ECLI:NL:RBGEL:2025:9756

ECLI:NL:RBGEL:2025:9756, Rechtbank Gelderland, 10-09-2025, C/05/435448 / HA ZA 24-230

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 10-09-2025
Datum publicatie 17-12-2025
Zaaknummer C/05/435448 / HA ZA 24-230
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Samenwerking. Overeenkomst van opdracht. Geen afspraken gemaakt over vergoeding. Redelijk loon (7:405 lid 2 BW). Verrekening. Cessie.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/435448 / HA ZA 24-230

Vonnis van 10 september 2025

in de zaak van

de stichting A-BANANA FOUNDATION,

statutair gevestigd te Wageningen en kantoorhoudende te Otterlo,

eisende partij,

hierna te noemen: A-BF,

advocaten: mr. K. Watanabe en mr. C.W.J. Loomans,

tegen

MUSARADIX B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Wageningen,

gedaagde partij,

hierna te noemen: MusaRadix,

advocaten: mr. S.M. Marges en mr. S.J.A van Gils.

De zaak in het kort

De bestuurders van A-BF en MusaRadix zijn een samenwerking aangegaan in het onderzoek naar duurzame oplossingen voor problemen in de bananenteelt. Uit hoofde van die samenwerking menen partijen over en weer vorderingen op elkaar te hebben. Een volledige financiële afwikkeling ligt niet voor.

De insteek van deze procedure is de door MusaRadix te betalen (redelijke) vergoeding voor door A-BF uitgevoerde veldexperimenten in de Filipijnen. MusaRadix betwist deels de hoogte van de gevorderde vergoeding. Voor het door haar erkende deel van de vordering beroept MusaRadix zich op verrekening met een tweetal aan haar gecedeerde vorderingen op A-BF. De rechtbank komt na vaststelling van het redelijk loon en een deels geslaagd beroep op verrekening tot het oordeel dat MusaRadix aan A-BF nog een bedrag moet betalen van € 159.614,00.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 16 oktober 2024

- de akte houdende vermeerdering van eis, wijziging van grondslag en overlegging producties 8 tot en met 11 van A-BF

- de akte houdende overlegging productie 12 van A-BF- het bericht van 26 februari 2025 met producties 58A tot en met 58D van MusaRadix- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling gehouden op 5 maart 2025, waaraan spreekaantekeningen en twee bij productie 9 van A-BF ontbrekende pagina’s zijn gehecht

- de akte uitlating aanvulling op productie 9 ABF van MusaRadix.

Na de door MusaRadix genomen akte uitlating is bepaald dat in deze zaak vonnis wordt gewezen.

2. De feiten

[naam 1] (hierna: [naam 1] ) is al jarenlang actief in de bananenbranche. Via zijn holding [naam 2] is [naam 1] indirect aandeelhouder en bestuurder van MusaRadix. MusaRadix is op 16 juli 2012 opgericht en verricht biotechnologisch speur- en ontwikkelingswerk op het gebied van agrarische producten en processen.

Daarnaast is [naam 1] via zijn holding ook indirect aandeelhouder en bestuurder van Triple20. Triple20 is op 23 augustus 2012 opgericht en is een organisatieadviesbureau dat zich onder andere bezig houdt met handelsbemiddeling in landbouwproducten en voedingsmiddelen.

In 2021 heeft [naam 1] met een aantal anderen het ‘Yelloway Initiative’ opgezet met als doel bananen te produceren die resistent zijn tegen pathogene ziekten en milieudreigingen. Daartoe is op 2 juli 2021 Yelloway B.V. opgericht. [naam 1] is één van de vier bestuurders van Yelloway.

Verder kwam [naam 1] in zijn zoektocht naar externe investeerders in 2021 in contact met [naam 3] (hierna: [naam 3] ). [naam 1] en [naam 3] hebben diverse gesprekken gevoerd over het aangaan van een samenwerkingsverband en (uiteindelijk) over het verplaatsen van de activiteiten van Triple20 en MusaRadix naar A-BF (in oprichting) en A-Banana Company B.V. (hierna: ABC) (in oprichting).

A-BF en de aan haar gelieerde onderneming ABC zijn opgericht voor het doen van onderzoek naar duurzame oplossingen voor problemen in de bananenteelt.

In een e-mail van 17 december 2022 schrijft [naam 1] aan [naam 3] over de beoogde verplaatsing van de activiteiten van Triple20 en over het verrichten van werkzaamheden voor het Yelloway project onder meer het volgende:

(…) In mijn email van 17 November (…) heb ik een overzicht gemaakt van de activiteiten per bedrijf. Voor Triple20 zijn het de lab-, kas- en veldexperimenten, die voortkomen uit het exclusive framework service agreement met WUR. Veldexperimenten met Yelloway zijn geen onderdeel van deze overeenkomst.

In de aandeelhoudersovereenkomst van Yelloway, is MusaRadix verantwoordelijk gesteld voor het uitvoeren van veldexperimenten. (…) in het nieuwe A-BF scenario, waarin A-BF het land huurt, A-BF de Yelloway veldexperimenten zou kunnen uitvoeren. Wat niet helder en duidelijk gecommuniceerd is, dat dit via MusaRadix verloopt.

Wat ik voorstel is dat we de overdracht van Yelloway’s veldexperimenten van MusaRadix naar A-BF uitstellen naar 2024. (…) Voor 2023 sluit A-BF een subcontract overeenkomst met MusaRadix voor het uitvoeren van lopende veldexperimenten. (…)

Op 27 december 2022 heeft A-BF (in oprichting) een managementovereenkomst gesloten met de holding van [naam 1] ( [naam 2] ), onder andere omdat [naam 1] voorzitter werd van A-BF (in oprichting).

Op 30 december 2022 heeft [naam 1] een voorstel aan [naam 3] gedaan voor de overname van de activiteiten van Triple20 door ABC/ABF. [naam 1] schrijft het volgende:

Overname door A-BF ABF neemt het ‘Framework Service Agreement’ van Triple20 over. Jaarlijkse omzet, dat gerealiseerd kan worden met deze overeenkomst, bedraagt €500+k. Brutomarge op lab en kas experimenten <25%, voor veldexperimenten > 50%.

(…)

Vergoeding en wanneer voldaan

Vergoeding bedraagt €500k. Gezien gedane investeringen, groeimogelijkheden d.m.v. acquisitie en ‘kleiner deel van een grotere pizza’ een redelijke prijs.

(…)Misschien is bovenstaande aanname ‘te kort door de bocht’ bekeken en ik begrijp dat cashflows goedkoper zijn, maar ik heb graag ‘boter bij de vis’. Mijn voorstel is €250k bij ondertekening van de overeenkomst en €250k voor Juni 30, 2023.

Op 6 januari 2023 heeft [naam 3] de hoofdlijnen van de met [naam 1] gemaakte afspraken over de verplaatsing van de activiteiten van Triple20 naar A-BF/ABC aan [naam 1] gemaild. Deze mail wordt door partijen ‘Termsheet’ genoemd en is op 6 januari 2023 door hen ondertekend. [naam 1] heeft getekend namens Triple20 en [naam 3] en [naam 4] (hierna: [naam 4] ) hebben getekend namens ABC en A-BF. De tekst van de Termsheet luidt, voor zover relevant, als volgt:

(…) Hierna de hoofdlijnen van onze overeenkomst om de activiteiten van Triple20 over te nemen door (…) (ABC) en (…) (ABF).

De overeenkomst zal nog op schrift worden gesteld, maar met dit termsheet hebben we in ieder geval de overeenkomst benoemd en voorkomen we dat daar later misverstanden over kunnen ontstaan.

(…)

Huidige activiteiten van Triple20

Op basis van jouw e-mail van 16 november 22 hebben we vastgesteld dat de uitputtende opsomming van activiteiten van Triple20 B.V. media december 2022 bestaat uit:

Doel: versneld ontwikkelen en implementatie van wetenschappelijk bewezen technologieën en producten ter bescherming en modernisering van de bananen industrie;

Framework Service Agreement met WUR voor uitvoeren experimenten in laboratorium, kas en veld;

 Lopende experimenten:

o Syngenta (…)

o Yara (…)

o VM Agritech (…)

o Manvert (…)

o TMRW (…)

o VGE (…)

 Investering Triple20 in producten; (…)

 Verkoop van “The New Banana” aan retailers in Azië (…)

Voorgaande is een limitatieve opsomming er zijn geen andere contracten en of activiteiten binnen Triple20 (...)

Overname door ABF

ABF neemt de volgende activa en experimenten over van Triple20 onder volgende voorwaarden.

Wat wordt overgenomen

Stichting ABF neemt over van Triple20

Framework Service Agreement met WUR (…)

 Lopende experimenten:

o Syngenta (…)

o Yara (…)

o VM Agritech (…)

o Manvert (…)

o TMRW (…)

o VGE (…)

o ECP (…)

Tegen welke vergoeding

De vergoeding voor het Framework Service Agreement met WUR (WUR contract) en de experimenten en projecten zoals hiervoor genoemd (dus alle activiteiten en IP voor zover aanwezig van Triple20) bedraagt in totaal €250k. Daarnaast wordt er € 250k vergoed indien de brutomarge (omzet verminderd met de directe kosten) over 2023 minimaal € 200k bedraagt op basis van de verwachte omzet zoals genoemd in Bijlage 1. De earn out wordt voldaan op verzoek van (…) [naam 1] na 1 januari 2024 en voldaan aan een nader door hem aan te geven entiteit. Voor beide bedragen worden separate overeenkomsten opgesteld.

(…)

Voorwaarde

Voorwaarde voor het overnemen van Het WUR contract en de genoemde experimenten en projecten is:

 Dat de brutomarge (omzet verminderd met de directe kosten) over 2023 minimaal € 200k bedraagt op basis van de verwachte omzet zoals genoemd in Bijlage 1;

 Het WUR contract zal worden omgezet in een contract met de WUR met dezelfde voorwaarde met dan op naam van ABF gesteld.

Wanneer voldaan

De vergoeding ad € 250k wordt zo spoedig mogelijk als de financiële positie van ABF dit toelaat voldaan door ABF. ABF is momenteel bezig om financiële middelen beschikbaar te krijgen (…). In deze funding zal de koopsom mee worden genomen. Als volgens de liquiditeitsprognose de proefvelden voldoende funding hebben zal het surplus aan beschikbare funding worden aangewend om de bedoelde koopsom te voldoen. (Mits aan de voorwaarden is voldaan).

Wanneer wordt geleverd

Alle activa zullen worden geleverd per 1 januari 2023 (Effectieve datum). Dit betekent dat alle baten en lasten vanaf die datum ten gunste en laste komen van ABF.

Matching van omzet en kosten

Voor het lopende veldexperiment met ECP (…)

Voor alle overige overgenomen activiteiten en experimenten geldt dat er geen vooruitbetaling zijn ontvangen en of kosten vooruit zijn betaald. Met andere woorden er kan geen situatie ontstaan, waarin Triple20 vooruitbetalingen heeft ontvangen en of gefactureerd heeft, maar de uitvoering en de kosten voor rekening van ABF komen (of vice versa).

Overname door ABC

(…)

Vervolg stappen

De volgende vervolgstappen zijn te nemen:

1. Deze parapluovereenkomst/termsheet wordt getekend waarna de volgende separate overeenkomsten worden opgesteld:

Overeenkomst Triple20 en ABF deel 1 (250k)

Overeenkomst Triple20 en ABF deel II (250k)

Overeenkomst Triple20 en ABC

Overeenkomst (…)

Op enig moment is A-BF (met op dat moment [naam 1] als voorzitter) voor MusaRadix (met [naam 1] als indirect aandeelhouder en bestuurder) veldexperimenten gaan verrichten voor het Yelloway project van Yelloway B.V. (met [naam 1] als directeur). De werkzaamheden werden door A-BF uitgevoerd op door A-BF van Triple20 gehuurde proefvelden in de Filipijnen.

Op 6 februari 2023 is A-BF opgericht. Thans zijn [naam 3] (via zijn holding Orion Green Ventures B.V.) en [naam 4] (via zijn holding Traderz B.V.) indirect bestuurders van A-BF.

Op 21 september 2023 heeft [naam 1] namens Triple20 een factuur gemaild aan A-BF voor ‘vergoeding voor overname Framework Service Agreement met WUR’.

Op 25 september 2023 heeft [naam 1] zijn functie als voorzitter van A-BF neergelegd.

Op 25 oktober 2023 heeft A-BF een factuur gestuurd aan MusaRadix. Deze factuur ziet op de tot dan (oktober 2023) door A-BF voor MusaRadix verrichte veldexperimenten voor een totaalbedrag van € 230.000,00 (exclusief btw). Daarop zijn de door MusaRadix betaalde (aanloop)kosten van in totaal € 94.729,00 (exclusief btw) in mindering gebracht zodat een door MusaRadix te betalen bedrag van € 135.271,00 (exclusief btw) resteert. Vermeerderd met 21% btw sluit de factuur op een bedrag van € 163.677,91 (inclusief btw).

Op 20 februari 2024 heeft A-BF de managementovereenkomst met [naam 2] per direct beëindigd.

Op 23 februari 2024 heeft Triple20 twee van haar vorderingen op A-BF aan MusaRadix gecedeerd. De eerste vordering is een vordering van Triple20 op A-BF voor de huur van proefvelden in de Filipijnen ten behoeve van het Yelloway project in 2023 voor een bedrag van € 16.296,00 exclusief btw. De tweede vordering is een bedrag van € 81.338,00 als deel van de eerste termijn van € 250.000,00 die A-BF op grond van de Termsheet aan Triple20 verschuldigd zou zijn.

Op 3 april 2024 heeft A-BF tot zekerheid van verhaal van haar vordering op MusaRadix met een door de rechtbank Amsterdam verleend verlof van 2 april 2024 conservatoir derdenbeslag gelegd onder drie banken. Dit beslag heeft geen doel getroffen.

Na het uitbrengen van de dagvaarding in deze procedure heeft A-BF bij brief van 28 juni 2024 aan (de advocaat van) MusaRadix de overeenkomst met MusaRadix voor het Yelloway project per 1 juli 2024 buitengerechtelijk ontbonden.

Ook de Termsheet met Triple20 heeft A-BF met een brief van 11 september 2024 aan de advocaat van MusaRadix en Triple20, buitengerechtelijk ontbonden.

Op 15 november 2024 heeft A-BF tot zekerheid van verhaal van haar vordering op MusaRadix, met een door deze rechtbank verleend verlof van 15 november 2024 conservatoir (derden)beslag gelegd op de aandelen van MusaRadix in Yelloway B.V. en op de gelden en vorderingen die Yelloway B.V. aan MusaRadix verschuldigd is.

