ECLI:NL:RBGEL:2025:9927

ECLI:NL:RBGEL:2025:9927, Rechtbank Gelderland, 13-08-2025, 436276

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 13-08-2025
Datum publicatie 03-12-2025
Zaaknummer 436276
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 BWBR0005290

Samenvatting

Aanneming van werk. Bouw dijkwoning. Zandlaag op talud aangebracht. Na enige tijd verschuift het talud omdat er geen grondkerende maatregelen zijn getroffen om dit te voorkomen. Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of gedaagde aansprakelijk is voor de gevolgen die het verschuiven van het talud heeft gehad en nog steeds heeft voor met name de trap tegen de woning en de tuin van eiser. Eiser vordert dat gedaagde alsnog een grondkering aanbrengt en de herstelkosten vergoedt die hij heeft gemaakt. De rechtbank overweegt dat gedaagde geen contractuele verplichting had tot het aanbrengen van een grondkering en daartoe dan ook niet kan worden veroordeeld, maar dat hij eiser wel had moeten waarschuwen voor de gevolgen van het ontbreken van deze grondkering. Om die reden is gedaagde aansprakelijk voor de door eiser als gevolg daarvan geleden schade.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/436276 / HA ZA 24-269 / 1547

Vonnis van 13 augustus 2025

in de zaak van

1. [eiser sub 1] ,

2. [eiser sub 2],

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers] ,

advocaat: mr. K.D.C. Schemkes,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[gedaagde],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. T.J. van Veen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 augustus 2024,

- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 29 januari 2025, waarin de zaak is verwezen naar de rol in afwachting van schikkingsonderhandelingen,

- de bij het B16-formulier van 26 februari 2025 van de zijde van [eisers] ingediende productie 19, met daarbij het verzoek om vonnis te wijzen,

- de akte uitlating productie van de zijde van [gedaagde] van 12 maart 2025,

- het door [eisers] bij B16-formulier gemaakte bezwaar tegen de akte voor zover [gedaagde] zich daarin over andere onderwerpen dan de akte uitlaat,

- de rolbeslissing dat de randnummers 3, 4 en 5 van de akte van [gedaagde] door de rechtbank buiten beschouwing worden gelaten.

Ten slotte is opnieuw vonnis bepaald.

2. De feiten

[eisers] heeft op 18 december 2020 een aannemingsovereenkomst gesloten met [gedaagde] met betrekking tot de bouw van een woning aan de [adres 1] . Afgesproken is onder meer dat In de aannemingsovereenkomst is opgenomen dat [gedaagde] een trap aan de zijkant van het huis zal plaatsen, alsmede een beukenhaag. Tussen partijen is een vaste aanneemsom van € 474.618,51 overeengekomen.

De BouwGarant Nieuwbouwgarantieregeling 2020 maakt deel uit van de aannemingsovereenkomst. Artikel 8 lid 4 van deze regeling luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

Van iedere garantie zijn uitgesloten (ongeacht of de betreffende werkzaamheden in de aanneemsom waren begrepen):(…)

b. De aanleg en kwaliteit van groenvoorzieningen, tenzij het een functioneel en onlosmakelijk geheel vormt van met de woning; (…)

f. Alle voorzieningen buiten de woning, berging, garage en/of carport, met uitzondering van die tuinmuren en gemetselde windschermen die met de woning, berging, garage en/of carport constructief verbonden zijn door middel van fundering, metselverband of metalen verankering.

(…)

[gedaagde] heeft de woning gebouwd en tegen de zijkant van de woning een trap aangelegd.

De woning is tegen een dijk aan gebouwd. De tuin van de woning ligt op een door [gedaagde] in opdracht van [bedrijf 1] tegen de dijk aangelegd talud. De dijk is daardoor verbreed. Op het talud is een zandpakket aangebracht en vervolgens heeft [gedaagde] op grond van voorschriften van het waterschap op het zandpakket een laag klei aangebracht.

De woning is op 6 oktober 2022 opgeleverd.

[bedrijf 2] (hierna: de hovenier) heeft in november 2022 in opdracht van [gedaagde] een beukenhaag geplant op het talud. De hovenier heeft in dezelfde maand in opdracht van [eisers] een hekwerk geplaatst op de rand waar het talud begint. Hierna heeft [eisers] een stratenmaker opdracht gegeven tot het aanbrengen van bestrating ten behoeve van een terras.

[eisers] heeft op 3 april 2023 aan [gedaagde] bericht dat het hekwerk, de beukenhaag en de bestrating van zijn tuin aan het verzakken was en heeft [gedaagde] verzocht om dit probleem op te lossen.

[gedaagde] heeft per e-mail van 10 maart 2023 als volgt op dat verzoek gereageerd:

Het talud is vanaf de insteek tot 2 a 3 meter bekleed met klei wat zich nog aan het “zetten” is, dat klei pakket zal in het begin iets inklinken het gevolg zou zijn dat als er nu al straatwerk op ligt dat het op dat gedeelte het straat werk een keer opgehaald moet worden. Het is verstandig om op dat gedeelte wegendoek aan te brengen en een dik pak zand /gebroken puin en ook proberen te voorkomen dat er regenwater naar het talud toe stroomt.

Het aanvullen van het terrein betekend niet dat dit gelijk gereed is om te bestraten, hier dienen de nodige voorzieningen voor getroffen te worden. Dit is de eigen verantwoordelijkheid in combinatie met uw stratenmaker.

(…)

[eisers] heeft bij brief van zijn advocaat van 3 april 2023, [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de ontstane schade en [gedaagde] gesommeerd tot herstel van de schade.

[gedaagde] heeft bij brief van 14 april 2023 aansprakelijkheid van de hand gewezen en daarbij verwezen naar de hovenier die ter zake kundig is en ervoor had moeten zorgen dat ze de werkzaamheden (planten van de beukenhaag) op een correcte ondergrond uitvoerde. Correspondentie tussen partijen nadien heeft niet tot wijziging van het standpunt van [gedaagde] geleid.

[eisers] heeft [bedrijf 3] ingeschakeld om de (voortdurende) verzakking te beoordelen. In haar rapport van 6 maart 2024 concludeert [bedrijf 3] als volgt:

“OORZAAK

Een zandlichaam van deze afmetingen is onderhevig aan inklinking en kan door het gewicht

tevens bodemzettingen veroorzaken. Daarnaast is het talud als vrij steil aan te merken en zal er, mede onder invloed van regenval, altijd afschuiving en uitspoeling plaatsvinden. De combinatie van deze aspecten veroorzaakt de geconstateerde verzakkingen en afschuivingen.

Inklinking van een zandlichaam kan grotendeels voorkomen worden door het in lagen van

bijvoorbeeld 40 centimeter aan te brengen en die lagen (mechanisch danwel door

besproeiing) te verdichten alvorens de volgende laag aan te brengen. Tevens kan

zogenoemde verticale drainage worden toegepast, hetgeen gedurende de bouwfase had

kunnen zorgen voor versnelde inklinking/zetting.

Uit de foto’s gedurende de bouwfase is op te maken dat dergelijke methodes niet zijn

toegepast. Hierdoor kon het zandlichaam nog langdurig blijven zetten.

Het afschuiven/verzakken aan de steile taludzijde is vrijwel niet te voorkomen. Hier is feitelijk

sprake van een ontwerp cq. realisatie welke op voorhand als foutief had moeten worden

aangemerkt. In dit geval had men bijvoorbeeld een grondkering met houten damwanden in de

vorm van een soort kademuur moeten toepassen.

Inklinking van een zandlichaam komt op een bepaald moment in een eindfase waarin de

zettingen stoppen of verwaarloosbaar klein worden. Bijeen zandlichaam van deze hoogte kan

dit nog wel enkele jaren duren.

Het verzakken, uitspoelen en afschuiven van het talud is in het onderhavige ontwerp een

blijvend probleem. Het ontwerp moet in dat kader als foutief en ongeschikt worden

aangemerkt.

