RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/232288-23
Datum uitspraak : 27 oktober 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige militaire kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 maart 2020 tot en met 14 november 2022 te Doorn en/of Maarssen en/of Utrecht en/of Spakenburg en/of Nijkerk en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,
- ( een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of
- ( een) hoeve(e)lhe(i)d(en) zogenoemde XTC-tablet(ten)/pil(len), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- ( een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- ( een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende 4-MMC, zijnde 4-MMC (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 oktober 2021 tot en met 14 november 2022 te Doorn en/of Maarssen en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Aanleiding
Het onderzoek naar het handelen van verdachte is voortgekomen uit een groter onderzoek naar drugsgebruik onder militairen. Op 5 mei 2022 is er tijdens het bevrijdingsfestival te [plaatsnaam] gezien dat een militair een zakje met wit poeder uit zijn broek pakte en dit poeder vervolgens opsnoof. Naar aanleiding hiervan is bij de Koninklijke Marechaussee (hierna: KMar) aangifte gedaan en is de telefoon van de betreffende militair inbeslaggenomen en onderzocht. In de telefoon zijn meerdere drugsgerelateerde gesprekken aangetroffen. Naar aanleiding van deze resultaten is een breder onderzoek opgestart, waarbij meerdere militairen, waaronder verdachte, in beeld kwamen vanwege het voorhanden hebben en/of het verstrekken van verdovende middelen zoals bedoeld in lijst I en/of II van de Opiumwet.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder feit 1. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in vereniging verstrekken en voorhanden hebben van harddrugs, te weten cocaïne, XTC en MDMA. Niet bewezen kan worden dat verdachte 4-MMC heeft verstrekt of aanwezig heeft gehad, zodat het vierde gedachtestreepje in de bewezenverklaring moet worden weggestreept. Ook het in vereniging verstrekken en aanwezig hebben van softdrugs, te weten 3-MMC, zoals ten laste is gelegd onder feit 2, kan wettig en overtuigend worden bewezen.
Beoordeling door de militaire kamer
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van bevindingen Onderzoek whatsapp telefoon [naam] , p. 693 t/m 702;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 september 2025.
Partiële vrijspraak
In de drugsgerelateerde gesprekken wordt gesproken over 3-MMC en miauw. Ter terechtzitting heeft verdachte toegelicht dat miauw volgens hem een harddrug is om te snuiven en dat het een verzamelnaam is voor 3-MMC en 4-MMC. Uit het dossier en uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting volgt niet eenduidig dat verdachte wanneer hij doelde op miauw (niet alleen 3-MMC, maar ook) 4-MMC heeft verstrekt en/of aanwezig heeft gehad. De militaire kamer zal verdachte dan ook, conform het standpunt van de officier van justitie, partieel vrijspreken van het vierde gedachtestreepje (4-MMC) onder feit 1.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 14 november 2022 te Doorn en/of Maarssen en/of Utrecht en/of Spakenburg en/of Nijkerk en/of Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,
- (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of
- (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) zogenoemde XTC-tablet(ten)/pil(len), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende 4-MMC, zijnde 4-MMC (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 oktober 2021 tot en met 14 november 2022 te Doorn en/of Maarssen en/of Utrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeve(e)lhe(i)d(en) van een materiaal bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 600,00.
De beoordeling door de militaire kamer
De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Strafblad
Uit het uittreksel van de justitiële documentatie van verdachte van 5 september 2025 volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Ernst van het feit
Verdachte heeft zich als militair over een lange periode schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben en verstrekken van soft- en harddrugs. Het is bijzonder kwalijk dat hij deze drugs (ook) heeft verstrekt aan collega-militairen, al deed verdachte dat niet uit winstbejag. Drugsgebruik zorgt maatschappelijk gezien voor veel schade en veroorzaakt problemen voor de gezondheid en verslavingsproblemen. Daarnaast houdt drugsgebruik de handel in drugs in stand. Deze handel gaat vaak direct of indirect gepaard met vele andere vormen van criminaliteit.
Verdachte was ten tijde van het plegen van de bewezenverklaarde feiten in dienst bij Defensie als [rang] . Hij was op de hoogte van het zerotolerancebeleid dat binnen Defensie ten aanzien van drugs geldt, maar heeft zich hier niets van aangetrokken. Van militairen mag een andere houding ten opzichte van drugs en drugsgebruik worden verwacht. Verdachte heeft met zijn handelen het imago van zowel de Koninklijke Marine als van Defensie als geheel schade toegebracht.
De op te leggen straf
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij sinds augustus/september 2023 niet meer in dienst is van Defensie. Door de verdenking in deze zaak heeft zijn familie ook lange tijd geen contact met verdachte willen hebben. Verdachte heeft inmiddels een positieve wending aan zijn leven kunnen geven. Ten aanzien van de op te leggen straf neemt de militaire kamer in strafmatigende zin mee dat sinds de bewezenverklaarde feiten ruime tijd verstreken is. Verdachte heeft ruim drie jaar in onzekerheid verkeerd over de strafrechtelijke consequenties van zijn handelen. Ook de open proceshouding is voor de militaire kamer aanleiding om de straf enigszins te matigen.
Alles overziend vindt de militaire kamer dat de door de officier van justitie geëiste straf passend is. De militaire kamer zal aan verdachte een geldboete opleggen van € 600,00.
8. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
- 23, 24 c, 47 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.
9. De beslissing
De militaire kamer:
verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een geldboete van € 600,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 dagen hechtenis.