RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Arnhem
Zaaknummer: C/05/453432 / JE RK 25-659
Datum uitspraak: 27 juni 2025
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Gelderland,
gevestigd te Arnhem, locatie Ede,
hierna te noemen de GI,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 26 juni 2025;
het aangepaste schriftelijke verzoek van de GI, ontvangen op 27 juni 205.
2. De feiten
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 april 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 24 april 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt:
- een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken;
- aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor de duur van zes maanden in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder;
- eerstgenoemde beschikking onverwijld af te geven zonder voorafgaand verhoor van belanghebbenden;
- de te geven beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4. De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. Er zijn zorgen over [de minderjarige] . Zij heeft bij haar halfzus aangegeven dat zij meerdere malen seksueel misbruikt is door haar stiefvader. Haar halfzus heeft hier ook aangifte van gedaan. Met de moeder zijn veiligheidsafspraken gemaakt, bijvoorbeeld dat [de minderjarige] niet meer in contact mag komen met haar stiefvader. De politie is naar aanleiding van de aangifte onderzoek gaan doen, maar de moeder weigert om mee te werken aan een verhoor van [de minderjarige] . Ook verder is moeder het niet eens met de voorwaarden die er zijn gesteld. De moeder houdt zich vooralsnog wel aan de voorwaarden, maar alleen om een uithuisplaatsing te voorkomen en niet omdat ze het ermee eens is. De afgelopen weken en met name de afgelopen dagen is de samenwerking tussen de GI en de moeder ernstig verstoord en lukt het niet meer om met de moeder in gesprek te komen. Dat heeft (onder andere) te maken met het feit dat de stiefvader geen plek meer heeft om te verblijven. Dit lijkt de moeder stress te geven, omdat hij niet bij haar thuis kan komen. De moeder houdt zich nog wel aan het contactverbod tussen [de minderjarige] en de stiefvader, maar het is voor de GI niet mogelijk om met haar in overleg te komen over de andere voorwaarden. Ook verder handelt de moeder niet in het belang van [de minderjarige] . De moeder geeft bijvoorbeeld bij [de minderjarige] aan dat zij haar halfzussen niet mag zien van de jeugdbeschermer. Ook laat de moeder de hulpverlening niet toe en geeft ze [de minderjarige] geen ruimte voor een verhoor door de zedenpolitie. [de minderjarige] wordt belast met volwassenzaken en bevindt zich voortdurend in een loyaliteitsconflict. Er zijn grote zorgen over het welbevinden van [de minderjarige] . Zij doet ook zorgelijke uitspraken, bijvoorbeeld dat ze zichzelf pijn wil doen en in haar polsen snijden. Ook op school wordt een totaal ontredderd meisje gezien.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] , omdat de GI bang is dat de moeder zich, zodra blijkt dat dit verzoek gedaan wordt, niet meer aan de afspraken houdt en de stiefvader het komende weekend in haar woning toelaat omdat zij niets (meer) te verliezen heeft. De kinderrechter blijkt dat op korte termijn al een zitting kan plaatsvinden, omdat op 2 juli 2025 al een zitting was gepland. Daar kan dit verzoek ook worden besproken. Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
De GI verzoekt om een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. De kinderrechter zal alleen een machtiging verlenen voor het verblijf van [de minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening (gezinshuis), omdat uit de telefonische toelichting van de GI blijkt dat [de minderjarige] in een gezinshuis zal worden geplaatst. De kinderrechter zal het overige (meerdere) deel van het verzoek afwijzen.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De GI en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening (gezinshuis) met ingang van 27 juni 2025 tot 25 juli 2025;
verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI en de moeder op voor de zitting van mr. S.W. Kuip op 2 juli 2025 om 15:45 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, aan Walburgstraat 2 - 4 in Arnhem;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
Deze beslissing is telefonisch gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2025 door mr. B. Krijnen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L. Weijsters als griffier, en op schrift gesteld op 27 juni 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.