RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.197887.24
Datum uitspraak : 28 januari 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats] ,
raadsman: mr. V.P.J. Tuma, advocaat in Arnhem .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
[medeverdachte 1] in of omstreeks de nacht van 30 juni op 1 juli 2023 te [plaats 1] en/of elders in Nederland , tezamen en in vereniging met (een) ander(en),opzettelijk[slachtoffer 1] , althans een persoon wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, doorgemaskerd met bivakmutsen , althans met gelaatsbedekkend materiaal en/of gewapend met (een) (vuur)wapen(s) en/of (een) knuppel(s) en/of soortgelijk( e) bedreigende voorwerp(en)
op die [slachtoffer 1] /persoon toe te lopen en/of die/dat (vuur)wapen(s) /voorwerp(en) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] /persoon te richten/houden/drukken en/of met die wapen(s)/voorwerp(en) te dreigen en/of te slaan en/ofdie [slachtoffer 1] /persoon tegen het lichaam te duwen en/of te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of deze met kracht vast te pakken en/of deze vervolgens in de laadruimte van een bus te duwen en/of deze te dwingen in (de laadruimte van) die bus te stappen en/ofdie [slachtoffer 1] /persoon(terwijl deze zich in de laadruimte van die bus bevond) met die bus (naar een onbekende plaats) te vervoeren
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen daar die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) op de hoogte te brengen en/of te (blijven) houden van de actuele verblijfplaats van die [slachtoffer 1] /persoon en/of [medeverdachte 2] te vragen in de gaten te houden wanneer die [slachtoffer 1] /persoon zou vertrekken, teneinde dat vertrek naar elders (tijdig) aan die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) door te geven;
2.
zij op of omstreeks 28 juli 2023 in de gemeente [plaats 1]opzettelijk mondeling en/of door gebaren, zich jegens[slachtoffer 2] heeft geuit, kennelijk om de vrijheid van die [slachtoffer 2] om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden,terwijl zij, verdachte, wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd,immers heeft zij, verdachte, opzettelijk- die [slachtoffer 2] thuis bezocht en/of ( al dan niet door emotionele druk op die [slachtoffer 2] uit te oefenen) gezegd/gevraagd en/of opgedragen haar (belastende) (afgelegde) verklaring(en) jegens [medeverdachte 1] aan te passen en/of in te trekken en/of gunstig(er) te verklaren jegens die [medeverdachte 1] , althans woorden van soortgelijke aard of strekking.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van beide feiten, omdat het dossier onvoldoende wettige bewijsmiddelen bevat.
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van feit 1: medeplichtigheid aan wederrechtelijke vrijheidsberoving
Grondfeit
De pleger die in de tenlastelegging genoemd wordt, te weten [medeverdachte 1] , is bij vonnis van 17 juni 2024 door de rechtbank veroordeeld voor de wederrechtelijke vrijheidsberoving waarover in dit dossier gesproken wordt, tezamen met twee mededaders. Dat vonnis is inmiddels onherroepelijk. De bewijsmiddelen en conclusies uit dit genoemde vonnis neemt de rechtbank hieronder over en maakt de rechtbank tot de hare. Tijdens de terechtzitting zijn door de raadsman van verdachte ook geen verweren gevoerd die zien op de vraag of het misdrijf waaraan door verdachte hulp zou zijn verleend heeft plaatsgevonden.
Onderstaande schuingedrukte passages zijn afkomstig uit bedoeld, onder nummer ECLI:NL:RBGEL:2024:3709 gepubliceerd, vonnis. De voetnoten verwijzen naar hetzelfde proces-verbaal als dat in voetnoot 1 genoemd wordt.
Het incident
In de nacht van 30 juni op 1 juli 2023 heeft op de [adres 3] in [plaats 1] een incident plaatsgevonden. Op camerabeelden daarvan is te zien dat om 00:22:20 uur een lichtkleurige bestelbus aan komt rijden vanuit de [adres 1] en dat drie personen aan komen lopen. Het lijkt alsof de voorste persoon wordt vastgehouden door de persoon die achter de eerste persoon loopt. Twee personen dragen vermoedelijk een bivakmuts. Deze twee personen zijn bezig om de derde persoon in de richting van de bestelbus te trekken dan wel duwen. Een van de mannen pakt iets uit zijn jaszak, vermoedelijk een (vuur)wapen. De andere persoon heeft een langwerpig voorwerp, vermoedelijk een stok of stang, in de hand. De achterdeur van de bus wordt open gemaakt en een van de mannen drukt iets, vermoedelijk een (vuur)wapen, tegen het achterhoofd van het slachtoffer. Het slachtoffer wordt de bestelbus in geduwd. Een van de andere mannen richt een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp naar binnen. De man met het vermoedelijke (vuur)wapen stapt ook achter in de bus. De man met de stok/stang staat eerst nog buiten de bus, maar stapt daarna ook achter in de bus. Vervolgens rijdt de bus om 00:22:48 uur achteruit in de richting van de [adres 1] .
Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij op 1 juli 2023 even voor 00:30 uur drie mannen ziet. De eerste man heeft een sjaal of iets dergelijks voor zijn mond en een knuppel of een wapenstok in zijn hand. De tweede man heeft de derde man vast. Ze roepen: “Meekomen meekomen, je gaat er in.” De derde man wordt achter in het busje geduwd. Dat gaat niet heel makkelijk, want hij strubbelt tegen door zijn voet tegen de deur te zetten. Er is nog een vierde persoon bij. Die zit achter het stuur.
De rechtbank vindt bewezen dat er in de nacht van 30 juni op 1 juli 2023 in [plaats 1] iemand door meerdere personen wederrechtelijk van de vrijheid is beroofd. Het slachtoffer is vastgepakt en tegen zijn wil in een bus geduwd, die vervolgens is weggereden. De daders droegen gelaatsbedekking en één van hen had een knuppel of een soortgelijk bedreigend voorwerp bij zich. Een andere dader maakte dreigende bewegingen met een, volgens de verbalisant, op een vuurwapen gelijkend voorwerp. Gelet op deze bewoordingen is naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een voorwerp dat zodanig op een wapen lijkt dat het voor bedreiging of afdreiging geschikt is. Onder verwijzing naar artikel 2 van de Wet wapens en munitie (categorie I onder 7) komt de rechtbank tot het oordeel dat gebruik is gemaakt van een wapen. Dat wapen is tegen het hoofd van het slachtoffer gedrukt en op het slachtoffer gericht toen hij in de bus zat.
De rechtbank zal hierna ingaan op de vraag of bewezen is dat [slachtoffer 1] het slachtoffer is geweest en verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zich schuldig hebben gemaakt aan (het medeplegen van) de wederrechtelijke vrijheidsberoving.
De in beslag genomen en onderzochte telefoons
Onder [slachtoffer 1] is een telefoon in beslag genomen, met onder meer het Snapchat-useraccount ‘ [gebruikersnaam 1] ’. Het telefoonnummer is [telefoonnummer 1] . De rechtbank gaat ervan uit dat deze telefoon door [slachtoffer 1] is gebruikt.
Ook onder [medeverdachte 1] is een telefoon in beslag genomen, die vervolgens is onderzocht. Het gebruikte telefoonnummer is [telefoonnummer 2] . Gelet op de verklaring van [medeverdachte 1] dat zijn telefoonnummer [telefoonnummer 2] is en hij de enige gebruiker is van de telefoon , staat voor de rechtbank vast dat hij de gebruiker is van deze telefoon en dat telefoonnummer.
Verder is er een Iphone 12 Pro Max in beslag genomen en onderzocht. De Apple-ID is ‘ [e-mailadres 1] ’ en de username van het Snapchat-account is ‘ [gebruikersnaam 2] ’, met name ‘ [gebruikersnaam 3] .’ Het telefoonnummer dat door dit toestel wordt gebruikt is [telefoonnummer 3] . Gelet op de namen die voor de diverse accounts worden gebruikt en de verklaring van [naam 1] , de vader van [medeverdachte 3] , dat het telefoonnummer van [medeverdachte 3] [telefoonnummer 3] is, gaat de rechtbank ervan uit dat dit het toestel van [medeverdachte 3] is.
Er is ook nog een Iphone 14 in beslag genomen en onderzocht. De Apple-ID die op dit toestel is gevonden is ‘ [e-mailadres 2] ’. De username van het aangetroffen Snapchat-account is ‘ [gebruikersnaam 4] ’, met ‘ [gebruikersnaam 5] ’ als display-name. De rechtbank gaat er daarom van uit dat dit toestel door [medeverdachte 4] is gebruikt.
Berichten in aanloop naar het incident
[medeverdachte 1] voert op 26 en 27 juni 2023 een app-gesprek met [verdachte] . Tijdens die chat zijn onder meer de volgende berichten verstuurd:
- [medeverdachte 1] : [verdachte] ik laat [slachtoffer 1] ophalen meteen woensdag. Direct. (…)
- [medeverdachte 1] : En die komt pas weer los al ik betaald ben. (…)
- [verdachte] : Busje. In laden. Klemrijden en inladen.
- [medeverdachte 1] : Hahaha diengaat gewoon kofferbak in. Jaa ik de 1 ophalen.(…)
- [medeverdachte 1] : Hahah jaa sws m geld dat ik moet krijgen toch. En dan nog en boeten.
- [verdachte] : Je moet hem niet laten bekennen je moet hem het eerlijke verhaal laten vertellen op video.(…)
- [verdachte] : En dan doorsturen naar alle jongens die denken dat jij een dief bent.
- [medeverdachte 1] : Helemaal in ze naakie.
- [verdachte] : Nee gewoon het eerlijke verhaal. Wat zeg papa.
- [medeverdachte 1] : Jaa zelfde. Maar moet echt gebeuren.
- [verdachte] : Jaa hoop dat je kan regelen man.(…)
- [medeverdachte 1] : Jaa ik ben er mee bezig.(…)
- [medeverdachte 1] : Ik ga nu ook via [naam 16] met [naam 17] van die wapens groepje bij elkaar. Dat ik er sws 2 heb klaar staan.
Op 30 juni 2023 om 20:44 uur stuurt [medeverdachte 3] een chat waarin hij meldt dat hij [medeverdachte 4] gaat ophalen.
Op 30 juni 2023 heeft [medeverdachte 1] het contact ‘ [gebruikersnaam 5] ’ aangemaakt op zijn telefoon. [medeverdachte 1] appt vervolgens aan [medeverdachte 4] of alles nog volgens plan gaat. [medeverdachte 4] appt terug dat die man hem komt halen en dat ze die kant op komen. Om 20:40 uur appt [medeverdachte 4] dat ze er over een uurtje zijn. Daarna vraagt [medeverdachte 4] of het lukt om ze naar buiten te laten komen want ze willen het ritje niet voor niets maken. [medeverdachte 1] appt dan dat hij ducktape zal regelen. Om 22:20 uur appt [medeverdachte 4] dat ze buiten staan en om 23:13 uur dat ze er zijn.
Diezelfde avond rond 22:33 uur appen [medeverdachte 1] en [slachtoffer 1] met elkaar. Zij versturen de volgende berichten:
- [medeverdachte 1] : Waar zijn jullie. Ik ben over uurtje [plaats 1] . Net terug. Dit moet opgelost worden kkr gezeik.
- [slachtoffer 1] : Ja klop.
- [medeverdachte 1] : Kom zo na mijn huis.
- [slachtoffer 1] : Heb bruiloft.
- [medeverdachte 1] : Kom daarna dan.
- [slachtoffer 1] : Ja is goed.
- [medeverdachte 1] : Hoelaat is dat.
- [slachtoffer 1] : Zie je vanzelf.
- [medeverdachte 1] : Oke.
Op 30 juni 2023 tussen 23:46 uur en 23:57 uur sturen [medeverdachte 1] en [verdachte] elkaar enkele berichten. [medeverdachte 1] appt dat hij gaat komen, 1 miljoen procent en dat hij dit niet verwacht. Vervolgens appt [medeverdachte 1] dat hij net gedaan heeft of hij terug was en dat hij wil praten om het op te lossen en ze sws al moeten ze hem uit huis trekken. [medeverdachte 1] stuurt: “Met honkbalknuppels alles hahaha die gaat een nachtmerrie krijgen, wil jij niet weten”. [verdachte] stuurt dan: “Niet teveel geweld [medeverdachte 1] want dat kun je dan ook terug verwachten”. [medeverdachte 1] reageert met het bericht dat ze gaan zorgen dat er niks gebeurt. Hij moet zich niets in het hoofd halen. [medeverdachte 1] weet een adres in Velp waar dan twee mensen opgehaald gaan worden die hem heel dierbaar zijn om hem bang te maken. Hij heeft al gezegd dat hij komt. Ik ga hem met 10 min gek maken en zei toch dat ik de dief niet ben.
(Locatie)gegevens van de telefoons van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]
De telefoon van [medeverdachte 3] is blijkens de locatiegegevens op 30 juni 2023 omstreeks 20:44 uur op het adres [adres 2] , het woonadres van [medeverdachte 3] . Dan gaat het toestel richting het verblijfadres van [medeverdachte 4] , waar het rond 21:09 uur is. Uit de locatiegegevens van het toestel volgt dat het op 30 juni 2023 om 23:11 uur op de [adres 1] in [woonplaats] is. De [adres 3] is een zijstraat van deze straat. Het toestel van [medeverdachte 3] is om 23:12 uur uit gezet.
Uit onderzoek blijkt dat het toestel van [medeverdachte 3] op 30 juni 2023 om 22:36 uur en om 22:53 uur is ontgrendeld door middel van Face-ID.
Blijkens de locatiegegevens van de telefoon van [medeverdachte 4] verplaatst het toestel zich op 30 juni 2023 tussen 21:00 uur en 23:00 uur van Amsterdam naar [plaats 1] . Omstreeks 22:21 uur worden locaties in de omgeving [adres 3] / [adres 1] geregistreerd. Vervolgens zijn er enkele registraties nabij het centrum van [plaats 1] . Tussen 1 juli 2023 00:00 uur en 00:30 uur zijn er weer registraties in de omgeving [adres 3] / [adres 1] .
Camerabeelden [adres 4] [plaats 1]
Op camerabeelden van de [adres 4] in [plaats 1] (de straat waar [slachtoffer 1] woont) is te zien dat een man, vermoedelijk [slachtoffer 1] , op 30 juni 2023 om 23:40 uur bij de woning komt. Op 1 juli 2023 om 00:13 uur vertrekt hij, samen met twee andere mannen, in een auto.
[adres 1] / [adres 3]
[verdachte] , de partner van [medeverdachte 1] , woont op het adres [adres 1] in [woonplaats] .
Getuige [slachtoffer 2] , woonachtig op de [adres 1] , ziet [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ) achter een persoon aanrennen. Hij roept daarbij: “Kom terug, kom terug, niet weglopen”. Ze rennen vanuit de woning op [adres 1] over de naastgelegen parkeerplaats.
Agenten vinden ter hoogte van [adres 1] een rolletje met grijze duct-tape.
De rol duct-tape is onderzocht door het NFI. Een van de gevonden dactyloscopische sporen is daarna onderzocht door de politie. Het vergelijkend onderzoek heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon geregistreerd in Havank, te weten [medeverdachte 4] .
De randen van de rol tape zijn ook onderzocht en het aangetroffen DNA kan afkomstig zijn van minimaal vier personen, waaronder verdachte [medeverdachte 1] . Het profiel is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [medeverdachte 1] en drie willekeurige onbekende personen, dan wanneer het DNA afkomstig is van vier willekeurige onbekende personen.
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat er bloed zit op zijn auto, die geparkeerd staat op de parkeerplaats aan het einde van de [adres 3] . Er wordt onderzoek gedaan en ten aanzien van beide bemonsteringen is geconcludeerd dat het DNA afkomstig kan zijn van één persoon, te weten [slachtoffer 1] . De bewijskracht is meer dan 1 miljard.
De Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1]
Getuige [slachtoffer 2] heeft verklaard dat er een grijze Volkswagen geparkeerd staat voor de garagebox van [adres 1] . Deze auto valt op omdat die vreemd geparkeerd staat.
Agenten treffen op de [adres 1] een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] aan, waarvan het raam aan de bestuurderskant op een kiertje staat en het bestuurdersportier niet afgesloten is. In het middenconsole van de Golf wordt een ING bankpas aangetroffen op naam van [medeverdachte 3] . Verder is er een klantenbon gevonden van Western Union van 26 juni 2023 van een transactie van € 50,-, die is uitbetaald aan [medeverdachte 4] .
Bij onderzoek in Blue View zijn enkele registraties gevonden, waarin staat dat [medeverdachte 3] op die momenten de bestuurder van de Volkswagen met kenteken [kenteken 1] is.
De ANPR-registraties van deze Volkswagen Golf zijn opgevraagd en daaruit blijkt dat de auto op 30 juni 2023 om 21:23 uur op de A1 bij Muiden rijdt, om 21:43 uur op de A1 bij Hoevelaken en om 22:06 uur op de A50 bij Grijsoord.
De Peugeot Expert met kenteken [kenteken 2]
Op de camerabeelden van het incident is een witte bus te zien. Dit is zeer waarschijnlijk een Peugeot, waarvan de eerste drie karakters van het kenteken ‘ [kenteken 2] ’ zijn.
[verdachte] heeft verklaard dat zij een Peugeot-bus op naam heeft staan en dat [medeverdachte 1] in die bus rijdt. Het kenteken is [kenteken 2] .
Uit de ANPR-registraties van deze Peugeot blijkt dat de bus op 1 juli 2023 om 00:34 uur op de A50 bij Grijsoord rijdt, om 01:32 uur op de A1 bij Hoevelaken en om 01:51 uur op de A1 bij Muiden.
Er is onderzoek gedaan naar camerabeelden van een parkeerplaats bij camping Zuid Ginkel in Ede. Op 1 juli 2023 om 00:49 uur komt een auto vanaf rechts aanrijden vanaf de Verlengde Arnhemseweg in Ede. Dat voertuig parkeert. De remlichten gaan branden. Om 01:13 uur gaan de remlichten weer branden. Het voertuig rijdt achteruit en staat vervolgens stil richting de openbare weg. Om 01:14 uur rijdt het voertuig weg in de richting van de Verlengde Arnhemseweg. De verbalisant heeft op basis van de beelden geconcludeerd dat dit naar alle waarschijnlijkheid de Peugeot met kenteken [kenteken 2] is.
(Locatie)gegevens van de telefoons van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4]
Het toestel van [medeverdachte 3] is op 1 juli 2023 om 00:24 uur weer aangezet en bevindt zich dan op de Rijksweg Noord in [plaats 1] . Op 1 juli 2023 om 00:39 uur is het toestel op een carpoolplaats langs de A12 en gaat dan naar camping Zuid Ginkel in Ede. Om 00:50 uur wordt geregistreerd dat het toestel op de parkeerplaats van die camping is. Omstreeks 01:15 uur verplaatst het toestel zich over de Verlengde Arnhemseweg richting Ede. Vanaf Ede gaat het toestel de A30 op in de richting van Barneveld en daarna over de A1 richting Amsterdam. Op 1 juli 2023 om 01:58 uur is het toestel bij [adres 5] in [plaats 2] , het woonadres van [medeverdachte 4] . Daarna beweegt het toestel naar [adres 2] , het woonadres van [medeverdachte 3] .
Uit onderzoek blijkt dat het toestel van [medeverdachte 3] op 1 juli 2023 om 00:36 uur en om 01:04 uur is ontgrendeld door middel van Face-ID.
De telefoon van [medeverdachte 4] verplaatst zich vanaf 1 juli 2023 om 00:30 uur vanaf de omgeving [adres 1] / [adres 3] . Vanaf ongeveer 00:48 uur worden locaties geregistreerd bij camping Zuid Ginkel aan de Verlengde Arnhemseweg in Ede. Tussen 01:00 uur en 02:00 uur verplaatst het toestel zich vanaf de omgeving van de camping richting Amsterdam. Tussen 02:00 uur en 02:30 uur registreert het toestel onder andere de locatie [adres 5] , het woonadres van [medeverdachte 4] .
Op de telefoon van [medeverdachte 4] zijn zoekslagen op internet gemaakt. Zo is op 1 juli 2023 om 01:28 uur gezocht op ‘peugeot busje bluetooth verbinden’ en op 1 juli 2023 om 02:57 uur naar ‘ [plaats 1] nieuws 112’.
Berichten na het incident aan de [adres 3]
Vanaf 1 juli 2023 om 00:32 uur sturen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] de volgende berichten via Snapchat:
- [medeverdachte 4] : Hoe ver zijn we onderweg. Rij amsterdam.
- [medeverdachte 1] : Vol politie hier al. Gas ergens bos in.
- [medeverdachte 4] : We zoeken nu bos.
- [medeverdachte 4] : Hem droppen tocu.
[medeverdachte 1] zegt dan dat ze hem daar in de bus moeten houden. Rij later Amsterdam. Ze moeten in het bos blijven vanwege de politie. [medeverdachte 1] zegt dat hij tegen hem zal zeggen wanneer de kust veilig is.
- [medeverdachte 1] : Je moet zeggen dit doen we met kkr dieven.
- [medeverdachte 1] : Bro gooi hem de uit ergens zonder camera. Zet busje weg.
- Om 00:47 uur appt [medeverdachte 4] : “We hebben em gedropt.”
- [medeverdachte 1] : Niet met de auto na hier komen bro. Zet die auto wijk verder aan de [straatnaam] . Kom lopend naar mijn osso.
De verbalisant beschrijft dat uiteindelijk wordt besloten om met de bus naar Amsterdam te rijden. [medeverdachte 1] bericht: “Want jullie auto hier is heet. Vol blauw.” [medeverdachte 1] vraagt of die man het gaat halen, gaat hij het overleven? [medeverdachte 4] stuurt terug dat hij het gaat halen. Ze hebben hem in [plaats 1] gedropt, weten niet precies waar, maar ergens buiten [plaats 1] in de buurt van bos.
Op 1 juli 2023 om 01:45 uur wordt op de telefoon van [medeverdachte 1] contact ‘ [gebruikersnaam 3] ’ (de rechtbank heeft eerder vastgesteld: [medeverdachte 3] ) aangemaakt. Om 02:03 uur appt [medeverdachte 1] : “Okee want is trauma heli aan het zoeken en kkr verl blauw in me straat. Blauw staat bij jullie waggie.” Om 02:03 uur appt [medeverdachte 3] : “Aii maar we zijn al safe.”
Camerabeelden [adres 4] [plaats 1]
Op de camerabeelden is te zien dat er op 1 juli 2023 omstreeks 01:20 uur een donkerkleurig voertuig komt aanrijden. [slachtoffer 1] komt daarna aanlopen uit de richting van de plek waar de auto is geparkeerd en loopt naar zijn woning op nummer [adres 4] .
De conclusies van de rechtbank
Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen komt de rechtbank tot de volgende conclusies.
[medeverdachte 1] heeft een conflict met [slachtoffer 1] en hij nodigt [slachtoffer 1] op 30 juni 2023 uit die avond naar zijn huis te komen om het uit te praten. Uit de berichten van [medeverdachte 1] aan [verdachte] blijkt dat het plan van [medeverdachte 1] verder gaat dan alleen praten. Hij heeft het over honkbalknuppels en gaat ook regelen dat hij anderen klaar heeft staan.
Op 30 juni 2023 omstreeks 21:09 uur haalt [medeverdachte 3] [medeverdachte 4] thuis op en samen rijden ze vanuit Amsterdam naar [plaats 1] . [medeverdachte 4] appt tijdens de rit met [medeverdachte 1] , die meldt dat hij duct-tape zal regelen. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn rond 23:10 uur in de buurt van de [adres 1] / [adres 3] .
[slachtoffer 1] gaat in op de uitnodiging van [medeverdachte 1] en vertrekt op 1 juli 2023 rond 00:13 uur vanaf zijn woning.
Een getuige ziet [medeverdachte 1] vanuit de woning van zijn vrouw achter een man aan rennen over de [adres 1] , terwijl hij roept: “Kom terug, kom terug, niet weglopen.”
Op de camerabeelden van de [adres 3] , een zijstraat van de [adres 1] , is te zien dat de drie mannen die rond 00:20 uur over straat rennen achterin een witte bus stappen. Een vierde persoon zit achter het stuur van de witte bus. Deze witte bus is de Peugeot die op naam staat van de vriendin van [medeverdachte 1] en waar hij gebruik van maakt.
Agenten vinden na het incident een rol tape met een dactyloscopisch spoor van [medeverdachte 4] en DNA van [medeverdachte 1] . Verder wordt bloed van [slachtoffer 1] gevonden op een auto die aan de [adres 3] geparkeerd staat. In de Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 1] , die geparkeerd staat voor de garagebox van [adres 1] , worden de bankpas van [medeverdachte 3] en een bon op naam van [medeverdachte 4] gevonden. Bovendien blijkt dat [medeverdachte 3] regelmatig de bestuurder van deze Golf is. Als de ANPR-gegevens van de auto worden bekeken, blijkt dat de auto die avond vanuit Amsterdam naar [plaats 1] is gereden.
[medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] verplaatsen zich na ongeveer 00:24 uur vanaf de [adres 3] naar camping Zuid Ginkel in Ede. Tijdens de rit heeft [medeverdachte 4] contact met [medeverdachte 1] . Ze bespreken dat de man moet worden gedropt in het bos. Rond 00:49 uur komen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] met de witte bus aan op de parkeerplaats van de camping. [medeverdachte 4] laat dan aan [medeverdachte 1] weten dat ze de man hebben gedropt. [medeverdachte 1] waarschuwt [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] om niet terug te komen naar [plaats 1] omdat er veel politie in de buurt is. Ze besluiten naar Amsterdam te rijden. Om 01:32 uur rijdt de Peugeot op de A1 bij Hoevelaken en om 01:51 uur op de A1 bij Muiden. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn rond 01:58 uur bij de woning van [medeverdachte 4] . [medeverdachte 3] gaat daarna naar zijn eigen woonadres. [medeverdachte 3] reageert om 02:03 uur op het bericht van [medeverdachte 1] , dat er veel politie bij hun auto staat, met de mededeling dat ze al safe zijn.
Op camerabeelden van de [adres 4] is te zien dat [slachtoffer 1] rond 01:20 uur weer thuis komt.
Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in nauwe en bewuste samenwerking met elkaar [slachtoffer 1] wederrechtelijk van zijn vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden.
Gelet op het bovenstaande concludeert de rechtbank dat de wederrechtelijke vrijheidsberoving heeft plaatsgevonden.
Medeplichtigheidshandelingen
De medeplichtigheidshandelingen die verdachte verweten worden zijn kort gezegd dat verdachte haar partner, [medeverdachte 1] , op de hoogte heeft gebracht en gehouden van de verblijfplaats van [slachtoffer 1] en aan [medeverdachte 2] heeft gevraagd om [slachtoffer 1] in de gaten te houden en haar hierover op de hoogte te houden, zodat verdachte aan [medeverdachte 1] kon doorgeven wanneer [slachtoffer 1] zou vertrekken. Dienaangaande is het volgende gebleken.
Op de avond van 30 juni 2023 appen verdachte en [medeverdachte 2] elkaar rond 21:43 uur. Zij versturen de volgende berichten:
[medeverdachte 2] verklaart dat zij op die avond op een bruiloft was in [plaats 3] , in een partyzaal genaamd ‘ [locatie] ’. Verdachte vroeg aan haar of zij op dat feestje was en met wie ‘ [naam 5] ’ was. [medeverdachte 2] vertelde aan verdachte dat [naam 5] met een blonde jongen was. Verdachte vroeg toen aan [medeverdachte 2] of [medeverdachte 2] haar wilde laten weten wanneer [naam 5] en de blonde vriend van [naam 5] weggingen.
Diezelfde avond en nacht appt verdachte met [medeverdachte 1] .
Om 00:11 uur stuurt verdachte via Snapchat twee schermafdrukken naar [medeverdachte 1] van Snapchat-gesprekken tussen haar en [medeverdachte 2] . De schermafdrukken zijn even daarvoor, om 00:10 uur en 00:11 uur, gemaakt. Op de schermafdrukken is het volgende gesprek te lezen:
Vervolgens sturen [medeverdachte 1] en verdachte onder andere de volgende berichten naar elkaar tussen 00:11 uur en 00:15 uur:
[medeverdachte 2] verklaart in haar verhoor dat zij werd gevraagd te letten op de jongen die met [naam 5] op het feest was. Zij verklaart dat dit de vriend van [naam 5] betreft en dat dit een blonde jongen is. De raadsman stelt dat hiermee niet [slachtoffer 1] kan zijn bedoeld omdat [slachtoffer 1] een getint uiterlijk heeft en zwart haar.
‘ [naam 5] ’ betreft [naam 5] , dat is een bekende van [medeverdachte 2] . [naam 5] verklaart dat zij in de nacht van vrijdag op zaterdag op een bruiloft in [plaats 3] was. Zij verklaart dat [slachtoffer 1] haar vriend is en dat ze samen met hem daarheen was gegaan, met z’n tweeën en met niemand anders.
De rechtbank is van oordeel dat het zowel voor [medeverdachte 2] als voor verdachte duidelijk was dat het de vriend van [naam 5] was die in de gaten moest worden gehouden. De vriend van [naam 5] is [slachtoffer 1] . Dat [slachtoffer 1] feitelijk niet blond is doet daar niet aan af. In de chatgesprekken tussen [medeverdachte 2] en verdachte wordt ook niet gesproken over een blonde jongen.
[medeverdachte 1] was al op de hoogte gebracht van de verblijfplaats van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] had immers zelf aan [medeverdachte 1] geappt dat hij op een bruiloft was en op 1 juli 2023 om 00:01 uur naar [medeverdachte 1] geappt dat hij ‘bij [locatie] is’. Dat [medeverdachte 1] al van [slachtoffer 1] zelf had vernomen dat [slachtoffer 1] bij [locatie] was, doet echter niet af aan het aandeel van verdachte. Uit bovenstaande gesprekken blijkt dat [medeverdachte 2] door verdachte werd ingezet, niet alleen om de aanwezigheid van [slachtoffer 1] te bevestigen maar (vooral) ook om door te geven of [slachtoffer 1] nog steeds aanwezig was op het feest en wanneer [slachtoffer 1] zou vertrekken (en met wie). Die informatie heeft verdachte vervolgens doorgespeeld aan [medeverdachte 1] . De informatie was voor [medeverdachte 1] belangrijk, gelet op de geplande ontvoering. Door de informatie over de verblijfplaats van [slachtoffer 1] door te spelen en [medeverdachte 2] te vragen om de vertrektijd van [slachtoffer 1] door te geven, is verdachte daadwerkelijk behulpzaam geweest bij de ontvoering en heeft zij dat misdrijf ondersteund.
Opzet
Voor medeplichtigheid is noodzakelijk dat verdachte opzet heeft gehad op het gronddelict, de wederrechtelijke vrijheidsberoving. De raadsman stelt dat uit de verschillende berichtenwisselingen in het dossier niet kan worden afgeleid dat het om een ontvoering van [slachtoffer 1] gaat en dat er dus onvoldoende bewijs is dat verdachte wist van de ontvoering. Kortom, de raadsman stelt dat onvoldoende bewijsmiddelen aanwezig zijn om aan te tonen dat verdachte opzet heeft gehad, al dan niet in voorwaardelijke vorm.
De vraag of verdachte wetenschap had van de ontvoering en daar opzet op had, beantwoordt de rechtbank in het licht van het gehele procesdossier en de gehele context van deze zaak. Uit meerdere in het dossier aanwezige bewijsmiddelen blijkt dat verdachte wist dat het om een ontvoering ging en bovendien dat zij daar een meedenkende en actieve rol in gespeeld heeft. Daarbij is het volgende van belang.
Verdachte was op de hoogte van een conflict tussen [slachtoffer 1] en [medeverdachte 1] en deed suggesties aan [medeverdachte 1] over hoe hij dit aan moest pakken. Dit blijkt onder andere uit berichtenverkeer op Signal in de nacht van 26 juni op 27 juni 2023. Hierin worden onder andere de volgende berichten verstuurd:
In ditzelfde gesprek wordt ook al gesproken over een vrijheidsberoving van [slachtoffer 1] , gelet op onder andere de volgende berichten. De rechtbank merkt daarbij op dat [slachtoffer 1] de voornaam is van [slachtoffer 1] .
Dat verdachte op de hoogte was van de plannen van [medeverdachte 1] blijkt bovendien uit de berichtenwisseling van 30 juni 2023 rond 22:53:
De rechtbank is daarom van oordeel dat verdachte op zijn minst willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat [slachtoffer 1] wederrechtelijk van zijn vrijheid zou worden beroofd en dat zij, door bovengenoemde medeplichtigheidshandelingen te plegen, opzettelijk behulpzaam was bij dat feit.
Conclusie
De rechtbank is op basis van het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte feit 1 heeft begaan.
Ten aanzien van feit 2: beïnvloeden getuige
Op 1 juli 2023 is [slachtoffer 2] door de politie gehoord over de wederrechtelijke vrijheidsberoving waarvan zij getuige was geweest. [slachtoffer 2] woont op de [adres 1] en zag in de nacht van 30 juni op 1 juli 2023 [medeverdachte 1] achter een persoon aan over straat rennen.
Verdachte verklaarde ter terechtzitting dat zij vlak na de nacht van 30 juni op 1 juli 2023 contact heeft opgenomen met [slachtoffer 2] , haar buurvrouw. Zij wilde er achter komen wat er was gebeurd in de straat. [slachtoffer 2] vertelde toen aan verdachte dat zij niets had gehoord of gezien en dat zij aan het slapen was geweest. Enige tijd later kwam verdachte er via de raadsman van [medeverdachte 1] achter dat [slachtoffer 2] wel degelijk een verklaring tegenover de politie had afgelegd.
Het dossier bevat opgenomen communicatie tussen [medeverdachte 1] en ‘ [naam 6] ’. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [naam 6] haar moeder is. Het betreft een telefoongesprek, gevoerd op 26 juni 2023 om 11:17 uur. In dit telefoongesprek spreken [medeverdachte 1] en [naam 6] over [slachtoffer 2] en bespreken zij dat [slachtoffer 2] slecht over [medeverdachte 1] heeft verklaard. [medeverdachte 1] benoemt dat hij door [slachtoffer 2] vast zit en vertelt aan [naam 6] dat hij met verdachte zal overleggen om naar [naam 7] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) toe te gaan.
Diezelfde dag om 12:02 uur is er een telefoongesprek opgenomen tussen [medeverdachte 1] en een onbekend persoon. De rechtbank concludeert dat deze persoon verdachte moet zijn geweest. [medeverdachte 1] zegt in het gesprek namelijk dat hij haar mist en net haar moeder een half uur aan de telefoon heeft gehad. In dit gesprek bespreken [medeverdachte 1] en verdachte de verklaring van [slachtoffer 2] en [medeverdachte 1] zegt dat hij het “vanavond allemaal zal vertellen”, wanneer hij klaar is met luchten.
Verdachte is daarna, op 28 juli 2023, naar [slachtoffer 2] toe gegaan voor een gesprek en heeft dat gesprek opgenomen met haar mobiele telefoon. Het audiobestand van dit gesprek is aangetroffen op de bij verdachte in beslag genomen iPhone 11. Het betreft een gesprek van ongeveer 1 uur en 5 minuten. In het begin van dit gesprek huilt verdachte en klinkt zij verdrietig. In dit gesprek zegt verdachte onder andere het volgende:
- Ja en maar ja wat je gezien hebt, heb je gezien. Alleen ik weet natuurlijk dat jullie je vergist. Met [medeverdachte 1] .
- Dus wij hebben die vrijdag gebarbecued, nou ja wat ik zeg dat is tussen… tot een uur of twaalf geweest, kwart over twaalf en toen zijn we allemaal naar huis gegaan en ik ben bij papa en mama met [medeverdachte 1] de wagen in gegaan. Dus daarom weet ik dat [medeverdachte 1] het niet is geweest.
