RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/301586-24; 05/300458-24 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 14 januari 2025
Tegenspraak (279 Sv)
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats] (Roemenië),
wonende aan de [adres] , [postcode] , [woonplaats] (Roemenië).
Raadsman: mr. E. Yilmaz.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
31 december 2024.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 05/301586-24 ten laste gelegd dat:
1. hij op of omstreeks 20 september 2024 in de gemeente Nijmegen een fles wijn/alcohol, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [restaurant 1] (Kelfkensbos), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen fles wijn/alcohol/goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 september 2024 in de gemeente Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meerdere goederen van zijn gading, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [restaurant 1] (Kelfkensbos), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een (hard) voorwerp een ruit heeft ingegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.hij op of omstreeks 20 september 2024 in de gemeente Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk de inboedel, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [restaurant 1] (Kelfkensbos), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
3.hij op of omstreeks 20 september 2024 in de gemeente Nijmegen een of meerdere glazen bier/alcohol, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [restaurant 2] (Grote Markt), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen glazen bier/alcohol/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 september 2024 in de gemeente Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een of meerdere goederen van zijn gading, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [restaurant 2] (Grote Markt), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, met een (hard) voorwerp een ruit heeft ingegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.hij op of omstreeks 20 september 2024 in de gemeente Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk de inboedel, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [restaurant 2] (Grote Markt), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 05/300458-24, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 18 september 2024 te Nijmegen, een ambtenaar, [aangever 1] , buitengewoon opsporingsambtenaar Veiligheid & Service gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door die [aangever 1] in zijn gezicht te slaan en/of te
schoppen tegen de benen en/of te slaan;
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 18 september 2024 te Nijmegen, toen de aldaar dienstdoende ambtenaren, te weten [aangever 1] en/of [aangever 2] , beide buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, verdachte – op heterdaad – op verdenking van het artikel 72 van de Wet Persoonsvervoer 2000, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den), zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), door opzettelijk gewelddadig te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die opsporingsambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden en/of te slaan en/of te schoppen tegen en/of in de richting van het lichaam van die opsporingsambtena(a)r(en), waarbij [aangever 1] ten val is gekomen, tengevolge waarvan die [aangever 1] lichamelijk letsel (te weten: kneuzing/verrekking duim en/of schouder en/of wonden rechter bovenarm) bekwam;
2.
hij op of omstreeks 18 september 2024 te Nijmegen, een ambtenaar, [aangever 2] , buitengewoon opsporingsambtenaar, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening heeft mishandeld door die [aangever 2] naar de grond te trekken, waardoor die [aangever 2] haar hoofd heeft gestoten;
subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 18 september 2024 te Nijmegen, toen de aldaar dienstdoende ambtenaren, te weten [aangever 1] en/of [aangever 2] , beide buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar/hun bediening, verdachte – op heterdaad – op verdenking van het artikel 72 van de Wet Persoonsvervoer 2000, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den), zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), door opzettelijk gewelddadig te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die opsporingsambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden en/of te slaan en/of te schoppen tegen en/of in de richting van het lichaam van die opsporingsambtena(a)r(en), waarbij [aangever 2] ten val is gekomen, tengevolge waarvan die [aangever 2] lichamelijk letsel (te weten: lichte hersenschudding en/of kneuzing linker pols en/of pijnlijke knie en/of schrammen rechter onderam en/of bloeduitstorting linker onderarm) bekwam.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Ten aanzien van parketnummer 05/301586-24
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde onder feit 1 en feit 3 en het tenlastegelegde onder feit 2 en feit 4.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten 1 en 2 (diefstal en vernieling bij restaurant [restaurant 1] )
Aangever [aangever 3] heeft namens restaurant [restaurant 1] , gevestigd aan het Kelfkensbos in Nijmegen, aangifte gedaan van diefstal en vernieling. Hij heeft verklaard dat hij op 20 september 2024, na een melding vanuit de alarmcentrale, naar restaurant [restaurant 1] is gegaan. Hij trof enorme schade aan in het restaurant. Hij zag dat het raam aan de voorzijde van het restaurant was gebroken en dat er een betonnen blok in het restaurant lag. Verder zag hij dat er meerdere flessen drank kapot waren gegooid en dat er veel gebroken glas lag.
