RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/043156-24, 05/043202-24, 05/115010-22, 05/185693-24 en 05/220893-24 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 30 mei 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1975 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats]
raadsman: mr. C.A. Boeve, advocaat in Putten.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
Parketnummer 05/115010-22
zij in of omstreeks 25 december 2021 tot en met 3 februari 2022 te Nijkerk twee trouwringen en/of een dinerbon en/of twee boormachines en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:
zij in of omstreeks 25 december 2021 tot en met 3 februari 2022 te Nijkerk en/of Amersfoort, twee trouwringen en/of een dinerbon en/of twee boormachines en/of een geldbedrag, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
Parketnummer 05/043156-24
1.
zij in of omstreeks de periode van 16 mei 2023 tot en met 29 augustus 2023 te Nijkerk , om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- 985, althans een grote hoeveelheid, vetvrije papiertjes, bestemd voor het vouwen van envelopjes/ponypacks ten behoeve van het verpakken van gebruikers hoeveelheden cocaïne voorhanden te hebben en/of- envelopjes/ponypacks te vouwen;
2.
zij op of omstreeks 29 augustus 2023 te Nijkerk , opzettelijk aanwezig heeft gehad- ongeveer 257,12 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of- ongeveer 1,95 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine en/of- ongeveer 0,86 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,zijnde amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
zij op of omstreeks 25 juni 2022 te Nijkerk een portemonnee met daarin verschillende pasjes, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Parketnummer 05/043202-24
zij op of omstreeks 3 oktober 2023 te Nijkerk een fiets, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;
Parketnummer 05/185693-24
zij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2023 tot en met 3 november 2023 te Nijkerk en/of (elders) in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon , genaamd [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van (in totaal) € 1450,- door (zakelijk weergegeven)- (via Facebookmessenger) te reageren op een door die [slachtoffer 4] geplaatste oproep op Facebook, waarin die [slachtoffer 4] aangaf woonruimte te zoeken in Nijkerk , en/of- een afspraak te maken met die [slachtoffer 4] om de woning te komen bezichtigen aan de [adres 2] te Nijkerk , en/of- de woning aan de [adres 2] te Nijkerk te laten bezichtigen, waarbij aan die [slachtoffer 4] werd verteld/meegedeeld dat twee kamers waren verhuurd aan twee andere personen en/of dat deze twee personen die daar een kamer huurden voor het eind van oktober uit de kamers zouden zijn, en/of- een huurovereenkomst te laten opstellen/opmaken en hierop te laten vermelden dat de woning aan de [adres 2] te Nijkerk verhuurd zou worden aan die [slachtoffer 4] en/of- die [slachtoffer 4] daarbij een borgsom (ad €650.,-) te laten betalen en/of de huur van de maand november (ad € 800,-) te laten betalen aan verdachte waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot voornoemde afgifte.
Parketnummer 05.220893.24
zij op of omstreeks 24 mei 2024 t Eerbeek, gemeente Brummen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, te weten een medewerker van Primera Tabor heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een geldbedrag van 15,95 door (zakelijk weergegeven)
- een pak Mascotte hulzenstopper, in elk geval enig goed, uit het schap in de winkel te nemen
- deze zonder hiervoor te hebben betaald aan te bieden bij de kassa
- en zich voor te oen als een klant die dit product kwam ruilen en dit goed al (eerder) had betaald
Waardoor die medewerker van Primera Tabor werd bewogen tot voornoemde afgifte;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten onder alle parketnummers. Ten aanzien van parketnummer 05/115010-22 stelt de officier van justitie dat het primair ten laste gelegde feit alleen kan worden bewezen ten aanzien van de trouwringen en de dinerbon.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft ten aanzien van parketnummer 05/115010-22 bepleit dat enkel de diefstal van de trouwringen en de dinerbon bewezen kan worden. Ten aanzien van de parketnummers 05/043156-24, 05/043202-24 en 05/220893-24 refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van parketnummer 05/185693-24 bepleit de raadsman vrijspraak vanwege het ontbreken van het oogmerk om aan de benadeelde partij nadeel toe te brengen.
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van parketnummer 05/115010-22
Er is sprake van een bekennende verdachte zoals bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 5-6;
- de verklaring van verdachte afgelegd tijdens het OM-hoorgesprek van 6 december 2022.
Verdachte heeft enkel de diefstal van de twee trouwringen en de dinerbon bekend. Zij ontkent dat zij de boormachines weggenomen heeft en heeft geen verklaring afgelegd over het ten laste gelegde geldbedrag.
De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte naast de trouwringen en de dinerbon ook de boormachines en het geldbedrag heeft weggenomen. Verdachte ontkent dit feit. Er is dan enkel de aangifte van [slachtoffer 1] , hetgeen onvoldoende is om te komen tot een bewezenverklaring van die voorwerpen. De rechtbank hecht waarde aan de verklaring en ontkenning van verdachte nu zij alle andere feiten wel bekend heeft. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van de diefstal van de boormachines en het geldbedrag en acht enkel de diefstal van de trouwringen en de dinerbon bewezen.
Ten aanzien van parketnummer 05/043156-24
Er is sprake van een bekennende verdachte zoals bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
Feit 1
- het proces-verbaal van bevindingen p. 243-246;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte p. 374-375,
Feit 2
- het proces-verbaal van bevindingen p. 243-246;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte p. 374-375, 381-382,
- rapporten identificatieonderzoek van de NFI, p. 352-354;
Feit 3
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 332-333,
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte p. 382, 400.
Ten aanzien van parketnummer 05/043202-24
Er is sprake van een bekennende verdachte zoals bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , p. 8;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 20;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte p. 34.
Ten aanzien van parketnummer 05/185693-24
[slachtoffer 4] heeft aangifte gedaan van oplichting. Hij verklaarde dat hij op 22 augustus 2023 een oproep had geplaatst op Facebook waarin hij schreef dat hij een woning zocht in Nijkerk . Vervolgens kreeg hij via Facebook Messenger een bericht van verdachte, waarin zij zei dat zij haar woning wilde verhuren voor minimaal een jaar. [slachtoffer 4] is toen naar Nijkerk gegaan, waar hij met verdachte had afgesproken in de woning aan de [adres 2] . Hij heeft de woning mogen bekijken, met uitzondering van twee kamers. Verdachte zei tegen [slachtoffer 4] dat in die kamers nog huurders zaten, maar dat die voor het eind van oktober weg zouden zijn. Verdachte gaf aan dat [slachtoffer 4] zelf een huurovereenkomst moest opstellen. Op 23 oktober 2023 hebben ze de huurovereenkomst getekend. Daarin stond dat de borg van € 650,- contant zou worden voldaan. [slachtoffer 4] heeft dit bedrag aan verdachte gegeven. Op 26 oktober 2023 heeft [slachtoffer 4] ook de huur voor november van € 800,- contant aan verdachte gegeven. De afspraak was om op 31 oktober de sleutel over te dragen. Echter stuurde verdachte op 1 november 2023 het bericht dat de huurovereenkomst niet door kon gaan omdat er beslag was gelegd op de woning en dat [slachtoffer 4] een advocaat moest inschakelen. Toen [slachtoffer 4] naar de woning ging, werd hij aangesproken door een buurman die zei dat verdachte de woning niet mocht verhuren. Een medewerker van de gemeente Nijkerk vertelde vervolgens aan [slachtoffer 4] dat verdachte niet de officiële eigenaar was van de woning maar dat dat de woningcoöperatie was. Deze medewerker vertelde dat er per 7 november 2023 beslag was gelegd op de woning en dat verdachte zelf de huur vanaf 13 november 2023 had opgezegd.
Niet betwist wordt dat [slachtoffer 4] is bewogen tot de afgifte van een goed, namelijk de geldbedragen van € 650,- en € 800,-, in totaal € 1.450,- terwijl [slachtoffer 4] daar niets voor terug heeft gekregen. Ook wordt niet betwist dat verdachte feitelijk niet gerechtigd was om de woning onder te verhuren. De raadsman bepleit dat verdachte niet wist dat zij haar woning niet onder mocht verhuren en dat zij hierdoor niet het vereiste oogmerk had om zichzelf wederrechtelijk te bevoordelen; zijverkeerde in de veronderstelling dat zij de woning wel mocht verhuren en dat de aanstaande sluiting enkel voor haar persoonlijk gold.
Uit een proces-verbaal van bevindingen blijkt dat verbalisant [verbalisant 1] verdachte in verband met een drugsonderzoek op 29 augustus 2023 heeft aangehouden. Verdachte had toen te horen gekregen dat het voornemen bestond haar woning te sluiten in verband met de aangetroffen drugs in de woning. Zij had hierover een brief van de gemeente Nijkerk ontvangen. Op 11 oktober 2023 heeft [verbalisant 1] ook met verdachte gesproken, ditmaal inzake een verdenking van fietsendiefstal. [verbalisant 1] vroeg haar toen naar haar woonsituatie, waarop verdachte aangaf dat de gemeente de woning wilde sluiten, dat de woningstichting het contract dan zal willen ontbinden en dat zij op zoek was naar andere woonruimte. Dit gesprek vond plaats daags voordat verdachte de huurovereenkomst met [slachtoffer 4] tekende.
