RECHTBANK GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: 10611787 CV EXPL 23-1863
Vonnis van 28 mei 2025
in de zaak van
1. [eiser 1] , 2. [eiser 2] ,
beiden te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [gezamenlijke eisers] (in mannelijk enkelvoud),
gemachtigde: mr. F.J.M. Kobossen,
tegen
1. [gedaagde 1] , 2. [gedaagde 2] ,
beiden te [woonplaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gezamenlijke gedaagden] (in mannelijk enkelvoud),
gemachtigde: mr. M.K. Wehkamp
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 11 september 2024,
- het deskundigenbericht,
- de conclusies na deskundigenbericht van beide partijen.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
[gezamenlijke gedaagden] heeft in de conclusie na deskundigenbericht onder meer naar voren gebracht dat hij niet is uitgenodigd om bij het onderzoek van de deskundige aanwezig te zijn.
De kantonrechter acht het nodig dat de deskundige zijn rapport mondeling ter zitting, waar beide partijen met hun gemachtigden aanwezig zijn, komt toelichten. Daarom zal een zitting worden bepaald. Op die zitting kan door de kantonrechter en door partijen vragen worden gesteld aan de deskundige.
Na de toelichting zal aansluitend een mondelinge behandeling worden gehouden.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter
beveelt een mondelinge toelichting van de deskundige en een mondelinge behandeling op een nader te bepalen dag,
bepaalt dat partijen voor woensdag 11 juni 2025 schriftelijk hun verhinderdata voor de komende drie maanden op kunnen geven, waarna een dag voor de mondelinge toelichting van de deskundige en de mondelinge behandeling zal worden vastgesteld,
verstaat dat de griffie zich op de hoogte zal stellen van de verhinderdagen van de deskundige,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.E. Sijsma en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.
lt