3. Het geschil

A-BF vordert, na wijziging van eis, dat de rechtbank MusaRadix veroordeelt tot primair

( i) betaling aan A-BF van € 289.412,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van:

- € 169.088,75 (= € 135.271,00 + 25%) vanaf 2 november 2023, althans 26 maart 2024, en over

- € 55.851,25 (= € 44.681,00 + 25%) vanaf 31 januari 2024, en over

- € 64.472,50 (= € 51.578,00 + 25%) vanaf 31 juli 2024,

( ii) betaling aan A-BF van de buitengerechtelijke kosten van € 3.222,06, te vermeerderen met de wettelijke rente,

subsidiair

( i) betaling aan A-BF van € 289.412,50 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2024, met de verklaring voor recht dat de overeenkomst van opdracht inzake het project Yelloway tussen partijen is ontbonden per 1 juli 2024,

primair en subsidiair

i) betaling van de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het vonnis,

ii) betaling van de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

A-BF legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in opdracht van MusaRadix in 2023 en (tot juni) 2024 veldexperimenten heeft uitgevoerd in de Filipijnen voor het project Yelloway. Voor de verrichte werkzaamheden is MusaRadix aan A-BF een vergoeding verschuldigd. Op 25 oktober 2023 heeft A-BF - na aftrek van door MusaRadix betaalde (aanloop)kosten van in totaal € 94.729,00 (exclusief btw) - voor de kosten die gemoeid zijn met de veldexperimenten tot en met oktober 2023 een bedrag van € 135.271,00 bij MusaRadix in rekening gebracht. MusaRadix heeft deze factuur niet voldaan. De kosten voor de veldexperimenten in november en december 2023 bedragen € 44.681,00 en de kosten van januari tot juni 2024 bedragen € 51.578,00, derhalve in totaal € 231.530,00. Voor de bepaling van een redelijke vergoeding op basis van het arm’s-length beginsel moeten deze bedragen vermeerderd worden met een marge van 25%. Daarmee komt de totale redelijke vergoeding voor de door A-BF verrichte werkzaamheden voor het Yelloway project op € 289.412,50. Volgens A-BF kan MusaRadix zich niet beroepen op verrekening omdat niet aan de voorwaarden is voldaan: één vordering is nog niet opeisbaar en de andere vordering tot betaling van de koopsom voor de overgenomen activiteiten van Triple20 hoefde pas betaald te worden als i) A-BF voldoende liquide middelen had en ii) er op de overgenomen projecten en experimenten in 2023 een brutomarge zou worden gerealiseerd van € 200.000,00. Aan beide voorwaarden is volgens A-BF niet voldaan en daarom is de vordering niet opeisbaar en kan deze niet worden verrekend. Ook beroept A-BF zich op ontbinding van de onderliggende Termsheet overeenkomst met Triple20. A-BF vordert betaling van voormeld bedrag van € 289.412,50 primair op grond van nakoming van de verplichting van MusaRadix om een redelijke vergoeding te betalen voor de verrichte werkzaamheden (artikel 3:296 BW en artikel 7:405 e.v. BW) en subsidiair als waardevergoeding (artikel 6:272 BW) nu A-BF de overeenkomst met MusaRadix per 1 juli 2024 heeft beëindigd.

MusaRadix betwist de hoogte van de door A-BF gevorderde vergoeding voor de door A-BF verrichte werkzaamheden. Volgens MusaRadix heeft A-BF voor haar werkzaamheden slechts recht op een vergoeding van € 97.634,00. Dit bedrag heeft MusaRadix echter niet voldaan omdat zij zich beroept op verrekening met twee aan haar gecedeerde vorderingen van Triple20 op A-BF van respectievelijk € 16.296,00 (huurkosten proefvelden) en € 81.338,00 (deel van de koopsom), derhalve in totaal € 97.634,00. MusaRadix betwist dat aan de opeisbaarheid van de vordering de voorwaarden zijn gesteld die A-BF aanvoert. Als deze voorwaarden wel zijn gesteld, dan is aan die voorwaarden voldaan. En, zou niet aan de voorwaarden zijn voldaan dan moeten deze als vervuld worden gezien naar eisen van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:23 BW) omdat door het handelen van A-BF niet aan de voorwaarden is voldaan. En anders zijn de gevolgen van de voorwaarden uit de Termsheet gezien de onderhavige omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid volgens MusaRadix onaanvaardbaar waardoor de voorwaarden niet van toepassing zijn (artikel 6:248 BW). Daarmee is de vordering van A-BF op MusaRadix door verrekening tenietgegaan en verkeert MusaRadix dus niet in verzuim. MusaRadix concludeert tot afwijzing van de vorderingen van A-BF, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van A-BF in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Partijen menen dat zij uit hoofde van hun samenwerking over en weer vorderingen hebben op elkaar, die al dan niet met elkaar verrekend kunnen worden.

Vordering van A-BF op MusaRadix

Tussen partijen is niet in geschil dat A-BF op basis van een overeenkomst van opdracht (als onderaannemer van MusaRadix) werkzaamheden (veldexperimenten) heeft verricht voor het Yelloway project van Yelloway B.V. Partijen zijn het er ook over eens dat MusaRadix hiervoor een vergoeding aan A-BF moet betalen. Partijen twisten echter over de omvang van die vergoeding. Tijdens de mondelinge behandeling hebben beide partijen verklaard dat er over de hoogte van de vergoeding geen afspraken zijn gemaakt. Wel zijn partijen het er over eens dat het moet gaan om een vergoeding op basis van het zogenaamde arm’s-length beginsel (ook wel het zakelijkheidsbeginsel). Dit houdt in dat gelieerde ondernemingen, zoals MusaRadix en A-BF, worden verondersteld onderling onder dezelfde voorwaarden te handelen als onafhankelijke partijen onder vergelijkbare omstandigheden zouden doen.

Na wijziging van eis komt volgens A-BF een redelijk loon naar het arm’s-length beginsel neer op vergoeding van alle door haar gemaakte kosten (zowel directe als indirecte kosten) in de Filipijnen en Nederland, vermeerderd met een bruto marge van 25%. Daarbij voert A-BF aan dat zij praktisch de enige marktpartij is die deze specifieke werkzaamheden aanbiedt en dat [naam 1] voor andere soortgelijke projecten een opslagmarge van 50% hanteert. A-BF verwijst hierbij naar bijlage 1 bij de Termsheet. Een marge van 25% kan volgens A-BF dan ook als gebruikelijk en redelijk worden beschouwd. Omdat de totale directe en indirecte kosten voor het project Yelloway over 2023 en 2024 € 231.530,00 bedragen komt dit neer op een redelijke vergoeding van € 289.412,50 (€ 231.530,00 + 25%), aldus A-BF.

MusaRadix heeft geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging van A-BF. Volgens haar ligt het echter voor de hand om voor de arm’s-length vergoeding aan te sluiten bij het calculatiemechanisme dat Triple20 hanteert in haar offertes aan haar opdrachtgevers. Dat mechanisme is gebaseerd op de totale gemaakte directe (project)kosten in de Filipijnen met een brutomarge van 100%. Volgens MusaRadix komen de directe kosten van A-BF in Nederland niet voor vergoeding in aanmerking omdat de uitvoerende werkzaamheden, waaronder het opstellen van de rapportages, bij het team in de Filipijnen lagen. De indirecte kosten komen volgens MusaRadix niet voor vergoeding in aanmerking omdat deze worden gedekt uit de brutomarge van de projecten. Volgens MusaRadix bedraagt een commercial (arm’s-length) fee voor het project dan ook maximaal € 150.000,00 waarvan een deel van 65,09% (€ 97.634,00 (exclusief btw)) kan worden toegeschreven aan 2023.

Omdat partijen contractueel geen concrete vergoeding hebben afgesproken voor de door A-BF te verrichten werkzaamheden, en ook onvoldoende duidelijke aanknopingspunten bestaan om het loon op de gebruikelijke wijze te berekenen (bijvoorbeeld aantal gewerkte uren vermenigvuldigd met het gebruikelijke uurloon), is MusaRadix als opdrachtgever een redelijk loon verschuldigd (artikel 7:405 lid 2 BW). Voor zover niet in dit loon begrepen, moet MusaRadix ook de onkosten die verbonden zijn aan de uitvoering van de opdracht aan A-BF als opdrachtnemer vergoeden (artikel 7:406 lid 1 BW). Het is aan de rechtbank om dit redelijk loon vast te stellen waarbij zij rekening moet houden met de aard en omvang van de verrichte werkzaamheden en van hetgeen in de desbetreffende branche in het algemeen gebruikelijk is. Anders dan doorgaans het geval is bij de berekening van een gebruikelijk loon, kan aan de bepaling van een redelijk loon niet een nauwkeurige berekening ten grondslag gelegd worden. Daarom kunnen geen hoge eisen gesteld worden aan de stelplicht van de opdrachtnemer omtrent het redelijk loon en aan de motivering door de rechter van zijn oordeel daaromtrent. De rechter zal in het algemeen kunnen volstaan met te vermelden welke omstandigheden hij naar aanleiding van het debat tussen partijen in aanmerking heeft genomen en hoe hij met inachtneming van die omstandigheden tot de bepaling van het redelijk loon is gekomen.

De door MusaRadix gehanteerde rekenwijze komt uit op een lagere vergoeding dan de rekenwijze die A-BF hanteert. Daarmee beperkt het debat tussen partijen zich tot het verschil. Dit verschil ziet op het al dan niet vergoeden van de directe kosten in Nederland, het al dan niet vergoeden van de indirecte kosten en het te hanteren opslagpercentage. Uitgangspunt is dat A-BF een stichting is en dus geen winstoogmerk heeft. Dit neemt niet weg dat A-BF er bij de uitvoering van de werkzaamheden niet bij in hoeft te schieten. Een kostendekkende vergoeding is dus passend als redelijk loon. De vraag is wat in deze situatie voor de door A-BF verrichte werkzaamheden in de bananenbranche, een kostendekkende vergoeding is.

Directe kosten

A-BF heeft eerst bij akte vermeerdering van eis de door haar gemaakte kosten nader uitgewerkt en onderbouwd. Zij heeft daarvoor een spreadsheet overgelegd gebaseerd op cijfers afkomstig uit de administratie van het lokale team van A-BF in de Filipijnen. Dit overzicht loopt van 2 januari 2023 tot en met 31 december 2023. Tijdens de mondelinge behandeling heeft A-BF nader toegelicht dat de kosten in de spreadsheet niet zijn uitgesplitst per individueel project. Daarom heeft A-BF tijdens de mondelinge behandeling een nieuw overzichtsdocument ingebracht waarop de totale directe en indirecte kosten 2023 per project zijn uitgesplitst en worden vermeld in euro’s. Dit overzicht sluit voor de directe kosten in de Filipijnen op € 51.856,00, voor directe kosten in Nederland voor A-BF op € 16.500,00, voor directe kosten in Nederland voor ABC op € 18.874,00 en voor de totale indirecte kosten op € 92.722,00 (€ 46.517,00 voor ABC en € 46.205,00 voor A-BF). MusaRadix heeft na de mondelinge behandeling bij akte op dit nieuwe overzicht van A-BF mogen reageren. MusaRadix voert aan dat de kosten in de Filipijnen per eind oktober 2023 € 41.189,00 bedroegen. Daarbij verwijst MusaRadix naar een eerder door haar overgelegd overzicht dat loopt van 2 januari 2023 tot en met 31 oktober 2023.

De rechtbank constateert dat de door A-BF en MusaRadix overgelegde overzichten gelijkluidend zijn maar dat het overzicht van A-BF ziet op geheel 2023, terwijl het overzicht van MusaRadix loopt tot en met 31 oktober 2023 en dat dit laatstgenoemde overzicht ook is voorzien van tabellen met kostentoeschrijvingen per project en omrekentabellen naar euro’s. Partijen zijn het er over eens dat de directe kosten van A-BF in de Filipijnen voor vergoeding in aanmerking komen. Omdat het door A-BF overgelegde overzicht, anders dan dat van MusaRadix, doorloopt tot en met december 2023, acht de rechtbank het aannemelijk dat de directe kosten in de Filipijnen over het gehele jaar 2023 € 51.856,00 bedroegen, zoals A-BF aanvoert, nu uit het overzicht van MusaRadix blijkt dat deze tot eind oktober 2023 € 41.189,00 bedroegen. Dat A-BF vanaf november 2023 geen werkzaamheden meer zou hebben verricht, zoals MusaRadix aanvoert, kan de rechtbank niet volgen. In de brief van 9 februari 2024 waar MusaRadix naar verwijst, wordt namens A-BF enkel gedreigd met opschorting van de werkzaamheden als MusaRadix de factuur van 25 oktober 2023 niet voldoet. Het is echter niet gesteld of gebleken dat A-BF haar werkzaamheden ook daadwerkelijk per 1 november 2023 heeft opgeschort.

En, anders dan MusaRadix betoogt, komen ook de directe kosten die A-BF in Nederland voor het Yelloway project heeft gemaakt voor vergoeding in aanmerking. Dat in de Filipijnen ook rapporten voor opdrachtgevers werden gemaakt, zoals MusaRadix betoogt, wil niet zeggen dat A-BF in Nederland helemaal geen directe kosten heeft gemaakt voor het Yelloway project. Ook het door A-BF genoemde bedrag van € 16.500,00 komt dus voor vergoeding in aanmerking.

Voor toekenning van een vergoeding voor de door A-BF opgevoerde directe kosten van ABC (€ 18.874,00), ziet de rechtbank geen aanleiding. De werkzaamheden zijn immers door A-BF verricht uit hoofde van een overeenkomst tussen haar en MusaRadix. Als het zo is dat A-BF voor bepaalde werkzaamheden ABC heeft ingeschakeld, hetgeen zij niet heeft gesteld, zijn dit directe kosten tussen A-BF en ABC maar geen directe kosten tussen A-BF en MusaRadix. A-BF heeft dan ook onvoldoende aanknopingspunten gegeven om te oordelen dat de voor ABC opgegeven directe kosten voor vergoeding in aanmerking komen.

Indirecte kosten

Vervolgens is de vraag of ook de door A-BF gemaakte indirecte kosten (€ 92.722,00) door MusaRadix moeten worden vergoed. A-BF heeft niet toegelicht waarom ook deze kosten naast het door haar gevorderde opslagpercentage, vergoed moeten worden. A-BF verwijst voor de door haar toegepaste rekenmethode naar de Termsheet. Dit is het enige door partijen ondertekende document waaruit blijkt welke bedoelingen zij hadden ten aanzien van de overnameprijs voor de projecten van Triple20. Voor zover voor het verrichten van werkzaamheden voor (een van) die projecten al aansluiting kan worden gezocht bij de Termsheet, volgt uit die Termsheet dat het opslagpercentage wordt berekend over de bruto marge en dat de ‘bruto marge’ de omzet is, verminderd met de directe kosten. Hieruit begrijpt de rechtbank dat het opslagpercentage ziet op een vergoeding voor de indirecte kosten. Dit sluit (grotendeels) aan bij de door MusaRadix gehanteerde rekenmethode. Omdat A-BF de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten heeft verschaft om aan te nemen dat voor het uitvoeren van de werkzaamheden voor het Yelloway project naast het hanteren van een opslag ook de indirecte kosten moeten worden vergoed, worden deze indirecte kosten geacht te zijn inbegrepen in de opslag. De indirecte kosten kunnen dan niet apart in de berekening van een redelijk loon worden meegenomen. Dan resteert de vraag welke opslag (voor de indirecte kosten) bij het vaststellen van een redelijk loon moet worden gehanteerd.

Opslagpercentage

Tijdens de mondelinge behandeling heeft [naam 5] namens MusaRadix verklaard dat de opzet binnen Triple20, tevens werkzaam in de bananenbranche, is dat de projectkosten verdubbeld worden en dat daarin overhead (indirecte kosten) en een overschrijding van het budget verdisconteerd zit. Ook in haar akte uitlaten betoogt MusaRadix dat een opslag van 100% over de directe kosten redelijk is. Omdat dit percentage hoger uitvalt dan de door A-BF genoemde opslag van 25%, ziet de rechtbank aanleiding om bij het vaststellen van het redelijk loon van dat hogere percentage uit te gaan. Een opslagpercentage van 100% acht de rechtbank voldoende ter verdiscontering van de indirecte kosten. Dit komt voor 2023 immers neer op een bedrag van € 68.356,00 (€ 51.856,00 + € 16.500), wat meer is dan de door A-BF opgevoerde indirecte kosten voor A-BF van € 46.205,00.

Conclusie redelijk loon

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen stelt de rechtbank het redelijk loon voor de door A-BF verrichte werkzaamheden voor het Yelloway project voor 2023 vast op een bedrag van € 136.712,00, te weten € 51.856,00 (directe kosten A-BF in de Filipijnen) + € 16.500,00 (directe kosten A-BF in Nederland), vermeerderd met 100% opslag.

A-BF stelt dat zij voor het Yelloway project in 2024, tot het moment waarop zij haar werkzaamheden heeft beëindigd (als gevolg van de ontbinding per 1 juli 2024), in totaal € 51.578,00 aan kosten heeft gemaakt. De enige onderbouwing die A-BF voor deze kosten heeft gegeven, is het door haar overgelegde overzicht dat twee pagina’s bevat voor 2024. Maar ook in dit overzicht is geen uitsplitsing gemaakt naar projecten en zijn de bedragen (waarschijnlijk) niet in euro’s vermeld. Gelet hierop is niet duidelijk welk deel van dit bedrag ziet op directe dan wel indirecte kosten. De rechtbank kan gelet op de door A-BF gehanteerde rekenmethode over 2023 in ieder geval niet aannemen dat alle door A-BF gevorderde kosten voor 2024 voor vergoeding in aanmerking komen. Voor het bepalen van een redelijk loon voor de werkzaamheden in 2024 hanteert de rechtbank daarom de volgende berekening. In 2023 bedroegen de voor vergoeding in aanmerking komende directe kosten circa 38% van de door A-BF genoemde totale kosten. De rechtbank ziet aanleiding om deze verhouding toe te passen op het over 2024 gevorderde bedrag van € 51.578,00 zodat de rechtbank aanneemt dat de directe kosten die over 2024 voor vergoeding in aanmerking komen € 19.599,00 bedragen (circa 38% van € 51.578,00). Daarbij merkt de rechtbank op dat dit in de lijn ligt van de door MusaRadix geschatte kosten over 2024 van € 15.000,00. Vermeerderd met het opslagpercentage van 100% komt dit voor de door A-BF in 2024 verrichte werkzaamheden voor het Yelloway project neer op een redelijk loon van € 39.198,00.

Met in achtneming van alle bovengenoemde omstandigheden stelt de rechtbank het redelijk loon voor de door A-BF voor MusaRadix verrichte werkzaamheden voor het Yelloway project dan ook vast op € 175.910,00 (€ 136.712,00 voor 2023 + € 39.198,00 voor 2024). Daarmee heeft A-BF dus een vordering op MusaRadix. Vervolgens is de vraag of MusaRadix deze vordering van A-BF mag verrekenen met (aan haar gecedeerde) vorderingen op A-BF.

Vorderingen van MusaRadix op A-BF

Tussen partijen is niet in geschil dat MusaRadix door middel van cessie twee vorderingen van Triple20 op A-BF heeft gekregen. De eerste vordering ziet op (a) huur voor de velden in de Filipijnen voor een bedrag van € 16.296,00 en de tweede vordering ziet op (b) een deel van € 81.338,00 van de eerste termijn van de koopprijs uit hoofde van de Termsheet. A-BF betwist enkel dat Triple20 deze vorderingen op haar had.

(a) Vordering van Triple20 op A-BF voor huur proefvelden

Deze vordering ziet op huur voor de proefvelden die A-BF heeft gebruikt voor de uitvoering van de projecten. In de dagvaarding anticipeert A-BF op dit verrekenverweer van MusaRadix. A-BF voert aan dat vooralsnog onduidelijk is op welke grond de vordering berust en vraagt zich af of de hoogte van de vordering correct is. MusaRadix stelt in haar conclusie van antwoord dat zij (na cessie) de kosten voor de huur van het land voor het Yelloway project in de Filipijnen heeft gefinancierd voor een bedrag van € 16.296,00. Tijdens de mondelinge behandeling heeft A-BF verklaard dat zij de velden heeft gehuurd. A-BF heeft verder niet meer toegelicht waarom Triple20 voor de huur van deze velden geen vordering van € 16.296,00 op haar zou hebben. Daarmee komt vast te staan dat MusaRadix als gevolg van de niet door A-BF betwiste cessie een vordering heeft op A-BF van € 16.296,00. Deze vordering kan MusaRadix verrekenen.

(b) Vordering van Triple20 op A-BF voor eerste termijn Termsheet vergoeding

Deze vordering ziet op de overname van activiteiten van Triple20 door A-BF. De afspraken hieromtrent zijn vastgelegd in de Termsheet. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen het er over eens zijn dat A-BF op grond van de Termsheet twee keer een bedrag van € 250.000,00 aan Triple20 zou moeten betalen voor de van Triple20 overgenomen activiteiten. Partijen verschillen echter van mening over de vraag of (een deel van) deze bedragen opeisbaar (is) zijn.