Bij de aangifte werden screenshots gevoegd van het gesprek op Facebook Messenger tussen verdachte en [slachtoffer 4] . Te zien is dat [slachtoffer 4] vraagt “Bent u de eigenaresse?”, waarop verdachte antwoordt “Het is inderdaad mijn woning”.
Uit bovenstaande blijkt naar oordeel van de rechtbank dat verdachte opzettelijk de waarheid verdraaid heeft en een valse hoedanigheid heeft aangenomen, namelijk die van eigenaresse en bonafide verhuurder van de woning. Verdachte wist immers dat de woning niet van haar was maar van de woningstichting. Het is een feit van algemene bekendheid dat het niet toegestaan is om een woning die je huurt van een woningbouw (zonder toestemming) onder te verhuren. Dat wist zij op het moment dat ze de overeenkomst met [slachtoffer 4] tekende en het geld aannam. Daarnaast is het een feit van algemene bekendheid dat als een woning gesloten wordt door de gemeente, dat niet alleen voor de huurder persoonlijk geldt, maar voor de woning als zodanig. De rechtbank neemt hierin ook mee dat verdachte de huur van de woning had opgezegd vanaf 13 november 2024. Het moge duidelijk zijn, ook voor verdachte, dat als je zelf de huur opzegt, het niet meer mogelijk is om de woning door te verhuren aan een ander.
Concluderend is de rechtbank van oordeel dat verdachte welbewust bezig was met het vergaren van geld en nooit de intentie had de woning daadwerkelijk aan [slachtoffer 4] te verhuren. Uit het feit dat de gemeente haar woning wilde sluiten, het feit dat verdachte op zoek was naar andere woonruimte, en de genoemde feiten van algemene bekendheid maken dat verdachte wist of had moeten weten dat ze niet mocht onderverhuren. Verdachte had om die reden het oogmerk om [slachtoffer 4] op te lichten. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van oplichting.
Ten aanzien van parketnummer 05/220893-24
Er is sprake van een bekennende verdachte zoals bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 6;
- het proces-verbaal van bevindingen p. 12-13;
- het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 30-31.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05/115010-22
zij in of omstreeks 25 december 2021 tot en met 3 februari 2022 te Nijkerk twee trouwringen en/of een dinerbon en/of twee boormachines en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Parketnummer 05/043156-24
1.
zij in of omstreeks de periode van 16 mei 2023 tot en met 29 augustus 2023 te Nijkerk , om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen en afleveren, verstrekken en/of vervoeren, van cocaïne, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid en middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen, en stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan zij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- 985, althans een grote hoeveelheid, vetvrije papiertjes, bestemd voor het vouwen van envelopjes/ponypacks ten behoeve van het verpakken van gebruikers hoeveelheden cocaïne voorhanden te hebben en/of- envelopjes/ponypacks te vouwen;
2.
zij op of omstreeks 29 augustus 2023 te Nijkerk , opzettelijk aanwezig heeft gehad- ongeveer 257,12 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of- ongeveer 1,95 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine en/of- ongeveer 0,86 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA,zijnde amfetamine en/of metamfetamine en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
zij op of omstreeks 25 juni 2022 te Nijkerk een portemonnee met daarin verschillende pasjes, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Parketnummer 05/043202-24
zij op of omstreeks 3 oktober 2023 te Nijkerk een fiets, in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder haar bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel;
Parketnummer 05/185693-24
zij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2023 tot en met 3 november 2023 te Nijkerk en/of (elders) in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, genaamd [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een geldbedrag van (in totaal) € 1450,- door (zakelijk weergegeven)- (via Facebookmessenger) te reageren op een door die [slachtoffer 4] geplaatste oproep op Facebook, waarin die [slachtoffer 4] aangaf woonruimte te zoeken in Nijkerk , en/of- een afspraak te maken met die [slachtoffer 4] om de woning te komen bezichtigen aan de [adres 2] te Nijkerk , en/of- de woning aan de [adres 2] te Nijkerk te laten bezichtigen, waarbij aan die [slachtoffer 4] werd verteld/meegedeeld dat twee kamers waren verhuurd aan twee andere personen en/of dat deze twee personen die daar een kamer huurden voor het eind van oktober uit de kamers zouden zijn, en/of- een huurovereenkomst te laten opstellen/opmaken en hierop te laten vermelden dat de woning aan de [adres 2] te Nijkerk verhuurd zou worden aan die [slachtoffer 4] en/of- die [slachtoffer 4] daarbij een borgsom (ad € 650.,-) te laten betalen en/of de huur van de maand november (ad € 800,-) te laten betalen aan verdachte waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot voornoemde afgifte.
