ECLI:NL:RBGEL:2025:5486

ECLI:NL:RBGEL:2025:5486, Rechtbank Gelderland, 26-06-2025, 08.185054.22 (ontneming)

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 26-06-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 08.185054.22 (ontneming)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

de rechtbank wijst de ontnemingsvordering van € 153.289,86 af omdat verdachte is vrijgesproken voor het aan de ontnemingsvordering ten grondslag liggende feit.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Tegenspraak

Parketnummer : 08/185054-22 (ontneming)

Datum uitspraak : 10 juli 2025

uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedag] 1979 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] .

Raadsman: mr. S. Konya, advocaat in Bodegraven.

1. De inhoud van de vordering

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 153.289,86.

2. De procedure

De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontneming, gelet op de verzochte vrijspraak, dient te worden afgewezen nu veroordeelde geen voordeel heeft genoten.

3. De beoordeling van de vordering

De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 10 juli 2025 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde ter zake van onder andere de teelt van hennep in de panden gelegen aan de [adres 2] te [plaats 1] en de [adres 3] te [plaats 2] is veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De rechtbank kwam in dat vonnis tot een vrijspraak voor (het medeplegen van) de teelt en het voorhanden hebben van hennep, de diefstal van elektriciteit en het voorhanden hebben van voorwerpen bestemd voor de hennepteelt met betrekking tot het pand gelegen aan de [adres 4] te [plaats 1] .

De rechtbank gaat bij haar beoordeling uit van artikel 36e lid 2 van het Wetboek van strafrecht. Volgens deze bepaling kan de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel worden opgelegd aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en die door dat feit of uit de baten daarvan voordeel heeft verkregen. Daarnaast kan aan een veroordeelde ook de verplichting worden opgelegd wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen aan de staat uit andere strafbare feiten, waarvan buiten redelijke twijfel vaststaat dat een veroordeelde deze feiten heeft begaan.

De rechtbank zal de vordering van de officier van justitie tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel afwijzen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

De ontnemingsvordering is, gelet op het ‘Rapport wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij ex artikel 36e lid 2 Wetboek van Strafrecht’, enkel gebaseerd op de verkoop van hennep uit eerdere oogsten van de hennepkwekerij op de locatie [adres 4] te [plaats 1] , de locatie waarvoor de rechtbank veroordeelde heeft vrijgesproken voor de hennepteelt van een latere oogst. Dat veroordeelde wel betrokken is geweest bij eerdere oogsten op deze locatie kan de rechtbank niet buiten redelijke twijfel vaststellen en daarover dus ook geen voordeel berekenen.

Eventueel voordeel uit de bewezenverklaarde feiten of overige andere strafbare feiten ligt niet ten grondslag aan de vordering van het openbaar ministerie. De rechtbank zal daar daarom niet verder op ingaan.

4. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

5. De beslissing

De rechtbank wijst de vordering ontneming van de officier van justitie af.

Aldus gegeven door mr. A. van Veldhuizen (voorzitter), mr. M.J. Wasmann en mr. M.W.R. Koch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. van Doorn, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 juli 2025.

De griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand