RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/238759-23
Datum uitspraak : 20 juni 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1993 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres 1], [postcode] [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland).
Raadsman: mr. J.A. Schadd, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 19 september 2023 te Weurt, in elk geval in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad
- ongeveer 2500 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne,
- ongeveer 500 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende heroïne, zijnde heroïne,
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
2.
hij op of omstreeks 19 september 2023 te Weurt, in elk geval in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 9870 gram, in elk geval een hoeveelheid van
meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en
plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties
waren toegevoegd
zijnde hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende
lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 19 september 2023,
te Weurt, gemeente Beuningen, althans in Nederland en/of te Plettenberg, althans
in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
voorwerpen, te weten
- een Mercedes-Benz, type AMG (kenteken [kenteken 1]), ter waarde van ongeveer
83.000 en/of
- een en/of meerdere (grote) geldbedrag(en), waaronder (contant) betaalde
huurpenningen voor de huur van de [adres 2] en/of een en/of meerdere
(salaris)betalingen aan [naam 1],
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of
van voorwerpen, te weten voornoemde Mercedes en/of een en/of meerdere
geldbedragen, gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk
- afkomstig waren uit enig misdrijf,
en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Ten aanzien van feit 1 en 2.
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Op 19 september 2023 zijn in het bedrijfspand aan de [adres 2] in Beuningen, door de politie de volgende hoeveelheden drugs aangetroffen:
De drugs zaten in blokken – omwikkeld in tape en plastic – verpakt in twee koffers en een sporttas, die in de kofferbak van een Mercedes met kenteken [kenteken 2] lagen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe is kort gezegd aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevat waaruit kan worden afgeleid dat het verdachte was die de drugs in de auto heeft gelegd en dat hij dus degene was die de drugs aanwezig heeft gehad op 19 september 2023.
Beoordeling door de rechtbank
Het bedrijfspand waarin de Mercedes met de drugs in de kofferbak stond, werd sinds 1 november 2021 gehuurd door verdachte en zijn moeder [naam 1] (verder [naam 1]). In het pand was het autobedrijf [bedrijf 1] gevestigd, een vennootschap onder firma (V.O.F.), waarvan verdachte en zijn moeder de vennoten waren. De Mercedes stond sinds 31 maart 2023 in de bedrijfsvoorraad, op naam van [bedrijf 1] .
[naam 1] heeft verklaard dat alleen verdachte en de eigenaresse van het pand een sleutel van het pand hadden.
Aan de buitenkant van het pand en in het pand waren meerdere beveiligingscamera’s aanwezig die beelden opnamen op het moment dat beweging werd gedetecteerd. Deze beelden zijn uitgekeken over de periode 26 juni 2023 tot en met 19 september 2023. Op de beelden is te zien dat op verschillende dagen een persoon komt aanrijden in een groene Mini Cooper en vervolgens handelingen verricht in de kofferbak van de Mercedes:
11 september 2023:
Een groene Mini Cooper parkeert voor de showroom. De bestuurder stapt uit. Loopt door de voordeur de showroom in en schakelt het alarm uit. In de showroom loopt de man naar de Mercedes en opent de kofferbak. Hij beweegt met zijn handen heen en weer in de kofferbak.
12 september 2023:
Groene Mini Cooper parkeert voor het pand. Man stapt uit met pakketje in zijn hand. De man opent de toegangsdeur, loopt naar de linkerkant van de showroom en verricht daar handelingen.
De man legt vervolgens iets in de kofferbak van de Mercedes.
Uit foto's, genomen op dinsdag 19 september 2023, blijkt dat er op deze plek op de muur waar de man handelingen verrichtte een bedieningskastje voor het alarmsysteem hangt.
14 september 2023:
Groene Mini Cooper wordt geparkeerd voor de showroom. Bestuurder loopt met een tas in zijn hand de showroom in en schakelt het alarm uit. Opent de kofferbak van de Mercedes en haalt iets uit de kofferbak dat er uitziet als een rechthoekig lichtgekleurd blok. Daarna vertrekt de man met de tas en rijdt weg in de Mini.