De camerabeelden van het [locatie] Nijmegen zijn door een verbalisant bekeken en in een proces-verbaal beschreven. Op de beelden is aan de overkant van de straat restaurant [restaurant 1] te zien. Te zien is dat een man met een groot voorwerp in zijn handen het beeld in komt lopen. De man loopt met het voorwerp naar restaurant [restaurant 1] en stoot meerdere keren met het voorwerp tegen het raam. Het raam gaat daardoor kapot. De man gooit het voorwerp door het raam heen naar binnen. Vervolgens is te zien dat de man via het kapotte raam het restaurant binnengaat.
De camerabeelden van restaurant [restaurant 1] zijn door een verbalisant bekeken. Op de beelden werd waargenomen dat een man een fles, vermoedelijk wijn, pakte bij de bar van het restaurant en vervolgens uit de fles dronk. Daarna liep de man met de fles de trap op en schonk de inhoud van de fles over de trap heen. Verder werd op de beelden waargenomen dat de man in meerdere gedeelten van het restaurant aan stellingen trekt. Bij de bar trekt hij een stelling met flessen en wijnglazen met forse kracht naar de grond, waardoor de flessen en glazen kapot vallen. Op de eerste verdieping van het restaurant trekt de man aan een stelling waar flessen wijn op staan, waardoor de flessen uit de stelling vallen. Ook trekt hij een andere stelling met kracht om, waardoor alle flessen uit de stelling vallen. In het eetgedeelte van het restaurant is te zien dat de man een fles wijn tegen een wijnrek aangooit. Deze fles raakt de andere flessen en de flessen spatten hierdoor kapot over de tafels en stoelen die eronder staan. De verbalisant herkende de man op de beelden als verdachte, omdat hij de verdachte op de luchtplaats bij het cellencomplex had gezien.
De rechtbank acht op basis van bovenstaande bewijsmiddelen bewezen dat verdachte heeft ingebroken in restaurant [restaurant 1] , daar een fles wijn heeft weggenomen en de inboedel van het restaurant heeft vernield, beschadigd en onbruikbaar heeft gemaakt. De rechtbank acht het tenlastegelegde onder feit 1 primair en het tenlastegelegde onder feit 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feiten 3 en 4 (diefstal en vernieling bij horecaonderneming [restaurant 2] )
Aangever [aangever 4] heeft namens de horecaonderneming [restaurant 2] , gevestigd aan De Grote Markt in Nijmegen, aangifte gedaan van diefstal. Hij heeft verklaard dat hij op
20 september 2024 een inbraakmelding kreeg op zijn telefoon. Hij bekeek de beveiligingscamera’s en zag iemand door het pand lopen. Hij is vervolgens naar het pand gegaan en hij zag in het pand dat er vernielingen gepleegd waren. Op de benedenetage en de eerste etage zijn glazen, kopjes en flessen drank vernield. Tevens zijn op deze etages de koffieapparaten van de barren gegooid. Stoelen en tafels zijn vernield. Meerdere ruiten zijn vernield, waaronder een glas in loodraam. Betaalautomaten, kassasystemen en telefoons zijn vernield. Er is van alles besmeurd met drank en mayonaise en overal liggen glasscherven. Aangever heeft de beveiligingsbeelden bekeken en zag hierop dat een man op de begane grond en de eerste verdieping vernielingen pleegde. Ook zag hij dat de man op de eerste etage biertjes tapt en opdrinkt.
Verbalisanten kregen om 04:29 uur op 20 september 2024 een melding dat er bij een restaurant in het centrum van Nijmegen een inbraak zou plaatsvinden. Zij zijn ter plaatse gegaan en troffen een opengebroken raam aan de voorzijde op de begane grond. In het pand troffen zij een grote ravage aan. Enkele minuten later, om 04:48 uur, kregen zij een soortgelijke melding, enkele honderden meters verderop in de straat, bij restaurant [restaurant 2] . Zij zijn ter plaatse gegaan. Zij zagen dat aan de bovenzijde van de trap een raam volledig vernield was. Zij hoorden in het restaurant glasgerinkel en zagen dat een fles drank binnen tegen het raam werd gegooid en kapot spatte. Toen de man naar buiten kwam is hij aangehouden. De aangehouden man betrof verdachte.
