ECLI:NL:RBGEL:2025:9921

ECLI:NL:RBGEL:2025:9921, Rechtbank Gelderland, 22-10-2025, 021162

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 22-10-2025
Datum publicatie 01-12-2025
Zaaknummer 021162
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903

Samenvatting

Art 6.6.26 Sv: verzoek tot kwijtschelding of vermindering ontnemingsbedrag afgewezen omdat verzoeker weigert inzage te geven in zijn inkomen en vermogen. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor ruime uitgaven voor vakantie.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

raadkamernummer : 25-021162

datum raadkamer : 22 oktober 2025

datum uitspraak : 5 november 2025

beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 6:6:26 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] ,,

wonende aan de [adres]

mr. A.M. van Wingerden, advocaat te Tilburg,

hierna te noemen: veroordeelde,

Feiten

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft aan veroordeelde bij arrest van

31 mei 2017 een ontnemingsmaatregel opgelegd, inhoudende de verplichting tot betaling aan de Staat van € 125.356,58. Deze ontnemingsmaatregel is onherroepelijk geworden.

Veroordeelde heeft tot 25 juli 2025, de datum van indiening van het verzoekschrift, een bedrag van € 15.867,05 betaald. Het openstaande bedrag is € 109.489,53.

Procedure

Het verzoek van de veroordeelde is op 29 juli 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.

Het openbaar ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt

De rechtbank heeft op 22 oktober 2025 het verzoek op de openbare raadkamerzitting behandeld, tegelijk met het gelijkluidende verzoek van veroordeeldes echtgenote (25-021168).

De rechtbank heeft veroordeelde, de advocaat, mr. A.M. van Wingerden en de officier van justitie gehoord.

Verzoek

Het verzoek strekt tot kwijtschelding, althans vermindering van de aan veroordeelde ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel opgelegde resterende verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag van € 109.489,53.

Door veroordeelde is in zijn verzoekschrift aangevoerd dat hij voor zijn fout al verantwoordelijkheid heeft genomen door onder andere de opgelegde taakstraf volledig te hebben uitgevoerd. Hij ervaart de ontnemingsmaatregel als een dubbele bestraffing die extra zwaar voelt. Hij is al geruime tijd aan het terugbetalen, maar het einde lijkt nog lang niet in zicht voor hem; het opgelegde bedrag is niet realistisch of haalbaar. Veroordeelde wil zijn leven graag opbouwen, zonder die constante financiële druk en het gevoel dat het nooit genoeg is.

Ter zitting heeft veroordeelde medegedeeld dat hij werkt als machinebouwer en dat hij daarmee € 2500,- verdient zonder reiskosten. De advocaat deelt mee dat zij en haar cliënt de keuze hebben gemaakt om hiervan geen stukken over te leggen, maar om enkel stil te staan bij de fysieke- en persoonlijke gevolgen die de ontnemingsmaatregel met zich meebrengt bij veroordeelde. De advocaat verwijst naar de medische stukken die zij heeft ingediend.

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie stelt dat het verzoekschrift moet worden afgewezen.

Beoordeling

Op grond van artikel 6:6:26 Sv kan de rechter op schriftelijk en gemotiveerd verzoek van veroordeelde het vastgestelde bedrag verminderen of kwijtschelden of bevelen dat een reeds betaald of verhaald bedrag geheel of gedeeltelijk wordt teruggegeven of aan een derde wordt uitgekeerd.

Veroordeelde heeft drie keer eerder een verzoek om kwijtschelding gedaan, die steeds zijn afgewezen. Vanaf 2021 wordt maandelijks € 200,- dan wel € 250,- afbetaald.

De rechtbank stelt voorop dat, om in aanmerking te komen voor kwijtschelding dan wel vermindering van de opgelegde betalingsverplichting, op verzoeker de verplichting rust om gemotiveerd en met bewijsstukken onderbouwd aannemelijk te maken dat nu en in de toekomst bij veroordeelde geen draagkracht aanwezig is en zal zijn om het te betalen bedrag te voldoen.

De rechtbank is van oordeel dat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt nu en in de toekomst onvoldoende draagkracht te hebben voor voldoening aan de betalingsverplichting. Hij heeft er desgevraagd uitdrukkelijk voor gekozen aan de rechtbank geen stukken over te leggen over zijn inkomen, vermogen, of schulden. Dit klemt temeer nu blijkens het advies van het CJIB betrokkene en zijn echtgenote in 2025 € 2.800,- van hun spaarrekening hebben opgenomen, kennelijk om een vakantie van € 3.191,- te bekostigen. Daarnaast is in twee maanden een bedrag van € 2.050,- contant opgenomen. Dit alles is niet betwist tijdens de zitting.

Voorstelbaar is dat verzoeker nu eindelijk eens van deze schuldenlast af wil om een nieuw leven op te bouwen. Hij is echter wel veroordeeld voor betrokkenheid bij hennepteelt met meerdere oogsten. Wat er met het illegaal verkregen geld is gebeurd, is nooit bekend geworden.

Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af.

Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, rechter, in tegenwoordigheid van

R.M.J. van den Bogaart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. F.J.H. Hovens

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?