ECLI:NL:RBGEL:2025:9465

ECLI:NL:RBGEL:2025:9465, Rechtbank Gelderland, 27-10-2025, 05-232232-23

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 27-10-2025
Datum publicatie 01-12-2025
Zaaknummer 05-232232-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001941

Samenvatting

De militaire kamer veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 500,00 voor het in vereniging bezitten van harddrugs.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/232232-23

Datum uitspraak : 27 oktober 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

Raadsman: mr. R.J. Sterk, advocaat in Lelystad.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 oktober 2021 tot en met 06 november 2021 te Doorn en/of Amersfoort en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad- (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of- (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) zogenoemde XTC-tablet(ten) /pil(len), zijnde MDMA(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding

Het onderzoek naar het handelen van verdachte is voortgekomen uit een groter onderzoek naar drugsgebruik onder militairen. Op 5 mei 2022 is er tijdens het bevrijdingsfestival te [plaatsnaam 2] gezien dat een militair, Job [naam 6] , een zakje met wit poeder uit zijn broek pakte en dit poeder vervolgens opsnoof. Naar aanleiding hiervan is bij de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) aangifte gedaan en is de telefoon van deze militair inbeslaggenomen en onderzocht. In de telefoon zijn meerdere drugsgerelateerde gesprekken aangetroffen. Naar aanleiding van deze resultaten is een breder onderzoek opgestart, waarbij meerdere militairen, waaronder verdachte, in beeld kwamen vanwege de verdenking van het voorhanden hebben en/of het verstrekken van verdovende middelen zoals bedoeld in lijst I en/of II van de Opiumwet.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De gesprekken over drugs waaraan verdachte heeft deelgenomen zijn grappig bedoeld of berusten op grootspraak. Op het moment dat verdachte daadwerkelijk nieuwsgierig is geworden naar drugs, in de aanloop naar het Thuishavenfeest , heeft hij daarover inderdaad gesproken met [naam 6] . Het is echter nooit tot daadwerkelijk gebruik gekomen. De (zogenaamd belastende) whatsappgesprekken zijn volgens de raadsman onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen.

De raadsman heeft het voorwaardelijk verzoek gedaan om, mocht de militaire kamer tot een bewezenverklaring komen, [naam 6] te horen als getuige.

Beoordeling door de militaire kamer

Uit het onderzoek aan de telefoon van [naam 6] volgt dat [naam 6] en verdachte de volgende whatsappgesprekken hebben gevoerd.

Op 24 oktober 2021

[verdachte] om 15:43 uur: Aii. Ik ga denk ook snoepen[naam 2] om 15:43 uur: Gewoon 2mans?[verdachte] om 15:43 uur: Iscool

Op 26 oktober 2021

[naam 2] om 21:00 uur: Wat wil je doen dan?[verdachte] om 21:56 uur: Denk alleen pilletje. I.p.v. smoken. Sos enz. is allemaal niet mijn ding[naam 2] om 21:58 uur: Nee is ook niet leuk met thuishaven denk[naam 2] om 21:58 uur: Ik zat te denken aan m ouwe, lets chiller dan pillen[verdachte] om 21:58 uur: Ja wat is verschil[verdachte] om 21:58 uur: Bro heb die shit allemaal nooit gedaan[naam 2] om 21:58 uur: Hahaha ik wel ouwe. M is niet zo heftig[verdachte] om 21:58 uur: Ai beter

Op 30 oktober 2021

[naam 2] om 11:09 uur: Maatje. Ik heb 3 gram m.[naam 2] om 11:10 uur: Wil je je eigen zakje of wil je dat ik t gewoon bij me hou[verdachte] om 11:13 uur: Hou jij maar bij. Zij toch 2 mans[naam 2] om 11:23 uur: Checko. Doe ik t gewoon in 1 zak[verdachte] om 11:31 uur: Roger uit

[naam 6] heeft op 14 november 2022 bij de KMar verklaard dat, wanneer hij het in bovenstaande berichten over M heeft, hij MDMA bedoelt. Hij had 3 gram M voor zichzelf en voor [verdachte] . Met [verdachte] bedoelt [naam 6] verdachte. Hij heeft de 3 gram M bij Harbour (Thuishaven ) samen met [verdachte] gedeeld.

Ook de telefoon van verdachte is uitgelezen. Uit het onderzoek aan de telefoon van verdachte volgt dat hij op 5 november 2021 het volgende gesprek met [naam 3] heeft gevoerd.

[verdachte] om 16:08 uur: Texel word ws niet getest maar doorn is ander verhaal.