Wij adviseren hiervoor een grondkering te realiseren die dit probleem opheft.

(…)

[eisers] heeft bij brief van 8 maart 2024 het rapport van [bedrijf 3] naar [gedaagde] verzonden. [gedaagde] heeft bij brief van 14 maart 2024 volhard in haar afwijzing van iedere aansprakelijkheid.

3. Het geschil

[eisers] vordert na vermeerdering van eis - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

[gedaagde] veroordeelt tot het aanbrengen van een deugdelijke grondkering conform het door [bedrijf 3] voorafgaande aan de uitvoering van de werkzaamheden op te stellen advies, op te leveren binnen twee maanden na dit vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom;

[gedaagde] veroordeelt tot vergoeding van de kosten van het herstel van de trap waar die loskomt, de bestrating, de beplanting en het hekwerk in de tuin van [eisers] , welke kosten door een door [eisers] aan te wijzen hovenier vastgesteld dienen te worden na uitvoering en oplevering van de onder 1. gevorderde werkzaamheden;

[gedaagde] veroordeelt tot vergoeding van de kosten ter vaststelling van de schade ad€ 514,25;

[gedaagde] veroordeelt in de kosten van het geding (inclusief de nakosten).

[eisers] stelt dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de verbintenis tot het leveren van goed en deugdelijk werk in de tussen hen gesloten aannemingsovereenkomst omdat [gedaagde] geen grondkerende maatregelen heeft genomen waardoor de grond van het talud afschuift. Dit is een ontwerpfout van het talud waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is. Verder had [gedaagde] [eisers] moeten waarschuwen (ex artikel 7:754 BW) dat aanvullende (grondkerende) maatregelen nodig waren voordat de grond van het talud bewerkt c.q. beplant kon worden. [gedaagde] heeft dit pas op 10 maart 2023 gedaan. Doordat het talud is gaan verschuiven zijn het hekwerk, de bestrating en de beplanting (beukenhaag) die al waren geplaatst, verzakt. [gedaagde] is aansprakelijk voor de door [eisers] hierdoor geleden schade. Voor zover [gedaagde] niet zelf maar de hovenier (die in opdracht van [gedaagde] de beukenhaag plantte) tekort is geschoten, is [gedaagde] aansprakelijk voor het handelen van haar onderaannemer (ex artikel 6:76 BW).

[gedaagde] voert verweer en betwist aansprakelijk te zijn voor het afschuiven c.q. verzakken van het talud. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure (inclusief de nakosten).

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of [gedaagde] aansprakelijk is voor de gevolgen die het verschuiven van het talud heeft gehad en nog steeds heeft voor met name de trap tegen de woning en de tuin van [eisers] vordert dat [gedaagde] alsnog een grondkering aanbrengt en de herstelkosten vergoedt die hij heeft gemaakt. De rechtbank overweegt dat [gedaagde] geen contractuele verplichting had tot het aanbrengen van een grondkering en daartoe dan ook niet kan worden veroordeeld, maar [eisers] wel had moeten waarschuwen voor de gevolgen van het ontbreken van deze grondkering. Om die reden is zij aansprakelijk voor de door [eisers] als gevolg daarvan geleden schade. De rechtbank licht dit oordeel hierna toe.

[gedaagde] hoeft geen grondkering aan te brengen

Tussen partijen is niet in geschil dat het plaatsen van een grondkering (damwand) geen onderdeel uitmaakt van de aannemingsovereenkomst. Het feit dat [gedaagde] geen damwand heeft geplaatst kan dan ook niet worden aangemerkt als een tekortkoming in de nakoming van enig op haar rustende verbintenis uit de aannemingsovereenkomst. Dit wordt niet anders doordat hierna zal worden overwogen dat [gedaagde] [eisers] wel had moeten waarschuwen dat hij - alvorens zijn tuin aan te leggen - een damwand had moeten laten plaatsen. Ook in dat geval had [eisers] namelijk zelf de damwand moeten bekostigen. Gesteld noch gebleken is van een andere grondslag die [gedaagde] verplicht tot het aanleggen van een grondkering. Dit betekent dat de vordering onder 1 wordt afgewezen.

[gedaagde] had [eisers] moeten waarschuwen

Op grond van artikel 7:754 BW, zoals dat tot 1 januari 2024 gold, is de aannemer verplicht bij het aangaan of het uitvoeren van de overeenkomst de opdrachtgever te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht voor zover hij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen. Hetzelfde geldt in geval van gebreken en ongeschiktheid van zaken afkomstig van de opdrachtgever, daaronder begrepen de grond waarop de opdrachtgever een werk laat uitvoeren, alsmede fouten of gebreken in door de opdrachtgever verstrekte plannen, tekeningen, berekeningen, bestekken of uitvoeringsvoorschriften. Voor zover de aannemer aan die waarschuwingsplicht heeft voldaan en ook anderszins met betrekking tot deze gebreken deskundig en zorgvuldig heeft gehandeld, is hij niet aansprakelijk voor de ondeugdelijke uitvoering van het werk die te wijten is aan gebreken of ongeschiktheid van deze van de opdrachtgever afkomstige zaken, zo volgt uit artikel 7:760 BW. Hieronder valt ook de grond waarop de opdrachtgever een werk laat uitvoeren. De stelplicht en bewijslast dat de aannemer zijn waarschuwingsplicht heeft nageleefd en ook op andere wijze de vereiste zorgvuldigheid in acht heeft genomen rusten op de aannemer.

Tussen partijen is niet in geschil dat de trap en een deel van de tuin van [eisers] is verzakt. [eisers] heeft mede aan de hand van het rapport van [bedrijf 3] voldoende onderbouwd gesteld dat deze verzakking is veroorzaakt doordat het talud is gaan verschuiven. [gedaagde] heeft weliswaar betoogd dat de verzakking ook kan zijn ontstaan door het aanbrengen van bestrating en een hekwerk, maar zij heeft dit verder niet onderbouwd. Uit haar e-mail van 10 maart 2023 blijkt bovendien dat zij ermee bekend is dat het talud veder kan zetten c.q. inklinken. De rechtbank leidt hier dan ook uit af dat de trap en tuin zijn gaan verzakken als gevolg van het verschuiven van het talud.

[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de grond waarop zij de woning heeft gebouwd door [bedrijf 1] is opgeleverd en dat [gedaagde] , in overeenstemming met het bestek, op het talud een (deel van) het zand en een laag klei heeft aangebracht. Zij was daardoor op de hoogte van de samenstelling van het talud. Zij was, althans zij had dat als uitvoerder van dat werk en haar deskundigheid moeten zijn, zoals hiervoor overwogen eveneens op de hoogte van de eigenschap dat het talud zou nazakken en de gevolgen daarvan voor in dit geval de trap en tuin van [eisers] Zij heeft evenmin weersproken dat zij [eisers] niet heeft gewaarschuwd voor mogelijke grondverschuiving en maatregelen die nodig waren om verzakking te voorkomen.

Door de trap en de beukenhaag te (laten) plaatsen heeft [gedaagde] bij [eisers] de indruk gewekt dat het talud kon worden bewerkt in de staat waarin het talud was opgeleverd, dat wil zeggen: zonder damwand. [gedaagde] behoorde er verder rekening mee te houden dat [eisers] na oplevering van de woning het talud (de tuin) zou gaan bewerken, waarbij bijvoorbeeld straatwerk zou worden aangebracht voor de aanleg van een terras. Het argument van [gedaagde] dat het aanleggen van de tuin (het aanbrengen van bestrating, bomen en hekwerken) geen onderdeel uitmaakte van de aannemingsovereenkomst, kan haar dan ook niet baten. Daarbij komt dat het talud ook onderdeel uitmaakte van de grond waarop [gedaagde] de trap en beukenhaag heeft laten plaatsen en aldus een deel van het werk heeft uitgevoerd.