18 september 2023:
Groene Mini Cooper parkeert omstreeks 18:39 uur aan de straat bij het pand. Bestuurder stapt uit en opent de schuifpui met een sleutel. Daarna loopt hij met twee andere mannen die eerder waren gearriveerd, naar binnen. De bestuurder van de Mini Cooper gaat weer naar buiten en haalt iets uit zijn auto. Vervolgens loopt hij naar binnen met een zwarte tas, gelijkend op een sporttas. Deze tas zet hij vervolgens in de kofferbak van de Mercedes, waarna hij de kofferbak dichtgooit. Enige tijd later opent de man opnieuw de kofferbak van de Mercedes, tilt er een koffer uit en haalt daar iets uit. Daarna sluit hij de koffer weer en legt die weer in de kofferbak, waarna hij de kofferbak sluit. Uiteindelijk sluit de man met een sleutel de schuifpui en vertrekt hij in de Mini Cooper. De man was eerder die middag al met een zwarte Mercedes bij het pand aan komen rijden. Zijn signalement:
Stevig postuur
Kort zwart haar
Baardje
Zonnebril
Lichtkleurige bodywarmer
Donkerkleurig t-shirt
Blauwe spijkerbroek
Lichtkleurige gympen
Op de dag van de doorzoeking – 19 september 2023 – is verdachte gebeld om hem te vragen het pand te openen. Verdachte arriveerde in een Mini Cooper en opende het pand met een sleutel.
Verdachte zag er als volgt uit:
Stevig postuur
Kort zwart haar
Baardje
Lichtkleurige bodywarmer
Donkerkleurig T-shirt
Lichtkleurige gympen.
Op beelden van 3 augustus 2023 is gezien dat een man (NN1) met het volgende signalement:
Fors postuur
Kort donker haar
Licht shirt met lange mouwen
Lichtkleurige bodywarmer
Spijkerbroek
Lichtkleurige schoenen
contact heeft met een andere man (NN2).
Getuige [getuige] heeft zichzelf herkend als NN2 op de beelden van 3 augustus 2023 en verklaard dat hij daar stond te praten met de eigenaar van [bedrijf 1] (NN1) over een vreemd geluid bij het voorwiel van een Mercedes.
De verpakkingen van de in de kofferbak van de Mercedes aangetroffen drugs zijn bemonsterd op humane biologische sporen en de verschillende verpakkingen zijn gewaarmerkt met SIN AAQV4955N, SIN AAQV4956NL, SIN AAQV4957NL en SIN AAQV4958NL.
De bemonsteringen zijn onderzocht en vergeleken met het DNA-profiel van verdachte.
Het resultaat:
Het DNA-profiel in SIN AAQV4955NL en SIN AAQV4958NL komt overeen met het DNA-profiel van verdachte. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Oftewel: de kans dat een willekeurig persoon niet verwant aan verdachte dit profiel heeft is kleiner dan 1 op 1 miljard.
Bij SIN AAQV4956NL en SIN AAQV4957NL zijn DNA-mengprofielen aangetroffen, waarvan het hoofdprofiel (dus het meest prominent aanwezige DNA-profiel in het spoor) overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte, ook met een frequentie kleiner dan één op één miljard.
Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen is er volgens de rechtbank geen enkele twijfel dat het verdachte is geweest die de drugs in de Mercedes heeft gelegd en dus ook op 19 september 2023 aanwezig heeft gehad. Afgezien van de eigenaresse had alleen verdachte een sleutel van het pand. Daarnaast droeg verdachte op het moment van de doorzoeking dezelfde kleding als de persoon die te zien is op de camerabeelden van de dag ervoor en waarop te zien is dat deze persoon koffers en een tas in de kofferbak van de Mercedes legt. Daarnaast maakte hij gebruik van het hetzelfde voertuig, namelijk een groene Mini Cooper. Hij is, terwijl hij soortgelijke kleding, droeg bovendien als eigenaar van [bedrijf 1] herkend door getuige [getuige]. Ook blijkt uit het DNA-onderzoek dat het DNA-profiel van verdachte overeenkomt met het DNA-profiel dat is aangetroffen op verschillende verpakkingen van de drugs. De kans om dit DNA-spoor te treffen wanneer een andere persoon dan verdachte donor is geweest, is verwaarloosbaar klein.
De rechtbank acht de feiten 1 en 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank acht medeplegen niet bewezen nu uit de camerabeelden onvoldoende blijkt dat ook anderen dan verdachte drugs in de kofferbak van de Mercedes legden.
Ten aanzien van feit 3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe is kort gezegd aangevoerd dat de Mercedes met kenteken [kenteken 1] is betaald via een bankoverschrijvingen daarnaast met de inruil van een andere auto. Ten aanzien van de huurpenningen en het salaris van verdachtes moeder stelt de raadsman dat die kunnen zijn betaald uit legale inkomsten, die verdachte immers ook had, zoals onder meer is gebleken uit de door de politie gemaakte berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Dat een en ander met zogenaamd ‘fout’ geld is gefinancierd is niet vast te stellen zonder nader onderzoek.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank doorloopt bij de toets of sprake is van witwassen de volgende stappen. Als er op basis van de feiten en omstandigheden sprake is van een vermoeden van witwassen, dan mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van de goederen dan wel gelden. Deze verklaring moet concreet, in enige mate verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn. Zodra de verklaring van de verdachte voldoende tegenwicht biedt, is het aan het Openbaar Ministerie om nader onderzoek te doen naar de door de verdachte gestelde alternatieve herkomst van de voorwerpen. Uit de resultaten van dat onderzoek zal moeten blijken of met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst hebben en dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring overblijft.
Hiervoor heeft de rechtbank bewezen verklaard dat verdachte een grote hoeveelheid hard- en softdrugs aanwezig had. Gelet op de hoeveelheden kan worden gesproken van een handelshoeveelheid. Niet duidelijk is geworden hoeveel verdachte hiermee heeft verdiend. Daarom is door de politie gekozen om voor de ontneming die ook aan de orde is, een periodeberekening op te maken door middel van een zogenaamde eenvoudige kasopstelling.
In het Rapport Berekening Wederrechtelijk Verkregen voordeel (hierna: het rapport) is berekend dat verdachte in de periode van 1 januari 2020 tot en met 20 september 2023 aan legale contante ontvangsten € 97.436,95 beschikbaar had voor het doen van uitgaven, terwijl zijn contante uitgaven in die periode € 352.197,41 bedroegen. Dit komt neer op een verschil van € 254.760,46. De rechtbank zal het rapport als bewijsmiddel gebruiken bij het vaststellen of sprake is geweest van witwassen.
Op grond van de kasopstelling en de onderliggende gegevens acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen en de Mercedes-Benz op zijn minst genomen gedeeltelijk uit enig misdrijf afkomstig zijn. Immers, uit de kasopstelling blijkt dat er een groot bedrag aan onverklaarbaar vermogen is. Dit betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat de geldbedragen en de auto niet (direct dan wel indirect) van misdrijf afkomstig zijn.
Verdachte heeft aanvankelijk niet willen verklaren. In een aanvullend verhoor op 4 februari 2025 heeft verdachte verklaard dat hij onder meer inkomsten had (naast de bedragen die in de kasopstelling onder ontvangsten zijn opgenomen) uit een contante lening van [naam 2] ter waarde van € 30.000,- en wel degelijk uit de verkoop van geleverde metalen aan een metaalrecyclingbedrijf, anders dus dan waar in het rapport vanuit wordt gegaan.
Met betrekking tot de geldlening heeft verdachte slechts een handgeschreven briefje met kopieënvan ID-bewijzen overgelegd, waarin hij zelf aangeeft geld te hebben geleend van [naam 2], dat het een bedrag van € 30.000,- betreft en verder staat vermeld ‘In 3 delen á € 10.000,-‘ en daaronder 3 data (in september en oktober 2021). Hoewel een handgeschreven overeenkomst op zichzelf een geldige titel kan zijn voor een geldleningsovereenkomst, is er verder geen enkele indicatie van een afspraak over hoe dit bedrag zou worden terugbetaald of wanneer en onder welke voorwaarden de vermeende uitlener het geld terug zou krijgen. Verdachte heeft daarover alleen verklaard dat hij het bedrag terug zou betalen ‘als het goed ging’ en dat hij het nog niet heeft terugbetaald, omdat hij [naam 2] niet te pakken kreeg toen het goed ging. [naam 2] zou vastzitten in Spanje, maar verdere details of aanknopingspunten voor nader onderzoek daarnaar heeft verdachte niet gegeven. De rechtbank acht deze verklaring dan ook ongeloofwaardig, te meer nu het gaat om een flink bedrag, en gaat er dus ook niet vanuit dat verdachte dit bedrag (naast de in de kasopstelling vermeld legale ontvangsten) ter beschikking heeft gehad om (bijvoorbeeld) de huurpenningen of het salaris van [naam 1] te betalen.
Met betrekking tot de verkoop van geleverde metalen aan een metaalrecyclingbedrijf overweegt de rechtbank als volgt. Op de bankrekening van [bedrijf 1] is in de periode van 13 juli 2022 tot en met 30 augustus 2023 in totaal € 88.397,05 ontvangen van het bedrijf [bedrijf 2] (verder [bedrijf 2]). In de administratie van [bedrijf 1] zaten 8 inkoopfacturen van [bedrijf 2] voor levering van grote hoeveelheden koper, in totaal 11.301 kg.