De camerabeelden van [restaurant 2] zijn door een verbalisant bekeken. Op de beelden werd waargenomen dat een man flessen wijn uit een wijnkoeler haalde en vier flessen kapot gooide tegen de muur. Verder werd waargenomen dat de man een koffieapparaat van de bar trok, een stoel op een stapel met meerdere stoelen gooide en diverse (koffie)machines van de bar afduwde.
Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 20 september 2024 heeft ingebroken in restaurant [restaurant 2] , meerdere glazen bier heeft weggenomen en de inboedel heeft vernield, beschadigd en onbruikbaar heeft gemaakt. De rechtbank acht dan ook het tenlastegelegde onder feit 3 primair en het tenlastegelegde onder feit 4 bewezen.
Ten aanzien van parketnummer 05-300458-24
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1 en feit 2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Bewijsmiddelen feiten 1 en 2
Aangever [aangever 1] heeft aangifte gedaan van mishandeling op het station in Nijmegen. Hij heeft verklaard dat hij op 18 september 2024 werkzaam was in Nijmegen als buitengewoon opsporingsambtenaar, aangesteld in domein IV openbaar vervoer, samen met zijn collega’s [naam] en [aangever 2] . Zijn collega [aangever 2] kreeg een melding met het verzoek om naar het Infopoint te gaan, omdat er een erg agressieve man aanwezig zou zijn. De man zou luid aan het schreeuwen zijn, op muren slaan en andere reizigers agressief aanspreken. Aangever en zijn collega’s [aangever 2] en [naam] hebben de man aangesproken op zijn gedrag. [aangever 1] zag dat de man incheckte met zijn bankpas en gelijk weer uitcheckte en hoorde hem zeggen: I am not gonna pay for the train. De verbalisanten hebben hem uiteindelijk verzocht het station te verlaten. De man liep naar buiten en ging voor de ingang op zijn koffer zitten. Aangever [aangever 1] en zijn collega’s hadden afgesproken dat de man zou worden aangehouden voor artikel 72 van de Wet Persoonsvervoer 2000 als de man de hal van het station weer binnen zou komen. De man liep even later het station weer binnen. Zijn collega [aangever 2] heeft verdachte opnieuw verzocht het station te verlaten en waarschuwde hem dat als hij niet zou meewerken, er geweld zou worden gebruikt. Aangever zag vervolgens dat de man zijn rugzak af deed, een gevechtshouding aannam en aangever en zijn collega’s raakten met de man in gevecht. Hij zag dat verdachte slaande en schoppende bewegingen maakte richting hem en zijn collega’s. Verdachte pakte zijn collega [aangever 2] vast en trok haar naar beneden, waardoor zij haar hoofd tegen een pallet met een metalen kist stootte. De verdachte bleef daarna in verzet gaan, hij bewoog in tegengestelde richting en maakte slaande en schoppende bewegingen. [aangever 1] kreeg direct na de aanhouding last van zijn schouder. In de geneeskundige verklaring staat dat [aangever 1] twee wonden op zijn rechter bovenarm en een kneuzing/verrekking van zijn duim en schouder had.
Aangever [aangever 2] heeft verklaard dat zij op 18 september 2024 samen met haar collega’s [aangever 1] en [naam] belast was met toezicht en handhaving van de orde, rust en veiligheid op station Nijmegen Centraal. Zij heeft verklaard dat zij verdachte, nadat hij weer het station was binnengelopen, tegen heeft gehouden met haar arm, zodat hij niet verder het station kon binnenlopen. Zij zag dat de man vervolgens in een gevechtshouding ging staan en met gebalde vuist een slaande beweging maakte richting haar collega [aangever 1] . Zij is toen op de verdachte gedoken. Zij voelde dat verdachte haar en haar collega’s [aangever 1] en [naam] van zich af probeerde te slaan en schoppen. Zij probeerde de man vast te pakken, maar de man pakte haar vast en trok haar richting de grond. Hierdoor viel zij met haar hoofd tegen een pallet met een ijzeren stellage aan. Zij voelde een hevige steek in haar hoofd. Ze pakte de man daarna weer vast en voelde dat hij zich met veel kracht en inspanning in tegenovergestelde richting bleef bewegen. Als gevolg van het verzet liep zij schrammen op haar rechter onderarm, een bloeduitstorting op haar linker onderarm en een lichte hersenschudding op. Ook had zij pijn aan haar knie.
