RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.720389.18
Datum uitspraak: 14 november 2025
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] (hierna: betrokkene),
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] (Griekenland),
verblijvende in [verblijfplaats] , [adres] , [postcode] [plaats] (hierna: de kliniek).
Raadsvrouw: mr. S. Grilk, advocaat te Arnhem.
Procedure
Aan betrokkene is op 17 september 2019 bij vonnis van deze rechtbank de maatregel terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd.
De termijn van de maatregel is ingegaan op 20 oktober 2023.
Bij vordering van 11 september 2025, bij de griffie van de rechtbank ingekomen op dezelfde dag, heeft de officier van justitie gevorderd dat de duur van de maatregel wordt verlengd met twee jaar.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
- het adviesrapport van de kliniek van 22 augustus 2025, waarin wordt geadviseerd de
terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
- een brief van de kliniek van 22 oktober 2025 met aanvullende informatie over de
voortgang van het onderzoek naar repatriëring naar Griekenland; en
- een afschrift van de wettelijke aantekeningen.
Ter zitting van 31 oktober 2025 zijn gehoord:
- betrokkene en zijn raadsvrouw,;
- de deskundige J.P. Vedder, regiebehandelaar en GZ-psycholoog (aanwezig via videoverbinding); en
- de officier van justitie, mr. A.C. Waterman.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan en heeft gepersisteerd bij de vordering.
Het standpunt van betrokkene
De raadsvrouw van betrokkene heeft het woord gevoerd en zich niet verzet tegen een verlenging met twee jaar.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd voor moord. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet in duur gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en dat sprake is van verslavingsproblematiek. De stoornissen zijn dus nog actueel. De psychotische kenmerken van de schizofrenie zijn inmiddels wel in remissie door medicamenteuze behandeling.
Verloop van de maatregel
Na een periode op een instroomafdeling en korte tijd op een (andere) doorstroomafdeling verblijft betrokkene sinds 26 juni 2024 op de afdeling [afdeling] , een cultuursensitieve behandelunit in de kliniek. Inmiddels stelt hij zich steeds meer open in contact met het behandelteam. Hij neemt de voorgeschreven medicatie, maar is wisselend in zijn mening over de noodzaak van de medicatie. Daarbij speelt dat hij het niet eens is met de diagnose schizofrenie. De verslavingsproblematiek heeft betrokkene een groot deel van de afgelopen jaren tegengewerkt. Hij heeft herhaaldelijk drugs gebruikt in de kliniek, wat heeft geleid tot beperking van zijn bewegingsruimte. In mei 2025 is hij als gevolg van het gebruik van harddrugs psychotisch ontregeld geweest. Betrokkene heeft hierop aangegeven te willen werken aan zijn verslavingsproblematiek maar dit kost tijd. Om hierin stappen te zetten, is nodig dat betrokkene meer openheid geeft in zijn gebruik en zijn zucht naar drugs en dit bespreekt met het behandelteam. Betrokkene begrijpt dit maar vindt dit nog lastig. Naast abstinentie en openheid geven in wat er in hem omgaat, zijn het vergroten van probleeminzicht en assertiviteit belangrijke ontwikkelpunten van betrokkene de komende tijd.
Betrokkene heeft te kennen gegeven terug te willen keren naar zijn land van herkomst.
Recent is duidelijk geworden dat repatriëring naar Griekenland in het kader van strafoverdracht op dit moment definitief niet mogelijk is. De reden hiervan is dat er geen soortgelijke beveiligde kliniek aanwezig is in Griekenland. De komende periode zal worden onderzocht of repatriëring in het kader van beëindiging van de maatregel onder de voorwaarde tot vertrek (artikel 6:6:10b, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering) mogelijk is en zo ja, onder welke voorwaarden. Hierover moet nog contact worden gezocht met de Griekse autoriteiten. Ook moet worden uitgezocht of de verslavingsproblematiek van betrokkene hierbij een factor van belang is.
Recidivegevaar
De kliniek schat de kans op recidive bij beëindiging van de maatregel in als hoog. Betrokkene heeft tot nu toe onvoldoende geprofiteerd van de behandeling. Zonder de huidige mate van extern risicomanagement is de kans groot dat betrokkene zal terugvallen in zijn oude gedrag.
Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de maatregel onverminderd groot is.
Conclusie
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. Op basis van het adviesrapport en wat de deskundige van de kliniek op de zitting naar voren heeft gebracht, concludeert de rechtbank dat het niet aannemelijk is dat het recidiverisico over een jaar voldoende kan worden teruggedrongen. Repatriëring naar Griekenland is binnen nu en een jaar niet aan de orde. De rechtbank zal de termijn van de maatregel daarom, overeenkomstig de vordering en het advies van de kliniek, met twee jaar verlengen.
De beslissing
De rechtbank:
-verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. I. de Bruin, voorzitter, mr. H.C. Leemreize en
mr. J. M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J.M. Fransen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 november 2025.
De griffier en mr. Leemreize zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.