ECLI:NL:RBGEL:2025:12069

ECLI:NL:RBGEL:2025:12069

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 02-07-2025
Datum publicatie 01-09-2026
Zaaknummer C/05/453432 / JE RK 25-659
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

(Jeugdrecht / machtiging uithuisplaatsing) Op 27 juni 2025 heeft de kinderrechter middels een spoedbeschikking een machtiging tot uithuisplaatsing verleend tot 25 juli 2025 en het verzoek voor het overige aangehouden. De kinderrechter beslist na de mondelinge behandeling dat het noodzakelijk is dat de machtiging tot uithuisplaatsing verleend wordt tot 25 januari 2026. De kinderrechter constateert dat de moeder begrijpt dat de minderjarige onder de huidige omstandigheden niet thuis kan verblijven. Er zijn ernstige zorgen over de minderjarige. De kinderrechter constateert dat ter discussie staat wat op dit moment de beste verblijfslocatie is voor de minderjarige. De kinderrechter is van oordeel dat de GI voldoende heeft onderbouwd waarom de door de moeder voorgestelde netwerkplaatsing (bij de oma) naar verwachting niet hetzelfde (gewenste) effect zal hebben als een verblijf van de minderjarige in een accommodatie jeugdhulpaanbieder. De kinderrechter acht het van belang dat de GI wel blijft onderzoeken wat er mogelijk is binnen het contact tussen de minderjarige en de moeder en de minderjarige en de oma. In het bijzonder acht de kinderrechter op dit moment onvoldoende onderbouwd waarom het verblijf van de minderjarige bij de oma in de weekenden abrupt is stopgezet.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Arnhem

Zaaknummer: C/05/453432 / JE RK 25-659

Datum uitspraak: 2 juli 2025

Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, gevestigd te Ede,

hierna te noemen de GI,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat: mr. D.E. Post te Heerhugowaard.

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het aangepaste schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 27 juni 2025;

de beschikking van 27 juni 2025 van de kinderrechter in deze rechtbank;

de brief met bijlagen namens de moeder van 30 juni 2025.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juli 2025. De zaak is gelijktijdig behandeld met de zaak met zaaknummer: C/05/452466 / JE RK 25-584. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder bijgestaan door mr. D.E. de Boer (waarneemster voor mr. D.E. Post);

- twee vertegenwoordigers van de GI.

2. De feiten

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

De kinderrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, heeft [de minderjarige] bij beschikking van 24 april 2023 onder toezicht gesteld tot 24 april 2024.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft de ondertoezichtstelling nadien verlengd, laatstelijk bij beschikking van 14 april 2025 tot 24 april 2026.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 27 juni 2025 een spoedmachtiging verleend om [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 25 juli 2025. Het verzoek is voor het overige aangehouden.

3. Het verzoek

De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De moeder heeft, mede via de advocaat, aangegeven dat zij begrijpt dat [de minderjarige] op dit moment niet thuis kan verblijven. Zij wijzigt het standpunt zoals omschreven in de brief op dit punt. De moeder is op dit moment aan zichzelf aan het werk en probeert de recente gebeurtenissen te verwerken. De moeder heeft wel bezwaar tegen het feit dat er een machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie jeugdhulpaanbieder is verzocht en het contact tussen [de minderjarige] en de oma is stopgezet. De moeder verwacht dat de oma [de minderjarige] (tijdelijk) een passende verblijfsplek kan bieden, net zoals zij dit voorheen (toen [de minderjarige] nog thuis woonde) in de weekenden heeft gedaan.

De GI heeft aangegeven dat zij het niet in het belang van [de minderjarige] achten om haar bij de oma te plaatsen. De GI voert aan dat er twijfels zijn of de oma [de minderjarige] een neutrale verblijfsplek kan bieden, of dat haar loyaliteitsproblematiek getriggerd zal worden. Bovendien is in 2023, toen een andere dochter van de moeder uit huis is geplaatst, onderzoek gedaan naar mogelijkheden tot plaatsing bij de oma en is het advies hierover negatief uitgevallen. Eén van de zorgen die toen benoemd zijn, is de ziekte van Parkinson waar de oma aan lijdt. Ook kunnen de oma en de moeder in conflict komen op momenten dat [de minderjarige] uitspraken doet over mogelijk seksueel misbruik door de stiefvader. De oma maakt dan opmerkingen zoals: “Hoe kan je houden van zo iemand” waarna de moeder het voor de stiefvader opneemt. Dit kan hard tegen hard gaan en [de minderjarige] staat hier dan tussen. Daarnaast geeft [de minderjarige] zelf aan dat zij graag bij de oma is omdat zij de oma wil verzorgen en bang is dat de oma wordt opgenomen als er niemand is om haar te ondersteunen. De GI acht het van groot belang dat [de minderjarige] op dit moment de tijd en ruimte ervaart om zich op haar zelf te focussen en aan haar complexe problematiek te werken.