De camerabeelden van het centraal station zijn door een verbalisant bekeken. Camera NM-001 is gericht op de stationshal. Camera NM-007 is gericht op de Kiosk en de schuifdeur die toegang geeft van het buiten plein naar de stationshal (zijde busplein). De verbalisant heeft beschreven wat hij op deze beelden ziet:
04:52 NM-001: Ik zie 3 NS-medewerkers vanaf links, komende vanaf de schuifdeuren uit
de richting het bus plein, in beeld lopen. Verder NSMAN1, NSMAN2 en NSVROUW. Ik zie
dat zij in de centrale hal, tussen de Kiosk en "Back werk" positie in nemen.
05:44 NM-001 Ik zie dat alle drie de NS-medewerkers reageren op een man. Ik zie dat zij door middel van een handgebaar gebaren dat deze man de stationshal moet verlaten in de richting van het bus plein.05:46 NM-001 Ik zie dat deze man een rugzak en een rol trolley bij zich heeft. Ik zie dat deze man tracht zich te verplaatsen in de richting van de in-check poortjes welke niet in beeld zijn Dit is de tegengestelde richting als waar de NS-medewerkers hem willen hebben. Ik zie dat NSVROUW de man tegen houdt met haar linkerarm en hem terugduwt in de richting waar hij vandaan kwam.05:49 NM-001 ik zie dat de man zijn trolley loslaat en zijn rugzak afgooit. Ik zie dat NSMAN1 de trolley van de man vastpakt.05:49 NM-001 Ik zie dat NSMAN1 de trolley vast heeft een duw krijgt van de man. Ik zie dat deze duw ter hoogte van de borst gegeven word.05:49 NM-001 Ik zie dat de drie NS-medewerkers in gevecht raken met de man.06:22 NM-007 Ik zie drie NS-medewerkers staan op dezelfde locatie als eerder beschreven. Echter zijn de waarnemingen nu vanuit een andere hoek.06:38 NM-007 Ik zie de eerder omschreven man met trolley en rugzak de stationshal binnen komen lopen vanaf het plein. Ik zie dat de drie NS-medewerkers hierop reageren.06:46 NM-007 Ik zie dat de NSMAN1, degene die het meest aan de zijde van de glazenwand staat, een achterwaartse beweging maakt. Ik zie dat hij in het achteruit verplaatsen naar benden duikt. Dit lijkt op ontwijken. Ik zie dat NSMAN1 vervolgens reageert door een rechter trap te geven aan de man. Ik zie dat NSMAN1 vervolgens met rechts een slaande beweging maakt in de richting van de man.06:55 NM-007 Ik zie dat de drie NS-medewerkers in gevecht raken met de man.06:55 NM-007 Ik zie dat NSMAN2 met zijn linker ellenboog een stoot maakt in de richting van de man.07:10 NM-007 Ik zie dat de NS-medewerkers met de man in gevecht zijn. Ik zie dat de NS-medewerkers ondersteund worden door een mannelijke burger.07:25 NM-007 Ik zie dat de NS-medewerkers erg veel moeite hebben om de man onder controle te krijgen. Ik zie dat zij vanaf meerdere kanten en positief aan de man trekken waardoor zij het voor zichzelf bemoeilijken. Ik zie dat de NS-medewerkers een aantal minuten boven op de man zitten.10:09 NM-007 Ik zie dat er politiecollega's arriveren
Bewijsoverweging
Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat verdachte hem bij aanvang van het incident met gebalde vuist in het gezicht heeft geslagen. In de beschrijving van de camerabeelden wordt de beweging van de verdachte bij aanvang van het incident beschreven als een duw ter hoogte van de borst. Een klap met een vuist in het gezicht wordt niet beschreven. De rechtbank acht daarom niet bewezen dat verdachte aangever [aangever 1] in het gezicht heeft geslagen. Uit de bewijsmiddelen volgt wel dat verdachte [aangever 1] tegen de benen heeft geschopt en dat verdachte hem heeft geslagen.
Daarnaast volgt uit de bewijsmiddelen dat [aangever 2] door verdachte is vastgepakt en naar de grond is getrokken, waardoor zij is gevallen en met haar hoofd tegen een pallet met een ijzeren stellage is beland.
Feiten 1 en 2 primair
Om tot een bewezenverklaring van de primair tenlastegelegde mishandelingen te kunnen komen moet de rechtbank beoordelen of verdachte opzet had op het mishandelen van [aangever 1] en [aangever 2] , dus op het toebrengen van pijn of letsel aan hen. Daarbij is van belang dat het fysieke incident begint met een handeling van verdachte, namelijk een duw tegen de borst van [aangever 1] . Nu niet is vast komen te staan dat deze duw pijn deed (en er geen letsel uit is voortgevloeid) is deze dus op zichzelf geen mishandeling. Daarna raken de verbalisanten, volgens de beschrijving van de beelden, in gevecht met verdachte. In deze situatie zijn meerdere verbalisanten op verdachte gedoken, waarbij verdachte slaande en schoppende bewegingen heeft gemaakt. Op grond van de inhoud van het dossier kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld dat het opzet van verdachte tijdens het maken van de slaande en schoppende bewegingen naar [aangever 1] en ten tijde van het vastpakken en naar de grond trekken van [aangever 2] , gericht was op het toebrengen van pijn of letsel aan [aangever 1] en/of [aangever 2] . Gelet op de genoemde omstandigheden en de aanloop naar het incident dienen de hiervoor genoemde handelingen van verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm te worden gezien als gericht op het plegen van verzet door middel van geweld tegen de aanhouding. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzet had op het toebrengen van pijn of letsel bij [aangever 1] en/of [aangever 2] en kan dus niet bewijzen dat verdachte [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft mishandeld. Verdachte zal worden vrijgesproken van hetgeen hem primair onder feit 1 en 2 is tenlastegelegd.
Feiten 1 en 2 subsidiair
De rechtbank acht de onder feiten 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde wederspannigheid met letsel als gevolg wel wettig en overtuigend bewezen. Nadat verdachte meerdere keren was gevraagd om het station te verlaten, keerde hij toch terug en werd hij aangehouden voor overtreding van artikel 72 van de Wet Persoonsvervoer 2000. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte niet meewerkte toen de opsporingsambtenaren hem wilden aanhouden. Hij heeft zich met geweld verzet tegen zijn aanhouding door te rukken/trekken in een richting tegengesteld aan die waarin de opsporingsambtenaren hem trachtten te geleiden en door richting de opsporingsambtenaren te slaan en te schoppen.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat [aangever 1] en [aangever 2] vanwege het door verdachte gepleegde verzet lichamelijk letsel hebben opgelopen. [aangever 2] is door toedoen van verdachte ten val gekomen en heeft daarbij letsel opgelopen. Ten aanzien van [aangever 1] volgt de tenlastegelegde val niet uit de bewijsmiddelen, zodat dit onderdeel niet bewezen kan worden. De bewijsmiddelen kunnen naar het oordeel van de rechtbank wel de conclusie dragen dat het letsel bij [aangever 1] is ontstaan door het verzet van verdachte.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummer 05/301586-24 onder feit 1 primair, onder feit 2, onder feit 3 primair en onder feit 4 en de onder parketnummer 05/300458-24 onder feit 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05/301586-24
1. primair
hij op of omstreeks 20 september 2024 in de gemeente Nijmegen een fles wijn/alcohol, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [restaurant 1] (Kelfkensbos), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen fles wijn/alcohol/goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
2.
