ECLI:NL:RBGEL:2025:5684

ECLI:NL:RBGEL:2025:5684, Rechtbank Gelderland, 01-07-2025, 1330397924

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 01-07-2025
Datum publicatie 12-12-2025
Zaaknummer 1330397924
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0005289

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Veroordeling van een destijds 15-jarige jongen voor voltooide opzetverkrachting met geweld en poging tot opzetverkrachting met geweld en andere gewelds- en vermogensfeiten. De jongen heeft de feiten gepleegd onder invloed van een stoornis en is daarom verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank legt een gevangenisstraf op en de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Ook moet de jongen schadevergoeding betalen aan de slachtoffers van de zedenfeiten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team jeugdrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 13.303979.24, 16.214529.24, 16.214601.24, 16.273920.24, 05.253183.24, 13.260527.24, 05.313532.24 en 05.316102.24 gevoegd t.t.z.

Datum uitspraak : 1 juli 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] (Eritrea),

op dit moment gedetineerd in de RIJ [verblijfplaats] .

Raadsvrouw: mr. D. Simo, advocaat te Culemborg

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op terechtzittingen achter gesloten deuren.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 13.303979.24

1.

hij op of omstreeks 20 september 2024 te Hoogkarspel, gemeente Drechterland

met een persoon, te weten [slachtoffer 1]

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

het zoenen op de mond en/of

het op en/of onder de kleding betasten van de borst(en) en/of

het likken en/of zuigen en of in de mond nemen van de tepel(s) en/of

brengen/duwen van de vinger(s) tegen de vagina en/of de schaamlippen en/of

het wrijven over de clitoris en/of

het brengen/duwen van zijn geslachtsdeel tegen en/of tussen de schaamlippen,

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

die [slachtoffer 1] vanaf het station te achtervolgen en/of

die [slachtoffer 1] (meerdere malen) aan te spreken en/of te vragen of ze tijd had om te chillen en/of

die [slachtoffer 1] (met kracht) bij de nek en/of bij de heup(en) vast te pakken en/of

die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Ben je bang voor mij", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

die [slachtoffer 1] bij haar haren/vlecht vast te pakken en/of

die fiets van die [slachtoffer 1] vast te pakken en/of haar te beletten met de fiets weg te rijden en/of

die [slachtoffer 1] in de bossages te trekken en/of te duwen en/of

die [slachtoffer 1] bij de keel te grijpen en/of de keel gedurende langere tijd, met kracht, dicht te drukken en/of

die [slachtoffer 1] naar de grond te duwen/trekken en/of

bovenop die [slachtoffer 1] te gaan zitten en/of

die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Ga je rustig worden, ga je meewerken, ga je stil zijn", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

zijn hand(en) op/over de mond van die [slachtoffer 1] te drukken en/of

die [slachtoffer 1] in de buik te stompen en/of (met de vlakke hand) in het gezicht te slaan;

subsidiair

hij op of omstreeks 20 september 2024 te Hoogkarspel, gemeente Drechterland

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met een persoon, te weten [slachtoffer 1]

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten,

te weten het brengen/duwen van zijn vingers en/of zijn geslachtsdeel in de vagina,

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak

en deze poging tot opzetverkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging,

immers heeft hij,

die [slachtoffer 1] vanaf het station gevolgd en/of

die [slachtoffer 1] (meerdere malen) aangesproken en/of gevraagd of ze tijd had om te chillen en/of

die [slachtoffer 1] (met kracht) bij de nek en/of bij de heup(en) vastgepakt en/of

die [slachtoffer 1] de woorden toegevoegd: "Ben je bang voor mij", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

die [slachtoffer 1] bij haar haren/vlecht vastgepakt en/of

die fiets van die [slachtoffer 1] vastgepakt en/of haar heeft belet met de fiets weg te rijden en/of

die [slachtoffer 1] in de bossages heeft getrokken en/of geduwd en/of

die [slachtoffer 1] bij de keel heeft gegrepen en/of de keel gedurende langere tijd, met kracht, heeft dichtgedrukt en/of

die [slachtoffer 1] naar de grond heeft geduwd/getrokken en/of

bovenop die [slachtoffer 1] heeft gezeten en/of

die [slachtoffer 1] de woorden heeft toegevoegd: "Ga je rustig worden, ga je meewerken, ga je stil zijn", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

zijn hand(en) op/over de mond van die [slachtoffer 1] heeft gedrukt en/of

die [slachtoffer 1] in de buik heeft gestompt en/of (met de vlakke hand) in het gezicht heeft geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

meer subsidiair

hij op of omstreeks 20 september 2024 te Hoogkarspel, gemeente Drechterland

met een persoon, te weten [slachtoffer 1]

een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten

het op en/of onder de kleding betasten van de borst(en) en/of

het likken en/of zuigen en of in de mond nemen van de tepel(s) en/of

brengen/duwen van de vinger(s) tegen de vagina en/of de schaamlippen en/of

het brengen/duwen van zijn geslachtsdeel tegen deschaamlippen,

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak,

en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of

gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

die [slachtoffer 1] vanaf het station te achtervolgen en/of

die [slachtoffer 1] (meerdere malen) aan te spreken en/of te vragen of ze tijd had om te chillen en/of

die [slachtoffer 1] (met kracht) bij de nek en/of bij de heup(en) vast te pakken en/of

die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Ben je bang voor mij", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

die [slachtoffer 1] bij haar haren/vlecht vast te pakken en/of

die fiets van die [slachtoffer 1] vast te pakken en/of haar te beletten met de fiets weg te rijden en/of

die [slachtoffer 1] in de bossages te trekken en/of te duwen en/of

die [slachtoffer 1] bij de keel te grijpen en/of de keel gedurende langere tijd, met kracht, dicht te drukken en/of

die [slachtoffer 1] naar de grond te duwen/trekken en/of

bovenop die [slachtoffer 1] te gaan zitten en/of

die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Ga je rustig worden, ga je meewerken, ga je stil zijn", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

zijn hand(en) op/over de mond van die [slachtoffer 1] te drukken en/of

die [slachtoffer 1] in de buik te stompen en/of (met de vlakke hand) in het gezicht te slaan;

2.

hij op of omstreeks 6 september 2024 te Amsterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met een persoon, te weten [slachtoffer 2]

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten,

te weten het brengen/duwen van zijn geslachtsdeel en/of de vingers in de vagina en/o tussen de schaamlippen,

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak

en deze poging tot opzetverkrachting te doen voorafgaan door,

vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging,

immers heeft hij

die [slachtoffer 2] in de nachtelijke uren, gedurende enige tijd en/of over langere afstand gevolgd en/of

die [slachtoffer 2] bij de nek en/of om haar middel vastgepakt en/of

haar meegetrokken richting een hekwerk en/of containers en/of

die [slachtoffer 2] , met kracht bij de keel vastgepakt en/of de keel heeft dichtgedrukt en/of

haar naar de grond geduwd en/of getrokken en/of

- terwijl hij bovenop die [slachtoffer 2] lag - rijdende/neukende bewegingen gemaakt en/of

de knoop en/of de rits van de broek van die [slachtoffer 2] open gemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

subsidiair

hij op of omstreeks 6 september 2024 te Amsterdam

met een persoon, te weten [slachtoffer 2]

een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten het kussen op de mond en/of

het brengen van zijn tong in de mond (tongzoenen) en/of

het op en/of onder de kleding betasten van en/of knijpen in de borst(en) en/of

het maken van neukebewegingen en/of duwen van zijn (stijve, bedekte) geslachtsdeel tegen de (bedekte) schaamstreek, terwijl hij op die [slachtoffer 2] lag,

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak,

en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

die [slachtoffer 2] in de nachtelijke uren, gedurende enige tijd en/of over langere afstand te volgen en/of

die [slachtoffer 2] bij de nek en/of om haar middel vast te pakken en/of

haar mee te trekken richting een hekwerk en/of containers en/of

die [slachtoffer 2] , met kracht bij de keel vast te pakken en/of de keel dicht te drukken en/of

haar naar de grond te duwen en/of te trekken en/of

- terwijl hij bovenop die [slachtoffer 2] lag - rijdende/neukende bewegingen te maken en/of

de knoop en/of de rits van de broek van die [slachtoffer 2] open te maken;

parketnummer 16.214529.24

1.

hij op of omstreeks 21 juni 2024 te Hilversum

een of meerdere blikjes frisdrank en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed,

die/dat geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij op of omstreeks 22 juni 2024 te Hilversum

een of meerdere blikjes frisdrank en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed,

die/dat geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking;

parketnummer 16.214601.24

1.

hij op of omstreeks 30 juni 2024 te Veenendaal

opzettelijk een fatbike, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als potentieel koper en om een proefrit mee te maken, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij op of omstreeks 30 juni 2024 te Hilversum

opzettelijk een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder van de telefoon, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

parketnummer 16.273920.24

hij op of omstreeks 24 juli 2024 te Utrecht

een oplaadsnoer, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf 3] ,

in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

parketnummer 05.253183.24

1.

hij op of omstreeks 6 augustus 2024 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek jullie allemaal neer, ik pak jullie straks, kom dan, kom dan, Ik schiet jullie door je hoofd",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

door met een (glas)scherf, althans hard puntig voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 4] /of

[slachtoffer 5] te zwaaien, althans te tonen;

2.

hij op of omstreeks 6 augustus 2024 te Nijmegen

opzettelijk en wederrechtelijk een kabel (van een inbelsysteem van een deur), in elk

geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 4] (locatie: [adres] ),

in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

parketnummer 13.260527.24

hij op of omstreeks 14 augustus 2024 te Amsterdam

opzettelijk een elektrische fiets (merk: Ouxi V8), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 5] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte

en welk goed verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende had

genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd goed

te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat goed anders dan door

misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

parketnummer 05.313532.24

hij op of omstreeks 26 september 2024 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal

[slachtoffer 6] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door

- een scherp en/of puntig voorwerp, aan die [slachtoffer 6] te tonen en/of

- die [slachtoffer 6] dreigend de woorden toe te voegen "ik ga je neersteken" althans woorden

van gelijke dreigende aard of strekking;

parketnummer 05.316102.24

hij op of omstreeks 2 oktober 2024 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal

[slachtoffer 7] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer 7] (meermaals) dreigend de woorden toe te voegen "kom maar, ik ga je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair en feit 2 primair van parketnummer 13.303979.24, te weten opzetverkrachting met geweld en poging daartoe. Ook de feiten in de overige zaken kunnen volgens de officier van justitie worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

In parketnummer 13.303979.24 heeft de raadsvrouw gevraagd verdachte vrij te spreken van feit 1 primair en van feit 2 primair en subsidiair. Voor feit 1 primair ontbreekt volgens haar objectief bewijs dat het seksueel binnendringen was voltooid zodat verkrachting niet kan worden bewezen. Ten aanzien van feit 2 wordt het gebruik van geweld, bedreiging en dwang door verdachte betwist. De seksuele aanrakingen van verdachte waren ook niet gericht op het binnendringen van het lichaam van aangeefster. Van een begin van uitvoering van verkrachting is daarom geen sprake. Bewijs voor tongzoenen, opgenomen onder feit 2 subsidiair, ontbreekt. Voor feit 1 subsidiair en meer subsidiair evenals voor de feiten in de overige zaken heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

parketnummer 13.303979.24

feit 1

Bewijsmiddelen

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft het volgende verklaard. Op 20 september 2024 rond 15:50 uur nam zij op station Amsterdam CS de trein. Een jongen kwam schuin achter haar zitten. Hij staarde naar haar. Bij station Hoogkarspel stapte zij uit, pakte haar fiets en reed weg. Bij het oversteken keek zij achterom en zag zij dat de jongen uit de trein een paar meter achter haar fietste. Toen zij even later moest wachten bij een kruispunt, sprak de jongen haar aan. Zij staken de weg over en kwamen bij een plek met veel groen. De jongen vroeg of zij tijd had om met hem te chillen. Zij zei dat zij geen tijd had. Hij kwam dichterbij staan. Hij legde zijn hand in haar nek. Zij vroeg hem of hij haar alsjeblieft niet wilde aanraken. Vervolgens raakte hij haar heup aan. Hij bleef aandringen dat zij tijd voor hem moest maken en klonk geïrriteerd. Hij legde zijn hand opnieuw in haar nek en pakte haar stevig vast. Hij vroeg haar of zij bang was van hem. Zij vroeg hem weer om haar los te laten. Hierop liet hij haar nek los en pakte haar haren stevig vast. Hij trok haar fiets naar voren tot aan de bosjes zodat zij niet weg kon. Hierna pakte hij haar haren vast en trok haar de bosjes in. Zij gilde waarop hij haar keel dichtdrukte. Zij viel met haar rug op de grond in de bosjes. Hij bleef haar keel dichtdrukken met twee handen totdat zij geen lucht meer kreeg. Zij hoestte en snakte naar adem. Hij zat over haar heen, met zijn knieën op de grond en zei meerdere malen: "Ga je rustig worden, ga je meewerken, ga je stil zijn?" Daarna haalde hij zijn handen van haar keel en plaatste deze op haar mond. Hij liep een aantal keer even weg om te kijken of er mensen aankwamen en ging weer over haar heen zitten.

Hij beet op haar linker wang. Vervolgens zoende hij haar op de mond. Hij deed haar bh en topje naar beneden. Toen zij zich verzette, gaf hij haar een stomp in de buik. Zij legde haar hand over haar ontblote borst. Hij gaf haar (met de vlakke hand) een klap in het gezicht en haalde haar hand weg. Hij ging met zijn mond aan haar tepel, zoog er aan. Met beide handen trok hij haar broek en onderbroek aan de broeksband naar beneden en maakte de knoop en gulp van haar broek open. Zij voelde dat hij iets nats op zijn vingers had en zijn vingers naar haar vagina en clitoris bracht. Hij deed zijn broek een stukje uit. Zij voelde zijn penis tussen en tegen haar schaamlippen duwen. Na enkele minuten stond hij op en fietste weg.

Dezelfde dag heeft de politie een onderzoeksset zedendelicten bij aangeefster afgenomen. De huid rond en bij (onder meer) de schaamlippen werd bemonsterd. Uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut komt naar voren dat twee monsters van de binnenste schaamlippen (‘nat’ en ‘droog’) positief zijn getest op de aanwezigheid van spermavloeistof. DNA-onderzoek wijst uit dat de aangetroffen spermavloeistof afkomstig kan zijn van verdachte waarbij de bewijskracht/ berekende matchkans kleiner is dan één op één miljard.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij aangeefster in de trein zag. Later, op de fiets, vroeg hij haar of zij met hem wilde chillen. Hij heeft haar gekust (op de wang) en aangeraakt op haar borsten (over haar kleding). Hij heeft de rits van haar broek opengedaan en heeft met zijn vingers de voorkant van haar - door hem - ontblote geslachtsdeel aangeraakt.

Op de zitting van 17 juni 2025 heeft verdachte verklaard dat hij aangeefster al had gezien in de stationshal van Amsterdam CS voordat hij in de trein stapte. In de trein heeft hij een foto van haar gemaakt. Nadat zij de trein waren uitgestapt, heeft hij bij de fietsenstalling een fiets gestolen en is hij achter aangeefster aan gefietst omdat hij haar iets wilde vragen. Het klopt dat aangeefster tegen hem heeft gezegd dat hij haar moest loslaten. Hij zag dat zij niet wilde dat hij haar aanraakte. Ook klopt haar verklaring dat hij haar hierna bij haar middel en haar nek heeft vastgepakt en aan haar haren naar beneden heeft getrokken. Verdachte herkent zichzelf op de foto’s van de camerabeelden van 20 september 2024 van het instappen in de trein, die de politie aan hem heeft getoond.

De politie heeft camerabeelden van 20 september 2024 uitgekeken en het volgende beschreven. Te zien is dat verdachte op het perron van Amsterdam CS achter aangeefster aan loopt, naar haar kijkt en achter haar de trein instapt. Op camerabeelden opgenomen vanaf de Nieuweweg in Hoogkarspel is te zien dat verdachte om 16:51 uur in flink tempo achter aangeefster aanfietst. Ook is te zien dat verdachte om 17:13 uur weer op het station in Hoogkarspel is, de fiets achterlaat en om 18:09 uur op het perron van station CS in Amsterdam loopt.

Op de telefoon van verdachte zag de politie 9 foto’s en een video van aangeefster zittend in de trein, gemaakt op 20 september 2024 tussen 16:18 en 16:25 uur.

Bewijsoverwegingen

Verdachte erkent dat hij met zijn vingers de - door hem - ontblote vagina van aangeefster heeft aangeraakt. Ook heeft hij bekend dat hij aangeefster heeft gekust en dat hij haar borsten heeft aangeraakt. Dat verdachte zijn penis tussen de schaamlippen van aangeefster heeft geduwd zoals aangeefster heeft verklaard en dat dus sprake is geweest van penetratie, wordt objectief ondersteund door de resultaten van het DNA-onderzoek van het NFI. Gelet op de bijzonder hoge zeldzaamheidswaarde van de bewijskracht/berekende matchkans, concludeert de rechtbank dat de spermavloeistof aangetroffen tussen de (binnenste) schaamlippen van aangeefster, afkomstig is van verdachte. Het brengen van de penis tussen de schaamlippen is een handeling die is aan te merken als seksueel ‘binnendringen’ van het lichaam in de zin van artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht. Dat de penetratie met de penis in de beleving van aangeefster niet (geheel) was gelukt, maakt dit niet anders nu het gaat om een juridisch begrip. Dat aangeefster zijn penis niet heeft gezien omdat zij haar ogen dicht had, leidt niet tot een ander oordeel omdat aangeefster duidelijk heeft verklaard de penis van verdachte te hebben gevoeld. Op basis van de aangifte acht de rechtbank ook de overige seksuele handelingen door verdachte, opgenomen onder feit 1 primair, wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank neemt bovendien aan dat verdachte aangeefster vanaf Amsterdam CS is gevolgd met de kennelijke bedoeling seks met haar te hebben. Uit de bewijsmiddelen maakt de rechtbank op dat verdachte aangeefster al op het station van Amsterdam in het oog had. Verdachte is vervolgens vlak bij aangeefster in de trein gaan zitten, heeft foto’s van aangeefster gemaakt en is uitgestapt toen aangeefster ook uitstapte. Op de zitting heeft verdachte geen aannemelijke verklaring kunnen geven waarom hij met de trein van Amsterdam richting Hoogkarspel is gereisd. Uit de foto’s en video die verdachte van aangeefster - kennelijk heimelijk- in de trein heeft gemaakt, leidt de rechtbank af dat hij interesse had in haar. Ook is uit de camerabeelden duidelijk geworden dat verdachte vervolgens met een ter plekke gestolen fiets in flink tempo achter aangeefster is aangefietst. Bovendien is verdachte direct na het feit teruggereisd naar Amsterdam.

Verdachte heeft op de zitting van 17 juni 2025 bevestigd dat aangeefster niet wilde dat hij haar aanraakte. Hij wist dat zijn seksuele handelingen tegen haar wil waren, maar is toch doorgegaan. Dit levert opzetverkrachting op. Op basis van de aangifte - ondersteund door de verklaring van verdachte- stelt de rechtbank verder vast dat verdachte haar met geweld en bedreigende woorden zoals opgenomen in de tenlastelegging, heeft gedwongen zijn seksuele handelingen te ondergaan.

Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan gekwalificeerde opzetverkrachting van [slachtoffer 1] , zoals primair ten laste gelegd.

feit 2

Bewijsmiddelen

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft het volgende verklaard. Op 6 september 2024 omstreeks 02:00 uur nam zij bij Amsterdam CS de pont naar de Buiksloterweg. Nadat de pont was aangekomen, fietsen haar vrienden weg en liep zij alleen verder. Ter hoogte van de A’dam toren dook ineens een onbekende man op die naast haar ging lopen. Hij sprak haar aan en stelde allerlei vragen in het Engels. Het was donker op straat en er was verder niemand in de buurt. De man kwam dichter bij haar lopen. Zij vroeg de man om haar met rust te laten, weg te gaan en maakte afwerende gebaren. Hij bleef naast haar lopen, versnelde zijn pas. In de Ceramiquelaan stond hij ineens voor haar. Zij rende weg maar liep vast bij de bouwhekken. De man kwam naar haar toe, legde een hand om haar nek en zijn andere hand om haar middel. Hij trok haar mee richting de hekken en containers. Hij maakte geluiden (ssst), gebaarde dat zij stil moest zijn. Terwijl hij zijn hand om haar keel hield, duwde hij haar met haar rug op de grond. Zij kreeg geen lucht. Hierna ging hij boven op haar liggen en maakte rijdende/neukbewegingen. Zij voelde zijn harde penis door haar kleding tegen haar vagina drukken, terwijl hij haar meerdere malen op de mond kuste. Met zijn hand ging hij onder haar top en bh, kneep in haar rechterborst en duwde haar bovenkleding opzij. Hij ging rechtop op zijn knieën zitten, greep haar broek vast en maakte de knoop en rits van haar broek open. Hij probeerde haar vagina aan te raken. Hij keek telkens om zich heen of er iemand aan kwam. Om te kunnen ontsnappen, gaf zij aan dat zij naar haar appartement konden gaan. Even later stond de man op, waarna zij hard wegrende.

De politie heeft kleding van aangeefster bemonsterd. Uit het initiële onderzoek van het NFI komt naar voren dat de bemonstering van de binnenzijde van de bh en de buitenzijde van de broeksband, knoop en rits positief is getest op de aanwezigheid van DNA van een onbekend persoon. Verder DNA-onderzoek wijst uit dat het aangetroffen DNA (mede) afkomstig kan zijn van verdachte waarbij de bewijskracht/berekende matchkans kleiner is dan 1 op 7 miljoen respectievelijk 1 op 1 miljard.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij laat in de avond op de boot naar de overkant van Amsterdam CS een meisje zag. Zij stapten van de boot en hij sprak haar aan. Onder een hoog gebouw heeft hij haar gekust (op de wang). Op de zitting van 17 juni 2025 heeft verdachte bevestigd dat hij haar in het Engels heeft aangesproken.

De politie heeft camerabeelden van 6 september 2024 uitgekeken en het volgende beschreven. Te zien is dat een nader omschreven jongen, de rechtbank begrijpt verdachte, rond 02:13 uur vanaf CS komt aanlopen bij de opstapplaats van de pont naar de Buiksloterweg en plaats neemt in het zithokje. Even later arriveert aangeefster samen met anderen bij het zithokje. Om 02:39 en 02:40 uur te zien dat verdachte in versnelde pas richting aangeefster loopt, op de Volewijckbrug achter haar aan loopt en vervolgens in de Ceramiquelaan naast haar loopt. Verder is te zien dat verdachte om 02.50 uur rennend uit de richting van de Ceramiquelaan komt.

Bewijsoverwegingen

De rechtbank ziet geen reden voor twijfel aan de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster. Zij heeft authentiek, gedetailleerd en voldoende specifiek verklaard over de gebeurtenissen, de ondergane seksuele handelingen en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden. Voorts wordt haar verklaring ondersteund door verdachte, in de zin dat hij erkent dat hij een meisje heeft gezien op de pont, haar heeft aangesproken en aan de overkant van het water heeft gekust.

De verklaring van aangeefster dat verdachte haar bh opzij heeft geduwd en de knoop en rits van haar broek open heeft gemaakt, vindt objectieve steun in de resultaten van het DNA-onderzoek van het NFI. Gelet op de bijzonder hoge zeldzaamheidswaarde van de bewijskracht/berekende matchkans concludeert de rechtbank - dat het op de kleding aangetroffen DNA (mede) afkomstig is van verdachte. Op grond van de opgenomen bewijsmiddelen acht de rechtbank de door aangeefster beschreven seksuele handelingen door verdachte wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of deze seksuele handelingen kunnen worden gekwalificeerd als een poging tot opzetverkrachting in de zin van artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht, primair ten laste gelegd.

Artikel 45, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat een poging tot misdrijf strafbaar is, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard. In de jurisprudentie is bepaald dat daarvoor is vereist dat er gedragingen zijn verricht die kunnen worden beschouwd als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf. Dat is het geval bij gedragingen die naar hun uiterlijke verschijningsvorm zijn gericht op de voltooiing van het voorgenomen misdrijf. Een belangrijke beoordelingsfactor hierbij is hoe dicht de vastgestelde gedragingen bij de voltooiing van het voorgenomen misdrijf lagen, bijvoorbeeld in tijd en/of plaats, en hoe concreet de gedragingen daarop waren gericht.

De rechtbank stelt vast dat verdachte boven op aangeefster is gaan liggen, daarbij rijdende/neukbewegingen heeft gemaakt, met zijn penis op haar kleding tegen haar vagina drukte, haar meerdere malen heeft gezoend op de mond en haar borst heeft ontbloot en betast. Hierna heeft hij haar broek opengemaakt en geprobeerd haar vagina aan te raken. De rechtbank is van oordeel dat het samenspel van deze seksuele handelingen naar de uiterlijke verschijningsvorm kan worden aangemerkt als gericht op voltooiing van het seksueel binnendringen van het lichaam van aangeefster. Dat het ook de bedoeling was van verdachte om aangeefster te verkrachten volgt voorts uit zijn modus operandi. Uit de bewijsmiddelen maakt de rechtbank op dat verdachte aangeefster ‘s nachts enige tijd over een langere afstand doelbewust heeft gevolgd. Vervolgens heeft hij haar op een donkere en verlaten plek met geweld overmeesterd op nagenoeg dezelfde wijze als bij de verkrachting van [slachtoffer 1] korte tijd later. Immers, evenals [slachtoffer 1] heeft hij [slachtoffer 2] naar de grond gewerkt door haar met kracht bij de nek en keel vast te pakken en heeft hij haar keel dichtgedrukt totdat zij geen lucht meer kreeg. Daarbij heeft hij haar verzet volledig genegeerd. Dat het niet tot een voltooide verkrachting is gekomen, ligt niet aan verdachte maar aan de omstandigheid dat aangeefster kon ontsnappen.

Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot gekwalificeerde opzetverkrachting van [slachtoffer 2] , zoals primair ten laste gelegd.

parketnummer 16.214529.24

feit 1

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte p. 42;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 juni 2025, gelezen in onderlinge samenhang met het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 60 en 63.

feit 2

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte p. 5;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 juni 2025, gelezen in onderlinge samenhang met het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 57 en 63.

parketnummer 16.214601.24

feit 1

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte p. 10-11;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 juni 2025, gelezen in onderlinge samenhang met het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 51-52.

feit 2

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van bevindingen p. 32 gelezen in onderlinge samenhang met proces-verbaal van bevindingen p. 34;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 juni 2025, gelezen in onderlinge samenhang met het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 51.

parketnummer 16.273920.24

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte p. 5-6;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 juni 2025, gelezen in onderlinge samenhang met het proces-verbaal van verhoor verdachte p. 18.

parketnummer 05.253183.24

feit 1

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte p. 5-6;

- het proces-verbaal van verhoor getuige p.10;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 juni 2025, gelezen in onderlinge samenhang met proces-verbaal van verhoor verdachte p. 30-31.

feit 2

- het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever p. 8;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 juni 2025, gelezen in

onderlinge samenhang met proces-verbaal van verhoor verdachte p. 32.

parketnummer 13.260527.24

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (ex artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte p. 5-6;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 17 juni 2025, gelezen in onderlinge samenhang met proces-verbaal van verhoor verdachte p. 24.

parketnummer 05.313532.24

Aangever [slachtoffer 6] , medewerker bij [bedrijf 4] in Groesbeek, heeft verklaard dat hij, nadat hij verdachte een laatste waarschuwing had gegeven, hoorde dat verdachte zijn dreigementen herhaalde, hem uitschold en voorwerpen vernielde in zijn kamer. Toen hij via het doorkijkluik contact probeerde te maken met verdachte, hoorde hij verdachte meerdere malen zeggen: “ik ga je neersteken”. Ook hoorde hij verdachte vragen of hij op zijn kamer wilde komen zodat hij hem kon neersteken. Aangever vroeg verdachte om het voorwerp dat hij in de hand had te laten zien en weg te leggen. Aangever voelde zich hierdoor erg bedreigd.

Verdachte heeft verklaard dat hij boos was omdat hij naar zijn kamer was gestuurd, dat hij tegen aangever heeft gescholden en een stuk plastic van een vernielde vouwkrat in zijn hand had toen aangever door het luik tegen hem sprak.

De rechtbank overweegt dat de aangifte wordt ondersteund door de verklaring van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat de woorden - opgenomen in de tenlastelegging - dreigend van aard zijn en in de gegeven omstandigheden in het algemeen redelijke vrees kunnen opwekken in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht. Daarbij overweegt de rechtbank dat verdachte die dag al enige tijd verbaal en fysiek agressief was. Wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het stuk plastic dat hij in de hand had, ook aan aangever heeft getoond, ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank zodat verdachte van dit onderdeel wordt vrijgesproken.

parketnummer 05.316102.24

Aangever [slachtoffer 7] , medewerker bij [bedrijf 4] in Groesbeek, heeft verklaard dat verdachte op 2 oktober 2024 aan het schelden was en met spullen gooide op zijn kamer. Toen aangever even later door het doorkijkluik vroeg of hij de deur kon openmaken om met hem te praten, hoorde hij dat verdachte meerdere malen zei: “Kom maar, ik ga je neersteken”.

Collega [getuige] hoorde dat verdachte meerdere malen door het luikje tegen zijn begeleider schreeuwde: “Ik ga je neersteken”.

Verdachte erkent dat hij heel boos was op aangever en de woorden zoals opgenomen in de tenlastelegging heeft gezegd.

Op basis van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank bewezen dat verdachte de ten laste gelegde dreigende woorden heeft geroepen naar aangever. Gelet op het agressieve gedrag van verdachte, konden deze woorden in de gegeven omstandigheden in het algemeen redelijke vrees opwekken bij aangever.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

parketnummer 13.303979.24

1. primair

hij op of omstreeks 20 september 2024 te Hoogkarspel, gemeente Drechterland

met een persoon, te weten [slachtoffer 1]

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

het zoenen op de mond en/of

het op en/of onder de kleding betasten van de borst(en) en/of

het likken en/of zuigen en of in de mond nemen van de tepel(s) en/of

brengen/duwen van de vinger(s) tegen de vagina en/of de schaamlippen en/of

het wrijven over de clitoris en/of

het brengen/duwen van zijn geslachtsdeel tegen en/of tussen de schaamlippen,

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak

en welke opzetverkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

die [slachtoffer 1] vanaf het station te achtervolgen en/of

die [slachtoffer 1] (meerdere malen) aan te spreken en/of te vragen of ze tijd had om te chillen en/of

die [slachtoffer 1] (met kracht) bij de nek en/of bij de heup(en) vast te pakken en/of

die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Ben je bang voor mij", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

die [slachtoffer 1] bij haar haren/vlecht vast te pakken en/of

die fiets van die [slachtoffer 1] vast te pakken en/of haar te beletten met de fiets weg te rijden en/of

die [slachtoffer 1] in de bossages te trekken en/of te duwen en/of

die [slachtoffer 1] bij de keel te grijpen en/of de keel gedurende langere tijd, met kracht, dicht te drukken en/of

die [slachtoffer 1] naar de grond te duwen/trekken en/of

bovenop die [slachtoffer 1] te gaan zitten en/of

die [slachtoffer 1] de woorden toe te voegen: "Ga je rustig worden, ga je meewerken, ga je stil zijn", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

zijn hand(en) op/over de mond van die [slachtoffer 1] te drukken en/of

die [slachtoffer 1] in de buik te stompen en/of (met de vlakke hand) in het gezicht te slaan;

2. primair

hij op of omstreeks 6 september 2024 te Amsterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met een persoon, te weten [slachtoffer 2]

een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten,

te weten het brengen/duwen van zijn geslachtsdeel en/of de vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen,

terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak

en deze poging tot opzetverkrachting te doen voorafgaan door,

vergezellen van en/of volgen door dwang en geweld en/of bedreiging,

immers heeft hij

die [slachtoffer 2] in de nachtelijke uren, gedurende enige tijd en/of over langere afstand gevolgd en/of

die [slachtoffer 2] bij de nek en/of om haar middel vastgepakt en/of

haar meegetrokken richting een hekwerk en/of containers en/of

die [slachtoffer 2] , met kracht bij de keel vastgepakt en/of de keel heeft dichtgedrukt en/of

haar naar de grond geduwd en/of getrokken en/of

- terwijl hij bovenop die [slachtoffer 2] lag - rijdende/neukende bewegingen gemaakt en/of

de knoop en/of de rits van de broek van die [slachtoffer 2] open gemaakt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

parketnummer 16.214529.24

1.

hij op of omstreeks 21 juni 2024 te Hilversum

een of meerdere blikjes frisdrank en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed,

die/dat geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij op of omstreeks 22 juni 2024 te Hilversum

een of meerdere blikjes frisdrank en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed,

die/dat geheel of ten dele aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en/of verbreking;

parketnummer 16.214601.24

1.

hij op of omstreeks 30 juni 2024 te Veenendaal

opzettelijk een fatbike, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als potentieel koper en om een proefrit mee te maken, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2.

hij op of omstreeks 30 juni 2024 te Hilversum

opzettelijk een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als vinder van de telefoon, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

parketnummer 16.273920.24

hij op of omstreeks 24 juli 2024 te Utrecht

een oplaadsnoer, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de [bedrijf 3] ,

in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

parketnummer 05.253183.24

1.

hij op of omstreeks 6 augustus 2024 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek jullie allemaal neer, ik pak jullie straks, kom dan, kom dan, Ik schiet jullie door je hoofd",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

door met een (glas)scherf, althans hard puntig voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 5] te zwaaien, althans te tonen;

2.

hij op of omstreeks 6 augustus 2024 te Groesbeek

opzettelijk en wederrechtelijk een kabel (van een inbelsysteem van een deur), in elk

geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 4] (locatie: [adres] ),

in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de onder feit 2 opgenomen plaatsnaam (Nijmegen) sprake is van een kennelijke verschrijving en dat de locatie van [bedrijf 4] aan de [adres] in Groesbeek is bedoeld. In het licht van de inhoud van het dossier kan hierover geen misverstand bestaan. De rechtbank heeft daarom de plaatsnaam aangepast in de bewezenverklaring.

parketnummer 13.260527.24

hij op of omstreeks 14 augustus 2024 te Amsterdam

opzettelijk een elektrische fiets (merk: Ouxi V8), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 5] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte

en welk goed verdachte uit de winkelvoorraad van voornoemde rechthebbende had

genomen onder gehoudenheid om, alvorens die winkel te verlaten voornoemd goed

te betalen, in elk geval ter betaling aan te bieden, en aldus dat goed anders dan door

misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

parketnummer 05.313532.24

hij op of omstreeks 26 september 2024 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal

[slachtoffer 6] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door

- een scherp en/of puntig voorwerp, aan die [slachtoffer 6] te tonen en/of

- die [slachtoffer 6] dreigend de woorden toe te voegen "ik ga je neersteken" althans woorden

van gelijke dreigende aard of strekking;

parketnummer 05.316102.24

hij op of omstreeks 2 oktober 2024 te Groesbeek, gemeente Berg en Dal

[slachtoffer 7] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,

door die [slachtoffer 7] (meermaals) dreigend de woorden toe te voegen "kom maar, ik ga je neersteken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 13.303979.24

Ten aanzien van feit 1 primair:

Opzetverkrachting voorafgegaan door en vergezeld van dwang, geweld en bedreiging.

Ten aanzien van feit 2 primair:

Poging tot opzetverkrachting voorafgegaan door en vergezeld van dwang en geweld.

parketnummer 16.214529.24

Ten aanzien van feit 1 en feit 2 telkens:

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

parketnummer 16.214601.24

Ten aanzien van feit 1 en feit 2 telkens:

Verduistering.

parketnummer 16.273920.24

Diefstal.

parketnummer 05.253183.24

Ten aanzien van feit 1:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermaals gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

parketnummer 13.260527.24

Verduistering.

parketnummer 05.313532.24 en parketnummer 05.316102.24 telkens:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot 10 maanden jeugddetentie en dat de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (hierna: PIJ-maatregel) wordt opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht geen onvoorwaardelijke maar een voorwaardelijke PIJ-maatregel op te leggen. Verdachte heeft aangegeven dat hij wil meewerken aan behandeling. In geval daarnaast een jeugddetentie wordt opgelegd is verzocht aan te sluiten bij de tijd doorgebracht in voorarrest. Gewezen is op de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft in vier maanden tijd een reeks ernstige strafbare feiten gepleegd.

Hij heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting met geweld en poging tot verkrachting met geweld van twee willekeurige jonge vrouwen op straat. De verkrachting vond overdag plaats in Hoogkarspel. De poging speelde zich een paar weken eerder af ’s nachts in Amsterdam-Noord dicht bij de woning van het slachtoffer. Omdat het slachtoffer uiteindelijk kon ontsnappen, is het bij een poging gebleven. Verdachte is zeer berekenend te werk gegaan. Nadat hij de vrouwen in het vizier kreeg op Amsterdam CS, heeft hij hen langere tijd gevolgd in het openbaar vervoer en op straat. Daarna heeft hij de vrouwen met geweld overmeesterd. Hij heeft hen naar de grond gewerkt en hun keel dichtgedrukt waardoor zij geen lucht kregen. Zij hebben doodsangsten uitgestaan. Verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers en hen veel leed toegebracht. Zijn gedragingen hebben diep doorgewerkt in hun leven. Zij hebben therapie moeten volgen vanwege deze traumatische ervaringen en kampen nog steeds met ernstige gevoelens van angst en onveiligheid. Eén slachtoffer heeft hierdoor het opzetten van een eigen bedrijf moeten stilleggen en is nu aangewezen op werk dat zij vanuit huis kan verrichten omdat zij niet meer alleen de deur uit durft. Het andere slachtoffer was kort daarvoor vanuit het buitenland naar Amsterdam gekomen voor een masterstudie maar is vanwege het feit teruggekeerd naar huis. Verdachte heeft haar studietijd in Amsterdam verpest. Ook heeft zij door zijn handelen financiële schade door studievertraging opgelopen. Bovendien dragen feiten als deze bij aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Daarnaast heeft verdachte begeleiders van de jeugdinstelling waar hij verbleef mondeling bedreigd met de dood en hen hierdoor angst aangejaagd. Ook hij tweemaal ingebroken bij een winkel en muntgeld en blikjes drinken weggenomen. Hij heeft fatbikes van verschillende winkels na een proefrit niet meer teruggebracht, zich schuldig gemaakt aan vernieling en zich een telefoon van een ander toegeëigend. Hij heeft hiermee voor financiële schade en overlast gezorgd. Het handelen van verdachte toont een patroon van ernstig grensoverschrijdend gedrag.

Persoon van de verdachte

Verdachte was tijdens het plegen van de feiten 15 jaar. Zijn strafblad is nagenoeg blanco.

Verdachte is geobserveerd door een psychiater en een psycholoog van Forensisch Centrum [forensisch centrum] . In het hiervan opgemaakte multidisciplinaire rapport van 27 mei 2025 is beschreven dat verdachte vanaf jonge leeftijd ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt en is opgegroeid in een instabiel en onveilig opvoedingsklimaat. Hij heeft een matige verstandelijke beperking en functioneert sociaal-emotioneel op het niveau van een peuter-kleuter. Verder is sprake van een posttraumatische stressstoornis, een normoverschrijdende gedragsstoornis, verslavingsproblematiek en een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale trekken. Ook is een afwijkende seksualiteitsontwikkeling beschreven. De deskundigen hebben geconcludeerd dat deze problematiek invloed heeft gehad op de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte bij het plegen van de zedenfeiten. Zij hebben daarom geadviseerd om verdachte deze feiten in (sterk) verminderde mate toe te rekenen. De deskundigen achten de kans op nieuw seksueel gewelddadig gedrag hoog. Om dit risico terug te dringen adviseren zij een langdurige en intensieve behandeling binnen een gesloten forensische setting in een gedwongen kader in de vorm van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. De deskundigen achten behandeling in een voorwaardelijk kader niet haalbaar. Reden hiervoor is de complexe problematiek, de hoge kans op herhaling, de omstandigheid dat verdachte de afgelopen periode vaak is weggelopen uit de jeugdinstelling en zijn beperkte probleeminzicht.

De Raad voor de Kinderbescherming komt in haar rapport van 13 juni 2025 tot dezelfde diagnostiek en hoge herhalingskans en adviseert eveneens oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Plaatsingen van verdachte binnen reguliere (gesloten) settingen zijn niet toereikend gebleken voor zijn forse problematiek. Ook is hij wisselend in zijn motivatie voor behandeling.

William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering heeft in een rapport van 25 april 2025 beschreven dat zij zich ernstig zorgen maakt over de ontwikkeling van verdachte, zijn agressieve en impulsieve gedrag, zijn onttrekkingen aan toezicht en het hoge recidiverisico en ziet weinig beschermende factoren.

Straf en maatregel

De rechtbank neemt de conclusies en adviezen van de deskundigen over. Gelet op de aard en de ernst van de vastgestelde stoornissen acht de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat de stoornissen ook van invloed zijn geweest op de overige bewezenverklaarde feiten die verdachte rond dezelfde periode heeft gepleegd, ook al hebben de deskundigen zich alleen over de zedenfeiten uitgelaten. De rechtbank zal verdachte dan ook voor alle feiten als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen.