Aan beoordeling van hetgeen partijen hieromtrent hebben aangevoerd komt de rechtbank echter niet toe. A-BF heeft zich, onder verwijzing naar haar brief van 11 september 2024, tijdens de mondelinge behandeling namelijk beroepen op ontbinding van de onderliggende overeenkomst met Triple20 (de Termsheet). Daarbij voert A-BF aan dat Triple20 is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichting om de door haar ontvangen betalingen van opdrachtgevers voor een bedrag van circa € 300.000,00 door te betalen aan A-BF waardoor A-BF de projecten volledig op eigen kosten heeft moeten uitvoeren. De buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst met Triple20 heeft rechtsgevolgen voor de aan MusaRadix gecedeerde vordering. Deze overgedragen vordering gaat door de ontbinding immers teniet. Hoewel de oude schuldeiser, Triple20, de ontbinding in de door A-BF overlegde brief van 6 november 2024 van Triple20 lijkt te betwisten, heeft MusaRadix de ontbinding tijdens de mondelinge behandeling niet weersproken. Sterker nog, ten aanzien van de ontbindingsgrond erkent MusaRadix dat Triple20 verschillende klanten van lopende projecten van A-BF heeft gefactureerd in afwachting van het moment waarop de contractsovername van de onderliggende overeenkomsten zou zijn voltooid, als ook dat deze bedragen van in totaal € 139.500,00 nog aan A-BF moeten worden overgemaakt. Omdat MusaRadix de door A-BF gestelde buitengerechtelijke ontbinding van de onderliggende overeenkomst niet heeft weersproken, moet het er in deze procedure voor worden gehouden dat MusaRadix geen vordering (meer) heeft op A-BF. Daarom slaagt het verrekenverweer voor het bedrag van € 81.338,00 niet.

Volledigheidshalve overweegt de rechtbank dat ook als MusaRadix de buitengerechtelijke ontbinding van de overeenkomst tussen A-BF en Triple20 wel (gemotiveerd) zou hebben bestreden, haar beroep op verrekening in deze procedure evenmin zou kunnen slagen. In dat geval zou de rechtbank voor een goede beoordeling van dit beroep op verrekening eerst inhoudelijk moeten toetsen of een niet in deze procedure betrokken partij (Triple20) zodanig heeft gehandeld dat A-BF een tussen hen bestaande overeenkomst mocht ontbinden. Dit maakt dat de gegrondheid van het verrekenverweer van MusaRadix niet op eenvoudige wijze is vast te stellen (artikel 6:136 BW).

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat het beroep van MusaRadix op verrekening (alleen) slaagt voor een vordering op A-BF van € 16.296,00. Gelet hierop wijst de rechtbank de primaire vordering van A-BF toe voor een bedrag van € 159.614,00 (€ 175.910,00 -/- € 16.296,00), te vermeerderen met de niet betwiste wettelijke handelsrente op grond van artikel 6:119a lid 2 onder b BW over een bedrag van € 136.712,00 (het redelijk loon over 2023) vanaf 31 januari 2024 en over het resterende bedrag van € 22.902,00 (het redelijk loon over 2024 van € 39.198,00 verminderd met de toegewezen verrekeningsvordering van € 16.296,00) vanaf 31 juli 2024. Omdat hiermee de primaire vordering wordt toegewezen, komt de rechtbank niet toe aan beoordeling van hetgeen partijen ten aanzien van de subsidiaire vordering hebben aangevoerd.

Buitengerechtelijke kosten

A-BF vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). A-BF heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. A-BF heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief. Daarom zal een bedrag van € 2.371,14 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.

A-BF heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. De gevorderde btw zal worden afgewezen, omdat A-BF niet heeft gesteld geen ondernemer te zijn op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 of als ondernemer een vrijgestelde prestatie te hebben verricht.

Beslagkosten

De rechtbank begrijpt dat A-BF de beslagkosten van MusaRadix wil vorderen. Deze vordering is voor wat betreft het door de rechtbank Amsterdam verleende verlof gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 1.033,98 voor kosten deurwaardersexploten, € 688,00 voor griffierecht en € 2.714,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 2.714,00), totaal € 4.435,98. Ten aanzien van het door deze rechtbank verleende verlof zijn geen beslagstukken overgelegd zodat een vordering tot vergoeding van deze beslagkosten wordt afgewezen.

Proceskosten

MusaRadix is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van A-BF worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

115,22

- griffierecht

6.173,00

- salaris advocaat

5.428,00

(2 punten × € 2.714,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

11.894,22

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt MusaRadix om aan A-BF te betalen een bedrag van € 159.614,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over:

- het bedrag van € 81.338,00, met ingang van 16 april 2024,- het bedrag van € 78.276,00,met ingang van 5 maart 2025,telkens tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt MusaRadix om aan A-BF te betalen een bedrag van € 2.371,14 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 5 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt MusaRadix in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 4.435,98, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na betekening van deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt MusaRadix in de proceskosten van € 11.894,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Musaradix niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt MusaRadix tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Schippers en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2025.

871

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?