hij op of omstreeks 20 september 2024 in de gemeente Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk de inboedel, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [restaurant 1] (Kelfkensbos), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en onbruikbaar heeft gemaakt en/of weggemaakt;
3. primair
hij op of omstreeks 20 september 2024 in de gemeente Nijmegen een of meerdere glazen bier/alcohol, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [restaurant 2] (Grote Markt), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen glazen bier/alcohol/goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;
4.
hij op of omstreeks 20 september 2024 in de gemeente Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk de inboedel, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [restaurant 2] (Grote Markt), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en onbruikbaar heeft gemaakt en/of weggemaakt.
parketnummer 05-300458-24
1. subsidiair
hij op of omstreeks 18 september 2024 te Nijmegen, toen de aldaar dienstdoende ambtenaren, te weten [aangever 1] en/of [aangever 2] , beide buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, verdachte - op heterdaad – op verdenking van het artikel 72 van de Wet Persoonsvervoer 2000, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den), zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), door opzettelijk gewelddadig te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die opsporingsambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden en/of te slaan en/of te schoppen tegen en/of in de richting van het lichaam van die opsporingsambtena(a)r(en), waarbij [aangever 1] ten val is gekomen, tengevolge waarvan die [aangever 1] lichamelijk letsel (te weten: kneuzing/verrekking duim en/of schouder en/of wonden rechter bovenarm) bekwam;
2. subsidiair
hij op of omstreeks 18 september 2024 te Nijmegen, toen de aldaar dienstdoende ambtenaren, te weten [aangever 1] en/of [aangever 2] , beide buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van haar/hun bediening, verdachte - op heterdaad – op verdenking van het artikel 72 van de Wet Persoonsvervoer 2000, had(den) aangehouden en vastgegrepen, althans vast had(den), zich met geweld heeft verzet tegen bovengenoemde opsporingsambtena(a)r(en), door opzettelijk gewelddadig te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die opsporingsambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden en/of te slaan en/of te schoppen tegen en/of in de richting van het lichaam van die opsporingsambtena(a)r(en), waarbij [aangever 2] ten val is gekomen, tengevolge waarvan die [aangever 2] lichamelijk letsel (te weten: lichte hersenschudding en/of kneuzing linker pols en/of pijnlijke knie en/of schrammen rechter onderarm en/of bloeduitstorting linker onderarm) bekwam.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van parketnummer 05/301586-24 feit 1, primair:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak
ten aanzien van parketnummer 05/301586-24 feit 2:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken
ten aanzien van parketnummer 05/301586-24 feit 3, primair:
diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak
ten aanzien van parketnummer 05/301586-24 feit 4:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken
ten aanzien van parketnummer 05/300458-24 feiten 1 en 2 subsidiair:
wederspannigheid, terwijl het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel ten gevolge hebben.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden, met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan wederspannigheid op het centraal station van Nijmegen. Daardoor hebben twee opsporingsambtenaren pijn en lichamelijk letsel opgelopen. Dit is vervelend en hinderlijk gedrag, waarmee verdachte het werk van de opsporingsambtenaren heeft bemoeilijkt en waardoor het gezag van opsporingsambtenaren wordt aangetast.
Voor dit feit heeft verdachte twee dagen in voorarrest gezeten. Nadat hij op de late avond van
19 september 2024 in vrijheid wordt gesteld, maakt hij zich in de nacht van 20 september 2024 schuldig aan diefstal en vernieling in twee verschillende restaurants. Verdachte heeft in een kort tijdsbestek een enorme ravage aangericht in twee restaurants en forse schade toegebracht aan de inboedel daarvan. In de restaurants werden onder andere flessen drank, glazen, kopjes, koffiemachines, tafels en stoelen vernield door verdachte. Deze feiten hebben bijzonder veel schade en overlast veroorzaakt. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij, zoals hij bij de reclassering heeft verklaard, de schade kennelijk doelbewust en vanwege oplopende stress en frustratie heeft aangericht. Hij had geen onderdak meer en heeft de uitgebreide vernielingen toegebracht om opnieuw en langer in detentie te kunnen blijven. Verdachte heeft geen enkel respect getoond voor de eigendommen van anderen. De eigenaren van de restaurants werden niet alleen met een enorme schade opgezadeld maar hebben er ook veel tijd en moeite in moeten steken om de ravage weer opgeruimd en hersteld te krijgen, in de wetenschap dat iemand dit moedwillig heeft aangericht.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennis genomen van het blanco strafblad van verdachte van 19 november 2024. De rechtbank heeft daarnaast kennis genomen van de reclasseringsadviezen van
12 november 2024 en van 3 december 2024. Hieruit blijkt dat verdachte heeft aangegeven dat hij wisselend in Nederland en Roemenië verblijft. Hij is naar Nederland gekomen voor het verrichten van seizoenswerk. Na het veroorzaken van overlast op straat onder invloed van alcohol verloor hij zijn werk. Kort daarna verloor hij ook zijn huisvesting, die hij via het uitzendbureau gekregen had. Sindsdien heeft hij geen werk meer kunnen vinden en leefde hij van de financiële steun van familie.