5. De beoordeling

Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding .

De kinderrechter constateert dat de moeder begrijpt dat [de minderjarige] onder de huidige omstandigheden niet thuis kan verblijven. Er zijn zorgen over [de minderjarige] . Zij heeft bij haar halfzus aangegeven dat zij meerdere malen seksueel misbruikt is door haar stiefvader. De afgelopen weken is de samenwerking tussen de GI en de moeder ernstig verstoord en lukt het de GI niet meer om met de moeder in gesprek te komen. Dat heeft (onder andere) te maken met het feit dat de stiefvader geen plek meer heeft om te verblijven. Dit leek de moeder stress te geven, omdat hij niet bij haar thuis kan komen. De moeder houdt zich nog wel aan het contactverbod tussen [de minderjarige] en de stiefvader, maar het is voor de GI niet mogelijk gebleken om met haar in overleg te komen over de andere voorwaarden.

Ook tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder weinig inzicht willen geven in wat er volgens haar gebeurd is, of zij nog een relatie heeft met de stiefvader en hoe zij de toekomst voor zich ziet. De moeder heeft hierover enkel willen aangeven dat zij op dit moment zelf op zoek is naar antwoorden op haar vragen en hiervoor behandeling is aangegaan. De moeder legt uit dat zij een ingebouwd mechanisme heeft waarin zij zich afsluit en dicht klapt als de stress toeneemt.

Duidelijk is dat [de minderjarige] forse zorgsignalen heeft afgegeven in de periode voorafgaand aan de uithuisplaatsing. Zij deed zorgelijke uitspraken, bijvoorbeeld dat ze zichzelf pijn wilde doen en haar polsen door wilde snijden. Ook op school werd een totaal ontredderd meisje gezien. Het is daarom van belang dat [de minderjarige] de aankomende periode stabiliseert en de ruimte krijgt en ervaart om aan zichzelf te werken en zich op sociaal-emotioneel en cognitief vlak positief verder te ontwikkelen.

De kinderrechter constateert dat ter discussie staat wat op dit moment de beste verblijfslocatie is voor [de minderjarige] . De kinderrechter merkt hierover het volgende op. De kinderrechter stelt voorop dat een netwerkplaatsing, indien dit redelijkerwijs passend en haalbaar is de voorkeur verdient. De kinderrechter acht in dit geval voldoende onderbouwd waarom een voltijd verblijf bij de oma op dit moment een onverantwoorde stap zou zijn. Hiervoor zijn onder meer het onderzoek uit 2023, de conflicten tussen de oma en de moeder en het ziektebeeld van de oma op dit moment contra-indicaties. Zoals de kinderrechter eerder heeft overwogen acht hij het noodzakelijk dat [de minderjarige] in een setting verblijft waarin zij zich op haar zelf kan focussen.

In dit verband benadrukt de kinderrechter echter dat de GI onvoldoende heeft toegelicht waarom het verblijf van [de minderjarige] in de weekenden is stopgezet. Aangezien de jeugdbeschermingsmaatregel altijd zo min mogelijk ingrijpend moet zijn, verwacht de kinderrechter dat de GI de aankomende periode zal onderzoeken op welke manier dit contact hersteld kan worden, wat er nodig is (aan veiligheidsafspraken) om dit contact positief en onbelast vorm te gegeven en of er uitzicht bestaat op uitbreiding van het verblijf van [de minderjarige] bij de oma.

Ten overvloede benadrukt de kinderrechter dat hij ook van de moeder verwacht dat zij zich aan de veiligheidsafspraken zal houden die de GI noodzakelijk acht voor positief en onbelast contact met de oma en/of de moeder.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 25 juli 2025 tot 25 januari 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2025 door mr. S.W. Kuip, kinderrechter, in aanwezigheid van T. Akasbi als griffier, en op schrift gesteld op 16 juli 2025.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand