23.000,00 als voorschot op een
schadevergoeding en buitengerechtelijke incassokosten van € 1.216,05. Daarnaast vordert VBI een dwangsom van € 1.000,00 per dag met een maximum van € 100.000,00 zolang SIDN c.s. de dienst geblokkeerd houdt/of de account verwijderd. Ten slotte vordert VBI betaling van het nasalaris van € 139,00 en veroordeling van SIDN c.s. in de werkelijke proceskosten ten bedrage van € 4.650,00.
SIDN c.s. voert verweer. SIDN c.s. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van VBI, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van VBI, met veroordeling van VBI in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
spoedeisend belang en inschatting uitkomst bodemprocedure
De kantonrechter overweegt als volgt. VBI vordert om SIDN c.s. te veroordelen
tot betaling van een geldsom van € 23.000,00. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op
zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen ook zal moeten betrekken de vraag naar - kort gezegd – het
risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering
van de voorziening.
De kantonrechter stelt vast dat VBI zowel de inhoudelijke beoordeling van het gevorderde voorschot op een schadevergoeding als het spoedeisend belang koppelt aan de definitieve verwijdering van het registraraccount van Stichting Juridisch Centrum.
Volgens VBI is zij hierdoor haar dagelijkse omzet verloren en is het noodzakelijk
dat er met spoed wordt ingegrepen. De enige relatie die VBI echter heeft met SIDN
is dat Stichting Juridisch Centrum haar registrar was en voor haar domeinnamen bij
SIDN heeft geregistreerd, waarvan niet vast is komen te staan dat dit er meer dan vijf
zijn. Daarbij is niet door VBI betwist dat de desbetreffende domeinnamen eenvoudig
en tegen een kleine vergoeding kunnen worden verhuisd en ondergebracht bij een
andere registrar. SIDN heeft in dat verband onbetwist aangevoerd dat bij SIDN 1139 registrars zijn aangesloten en heeft een voorbeeld van een andere registrar overgelegd waaruit blijkt dat verhuizing gratis is en de jaarlijkse registratiekosten het eerste jaar slechts één cent (€ 0,01) bedragen en daarna € 10,00 (exclusief btw) per domeinnaam per jaar. De kantonrechter gaat er gelet hierop dan ook vanuit dat VBI in zeer korte tijd en met minimale kosten domeinnamen elders kan onderbrengen zonder dat hiermee de continuïteit van de websites in gevaar komt. Bovendien is niet gebleken van enig onoverkomelijk bezwaar om de domeinnamen onder te brengen bij een andere registrar. Weliswaar heeft VBI tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij er bewust voor heeft gekozen om haar domeinnamen niet onder te brengen bij een andere registrar omdat dit haar het gevoel geeft te zijn weggejaagd door SIDN, dit laat echter onverlet dat VBI de plicht heeft om haar schade te beperken (voor zover die schade er al is) en dat het geheel aan VBI te wijten is als zij er willens en wetens voor kiest om haar websites door en tijdens het voortduren van het conflict tussen SIDN en Stichting Juridisch Centrum niet onder te brengen bij een andere registrar.
Voor wat betreft de vorderingen die zijn ingesteld tegen [gedaagde] , overweegt de kantonrechter als volgt. Waar er tussen VBI en SIDN nog sprake is van enige relatie tussen partijen (i.e. de relatie tussen VBI en domeinnaamhouder en SIDN als beheerder van domeinnamen) ziet de kantonrechter tussen VBI en [gedaagde] geen enkele rechtens
relevante relatie. [gedaagde] was slechts de medewerker die contacten onderhield met Stichting Juridisch Centrum en slechts handelde in opdracht van SIDN als zijn werkgever. VBI heeft op geen enkele wijze aannemelijk kunnen maken waarom [gedaagde] jegens haar aansprakelijk zou zijn voor schade die zij heeft geleden.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de vordering van VBI tot betaling van een schadevergoeding in een bodemprocedure zal worden afgewezen. Als er al sprake zou zijn van schade dan beloopt die hooguit enkele tientjes en daarom is de kantonrechter daarenboven van oordeel dat VBI geen zodanig spoedeisend belang heeft dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Alle vorderingen die betrekking hebben op schadevergoedingen zullen daarom worden afgewezen.
dwangsom
De kantonrechter overweegt ten aanzien van de door VBI gevorderde dwangsom dat
deze onvoldoende is gespecificeerd. Immers SIDN heeft geen dienst van VBI geblokkeerd en ook geen account verwijderd. Nu de dwangsom ook niet is gekoppeld aan een concrete andere vordering zal de vordering worden afgewezen.
proceskosten
VBI is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SIDN en [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
814,00
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
949,00
5. De beslissing
De kantonrechter
rechtdoende als voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van VBI af,
veroordeelt VBI in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als VBI niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. van der Boon en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2025.
573 / 1745