Verdachte heeft bij de reclassering aangegeven dat hij zo snel mogelijk terug wil keren naar Roemenië en dat hij geen hulpvraag heeft in Nederland.
Het risico op recidive wordt door de reclassering ingeschat als hoog, vanwege het gebrek aan stabiliteit op nagenoeg alle leefgebieden en zijn beperkte binding met Nederland. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Zij zien gelet op de taalbarrière en de intentie van verdachte om terug te keren naar Roemenië geen mogelijkheden voor het inzetten van reclasseringsinterventies. De raadsman van verdachte heeft ter zitting aangegeven dat verdachte inmiddels is teruggekeerd naar Roemenië.
De straf
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, en in het bijzonder het bij de opsporingsambtenaren veroorzaakte letsel en de in de restaurants aangerichte forse schade, niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gevangenisstraf. Op zichzelf is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de door de officier van justitie geëiste duur, op zijn plaats, als onder meer wordt gekeken naar de oriëntatiepunten die zien op inbraak in een bedrijf. De rechtbank houdt echter, anders dan de officier van justitie, ook rekening met het feit dat verdachte bij deze inbraken geen kostbare zaken heeft weggenomen en dat hij niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Verder acht de rechtbank een voorwaardelijk strafdeel aangewezen om zo, voor het geval verdachte naar Nederland mocht terugkeren, een zogenoemde ‘stok achter de deur’ te creëren. De rechtbank acht passend een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
8. De beoordeling van de civiele vorderingen
De benadeelde partijen [aangever 1] en [aangever 2] hebben in verband met het onder parketnummer 05/300458-24 tenlastegelegde een vordering tot schadevergoeding ingediend.
[aangever 1] vordert in verband met het onder feit 1 bewezenverklaarde € 600,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. [aangever 2] vordert in verband met het onder feit 2 bewezenverklaarde € 500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Door de benadeelde partijen is verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen kunnen worden toegewezen.
Overweging van de rechtbank
De benadeelde partij [aangever 1]
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij [aangever 1] door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die onder een van de genoemde grondslagen van artikel 6:106 BW valt. De benadeelde heeft immers lichamelijk letsel opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank stelt het smartengeld naar billijkheid vast op een bedrag van € 500,00. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het meerdere niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
De benadeelde partij [aangever 2]
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij [aangever 2] door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die onder een van de genoemde grondslagen van artikel 6:106 BW valt. De benadeelde heeft immers lichamelijk letsel opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in verglijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank stelt het smartengeld naar billijkheid vast op het gevorderde bedrag van € 500,00.
Wettelijke rente
Verdachte is vanaf 18 september 2024 de gevorderde wettelijke rente over de beide toegewezen bedragen verschuldigd, omdat vast is komen te staan dat de schade vanaf die datum is ontstaan.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht de aan de benadeelde partijen toegewezen bedragen aan de Staat te betalen.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 181, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/300458-24 onder feit 1 en 2 primair tenlastegelegde feiten;
verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) dagen;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 120 (honderdtwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
De vorderingen van de benadeelde partijen [aangever 1] en [aangever 2]
verklaart de benadeelde partij [aangever 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van smartengeld;