RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/188326-22
Datum uitspraak: 28 februari 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in [verblijfplaats] (hierna: de kliniek).
Raadsvrouw: mr. W.E. van Veldhuizen, advocaat te Apeldoorn.
Procedure
Betrokkene is op 1 februari 2023 bij vonnis van de rechtbank Gelderland veroordeeld tot terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 16 februari 2023.
Bij vordering van 9 januari 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
Ter zitting van 14 februari 2025 zijn gehoord:
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de kliniek verlenging van twee jaar adviseert en dat de behandeling net is gestart.
De raadsvrouw van betrokkene heeft zich niet verzet tegen verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege brandstichting met gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor personen.
Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een waanstoornis
(gemengde type), een antisociale persoonlijkheidsstoornis (met trekken van psychopathie) en stoornissen in het gebruik van alcohol en verschillende verdovende middelen.
De stoornissen zijn dus nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Betrokkene verblijft sinds 2023 in de [verblijfplaats] . Inmiddels heeft hij de delictanalyse doorlopen en heeft diagnostiek plaatsgevonden. Het valt op dat betrokkene veelal een wantrouwende houding heeft. Hij is het bijvoorbeeld niet eens met de gestelde diagnose. Hij doet tegenover het behandelteam regelmatig dreigende uitspraken. Tegelijkertijd heeft hij aan de aangeboden modules meegewerkt en functioneert hij op de afdeling en binnen de dagbesteding doorgaans goed. Hij neemt verantwoordelijkheid voor gemeenschappelijke taken, draagt bij aan een positieve sfeer en behoeft geen aansturing in zijn dagelijkse levensverrichtingen. Verder is hij actief in de bewonersraad en bij het voetbalteam van de kliniek. Hij is gedurende zijn verblijf verplaatst van een opnameafdeling voor patiënten met psychotische kwetsbaarheid naar een opnameafdeling voor patiënten met persoonlijkheidsstoornissen. Inmiddels verblijft hij op een behandelafdeling. Binnenkort worden psychotherapie en muziektherapie gestart en is het de bedoeling dat hij een EMDR behandeling gaat krijgen. Vooralsnog is tussen de kliniek en betrokkene geen overeenstemming met betrekking tot de delictfactoren en daarmee de behandeldoelen. Betrokkene blijft bij zijn psychotisch gekleurde beleving van het indexdelict en zijn waanachtige overtuiging van een moordcomplot tegen hem en zijn naasten. Hij heeft veelvuldig uitgesproken gewelddadige wraakplannen te hebben tegen degenen in het complot en personen die betrokken zijn bij de rechtsgang en zijn behandeling. Betrokkene heeft regelmatig urinecontroles die positief testen op cannabis en op synthetische cannabinoïden.
Recidivegevaar
Het recidiverisico bij een (voorwaardelijke) beëindiging van de tbs-maatregel wordt door de kliniek ingeschat als hoog.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
Uit het advies van de kliniek en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene nog aan het begin staat van zijn behandeling en de gedwongen kaders van de maatregel nodig heeft om verdere stappen in zijn behandeling te zetten. Hierbij is het goed om te zien dat hij, ondanks zijn wantrouwen, meewerkt aan zijn behandeling en zich hiervoor inzet. Dat heeft gemaakt dat hij inmiddels al een aantal stappen in zijn ontwikkeling heeft kunnen zetten.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en het advies van de kliniek, met twee jaren verlengen.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Snijders, als voorzitter, mr. M.L. Braaksma en mr. A.J.H. Steenweg, als rechters in tegenwoordigheid van mr. L.M. van der Velden, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 februari 2025.
mr. Steenweg is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.