[naam 2] om 16:09 uur: Ja ik heb fucking vaarbewijs examen aankomende week... lijkt me heeeel stug als ze mij gaan testen. Maar watje zegt, doorn is een ander verhaal

[verdachte] om 16:10 uur: Cancerr. Heb vorige week ook al gesnoept. Misschien ben ik maandag burger

[naam 2] om 16:15 uur: Hoelang blijft die shit in je lichaam.

[naam 2] om 16:35 uur: Ik heb er schijt aan.

[verdachte] om 18:56 uur: Meld me maandag gwn ziek

[naam 2] om 18:56 uur: Ik heb m. 50€.

[verdachte] om 18:57 uur: Hoeveel g? Haha ai stuur tactisch tikkie.

[naam 2] om 18:58 uur: 3, hij verkoopt niet kleiner.

[verdachte] om 19:05 uur: Hha kk. Zoveel gaat er niet in hoor haha

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in het whatsappgesprek met [naam 6] slechts zijn interesse in drugs heeft getoond, maar dat hij nooit daadwerkelijk (samen met [naam 6] ) drugs heeft gebruikt. De whatsappgesprekken over drugs zijn volgens hem grootspraak.

De militaire kamer acht deze verklaring van verdachte niet zonder meer geloofwaardig. Uit de bewijsmiddelen volgt dat [naam 6] op 30 oktober 2021 3 gram MDMA voorhanden heeft gehad voor hemzelf en verdachte. De verklaring van [naam 6] bij de KMar, dat hij bij Thuishaven 3 gram MDMA met verdachte heeft gedeeld, acht de militaire kamer geloofwaardig. [naam 6] is tijdens de verhoren bij de KMar verder uiterst terughoudend geweest in zijn verklaringen over het gebruik van drugs door/met anderen militairen die in beeld zijn gekomen in dit opsporingsonderzoek, maar over het delen van 3 gram MDMA met verdachte verklaart hij wel degelijk en ook heel concreet. Dat [naam 6] later in het verhoor vervolgens aangeeft niet over drugsgebruik met verdachte te kunnen of willen verklaren doet daar niet aan af. Daarbij komt dat verdachte op 5 november 2021 zelf in een whatsappbericht aan [naam 2] heeft gezegd dat hij vorige week, dus omstreeks 30 oktober 2021, ook al ‘gesnoept’ heeft. De militaire kamer concludeert in de context van het gesprek met [naam 2] , waarin gesproken wordt over testen, burger worden (de militaire kamer begrijpt: ontslagen worden), ‘m’ en 3 gram, dat verdachte met ‘snoepen’ het gebruiken van drugs bedoelt.

Alle bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien komt de militaire kamer tot de conclusie dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte in vereniging een hoeveelheid MDMA voorhanden heeft gehad.

Voorwaardelijk verzoek

De raadsman heeft ter terechtzitting een voorwaardelijk verzoek gedaan om [naam 6] als getuige te horen in het geval de militaire kamer op basis van het huidige dossier niet tot een vrijspraak zou komen.

Nu de militaire kamer niet tot een vrijspraak komt, ligt het door de raadsman ter terechtzitting gedane verzoek tot het horen van [naam 6] ter beoordeling aan de militaire kamer voor. Uit recentelijke jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:1519 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1519), ECLI:NL:HR:2025:1556 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1556) en ECLI:NL:HR:2025:1555 (https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2025:1555)) volgt dat in bepaalde gevallen van de verdediging (of het openbaar ministerie) mag worden verwacht dat een ter terechtzitting gedaan getuigenverzoek wordt toegelicht. Het gaat dan om het geval waarin de verdediging (of het openbaar ministerie) al in een eerder stadium van de procedure de mogelijkheid heeft gehad om een dergelijk verzoek te doen. Het gaat daarbij om zowel a) gevallen waarin de verdediging desgevraagd uitdrukkelijk heeft gesteld geen getuigenverzoeken (meer) te hebben, als b) gevallen waarin de verdediging eerder bij de betreffende instantie uitdrukkelijk is gevraagd of zij getuigen wil horen, waarbij er op dat moment duidelijk op is gewezen dat het niet verzoeken van getuigen wordt opgevat als het niet hebben van getuigenverzoeken, en op die vraag door de verdediging niet is gereageerd. In deze gevallen mag van de betreffende procespartij worden gevergd dat, als zij in de betreffende aanleg alsnog een vordering of verzoek tot nader onderzoek (zoals een getuigenverzoek) doet, zij toelicht waarom zij terugkomt van het eerder ingenomen standpunt. Als gelegenheid is geboden voor zo’n toelichting, kan de rechter de vordering of het verzoek afwijzen op de grond dat een toelichting uitblijft. Als de betreffende procespartij wel zo’n toelichting geeft, moet de rechter beoordelen of de opgegeven redenen van voldoende gewicht zijn. Zijn die redenen volgens de rechter van onvoldoende gewicht, dan kan hij de vordering of het verzoek eveneens afwijzen.

