ECLI:NL:RBGEL:2025:9689

ECLI:NL:RBGEL:2025:9689, Rechtbank Gelderland, 11-11-2025, 05.140021.23

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 11-11-2025
Datum publicatie 18-12-2025
Zaaknummer 05.140021.23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Man veroordeeld voor (inter)nationale cocaïne- en hasjhandel en gewoontewitwassen, zowel in privé als feitelijk leidinggever. Opgelegd wordt een gevangenisstraf van 6 jaren, met aftrek van het voorarrest.

Uitspraak

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, en feit 3 tot en met 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

feit 1 A (gedachtestreepje 1) hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode maart 2020 tot en met december 2020 te [woonplaats] en/of elders in Nederland en/of Italië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet) en/of heeft bereid en/of bewerkt en /of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) waaronder-(ongeveer) 5 kilogram cocaïne (in of omstreeks de periode 7 mei 2020 tot en met 31 mei 2020, zaaksdossier 2 Encrochat; ‘[account 2]-[account 6]’)in ieder geval (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; (zaaksdossier 1, zaaksdossier 2)

feit 1 B (gedachtestreepje 2)

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode maart 2020 tot en met december 2020 te [woonplaats] en/of elders in Nederland en/of Italië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet) en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) waaronder- (ongeveer) 1 kilogram cocaïne (in of omstreeks de periode 5 april 2020 tot en met 7 april 2020, zaaksdossier 2 Encrochat; ‘[account 2]-[account 10]/[account 11]’) in ieder geval (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; (zaaksdossier 1, zaaksdossier 2)

feit 1 C (gedachtestreepje 3)

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode maart 2020 tot en met december 2020 te [woonplaats] en/of elders in Nederland en/of Italië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet) en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) waaronder-(ongeveer) 10 kilogram cocaïne (in of omstreeks de periode 22 juni 2020 tot en met 25 juli 2020, zaaksdossier 1 SkyECC; [account 3]-[account 1]/ [account 1]-[account 4])in ieder geval (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; (zaaksdossier 1, zaaksdossier 2)

feit 1 D (gedachtestreepje 4)

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode maart 2020 tot en met december 2020 te [woonplaats] en/of elders in Nederland en/of Italië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht (al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet) en/of heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) waaronder-(ongeveer) 5 of 7 kilogram cocaïne (in of omstreeks de periode 17 juni 2020 tot en met 24 juni 2020, zaaksdossier 1 SkyECC; [account 1]-[account 12]) in ieder geval (telkens) een (grote) hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; (zaaksdossier 1, zaaksdossier 2)

feit 3 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode maart 2020 tot en met december 2020 te [woonplaats] en/of elders in Nederland en/of Italië, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) (grote) hoeveelhe(id(en) waaronder- in of omstreeks de periode 2 april 2020 tot en met 18 mei 2020 (ongeveer) 1 (één) kilogram, althans een (grote) hoeveelheid hasj (zaaksdossier 2 Encrochat; ‘[account 2]-[account 6]’) en/of -in of omstreeks de periode 4 juli 2020 tot en met 19 september 2020 (ongeveer) 100 kilogram, althans een (grote) hoeveelheid hennep/wiet(toppen) (zaaksdossier 1 SkyECC; [account 1]-[account 4]), in ieder geval (telkens) een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep en/of (telkens) een (grote) hoeveelheid hasjiesj, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep (hasjiesj) waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd, zijnde hennep en/of hasjiesj (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet; (zaaksdossier 1, zaaksdossier 2)

feit 4 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 maart 2020 tot en met 30 oktober 2023 te [woonplaats] en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, in elk geval zich een of meermalen schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben hij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) een voorwerp, dan wel een of meer voorwerpen, te weten een of meer (contante) geldbedragen van in totaal (ongeveer) 25.246 euro, althans een of meer (grote) geldbedragen verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

feit 5 ‘[bedrijf] op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 april 2020 tot en met 2 augustus 2022 te [woonplaats] en/of (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, in elk geval zich een of meermalen schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben [bedrijf] en/of haar medeverdachte(n) een of meer geldbedrag(en) tot een totaalbedrag van (ongeveer) 83.915 euro, althans een of meer (grote) geldbedrag(en), verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik gemaakt, terwijl [bedrijf] en/of haar medeverdachte(n) (telkens) wist(en) dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) hij, verdachte, (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) hij, verdachte, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 A (gedachtestreepje 1):

de eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A en B van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 1 B (gedachtestreepje 2):

de eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 1 C (gedachtestreepje 3):

de eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 1 D (gedachtestreepje 4):

de eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 3:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 4:

gewoontewitwassen

feit 5:

feitelijke leidinggeven aan gewoontewitwassen, begaan door een rechtspersoon

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de rechtbank bij de strafoplegging rekening dient te houden met het feit dat verdachte een first offender is en dat er na 2022 geen strafbare feiten meer lijken te zijn gepleegd. De raadsman acht de strafeis bovenmatig.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de uitvoer van, handel in en het aanwezig hebben van grote hoeveelheden cocaïne, het aanwezig hebben van één kilogram hasj en het gewoontewitwassen van grote contante geldbedragen, in privé en als feitelijke leidinggever bij zijn bedrijf [bedrijf] Verdachte heeft zich in georganiseerd verband op dagelijkse basis en structurele wijze bezig gehouden met (internationale) handel in cocaïne en softdrugs. De handel in verdovende middelen heeft een ontwrichtende invloed op de samenleving; niet alleen op het gebied van gezondheid en welzijn, maar ook op veiligheid en het financiële stelsel. Drugs zijn namelijk niet alleen schadelijk voor de gezondheid van de gebruikers ervan, maar gaat ook veelvuldig gepaard met diverse vormen van (zware) criminaliteit, met veel geweld, schade en overlast tot gevolg. In dit dossier zit bij de berichten ook een door verdachte verzonden foto van een vuurwapen. Veel liquidaties in het criminele circuit, zijn direct of indirect het gevolg van conflicten in de wereld van de drugshandel. Ook verdachte spreekt met een van zijn tegencontacten over het regelen van vier bewapende jongens ter beveiliging van het tegencontact. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij hieraan heeft bijgedragen. Met het witwassen van de grote contante geldbedragen heeft verdachte ten slotte bijgedragen aan het onttrekken van illegale opbrengsten aan het zicht van justitie, hetgeen inbreuk maakt op de integriteit van het financiële en economische verkeer.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf gekeken naar straffen die voor de bewezenverklaarde feiten doorgaans worden opgelegd. De rechtbank heeft daarbij ook gekeken naar de oriëntatiepunten voor strafoplegging van het LOVS. Het oriëntatiepunt voor het uitvoeren van 4-5 kilogram cocaïne in georganiseerd verband is 42-45 maanden en voor 5-6 kilogram cocaïne 45-48 maanden. Voor het verkopen/vervoeren van 9-10 kilogram cocaïne in georganiseerd verband geldt een oriëntatiepunt van 48 maanden en voor 10-20 kilogram 50 maanden. Voor het verkopen van 4-5 kilogram cocaïne in georganiseerd verband geldt een oriëntatiepunt van 28 maanden en 34 maanden bij 5-6 kilogram. Voor het aanwezig hebben van 1 kilogram cocaïne geldt een oriëntatiepunt van 4/5 maanden.

Gelet op de hoeveelheid verdovende middelen die verdachte in georganiseerd verband heeft uitgevoerd en verhandeld en de hoogte van het bedrag dat door verdachte in privé en als feitelijke leidinggever is witgewassen, is een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf dus op zijn plaats. De rechtbank zal, alles overwegende, een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 6 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Deze straf is lager dan de strafeis van de officier van justitie nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De beoordeling van het beslag

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt dat de officier van justitie heeft verzocht om geen beslissing omtrent het beslag te nemen ten aanzien van de zwarte Apple telefoon, aangegeven als nummer 5 van de beslaglijst. De rechtbank is van oordeel dat zij op grond van artikel 353 Sv dient te beslissen op het beslag en geen beslag kan laten rusten.

De rechtbank zal de zwarte Apple telefoon (nummer 5 op de beslaglijst) en de groene Apple telefoon (nummer 6 op de beslaglijst) verbeurd verklaren omdat zij tot het begaan van het misdrijf zijn bestemd. Beide telefoons zijn in de veiligheidsfouillering bij verdachte aangetroffen. Uit dit vonnis blijkt dat verdachte op grootschalige wijze via zijn telefoons actief was in de handel in drugs.

De rechtbank zal, zoals de officier van justitie heeft verzocht, de teruggave aan verdachte gelasten van de in de woning aangetroffen zwarte Samsung telefoon (nummer 2 op de beslaglijst), de grijze Apple telefoon (nummer 3 op de beslaglijst) en de goudkleurige Apple telefoon (nummer 4 op de beslaglijst), omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 33, 33 a, 47, 51, 55, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

10. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder feit 2 ten laste gelegde feit;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart verbeurd de zwarte Apple telefoon (nummer 5 op de beslaglijst) en de groene Apple telefoon (nummer 6 op de beslaglijst);

 gelast de teruggave van de zwarte Samsung telefoon (nummer 2 op de beslaglijst), de grijze Apple telefoon (nummer 3 op de beslaglijst) en de goudkleurige Apple telefoon (nummer 4 op de beslaglijst) aan verdachte.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?