Parketnummer 05/220893-24
zij op of omstreeks 24 mei 2024 t Eerbeek, gemeente Brummen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon, te weten een medewerker van Primera Tabor heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van een geldbedrag van 15,95 door (zakelijk weergegeven)
- een pak Mascotte hulzenstopper, in elk geval enig goed, uit het schap in de winkel te nemen
- deze zonder hiervoor te hebben betaald aan te bieden bij de kassa
- en zich voor te doen als een klant die dit product kwam ruilen en dit goed al (eerder) had betaald waardoor die medewerker van Primera Tabor werd bewogen tot voornoemde afgifte;
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 05/115010-22
Diefstal
Parketnummer 05/043156-24
feit 1:
Om een feit, bedoeld in het vierde/vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen
feit 2:
Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd
feit 3:
Diefstal
Parketnummer 05/043202-24
Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak
Parketnummer 05/185693-24
Oplichting
Parketnummer 05/220893-24
Oplichting
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar en met oplegging van alle bijzondere voorwaarden zoals die door de reclassering zijn geadviseerd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman sluit zich aan bij het standpunt van de officier van justitie, maar heeft bepleit dat de voorwaardelijke gevangenisstraf 4 maanden zou moeten zijn in plaats van 6, in verband met de door de raadsman bepleite vrijspraak voor het feit met parketnummer 05.185693.24.
De raadsman benadrukt dat verdachte in het verleden nauwelijks contacten heeft gehad met politie en justitie en de feiten heeft gepleegd vanuit psychische en drugsgerelateerde problemen. Vast is komen te staan dat verdachte lijdt aan PTSS. Dit zal een rol hebben gespeeld bij het plegen van de feiten. Hoe groot die is geweest, is niet onderzocht. De raadsman trekt de conclusie dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar zou moeten worden geacht. Bovendien zijn de meeste feiten inmiddels oud.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich grotendeels in een relatief korte periode schuldig gemaakt aan een reeks strafbare feiten waarbij meerdere slachtoffers schade hebben opgelopen. Dit soort feiten beschamen het vertrouwen van de slachtoffers en zijn erg vervelend doordat het voor de slachtoffers vaak veel extra gedoe oplevert wat tijd en geld kost. Dat blijkt ook uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht door slachtoffer [slachtoffer 4] . Verdachte lijkt te hebben gehandeld uit financieel gewin onder meer om haar drugsverslaving te kunnen bekostigen. Een dure hobby, zoals zij zelf verklaart in haar verhoor, waar andere mensen de dupe van zijn geworden. Daarnaast heeft zij een rol gespeeld in het faciliteren van drugshandel. Algemeen bekend is dat drugshandel vaak gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit waardoor de samenleving wordt ontwricht.
Het strafblad van verdachte is niet bijzonder omvangrijk en bevat enkel vermogensdelicten van voor 2014. Dat verdachte nu in relatief korte tijd meerdere strafbare feiten heeft gepleegd is daarom opvallend te noemen.
Uit het reclasseringsrapport van 31 januari 2025 volgt dat de voornaamste delictgerelateerde factoren het psychosociaal functioneren en het middelengebruik (crackverslaving) zijn. Verdachte kampt mogelijk met PTSS en schizofrenie, maar zij is nog niet daadwerkelijk gediagnosticeerd. Verder is er sprake van instabiliteit op vrijwel elk leefgebied. Hierdoor wordt de recidivekans ingeschat op hoog. De reclassering adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.
De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden volstaan met een geheel voorwaardelijke straf zoals geëist door de officier van justitie. Een gevangenisstraf zou logisch zijn, gezien de aard en ernst van de feiten, maar dat zou haar ter zitting gebleken nieuwe woonsituatie in gevaar brengen en verdachte heeft nu vooral stabiliteit nodig om herhaling te voorkomen. De rechtbank ziet echter niet in waarom verdachte geen werkstraf zou kunnen verrichten.
Ondanks dat verdachte arbeidsongeschikt is, denkt de rechtbank dat de reclassering een passende werkplek kan vinden. In haar rapport geeft de reclassering aan dat verdachte in staat is een werkstraf te verrichten en bovendien heeft verdachte in het kader van parketnummer 05/115010-22 in eerste instantie in het kader van een strafbeschikking een werkstraf geaccepteerd. Mogelijk kan een taakstraf verdachte ook helpen in het vinden van een dagelijkse structuur.