[eisers] heeft tijdens de mondelinge behandeling onweersproken gesteld dat hem bij de oplevering van de woning een opleveringsdocument is overhandigd waarin niets wordt vermeld over de eigenschappen van het talud en de noodzaak van het plaatsen van een grondkering. Naar het oordeel van de rechtbank is het opleveringsdocument in dit opzicht onvolledig. [gedaagde] was er zoals hiervoor onder r.o. 4.5 is overwogen immers mee bekend dat de grond alsmede een deel van het werk dat zij zelf heeft uitgevoerd (de trap) c.q. heeft laten uitvoeren (de beukenhaag) zou verschuiven als er geen grondkering bij het talud zou worden aangebracht. Niet valt in te zien waarom zij over bepaalde apparatuur binnenshuis en de warmtepomp wel instructies heeft afgegeven, maar over de noodzaak van het aanbrengen van een damwand niet. [gedaagde] had dan ook in het opleveringsdocument of elders melding moeten maken van het ontbreken van deze noodzakelijke damwand.

[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat iedereen die een nieuw huis opgeleverd krijgt weet dat de tuin na oplevering nog nazakt. De rechtbank is van oordeel dat dit geen feit van algemene bekendheid is en volgt [gedaagde] ook overigens niet in dit standpunt. Ook als dat juist zou zijn, behoefde [eisers] geen rekening te houden met dusdanige verzakking dat een groot deel van zijn tuin en een deel van het werk van [gedaagde] zelf zou moeten worden hersteld. Gesteld noch gebleken is bovendien dat [eisers] over zodanige deskundigheid beschikte dat hij had moeten begrijpen welk risico er was verbonden aan de afwezigheid van een grondkering. Niet relevant is verder dat de hovenier of de stratenmaker [eisers] daarop niet hebben gewezen, aangezien de (eventuele schending van de) waarschuwingsplicht van die personen niets afdoet aan de waarschuwingsplicht van [gedaagde] .

Ten tijde van de oplevering van de woning was de ondergrond van de tuin door het ontbreken van een damwand dus nog niet zonder meer geschikt voor bewerking. [gedaagde] heeft [eisers] er dan ook ten onrechte niet op gewezen dat [eisers] eerst een damwand moest laten aanleggen voordat hij werkzaamheden zoals het plaatsen van een hek en het aanbrengen van bestrating zou laten uitvoeren. Doordat [gedaagde] [eisers] niet heeft gewaarschuwd, is [eisers] de tuin gaan aanleggen (waarbij terrastegels en een hek zijn geplaatst) zonder dat [eisers] een damwand heeft laten aanleggen. Als gevolg hiervan zijn de bestrating, de beplanting en het hekwerk gaan schuiven en beschadigd geraakt. Ook is de trap (gedeeltelijk) los van de muur van de woning geraakt; [gedaagde] heeft immers tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat dit niet zou zijn gebeurd als er een grondkering zou zijn aangebracht. Voornoemde schade aan de trap, de beplanting, bestrating en het hekwerk is schade waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is omdat hij zijn waarschuwingsplicht heeft geschonden.

Het voorgaande wordt niet anders doordat de grond waarop de woning is gebouwd afkomstig is van [eisers] als bedoeld in artikel 7:760 lid 2 BW. Zoals hiervoor onder r.o. 4.9 is vastgesteld had [gedaagde] immers moeten waarschuwen voor de gebrekkige eigenschap van het talud, te weten het schuiven, voor het (direct) aanleggen van trap, bestrating en tuin. Nu zij dit niet heeft gedaan, komen de gevolgen van gebreken of ongeschiktheid van dit talud voor haar rekening.