Gebleken is dat [bedrijf 1] in die periode 15 [bedrijf 1] had verkocht, merendeels met een betrekkelijk lage waarde, en 22 [bedrijf 1] in handelsvoorraad had waarvan er twee naar de sloop zijn gegaan. Uit de administratie van [bedrijf 1] blijkt verder helemaal niets van inkoop van koper. Met een dergelijk kleine omzet kan [bedrijf 1] in de genoemde periode niet voor een dergelijk hoog bedrag aan koper hebben verkocht aan [bedrijf 2]. Verdachte heeft verklaard dat [bedrijf 2], nadat verdachte aan het bedrijf had doorgegeven dan wel getipt waar de autowrakken zich bevonden, deze wrakken ook vaak zelf ophaalde, voornamelijk bij autobedrijven in Duitsland. Verdachte kreeg daar dan voor betaald.
De rechtbank acht deze verklaring van verdachte ongeloofwaardig. De rechtbank betrekt hierbij de berekening van de politie dat verdachte, om een bedrag van € 88.397,05 van [bedrijf 2] te ontvangen, een hoeveelheid van 11.301 kg (gelijkstaand aan ongeveer 452,95 autowrakken) zou hebben moeten leveren aan [bedrijf 2] in een periode van slechts 1 jaar. Daarvan is echter niet gebleken in de administratie van verdachte. Evenmin is geloofwaardig dat verdachte dergelijke hoge bedragen ontving als hij feitelijk alleen als tipgever voor [bedrijf 2] optrad. Desgevraagd heeft verdacht ook geen autobedrijven/sloperijen in Duitsland kunnen noemen waar hij kwam voor het koper/de metalen. Deze feiten en omstandigheden rechtvaardigen het vermoeden dat sprake was van een witwasconstructie waarbij contante gelden (met onbekende herkomst) van verdachte giraal werden gemaakt, nadat verdachte deze gelden aan [bedrijf 2] heeft overgedragen. Verdachte heeft – met de gegeven verklaring zoals hierboven beschreven – geen voldoende concrete en verifieerbare verklaring gegeven die niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is, waarmee het vermoeden is weerlegd en op grond waarvan dus nader onderzoek had moeten worden verricht. Bovenstaande leidt dus tot de conclusie dat een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden voor de gelden die werden overgemaakt door [bedrijf 2] naar de bankrekening van het bedrijf van verdachte.
De Mercedes
Op 19 september 2023 is een Mercedes-Benz, type AMG (kenteken [kenteken 1]) in het bedrijfspand van verdachte aangetroffen.In de administratie van [bedrijf 1] bevond zich een rekening van € 83.000,- voor de aankoop van een Mercedes-Benz, type AMG, kenteken [kenteken 1], op 6 juli 2023.
Van dit bedrag werd € 37.500,- betaald door middel van inruil van een andere Mercedes, en
€ 45.500,- door middel van een bankoverschrijving.
Op 28 juni 2023, kort voor de aankoop van de Mercedes, vonden drie overboekingen plaats van [bedrijf 2] naar [bedrijf 1] van € 4.039,20, € 26.784,- en € 13.392,-, met de omschrijving “omzetten contant t.n.v. [bedrijf 1] naar giraal”, in totaal een bedrag van € 44.215,20.
Gelet op het hiervoor overwogene met betrekking tot de facturen van [bedrijf 2] voor de inkoop van koper, de datum waarop het bedrag door verdachte van [bedrijf 2] is ontvangen en de datum van overmaking van het resterende bedrag voor de Mercedes, kan het niet anders dan dat dit bedrag is gebruikt voor de aankoop van de Mercedes AMG, waar immers na aftrek van de inruilwaarde van de andere auto nog € 45.500,- per bank voor moest worden betaald.
Gezien de eerdere conclusie van de rechtbank met betrekking tot de stortingen van [bedrijf 2] op de bankrekening van het bedrijf van verdachte, is de Mercedes dus in ieder geval gedeeltelijk betaald met geld dat geen legale herkomst heeft en is de auto dus in ieder geval middellijk van enig misdrijf afkomstig.
De huurpenningen voor [adres 2] in Weurt
Verdachte huurde het pand aan de [adres 2] in Weurt vanaf 1 november 2021voor
€ 1.210,- per maand. De huurpenningen werden contant betaald aan de verhuurder.
Gelet op het hiervoor overwogene betreft dit contante uitgaven met geld dat geen legale herkomst heeft of in ieder geval met geld dat vermengd is geraakt met geld dat geen legale herkomst heeft.
Salaris van [naam 1]
heeft verklaard dat zij salaris via de bank ontving voor administratie- en schoonmaakwerkzaamheden en dat zij hiertoe twee tot drie keer per week in het pand kwam.
Op de camerabeelden die zijn gemaakt door de beveiligingscamera’s in en om het pand is niet gezien dat door een vrouw op enig moment schoonmaakwerkzaamheden of mogelijk administratieve werkzaamheden zijn verricht. Nu niet is gebleken dat voor het salaris enig werk werd verricht, was voor dat salaris geen rechtsgrond aanwezig. Sowieso is het merkwaardig dat aan een vennoot salaris wordt betaald. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat ook dit vermoedelijk een constructie was om geld, dat niet uit legale bron afkomstig was, wit te wassen. Verdachte heeft ook hier geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring voor gegeven die dit vermoeden weerlegt en op grond waarvan nader onderzoek had moeten worden verricht. Voor zover er ook sprake is geweest van uit legale bron verkregen inkomsten waarmee mogelijk deels bijvoorbeeld de auto of de huurpenningen zijn betaald, is de rechtbank van oordeel dat sprake is geweest van vermenging van legale en niet legale inkomsten. tot de bedragen verkregen uit misdrijf. Als gevolg daarvan is niet meer te herleiden of specifieke betalingen al dan niet helemaal zijn bekostigd met legaal dan wel niet legaal inkomen.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verdachte zowel de Mercedes als meerdere (grote) geldbedragen (waaronder de huurpenningen en de (salaris)betalingen aan [naam 1]) heeft verworven, voorhanden gehad, dan wel overgedragen, omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat de Mercedes en de geldbedragen minst genomen gedeeltelijk afkomstig waren – middellijk dan wel onmiddellijk – van enig misdrijf.
Gelet op de langere periode en de omstandigheid dat het witwassen kennelijk deel uitmaakte van de bedrijfsvoering van [bedrijf 1] , als middel om contant geld giraal te maken, acht de rechtbank gewoontewitwassen bewezen.
De rechtbank acht medeplegen niet bewezen, nu daarvoor onvoldoende aanknopingspunten in het dossier zitten.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op of omstreeks 19 september 2023 te Weurt, in elk geval in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad
- ongeveer 2500 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne,
- ongeveer 500 gram heroïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende heroïne, zijnde heroïne,
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2.
hij op of omstreeks 19 september 2023 te Weurt, in elk geval in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 9870 gram, in elk geval een hoeveelheid van
meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en
plantaardige elementen van hennep (hasjiesj), waaraan geen andere substanties
waren toegevoegd
zijnde hasjiesj (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende
lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3.
hij in of omstreeks de periode van 1 november 2019 tot en met 19 september 2023,
te Weurt, gemeente Beuningen, althans in Nederland en/of te Plettenberg, althans
in Duitsland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
voorwerpen, te weten
- een Mercedes-Benz, type AMG (kenteken [kenteken 1]), ter waarde van ongeveer
83.000 en/of
- een en/of meerdere (grote) geldbedrag(en), waaronder (contant) betaalde
huurpenningen voor de huur van de [adres 2] en/of een en/of meerdere
(salaris)betalingen aan [naam 1],
heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of
van voorwerpen, te weten voornoemde Mercedes en/of een en/of meerdere
geldbedragen, gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk
- afkomstig waren uit enig misdrijf,
en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod
feit 3:
van het plegen van witwassen een gewoonte maken
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat in geval van bewezenverklaring de rechtbank uitgaat van de LOVS-oriëntatiepunten, en er rekening mee houdt dat verdachte jong en first offender is en trouwplannen heeft.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De rechtbank overweegt in het bijzonder het volgende.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid cocaïne, heroïne en hasjiesj en aan gewoontewitwassen. Het is algemeen bekend dat harddrugs, eenmaal in handen van gebruikers, gevaren voor de gezondheid van die gebruikers opleveren, terwijl die gebruikers hun verslaving vaak door diefstal of ander crimineel handelen trachten te bekostigen, waardoor aan de samenleving schade wordt berokkend. Softdrugs kunnen bij langdurig gebruik leiden tot schade voor de gezondheid. Daarnaast zit er achter de drugshandel een wereld die veelal gepaard gaat met allerlei vormen van criminaliteit.
Het witwassen van criminele gelden vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Door witwassen wordt bovendien het plegen van strafbare feiten gefaciliteerd en lonend.
Naar het oordeel van de rechtbank is voor deze feiten slechts een gevangenisstraf passend.
De rechtbank acht, gelet op de ernst van de feiten, de eis van de officier van justitie passend, waarbij zij rekening houdt met het tijdsverloop en met hetgeen doorgaans in vergelijkbare gevallen wordt opgelegd. De rechtbank zal daarom aan verdachte een gevangenisstraf van 2 jaren opleggen, met aftrek van het voorarrest.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
- 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.
9. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.