De militaire kamer stelt vast dat de verdediging bij e-mail van 4 juni 2025 heeft verzocht om eventuele onderzoekswensen voor 1 juli 2025 door te geven. De raadsman van verdachte heeft daarop geantwoord dat hij geen onderzoekswensen heeft. Hij heeft daarbij aangegeven dat hij niet kan beloven dat daar geen verandering in komt, maar dat die kans niet groot is. De militaire kamer concludeert dat de verdediging uitdrukkelijk heeft gesteld geen getuigenverzoek te hebben. Het voorbehoud dat de raadsman in zijn e-mail heeft gemaakt is naar het oordeel van de militaire kamer te weinig concreet om aan te nemen dat er getuigenverzoeken of andere onderzoekswensen zouden volgen.

De militaire kamer merkt verder op dat de raadsman (die meerdere verdachten in dit onderzoek bijstaat) naar aanleiding van de e-mail van 4 juni 2025 meerdere onderzoekswensen heeft ingediend, maar niet heeft verzocht om [naam 6] te horen.

Ter terechtzitting heeft de raadsman als toelichting bij het verzoek om [naam 6] te horen aangegeven dat hij niet wist dat de verklaring van [naam 6] onderdeel uitmaakte van het dossier van verdachte. De militaire kamer overweegt dat de raadsman van verdachte in dit onderzoek meerdere militairen bijstond, waaronder [naam 6] . Het complete dossier is inclusief een digitale link door het Openbare Ministerie aan de raadsman verstrekt. Op basis van het verwijsdocument had de raadsman kunnen weten dat het hele dossier betrekking had op alle zaken. Het had dan ook op de weg van de raadsman gelegen om eventuele ontbrekende stukken bij het Openbaar Ministerie op te vragen. Daarbij komt dat de raadsman een dag na de terechtzitting van 29 september 2025 per e-mail heeft laten weten dat er bij nader inzien geen sprake is geweest van een onvolledig dossier.

De militaire kamer ziet in de toelichting van de raadsman onvoldoende redenen om het getuigenverzoek toe wijzen. Naar het oordeel van de militaire kamer voldoet de procedure in haar geheel aan het door artikel 6 van het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) gewaarborgde recht op een eerlijk proces.

De militaire kamer wijst het verzoek dan ook af.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 oktober 2021 tot en met 06 november 2021 te Doorn en/of Amersfoort en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad- (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of- (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) zogenoemde XTC-tablet(ten) /pil(len), zijnde MDMA(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

6. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 500,00.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de strafmaat heeft de raadsman opgemerkt dat verdachte psychische schade heeft ondervonden als gevolg van deze langlopende strafzaak.

De beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Strafblad

Uit het uittreksel van de justitiële documentatie van verdachte van 5 september 2025 volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van harddrugs. Met zijn handelen heeft verdachte de handel in drugs in stand gehouden. Deze handel gaat vaak direct of indirect gepaard met vele andere vormen van criminaliteit. Drugsgebruik kan maatschappelijk gezien voor veel schade zorgen en kan problemen voor de gezondheid en verslavingsproblemen veroorzaken.

Verdachte was ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten in dienst bij Defensie als marinier. Hij was op de hoogte van het zerotolerancebeleid dat binnen Defensie ten aanzien van drugs geldt, maar heeft zich hier niets van aangetrokken. Van militairen mag een andere houding ten opzichte van drugs en drugsgebruik worden verwacht. Verdachte heeft met zijn handelen het imago van zowel de Koninklijke Marine als van Defensie als geheel schade toegebracht.

De op te leggen straf

De militaire kamer houdt bij de strafoplegging rekening met het grote tijdsverloop tussen de aanhouding van verdachte en de afdoening van de zaak. De officier van justitie heeft bij de strafeis al rekening gehouden met deze schending van de redelijke termijn. De militaire kamer zal aan verdachte een geldboete opleggen van € 500,00, conform de eis van de officier van justitie.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 23, 24 c en 47 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2 en 10 van de Opiumwet.

10. De beslissing

De militaire kamer:

 wijst af het voorwaardelijke verzoek tot het horen van J.R. [naam 6] als getuige;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een geldboete van € 500,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. Y.H.M. Marijs

Griffier

  • mr. H.J. Damen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?