Naast de taakstraf van 40 uren zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen aan verdachte, zoals voorgesteld en bepleit door de officier van justitie en de raadsman. Blijkens de LOVS-richtlijnen past bij het feitencomplex zoals door verdachte gepleegd een gevangenisstraf van 4 maanden. Omdat dit strafdeel geheel voorwaardelijk zal worden opgelegd, zal de rechtbank dit verhogen naar 5 maanden. Daarbij zal de rechtbank alle bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering hieraan verbinden.
8. De beoordeling van de civiele vorderingen
Benadeelde partij [slachtoffer 1]
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met parketnummer 05/115010-22 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 4.019,72 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij deels kan worden toegewezen voor zover die ziet op de trouwringen en de dinerbon, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard voor zover de vordering ziet op de trouwringen. In het dossier zit een offerte voor de trouwringen, maar het is niet duidelijk of die kosten daadwerkelijk gemaakt zijn. Ten aanzien van de dinerbon refereert de raadsman zich.
Overweging van de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Deze schade betreft het bedrag van € 100,- voor de dinerbon en € 2.645,- voor de trouwringen. Ongeacht of de trouwringen daadwerkelijk opnieuw zijn laten maken of niet, is door het verlies van de trouwringen dit bedrag aan schade ontstaan. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Er is niet of onvoldoende gebleken dat de materiële schade van € 660,22 en €70,- voor de boormachines en de contanten rechtstreeks is toegebracht door verdachte. Verdachte is ten aanzien van deze voorwerpen vrijgesproken. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in dit deel van de vordering verklaren.
Het bedrag van € 544,50 ter vervanging van de sloten is onderbouwd en komt de rechtbank eveneens redelijk voor en zal daarom worden toegewezen.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering wat betreft de trouwringen en de dinerbon tot een hoogte van € 3.289,50 en vermeerderd met de wettelijke rente kan worden toegewezen.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Benadeelde partij [slachtoffer 4]
De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft in verband met parketnummer 05/185693-24 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.450,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, in verband met de door hem bepleite vrijspraak voor dit feit. Subsidiair heeft de raadsman geen opmerkingen over deze vordering.
Overweging van de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering in zijn geheel kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.
Benadeelde partij Primera Tabor
De benadeelde partij Primera Tabor heeft in verband met parketnummer 05/220893-24 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 47,85 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij deels kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie meent dat slechts € 13,18 kan worden toegewezen, dat is het bedrag van één hulzenstopper exclusief de BTW.
De raadsman sluit zich aan bij het standpunt van de officier van justitie. Het maximaal toe te wijzen bedrag zou € 13,18 moeten zijn.
Overweging van de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Bewezen verklaard is dat benadeelde partij is gedwongen tot afgifte van het bedrag van één hulzenstopper, te weten € 15,95. Dit bedrag is inclusief BTW. De nettoprijs van dit product bedraagt € 13,18. Die schadeposten is onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering wat betreft een enkele hulzenstopper tot een hoogte van € 13,18 kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente.
De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partijen toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 60a, 310, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 10 en 10a van de Opiumwet;
10. De beslissing
3. Primera Tabor € 13,18 1 dag
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
- Verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen 3 dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Tactus Verslavingsreclassering op het adres Linie 612 in Apeldoorn.
- Verdachte meewerkt aan diagnostiek en aan de daaruit eventueel voortvloeiende ambulante (verslavings-)behandeling door een zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
- Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/ stabilisatie/ observatie/ diagnostiek/ crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen dan wel na instemming van verdachte, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.
- Verdachte, indien de reclassering dit nodig acht, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid/beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte is verplicht om hier te verblijven. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
- Verdachte, indien de reclassering dit nodig acht, mee werkt aan (ambulante) begeleiding door een zorgverlener, zulks ter beoordeling van de reclassering. Verdachte houdt zich aan de afspraken die de zorgverlener en de reclassering geven voor deze begeleiding.
- verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van verdovende middelen en alcohol. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek en ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd. Verdachte houdt zich aan de aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering, ook als dat inhoudt dat zij haar gebruik mindert dan wel stopt;
stelt als overige voorwaarden dat:
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;
legt op een taakstraf van 40 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;
beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente
1. [slachtoffer 1] € 3.289,50februari 2022
2. [slachtoffer 4] € 1.450,-oktober 2023
3. Primera Tabor € 13,18mei 2024
verklaart de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk in de vorderingen tot materiële schade;
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
Benadeelde partij Bedrag Gijzeling
1. [slachtoffer 1] € 3.289,50 42 dagen;
2. [slachtoffer 4] € 1.450,- 24 dagen.
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.