Gelet op de hoeveelheid feiten en de ernst van de (zeden)feiten, acht de rechtbank een jeugddetentie voor de duur van 10 maanden op zijn plaats, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest. Daarbij heeft de rechtbank rekening gehouden met het wettelijk strafmaximum van 12 maanden dat geldt voor 15-jarigen en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat het opleggen van een PIJ-maatregel passend en noodzakelijk is en dat is voldaan aan de wettelijke criteria. Verdachte heeft meerdere strafbare feiten gepleegd waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Op grond van wat de psycholoog en de psychiater hebben beschreven volgt dat bij verdachte tijdens het plegen van de feiten een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. De kans op herhaling van een zedendelict met geweld wordt ingeschat als hoog als verdachte hiervoor niet wordt behandeld. Ook blijkt uit de rapporten van de deskundigen dat de maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte is. Verder is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de PIJ-maatregel eist. Daarbij overweegt de rechtbank dat de PIJ-maatregel (mede) zal worden opgelegd voor misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een ander.

De deskundigen hebben de mogelijkheden van een voorwaardelijke PIJ-maatregel onderzocht en geconcludeerd dat een voorwaardelijk kader niet haalbaar is, mede gezien de complexiteit van de problematiek en het beperkte probleembesef bij verdachte. Wat de verdediging hiertegen ingebracht heeft, leidt de rechtbank niet tot een andere conclusie. Dat een voorwaardelijk kader niet toereikend is, blijkt ook uit de omstandigheid dat verdachte een groot deel van de bewezenverklaarde feiten, waaronder de zedendelicten, heeft gepleegd tijdens een onttrekking aan zijn toezicht. De rechtbank zal daarom een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel opleggen.

De rechtbank begrijpt de wens van de benadeelde partij [slachtoffer 1] om voor haar veiligheidsgevoel een contact- en locatieverbod aan verdachte op te leggen. De rechtbank ziet hiervoor echter onvoldoende aanknopingspunten. Er zijn geen aanwijzingen dat verdachte na het bewezenverklaarde contact met haar heeft opgenomen of dit heeft geprobeerd. Bovendien zal verdachte naar verwachting nog zeer lange tijd in geslotenheid doorbrengen.

8. De beoordeling van de civiele vorderingen

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feit 1 in parketnummer 13.303979.24 een vordering tot schadevergoeding ingediend. Gevorderd wordt € 176,- + € 772,63 +

€ 397,34 + € 290,40 + € 200,- =) € 1.836,67 aan materiële schade en proceskosten en € 10.000,- aan smartengeld.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met feit 2 in parketnummer 13.303979.24 een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 16.162,50 aan materiële schade en € 5.000 aan smartengeld. Op de zitting van 17 juni 2025 heeft haar advocaat mr. L. Scheffer de materiële schade mondeling verhoogd met € 194,96 aan extra vliegkosten, € 3.000,- aan collegegeld en € 13.112,50 extra aan studievertraging (12 maanden in plaats van 6 maanden) naar totaal € 32.469,96.

Ook hebben de benadeelden partijen verzocht om toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de vorderingen benadeelde partij volledig toe te wijzen. Subsidiair heeft zij ten aanzien van de door [slachtoffer 2] gevorderde medische kosten verzocht gebruik te maken van de schattingsbevoegdheid en de vordering voor deze post voor het overige niet-ontvankelijk te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de schade aan de kleding onvoldoende is onderbouwd. Voorts ontbreekt de noodzaak om de reiskosten voor het bijwonen van de zittingen door [slachtoffer 1] toe te wijzen. Voor de overige materiële schade evenals voor de immateriële schade heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de raadsvrouw primair verzocht deze niet-ontvankelijk te verklaren omdat de behandeling hiervan volgens haar een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Aangevoerd is dat zij de vordering zodanig kort voor de zitting heeft ontvangen dat zij de inhoud hiervan niet met verdachte heeft kunnen bespreken. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de medische kosten niet zijn onderbouwd. Ten aanzien van het collegegeld heeft de raadsvrouw aangevoerd dat uit de stukken volgt dat benadeelde twee vakken moet inhalen. Niet is onderbouwd dat zij hierdoor over een geheel studiejaar extra collegegeld moet betalen en dat er sprake is van 12 maanden studievertraging. Voor de overige materiële schade en het smartengeld heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] en de benadeelde partij [slachtoffer 2] als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]

Materiële schade

Vast staat dat de politie kledingstukken van [slachtoffer 1] die zij droeg tijdens het bewezenverklaarde, in beslag heeft genomen voor sporenonderzoek. Gelet op de aard van het feit, acht de rechtbank begrijpelijk dat zij deze kleding niet terug wenst te hebben als gevolg van het bewezenverklaarde. [slachtoffer 1] heeft hierdoor schade geleden waarvoor verdachte aansprakelijk is. De rechtbank acht deze post geschat op € 200,- redelijk, ook al is deze niet nader onderbouwd, en zal deze schade dan ook toewijzen.

De medische kosten van € 848,63 en reiskosten van € 397,34 zijn voldoende onderbouwd en niet betwist zodat deze eveneens worden toegewezen.

De toegewezen materiële schade bedraagt daarmee in totaal € 1.445,97. Verdachte is hierover wettelijke rente verschuldigd. Bij gebreke aan een andere gestelde of gebleken ingangsdatum vanaf 20 september 2024 over de schade aan de kleding van € 200,- en vanaf 10 juni 2025 (datum indiening vordering) over de overige materiële schadeposten.

Smartengeld

Ten aanzien van het gevorderde smartengeld overweegt de rechtbank als volgt.

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) onder meer recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen of op andere wijze in de persoon is aangetast. Van aantasting in de persoon op andere wijze is onder meer sprake bij geestelijk letsel of bij een diepe inbreuk op de persoonlijke vrijheid en integriteit van de benadeelde partij.

Verdachte heeft een diepe inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van [slachtoffer 1] . Dit is aan verdachte toe te rekenen. [slachtoffer 1] heeft hierdoor PTSS opgelopen waarvoor zij EMDR-therapie heeft ondergaan. Ook heeft verdachte haar letsel toegebracht in het gezicht. Gelet op de aard, de ernst en intensiteit van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in soortgelijke zaken toewijzen, acht de rechtbank het gevorderde smartengeld van € 10.000,- redelijk en billijk. Verdachte is over dit bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 20 september 2024.

