RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.398125.24
Datum uitspraak : 4 juli 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2002 in [geboorteplaats] ,
op dit moment gedetineerd in de [verblijfsplaats] .
Raadslieden: mr. A.J. Sprey en mr. B.L.M. Dankelman, advocaten te Amsterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na een toegewezen vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging en een toegewezen vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 1 juli 2024 tot en met 17 december 2024 te Winterswijk, in elk geval in Nederland, opzettelijk zichzelf en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft getracht te verschaffen en/of kennis en/of vaardigheden heeft verworven en/of (een) ander(en) heeft bijgebracht tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, door
A. zich het radicaal rechts-extremistisch gedachtegoed en/of een anti-institutioneel gedachtengoed, dan wel een combinatie van beide eigen te maken en/of
B. één of meer bestand(en) en/of afbeelding(en) en/of handleiding(en) en/of instructies en/of blauwdruk(ken) met daarop informatie over het vervaardigen van één of meer wapen(s) te downloaden en/of op te slaan en/of voorhanden te hebben en/of
C. via socialmedia (Twitter) naar één of meerdere perso(o)n(en) te sturen: “Hi man, Do u want to help clean out the ‘nose’ problem in europe? It’s a serious problem with needs serious solutions. We have a big plan, just need some funding” en/of
D. een 3D-printer (bestemd voor het maken van (vuur)wapen(s)) voorhanden te hebben en/of
E. een (geprint) wapen, te weten een revolver te vervaardigen en/of voorhanden te hebben en/of
F. een raketvormig object bestemd voor het teweegbrengen van een ontploffing voorhanden te hebben;
2.
hij op of omstreeks 15 december 2024 te Winterswijk, althans in Nederland een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een driedimensionaal geprinte revolver, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of (3D geprinte) onderdelen
te weten, twee trekkergroepen, van vuurwapen(s) van categorie III, onder 1. van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool en/of een revolver, voorhanden heeft gehad;
3.
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 december 2024 te Winterswijk, zonder erkenning, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een driedimensionaal geprinte revolver, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of (3D geprinte) onderdelen te weten, twee trekkergroepen, van vuurwapen(s) van categorie III, onder 1. van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool en/of een revolver, heeft vervaardigd.
2. De geldigheid van de dagvaarding
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde op het standpunt gesteld dat onvoldoende duidelijk is op welk hoofdfeit de voorbereidingshandelingen zijn gericht. In de dagvaarding wordt niet concreet gemaakt op welk specifiek terroristisch misdrijf de gestelde voorbereidingshandelingen zouden zijn gericht, waardoor de tenlastelegging niet aan de vereisten gesteld in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) voldoet. Dit levert daarbij een schending van artikel 6 van het EVRM op. De verdediging heeft verzocht de dagvaarding om die reden partieel nietig te verklaren.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een nietige dagvaarding omdat de dagvaarding voldoende duidelijk is en de dagvaarding ook overigens voldoet aan de wettige eisen.
Beoordeling door de rechtbank
Het tenlastegelegde is toegesneden op artikel 134a van het Wetboek van Strafrecht (Sr), waarin deelneming aan en het verlenen van medewerking aan training voor een terroristisch misdrijf strafbaar is gesteld. Voor een veroordeling op grond van artikel 134a Sr is niet noodzakelijk dat reeds een concreet misdrijf wordt voorbereid. Wel dienen de contouren van het voor te bereiden misdrijf zichtbaar te zijn.
In de tenlastelegging is opgenomen dat het gaat om “een terroristisch misdrijf”. Hoewel dit inderdaad een uiterst summiere omschrijving betreft, is naar het oordeel van de rechtbank van een nietige dagvaarding geen sprake. Een zekere mate van onbepaaldheid is inherent aan een tenlastelegging op grond van artikel 134a Sr. Dat maakt dat er geen hoge eisen aan de concreetheid van de tenlastegelegde misdrijven kunnen worden gesteld. Daarbij komt dat de term “ terroristisch misdrijf” niet onbepaald of is, maar uit de artikelen 83 en 83b Sr volgt wat daaronder dient te worden volstaan. Bovendien zijn de feitelijke handelingen die verdachte worden verweten, wel voldoende geconcretiseerd. Dat verdachte niet begreep op welke gronden de vervolging berustte, is evenmin aannemelijk geworden. Het kan in ieder geval niet worden afgeleid uit het ter terechtzitting gevoerde debat, wat uitvoerig en gedetailleerd is geweest. Het verweer wordt daarom verworpen.
3. Overwegingen ten aanzien van feit 1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde, nu de contouren van het voor te bereiden misdrijf zichtbaar zijn. Zelfgemaakte vuurwapens en/of een zelf vervaardigde raket maakten onderdeel uit van dit voor te bereiden misdrijf en Joden zouden het doelwit zijn. Hierbij speelt volgens de officier van justitie het radicaal rechts-extremistische en/of het anti-institutionele gedachtengoed van verdachte een rol. Er zou gedacht kunnen worden aan moord en/of doodslag met een 3D geprint vuurwapen en/of de inzet van een raketvorming voorwerp met metalen deeltjes.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte willens en wetens kennis of vaardigheden heeft verworven voor het plegen van een terroristisch misdrijf of ter voorbereiding of vergemakkelijking daarvan. Verdachte heeft in het geheel geen opzet op het plegen van een aanslag gehad en dient daarom te worden vrijgesproken van feit 1.
Beoordeling door de rechtbank
Juridisch kader
In artikel 134a Sr is (voor zover relevant) strafbaar gesteld deelneming aan training voor een terroristisch misdrijf. Uit de wetgeschiedenis volgt dat de strafbaarstelling van het deelnemen in artikel 134a ziet op een persoon met een fascinatie voor terroristisch geweld die steeds verder radicaliseert, in dat kader plannen maakt met betrekking tot aanslagen en tegelijkertijd kennis en/of vaardigheden verwerft die zouden kunnen worden ingezet voor het plegen van een terroristisch misdrijf. Daarbij is ook strafbaar gesteld het verschaffen van inlichtingen, gelegenheid en middelen en kennis- en vaardighedenverwerving ten behoeve van de dader en door de dader zelf, dus “zelfstudie al dan niet via internet”.
Degene die de training volgt, moet de bedoeling of het kwalijk oogmerk hebben die kennis of vaardigheden te verwerven ten behoeve van het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking daarvan. Niet alleen moet sprake zijn van willens en wetens informatie vergaren met als doel het plegen van een terroristisch misdrijf, maar tevens is vereist dat sprake is van een concreet doel, namelijk het plegen van een terroristisch misdrijf of het plegen van een misdrijf om een dergelijk misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken. Aldus ook de Minister van Justitie: ‘Strafrechtelijke aansprakelijkheid komt pas in beeld als de fascinatie voor een terroristisch misdrijf zich ontwikkelt tot een concreet voornemen om een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf te plegen, terwijl betrokkene daarvoor specifieke kennis en vaardigheden moet en wil opdoen’. Daarom moet aantoonbaar zijn en bewezen worden welk misdrijf de verdachte voor ogen stond waarvoor hij de kennis en vaardigheden heeft verworven, dus voor welk misdrijf hij zich heeft getraind. De contouren daarvan moeten zichtbaar zijn. Verder moet het daarbij gaan om één van de misdrijven zoals die limitatief zijn omschreven in de artikelen 83 en 83b Sr.
Het opzet kan onder meer worden afgeleid uit hetgeen bekend is over de achtergrond van een verdachte. Ook de aard en het karakter van de training kunnen een rol spelen. Het karakter van de training en de gegeven instructies kunnen inzichtelijk maken wel doel iemand voor ogen heeft. Strafbaarheid kan dus volgens de wetgeschiedenis niet worden aangenomen als de opzet met betrekking tot het doel van de training ontbreekt.