- Ja nou ja, jij zegt ik heb [medeverdachte 1] zien lopen, maar [medeverdachte 1] lag naast mij in bed. Dus … en maar wel doordat je hebt gezegd ik heb [medeverdachte 1] zien lopen, zit [medeverdachte 1] nu daar.
- Iedereen bevestigd hetzelfde. Want die zijn op de barbecue geweest. Jij bent er natuurlijk niet geweest. Dus jij kan niet zeggen dat hij op die barbecue was dus… Maar dat is zo tegenstrijdig nu.
- Wij zijn echt ook niet weg geweest op die barbecue. Ook [medeverdachte 1] niet en [medeverdachte 1] had geen… euh zwart trainingspak aan. [medeverdachte 1] had een korte broek stijl aan.
- En maar misschien is het wel iemand geweest die sprekend op [medeverdachte 1] leek hè.
- Ik weet bij god niet waar die bus is. Maar ja, ik heb contact met zijn advocaat en die zegt ook van eh laat dat maar nu even voor wat het is. We moeten eerst zorgen dat [medeverdachte 1] hier eh weg is, want die zit hier onterecht.
- Kwamen ze [medeverdachte 1] ophalen. Hebben ze hem echt geslagen [naam 7] . Ze hebben hem zo hard geslagen.
- Mama die eh die is vanmiddag bij de dokter geweest, die heb hoge bloeddruk. Die heb een bloeddruk van 170 om 95. Die zit nu aan de Oxazepam. Want die is helemaal overstuur wat er met mij allemaal is gebeurd en met d’r schoonzoon natuurlijk.
- Ja ik denk echt dat je een vergissing hebt gemaakt of je [medeverdachte 1] hebt gezien of niet. Want ik weet natuurlijk, wij hebben die barbecue gehad. Daar was [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] , [naam 11] en [naam 12] , [naam 13] , [naam 14] , onze familie uit Zoetermeer, ik. Iedereen weet dat hij daar is geweest. Snap je, dus ik denk gewoon dat je je vergist met wie je hebt gezien of at je, of dat iemand superveel op hem lijkt.
- Maar voor zover ik nu alleen in het dossier kan zien, is dat u… dat jullie de enige zijn die de naam van [medeverdachte 1] hebben genoemd en [medeverdachte 1] hebben gezien. Voor de rest niemand.
- Ik zeg maar als ik op vakantie ga vraag ik of [naam 7] wil oppassen. Als ik een boor nodig heb, dan lenen we hem bij [naam 15] . Als we de bladblazer nodig zijn dan vragen we of we hem mogen lenen. Ik denk, maar hoe kan ze nou deze dingen zeggen dan, weet je wel.
- Ja maar dit was voor mij wel heel lastig, want ik zat allemaal dingen te lezen, dat ik dacht.. dit is [naam 7] helemaal niet.
- Dat is heel gemeen en zo zijn er ook dingen van jou wat dus blijkbaar verdraaid is, wat heel gemeen is.
- Maar voorlopig staan… zijn mijn man daar wel voor vast. Snap je wat ik bedoel. En dat vind ik heel erg. Want ik weet het zeker. En met al onze verklaringen wordt eigenlijk bijna tot niks gedaan alleen die van u, die telt heel zwaar. Want u zegt dat u [medeverdachte 1] hebt gezien. En wij kunnen met z’n allen met tien man zeggen dat [medeverdachte 1] op de barbecue waren, doen ze niks mee. Doen ze niks mee. Zelfs onze familie wat ik zeg uit Zoetermeer, die heeft hetzelfde verklaart. Dat zijn oude mensen. Nou, waarvoor moeten die liegen. Die geloven ze zelfs niet.
- Maar weet je wat het gekke is? [medeverdachte 1] wordt is nu verdacht in deze zaak van de, van de gijzeling hè. Er is geen aangifte gedaan. D’r zijn verder geen meldingen gedaan. D’r is niemand ontvoerd geweest. Er is niemand gegijzeld geweest. Ik vind het een raar verhaal.
- Maar [medeverdachte 1] , voordat hij wegging, heb ik net een miskraam gehad. […] Maar ik kon al vier weken niet met hem daarover praten. Helemaal niks. Dus we konden ook niet kijken van dit gaan we doen of dat gaan we doen. Hij kreeg geen schorsing om naar huis te komen. Om met elkaar te zijn. Om het daarover te kunnen hebben, weet je wel. Dus ja. Nu moesten we weer over naar de volgende ICSI behandeling. Alleen het kon dus niet, want hij zat in die volle beperking dus hij mag niet naar het ziekenhuis. Hij mocht geen contact. Hij mocht helemaal niks.
De rechtbank overweegt dat enkele uitspraken door verdachte gedurende het gesprek meermaals worden herhaald. Enkele punten die verdachte meermaals noemt zijn dat [slachtoffer 2] zich moet vergissen, dat de verklaring van [slachtoffer 2] de enige is waarin [medeverdachte 1] genoemd wordt, dat die verklaring heel zwaar weegt, en dat [medeverdachte 1] enkel en alleen door die verklaring vastzit.
In de tenlastelegging gebruikt de officier van justitie de woorden ‘gezegd, gevraagd en/of opgedragen’ om haar (belastende) (afgelegde) verklaring(en) jegens [medeverdachte 1] aan te passen en/of in te trekken en/of gunstig(er) te verklaren jegens die [medeverdachte 1] ’ . Hoewel niet is gebleken dat de verdachte expliciet de woorden aanpassen, intrekken of gunstiger verklaren heeft gebezigd tegenover [slachtoffer 2] , oordeelt de rechtbank dat de wel door verdachte gebruikte woorden en handelingen tezamen bezien kennelijk wel degelijk bedoeld zijn geweest om emotionele druk te leggen op [slachtoffer 2] en om haar vrijheid om naar waarheid en geweten te verklaren opzettelijk te beïnvloeden. De uitingen van verdachte kunnen niet anders worden begrepen en zijn kennelijk ook zo begrepen door [slachtoffer 2] , die immers bij de rechter-commissaris verklaart “ik heb gezegd tegen haar: er wordt niets veranderd aan mijn verklaring”. Dat [slachtoffer 2] haar verhaal niet zal aanpassen herhaalt zij ook meermaals in het gesprek van 28 juni 2023, wat er naar oordeel van de rechtbank op duidt dat [slachtoffer 2] deze druk van verdachte voelde.
Dat verdachtes opzet gericht was op het beïnvloeden van [slachtoffer 2] blijkt ook uit de gedragingen en omstandigheden waaronder dit gesprek is gevoerd. Verdachte is meer dan een uur bij [slachtoffer 2] geweest en heeft tijdens dit gesprek niet aflatend op [slachtoffer 2] ingepraat over haar verklaring en heeft dit gesprek ook opgenomen. Verdachte deed dit aan de hand van een vooropgezet plan dat zij had besproken met [medeverdachte 1] , wat blijkt uit voornoemde opgenomen communicatie tussen [medeverdachte 1] en verdachte en een telefoongesprek van 28 juni 2023 om 18:29 uur, na het gesprek met [slachtoffer 2] . Verdachte zegt in dat gesprek “Ik ben nog even bij [naam 7] geweest en heb alles opgenomen. We kunnen haar dan straks mooi oproepen als getuige. […] Ik liep naar haar toe en had die punten opgeschreven die jij had gezegd”. Deze gehele werkwijze komt op de rechtbank over als uitermate geraffineerd. De rechtbank is van oordeel dat verdachte [slachtoffer 2] ertoe heeft willen bewegen haar verklaring aan te passen of in te trekken, maar enkel door de standvastigheid van [slachtoffer 2] is zij daarin niet succesvol geweest.
De rechtbank acht feit 2 wettig en overtuigend bewezen.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
[medeverdachte 1] in of omstreeks de nacht van 30 juni op 1 juli 2023 te [plaats 1] en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk [slachtoffer 1] , althans een persoon wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, doorgemaskerd met bivakmutsen, althans met gelaatsbedekkend materiaal en/of gewapend met (een) (vuur)wapen(s) en/of (een) knuppel(s) en/of soortgelijk(e) bedreigende voorwerp(en)
op die [slachtoffer 1] /persoon toe te lopen en/of die/dat (vuur)wapen(s)/voorwerp(en) op/tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] /persoon te richten/houden/drukken en/of met dat wapen(s)/voorwerp(en) te dreigen en/of te slaan en/ofdie [slachtoffer 1] /persoon tegen het lichaam te duwen en/of te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of deze met kracht vast te pakken en/of
deze vervolgens in de laadruimte van een bus te duwen en/of deze te dwingen in (de laadruimte van) die bus te stappen en/ofdie [slachtoffer 1] /persoon (terwijl deze zich in de laadruimte van die bus bevond) met die bus (naar een onbekende plaats) te vervoeren
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf zij, verdachte, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door toen daar die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) op de hoogte te brengen en/of te (blijven) houden van de actuele verblijfplaats van die [slachtoffer 1] /persoon en/of [medeverdachte 2] te vragen in de gaten te houden wanneer die [slachtoffer 1] /persoon zou vertrekken, teneinde dat vertrek naar elders (tijdig) aan die [medeverdachte 1] en/of diens mededader(s) door te geven;
2.
zij op of omstreeks 28 juli 2023 in de gemeente [plaats 1] opzettelijk mondeling en/of door gebaren, zich jegens [slachtoffer 2] heeft geuit, kennelijk om de vrijheid van die [slachtoffer 2] om naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl zij, verdachte, wist of ernstige reden had te vermoeden dat die verklaring zou worden afgelegd,immers heeft zij, verdachte, opzettelijk- die [slachtoffer 2] thuis bezocht en/of (al dan niet door emotionele druk op die [slachtoffer 2] uit te oefenen) gezegd/gevraagd en/of opgedragen haar (belastende) (afgelegde) verklaring(en) jegens [medeverdachte 1] aan te passen en/of in te trekken en/of gunstig(er) te verklaren jegens die [medeverdachte 1] , althans woorden van soortgelijke aard of strekking.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
Medeplichtigheid aan opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden
feit 2:
Het opzettelijk mondeling of door gebaren zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid om een verklaring naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak voor beide feiten bepleit. Subsidiair pleit de raadsman voor een geheel voorwaardelijke straf.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee strafbare feiten die beide draaien om een wederrechtelijke vrijheidsberoving. [medeverdachte 1] , de partner van verdachte, heeft samen met twee anderen [slachtoffer 1] ontvoerd. Verdachte heeft hieraan een meedenkende en actieve bijdrage geleverd door (inspanningen te verrichten om) haar partner te voorzien van informatie waardoor de ontvoering kon plaatsvinden. Ontvoering is een ernstig feit dat in dit geval midden op straat in een woonwijk heeft plaatsgevonden. Dergelijke feiten zorgen voor onrust in de samenleving en hebben grote impact op de slachtoffers ervan.
In de tweede plaats heeft verdachte geprobeerd een belangrijke getuige, [slachtoffer 2] , te beïnvloeden. De strafbepaling van dit feit beoogt de vrijheid van alle burgers te beschermen om onbelemmerd ten overstaan van een rechter of ambtenaar een verklaring af te leggen. Dat burgers in vrijheid een dergelijke verklaring kunnen afleggen, acht de rechtbank van cruciaal belang voor een goede rechtspleging. Door haar handelen heeft verdachte getracht die rechtspleging te frustreren en de rechtsorde te ondermijnen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.
Uit het uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 2 december 2024 volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit.
Naar het oordeel van de rechtbank is voor de bewezenverklaarde feiten alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De rechtbank legt verdachte een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, zoals door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank zal de proeftijd bepalen op 2 jaar. In de proceshouding van verdachte, de ter terechtzitting aangedragen persoonlijke omstandigheden ziet de rechtbank geen reden om een lagere straf op te leggen.
8. De beoordeling van het beslag
Onder verdachte is een telefoon, iPhone 11, in beslag genomen. Er rust beslag op een deze mobiele telefoon (registratienummer 290).
De rechtbank zal deze telefoon verbeurd verklaren omdat uit het procesdossier en uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting blijkt dat deze telefoon is gebruikt bij feit 2.
De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 48, 49, 57, 282 en 285a van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 3 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
verklaart verbeurd de telefoon (iPhone 11).