Proceskosten

De onderbouwde reiskosten van € 290,40 voor het bijwonen van de zittingen door [slachtoffer 1] zal de rechtbank als proceskosten toewijzen, ondanks dat [slachtoffer 1] wordt bijgestaan door een advocaat. Uit de slachtofferverklaring en de behandeling op zitting komt naar voren dat het bewezenverklaarde een grote impact heeft op [slachtoffer 1] . Gelet op de aard, de ernst en de intensiteit van de inbreuk die verdachte heeft gemaakt, begrijpt de rechtbank dat het bijwonen van de zittingen door [slachtoffer 1] kan bijdragen aan haar verwerkingsproces. Ook ziet de rechtbank het belang van de aanwezigheid van haar ouders en vriend daarbij. De rechtbank is daarom van oordeel dat onder deze omstandigheden moet worden afgeweken van de hoofdregel dat reiskosten voor het bijwonen van de zittingen niet kunnen worden opgevoerd als de benadeelde procedeert met een advocaat. Verdachte is vanaf 17 juni 2025 wettelijke rente verschuldigd over de proceskosten van € 290,40

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

Materiële schade

Ten aanzien van de gevorderde schade voor studievertraging overweegt de rechtbank dat deze schade voldoende inzichtelijk en niet van complexe aard is. Het verweer van de raadsvrouw tot niet-ontvankelijkverklaring slaagt daarom niet. Uit de stukken volgt dat benadeelde een aantal vakken na het feit niet heeft gehaald. Gelet op de impact van het bewezenverklaarde handelen van verdachte acht de rechtbank aannemelijk dat de benadeelde partij zich hierdoor minder kon concentreren en daardoor studievertraging heeft opgelopen. Op basis van de vordering kan de rechtbank niet meer dan zes maanden studievertraging vaststellen. Daarbij overweegt de rechtbank dat het collegejaar nog loopt en het feit nog minder dan een jaar geleden is gebeurd, zodat de rechtbank een langere studievertraging dan een half jaar op dit moment niet kan vaststellen. Op basis van de Letselschade Richtlijn Studievertraging van 1 januari 2025 zal de rechtbank € 13.112,50 aan schade door studievertraging toewijzen alsmede € 1.265,- voor zes maanden extra collegegeld. Daarbij is de rechtbank op basis van openbare informatie van de Universiteit van Amsterdam uitgegaan van een bedrag van € 2.530 collegegeld per jaar. Verdachte is over het totaalbedrag van

€ 14.377,50 rente verschuldigd. Bij gebreke aan een andere gestelde of gebleken ingangsdatum is dit over € 13.112,50 vanaf 12 juni 2025, de datum van ontvangst van de vordering, en over € 1.265,- vanaf 17 juni 2025, de datum van de inhoudelijke behandeling, het moment waarop de aanvullende vordering werd ingediend.

De schade voor kleding begroot op € 250,- door de verdediging niet betwist- acht de rechtbank voldoende onderbouwd en redelijk zodat deze wordt toegewezen. Verdachte is over dit bedrag rente verschuldigd vanaf 6 september 2024, de datum van het feit.

Uit de stukken volgt dat benadeelde onder (medische) behandeling staat voor paniekaanvallen en angst als gevolg van het bewezenverklaarde. Op basis van de verstrekte informatie is onvoldoende onderbouwd welke concrete medische kosten benadeelde hiervoor heeft gemaakt, maar dat er schade is geleden op dit punt staat voor de rechtbank vast. De rechtbank zal deze kosten tot op heden naar billijkheid vaststellen op € 500,00 en de benadeelde partij op dit punt voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. Verdachte is over dit bedrag rente verschuldigd vanaf 12 juni 2025 (datum ontvangst vordering).

Wat betreft de vliegkosten acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde. De noodzaak voor deze vluchten mist nadere onderbouwing. Daarbij overweegt dat de data en de vliegrichting van de vluchten zoals naar voren komt uit de stukken niet één op één te koppelen zijn aan de stelling dat de benadeelde partij vanuit het buitenland naar Amsterdam diende te vliegen voor de tentamens. De rechtbank zal de benadeelde partij voor deze post daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Samenvattend wordt de materiële schade toegewezen tot € 15.127,50, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals hierboven aangegeven. De benadeelde partij kan vordering voor de posten die niet-ontvankelijk zijn verklaard, nog voorleggen aan de civiele rechter.

Smartengeld

Verdachte heeft een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van [slachtoffer 2] . Dit is aan verdachte toe te rekenen. Benadeelde heeft hierdoor psychische schade opgelopen. Gelet op de aard, de ernst en intensiteit van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in soortgelijke zaken toewijzen, acht de rechtbank het gevorderde smartengeld van € 5.000,- redelijk en billijk. Verdachte is over dit bedrag wettelijke rente verschuldigd vanaf 6 september 2024.

Schadevergoedingsmaatregel voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

De rechtbank acht het wenselijk dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert. De rechtbank zal daarom aan verdachte de maatregel tot schadevergoeding opleggen tot € 11.445,97 voor [slachtoffer 1] en tot € 20.127,50 voor [slachtoffer 2] , te vermeerderen met de wettelijke rente op de wijze zoals hiervoor is vermeld. Toegekende proceskosten zijn daar niet bij ingegrepen.

In verband met de leeftijd van verdachte zal geen gijzeling worden opgelegd. De draagkracht van verdachte kan daarom in ieder geval geen reden zijn om van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel af te zien. Hetgeen de raadsvrouw in dit verband heeft aangevoerd slaagt daarom niet.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 45, 57, 77a, 77g, 77i, 77s, 243, 285, 310, 311, 321 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een jeugddetentie voor de duur van 10 (tien) maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

 legt op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]

 veroordeelt verdachte in verband met feit 1 onder parketnummer 13.303979.24 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 1.445,97 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over € 200,- vanaf 20 september 2024, over € 848,63 en € 397,34 vanaf 10 juni 2025, telkens tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in verband met feit 1 onder parketnummer 13.303979.24 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 10.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2024;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 1] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op € 290.40, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2025

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij

[slachtoffer 1] een bedrag te betalen van € 10.000,- aan smartengeld en € 1.445,97 aan materiële schade, beide vermeerderd met de wettelijke rente tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Daarbij geldt dat de datum voor de wettelijke rente van de materiële schade over € 200,- ingaat op 20 september 2024 en over € 848,63 en € 397,34 ingaat vanaf 10 juni 2025. De rente voor het smartengeld van € 10.000 gaat in op 20 september 2024. Als dit totaalbedrag van € 11.445,97 niet wordt betaald, kan geen gijzeling worden toegepast;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

 veroordeelt verdachte in verband met feit 2 onder parketnummer 13.303979.24 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 15.127,50 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over € 13.612,50 vanaf 12 juni 2025, over € 1.265,- vanaf 17 juni 2025 en over € 250,- vanaf 6 september 2024, telkens tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in verband met feit 2 onder parketnummer 13.303979.24 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 5.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 september 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij [slachtoffer 2] in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij

[slachtoffer 2] een bedrag te betalen van € 5.000,- aan smartengeld en € 15.127,50 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Daarbij geldt dat de datum voor de wettelijke rente van de materiële schade over € 13.612,50 ingaat op 12 juni 2025, over € 1.265,- ingaat op 17 juni 2025 en over € 250,- ingaat op 6 september 2024. De rente voor het smartengeld van

€ 5.000,- gaat in op 6 september 2024. Als dit totaalbedrag van € 20.127,50

niet wordt betaald, kan geen gijzeling worden toegepast;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?