Beoordeling
Vast staat dat verdachte een vuurwapen en onderdelen van een vuurwapen met een 3d-printer heeft vervaardigd en dat hij een blauwdruk voor het printen van een ander soort vuurwapen voorhanden heeft gehad. Vast staat eveneens dat bij verdachte is aangetroffen een op een raket gelijkend voorwerp. Dat dit een voorwerp is, bestemd voor het teweegbrengen van een ontploffing, zoals gesteld door de officier van justitie, is een conclusie die moet worden gedragen door bewijsmiddelen. Het is de vraag of dat zo is. Uit de aard van het voorwerp volgt in ieder geval niet dat het voorwerp per definitie die bestemming heeft, zeker niet nu verdachte al van kinds af aan modelvlieger is, toen bijvoorbeeld ook lid was van een vliegvereniging en dit voorwerp is aangetroffen tussen verschillende radiografische modelvliegtuigen en helikopters. In het op een raket gelijkend voorwerp zijn diverse metalen balletjes, schroeven en hoekijzers in epoxyhars aangetroffen. Volgens verdachte heeft hij dit aangebracht ten behoeve van de verzwaring en stabiliteit van het voorwerp. Die verklaring kan niet op voorhand als onaannemelijk terzijde worden geschoven, zeker niet nu er geen explosieve stof maar epoxyhars in de raket is aangetroffen, hetgeen niet kan ontploffen.
Het onder feit 1 tenlastegelegde gaat er niet over of iemand wel of niet vuurwapens mag printen. Dat is namelijk duidelijk: dat mag niet en degene die dat toch doet, is strafbaar. Het onder feit 1 tenlastegelegde gaat over iets anders. Het gaat namelijk om de vraag wat het doel van de verdachte met het voorhanden hebben van die goederen is geweest. Dat is van belang omdat niet iedereen die vuurwapens voorhanden heeft dat heeft met de bedoeling om uiteindelijk een terroristische aanslag te plegen. Om tot een bewezenverklaring van artikel 134a Sr te komen, dient vast komen te staan dat verdachte de blauwdruk, het vuurwapen, de onderdelen daarvan en/of het op een raket gelijkend voorwerp heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad met de bedoeling om uiteindelijk een terroristische aanslag te plegen. Die aanslag hoeft nog niet gepland te zijn of vast te staan, slechts de contouren van die aanslag hoeven zichtbaar te zijn. Wat als gezegd wél moet komen vast te staan is dat verdachte die voorwerpen heeft vervaardigend /voorhanden had met de bedoeling om daar uiteindelijk een terroristisch misdrijf mee te plegen.
De vraag is waaruit die bedoeling van verdachte kan worden afgeleid. De officier van justitie heeft gewezen op een tweetal omstandigheden op grond waarvan hij vindt dat het doel van terrorisme is komen vast te staan, te weten het radicaal rechts-extremistische gedachtegoed van verdachte en het twitterbericht dat hij heeft verstuurd.
De officier van justitie doelt daarmee op het bericht van 7 december 2024. Die dag stuurt verdachte op Twitter het volgende bericht naar een aantal contacten:
“ hi man. Do u want to help clean out the “nose” problem in Europe? It’s a serious problem with needs serious solutions. We have a big plan, just need some funding”
Verdachte heeft bij de politie en ter zitting verklaard dat “the nose problem” over Joden gaat en dat hij een flyeractie wilde starten, om corruptie van (hooggeplaatste) Joden aan te tonen, waarbij bijvoorbeeld christenen en moslims door hen tegen elkaar uit worden gespeeld.
De officier van justitie stelt dat dit twitterbericht gaat over het plannen van een aanslag en dat uit dit bericht de bedoeling van een uiteindelijke terroristische aanslag kan worden afgeleid.
De rechtbank stelt vast dat verdachte het betreffende bericht naar 12 twitteraccounts heeft verstuurd. Daarvan hebben 3 accounts gereageerd of heeft verdachte, bij het uitblijven van een reactie, nog een bericht gestuurd.
De eerste account waaraan verdachte berichten stuurt, betreft ene “M”. Verdachte stuurt op 7 december aan hem drie berichten.
“hi man. Do u want to help clean out the “nose” problem in Europe? It’s a serious problem with needs serious solutions. We have a big plan, just need some funding.”
“It’s just knowledge spreading but if you want to know more shoot me a telegram.”
“Hope we can change the world/humanity for the better”
M reageert niet op de berichten van verdachte.
Het tweede account is van “unknown”. Met deze persoon is het volgende gesprek te zien.
Ve: “ hi man. Do u want to help clean out the “nose” problem in Europe? It’s a serious problem with needs serious solutions. We have a big plan, just need some funding.”
Un: “Nose?”
Ve: “That one race with is famous for corruption, got kicked out 100+ countries. Bring fake heroes like trump and elon”
Un: “So?”
Ve: “just spread the word in a big operation. So people can be people again”
Un: “Lmfao”
Ve: “Just can’t handel the corruption, it’s even in the people themselves.”
Het derde en laatste account waaraan verdachte het bericht stuurt, betreft ene “Smokez”. Met dit account heeft verdachte de volgende conversatie.
Ve: “ hi man. Do u want to help clean out the “nose” problem in Europe? It’s a serious problem with needs serious solutions. We have a big plan, just need some funding.”
Sm: “LOL”
Ve: “Tg: @ [gebruikersnaam] ”
“Gonna be big news”
Sm: “No it’s not”
Ve: “It’s just a knowledge spreading game”
“you hopeless, poor man. Doesn’t wanna fight against evil. Probably doesn’t even know about the millions of missing children every year.”
Sm: “ ”
Ve ”Lol”
Verder is op de computer van verdachte een door verdachte geschreven document aangetroffen, genaamd “ wake.odt” Hierin staat het volgende.
“Wat kan veel impact hebben en een laag risico houden? Dat is de vraag waar ik de oplossing op heb, een nationale flyer drop om het collectief van nederland en europa wakker te schudden. Niemand verwacht opstand laat staan op een grote schaal zoals dit. Als je alle hoofdsteden in 1 run pakt, heb je internationaal nieuws, zeker nationaal. Wanneer dit in een goed window gebeurt, zoals een broeide periode met uitgaan kan je een effectieve impact maken op de generatie wie nodig is, de jeugd (16-30)”
Vervolgens volgt er uitleg aan welke eisen “de kist” (het vliegend voorwerp) zou moeten voldoen. Daarna:
“De moeilijkste om op te lossen, de moeilijkste dingen zijn altijd het meest uitdagende en leerzame. Hier geld het zelfde, aangezien losse flyers zo weg zouden waaien en misschien maar 20% op een goeie locatie daadwerkelijk vallen. Dit kan je ook uitrekenen met wind en hoogte, stel je vliegt op 100m hoogte en het waait zo’n 6 m/s en een flyer weegt niets dus heeft 1 min nodig beneden te komen. Zou je al een afwijking kunnen hebben van zo’n 300m, wat natuurlijk compleet onacceptabel is.
Om deze reden zit ik te denken om de eerste paar meter in een box naar beneden te freefallen, met een parachute voor de laatste 20 a 30 meter (ongeveer grote boom). Zodat die op een acceptabele hoogte de payload kan lossen op een goeie radius en effectieve locatie. Dit zou ook het probleem van de wegwaaiende payload oplossen voor zon 60%. (…)
Hier door zouden we de kisten wanneer ze veilig de missie hebben afgemaakt snel en effectief weer in kunnen pakken en operationeel kunnen stellen voor een volgende locatie of missie.”
Uit de inhoud van deze conversaties en de bovengenoemde inhoud van het door verdachte geschreven document kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat verdachte het plegen van een terroristische aanslag voor ogen had. Verdachte heeft verklaard dat hij een flyer actie wilde starten om corruptie aan te tonen. In het aangetroffen document gaat het ook om een flyer actie. Uit de twitterberichten kan ook niets anders worden afgeleid.
Verder heeft de officier van justitie gewezen op het gedachtegoed. Dat verdachte er in die periode zeer verwerpelijk gedachtegoed op na hield, is volkomen duidelijk. De verklaring van verdachte dat hij, al dan niet bij nader inzien, er allemaal niet zoveel van meende en na Corona slechts enige tijd in een “kennisfuik” is beland, volgt de rechtbank ook niet. Daarvoor is de content te expliciet en te veelvuldig aanwezig. Maar het erop na houden van een bepaald gedachtegoed – hoe verwerpelijk ook – betekent nog niet dat op grond daarvan gezegd kan worden dat verdachte de uiteindelijke bedoeling had om een terroristische aanslag te plegen. Immers, niet iedereen met een verwerpelijk gedachtegoed is in potentie een terrorist.
De laptop en telefoons van verdachte zijn onderzocht. Daarop zijn geen zoektermen gevonden die verband zouden kunnen houden met het plannen van of het hebben van ideeën over aanslagen of de contouren daarvan. Er zijn geen websites gevonden die gelinkt zouden kunnen worden aan een dergelijke inhoud. Er zijn geen fora of chats aangetroffen waar over aanslagen gesproken wordt of iets wat daarop lijkt. Er zijn in de woning van verdachte geen explosieven aangetroffen. Er zijn ook geen ingrediënten aangetroffen die geschikt zijn voor het fabriceren van explosieven, geen recepten voor explosieve stoffen en precursoren voor explosieven. De raket is onderzocht en daarin is geen explosieve stof of pyrotechnische lading aangetroffen. De vastgestelde inhoud betreft epoxyhars, dat niet in staat is om te ontploffen. Op verdachte’s bankrekening zijn geen geldstromen aangetroffen waar vraagtekens bij kunnen worden gezegd. Kortom: er is niets aangetroffen wat op enigerlei wijze in verband zou kunnen worden gebracht met het plannen van een mogelijke aanslag.
Wat naar het oordeel van de rechtbank bewezen kan worden, is dat sprake is van een verdachte met een zeer verwerpelijk gedachtegoed, in het bezit van een zelf geprint wapen, onderdelen daarvan en een blauwdruk van een ander wapen en een op een raket gelijkend voorwerp waarvan het nog maar de vraag is of dat laatste voorwerp strafbaar is of niet.
Verdachte heeft zich daarmee in ieder geval schuldig gemaakt aan overtreding van de Wet wapens en munitie en zijn uitlatingen zouden wellicht onder andere – niet ten laste gelegde – strafbaarstellingen kunnen vallen. Echter, uit de bewijsmiddelen volgt niet dat vast is komen te staan dat verdachte die voorwerpen heeft gehad met de bedoeling om daar uiteindelijk een aanslag mee te plegen. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.
4. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Feit 2 en 3
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 2 en 3.
Het standpunt van de verdediging
De raadslieden hebben bepleit dat verdachte partieel wordt vrijgesproken ten aanzien van het voorhanden hebben en het vervaardigen van een wapen van categorie III onder 1 van de WWM, te weten een driedimensionaal geprinte revolver zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver. Het betreft geen revolver, maar het dient gekwalificeerd te worden als een onderdeel daarvan nu het bestemd noch geschikt is om projectielen of stoffen door de loop af te schieten, waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing.
Beoordeling door de rechtbank
Bij verdachte is op 15 december 2024 te Winterswijk bij zijn aanhouding een driedimensionaal geprinte revolver aangetroffen. In zijn woning in [woonplaats] zijn verder aangetroffen twee trekkergroepen en een 3d-dprinter. Verdachte heeft verklaard dat hij deze voorwerpen zelf heeft geprint.
Het revolver bevatte een open loop en trommel, maar geen slagpin. Wel was sprake van een spangreep die naar achteren kon worden getrokken waardoor de veer op spanning kwam te staan. Bij het overhalen van de trekker bewoog de spangreep met grote snelheid naar voren. Het revolver is aldus bestemd om projectielen mee af te schieten en daarmee een vuurwapen in de zin van de Wet wapens en munitie. De rechtbank is van oordeel dat een dergelijk voorwerp een vuurwapen blijft, ook indien voor werking wezenlijke onderdelen ontbreken. De omstandigheid dat het vuurwapen, door het ontbreken van de slagpin, op dat moment feitelijk geen projectielen kon afschieten, kan van belang zijn voor de strafmaat, maar staat niet aan bewezenverklaring in de weg.
De aangetroffen trekkergroepen betreffen kasten van revolvers (Maverick PG 22) en zijn bestemd om patronen van het kaliber .22 short te verschieten. Dat zijn naar het oordeel van de rechtbank essentiële onderdelen van vuurwapens, eveneens strafbaar op grond van de Wet wapens en munitie.
Bovengenoemd vuurwapen en de onderdelen zijn niet door erkende wapenfabrikanten geproduceerd waardoor het niet mogelijk is om hiervoor verlof of erkenning te krijgen. Zij zijn evenmin traceerbaar.
5. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
2.
hij op of omstreeks 15 december 2024 te Winterswijk, althans in Nederland een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een driedimensionaal geprinte revolver, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of (3D geprinte) onderdelen
te weten, twee trekkergroepen, van vuurwapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool en/of een revolver, voorhanden heeft gehad;
3.
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 december 2024 te Winterswijk, zonder erkenning, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een driedimensionaal geprinte revolver, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en/of (3D geprinte) onderdelen te weten, twee trekkergroepen, van vuurwapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool en/of een revolver, heeft vervaardigd.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
6. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 2:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III,
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
feit 3:
handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.
7. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
8. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
9. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijke met een proeftijd van 3 jaren, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De officier van justitie heeft verder verzocht om de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft bepleit dat - mocht het tot een veroordeling komen - aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest wordt opgelegd en voor het overige deel een voorwaardelijke gevangenisstraf. De verdediging heeft verzocht in de strafoplegging rekening te houden met de jonge leeftijd van verdachte.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben en vervaardigen van een 3D-geprint wapen en onderdelen daarvan. Hij heeft dit wapen en deze onderdelen zelf geprint met een 3D-printer. Door op deze wijze te handelen kunnen vuurwapens worden geproduceerd die ook nog eens niet traceerbaar zijn. Het is een feit van algemene bekendheid dat vuurwapens worden gebruikt bij ernstige strafbare feiten. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij aldus heeft bijgedragen aan de risico’s en gevaren die kleven aan illegale wapens en de gevoelens van onveiligheid in de samenleving die daarmee gepaard gaan.
Gelet op de ernst van de feiten acht de rechtbank alleen een gevangenisstraf passend. De LOVS-oriëntatiepunten gaan uit van een oriëntatiepunt van 8 maanden gevangenisstraf voor het voorhanden hebben van pistolen/revolvers in de openbare ruimte. Strafverlagend is dat het bij verdachte aangetroffen vuurwapen niet gereed was voor gebruik omdat het nog onderdelen miste. Strafverhoging is dat verdachte niet alleen een vuurwapen en onderdelen van vuurwapens voorhanden had maar dat hij dit vuurwapen en onderdelen zelf vervaardigde, waarmee hij het aantal in omloop zijnde vuurwapens en onderdelen vermeerderde.
De rechtbank heeft gelet op het reclasseringsadvies van 16 juni 2025. De reclassering adviseert de oplegging van een deels voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden:
Uit het reclasseringsadvies blijkt dat verdachte op meerdere leefgebieden, zoals huisvesting en inkomen, zijn leven niet op orde heeft. De rechtbank acht het in het belang van verdachte en de maatschappij dat verdachte zijn leven op de rit krijgt om daarmee herhaling in de toekomst te voorkomen. Een deel van de op te leggen straf zal daarom voorwaardelijk aan verdachte worden opgelegd, met daarbij de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. De voorwaarde “meewerken aan controle van gegevensdragers” houdt verband met de onder feit 1 ten laste gelegde verdenking. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken, daarom zal de rechtbank die voorwaarde niet aan verdachte opleggen. Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden en het hierop uit te oefenen toezicht niet dadelijk uitvoerbaar verklaren, omdat de rechtbank de bewezen verklaarde feiten niet aanmerkt als een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarbij is voor de rechtbank relevant dat het gaat een vuurwapen zonder slagpin en om het voorhanden hebben en niet het gebruik daarvan.
Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf van 8 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden (met uitzondering van de controle van gegevensdragers) opleggen.
10. De beoordeling van het beslag
Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten is beslag gelegd op diverse goederen.
De verdediging heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat indien verdachte wordt vrijgesproken van feit 1, de gegevensdragers aan verdachte moeten worden teruggegeven. Verdachte doet afstand van de overige inbeslaggenomen goederen.
De officier van justitie heeft verzocht om de USB-stick terug te geven aan verdachte en de overige gegevensdragers verbeurd te verklaren.
De rechtbank zal de teruggave van de inbeslaggenomen gegevensdragers aan verdachte gelasten omdat op grond van het dossier niet kan worden vastgesteld dat de gegevensdragers voorwerpen zijn met betrekking tot welke het feit is begaan of is voorbereid. Dat was anders als had kunnen worden vastgesteld dat verdachte met de gegevensdragers informatie over het printen van de vuurwapens heeft opgezocht, maar uit het dossier blijkt niet dat deze gegevensdrager daarvoor zijn gebruikt.
11. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 9, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
12. De beslissing
De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het onder 1 ten laste gelegde feit;
verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;
stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
gelast de teruggave van de gegevensdragers aan verdachte.