Oplevering staat niet in de weg aan waarschuwingsplicht

Voor zover [gedaagde] heeft gesteld dat het werk is opgeleverd en daarom op grond van artikel 7:758 lid 2 BW voor rekening van [eisers] komt en zij op grond van lid 3 van die bepaling is ontslagen van aansprakelijkheid voor gebreken, gaat de rechtbank hieraan voorbij. [gedaagde] heeft niet (onderbouwd) gesteld op welke wijze oplevering in de weg staat aan haar waarschuwingsplicht. Ook overigens heeft zij zich niet op enig rechtsgevolg van deze bepaling beroepen. Indien [gedaagde] heeft bedoeld te stellen dat [eisers] zich niet meer kan beroepen op het ontbreken van een damwand, geldt dat dit zoals hiervoor onder r.o. 4.2 overwogen geen onderdeel uitmaakte van het werk. Indien zij heeft bedoeld te stellen dat [eisers] zich niet meer kan beroepen op gebreken aan de trap en beukenhaag, geldt dat [eisers] niet heeft gesteld dat deze trap en beukenhaag op zichzelf gebrekkig zijn aangelegd. Het gebrek ziet volgens hem op de grond waarop deze trap en beukenhaag zijn aangelegd en waarvoor [gedaagde] hem had moeten waarschuwen. Bovendien is gesteld noch gebleken dat [eisers] deze gebreken redelijkerwijs bij oplevering had behoren ontdekken. Niet in geschil is immers dat deze gebreken eerst na oplevering als gevolg van de later ontstane verzakking zijn ontstaan.

In dezelfde zin kan [gedaagde] zich ook niet met succes beroepen op artikel 8 lid 4 sub b en f van BouwGarant Nieuwbouwgarantieregeling, waarin een aantal zaken van garantie is uitgesloten. Gesteld noch gebleken is wat wordt bedoeld met garantie, of het opgedragen werk c.q. de deugdelijkheid van de ondergrond onder de uitsluiting valt en welke gevolgen dat heeft voor de waarschuwingsplicht van [gedaagde] . De rechtbank gaat hier dan ook aan voorbij.

Herstelkosten

[eisers] vordert veroordeling van [gedaagde] tot vergoeding van de kosten van het herstel van de trap waar die loskomt, de bestrating, de beplanting en het hekwerk in de tuin van [eisers] , welke kosten door een door [eisers] aan te wijzen hovenier vastgesteld dienen te worden. [eisers] heeft een offerte van de hovenier overgelegd met betrekking tot de kosten van herstel.

[gedaagde] heeft bij akte uitlating productie gereageerd op deze offerte en aangevoerd dat [eisers] bij het overleggen van de offerte van de hovenier zijn eis niet heeft aangepast, zodat het geoffreerde bedrag niet kan worden toegewezen.

Het toewijzen van een concreet bedrag aan herstelkosten komt neer op toewijzing van een lager bedrag dan het onbegrensde bedrag dat in de oorspronkelijke vordering is begrepen. Een wijziging van eis om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van het bedrag conform de offerte is daarvoor dan ook - anders dan [gedaagde] betoogt - niet nodig.

Van de door [eisers] overgelegde offerte van de hovenier maken de kosten van het realiseren van een grondkering (rechts en links van de woning) mede onderdeel uit. Deze kosten (van in totaal € 5.970,00, exclusief btw) komen niet voor vergoeding in aanmerking omdat - zoals hiervoor reeds is overwogen - de aanleg van een deugdelijke grondkering geen onderdeel uitmaakt van de door [eisers] met [gedaagde] gesloten overeenkomst en ook geen schade is die is veroorzaakt door de schending door [gedaagde] van de waarschuwingsplicht.

Voor het overige bevat de offerte de volgende (gespecificeerde) onderdelen (alle bedragen exclusief btw).1. Voorbereidende werkzaamheden € 150,00,

2. Herstellen van het hekwerk en haag rechts van de woning € 1.730,00,

3. Herstellen van het straatwerk rechts van de woning € 2.115,00,

4. Herstellen van de beplanting op de taluds en langs het terras rechts van de woning € 2.635,00,

5. Herstellen van het hekwerk en haag links van de woning € 1.845,00,

6. Herstellen van het straatwerk links van de woning € 1.410,00,

7. Herstellen van de trap links van de woning € 1.750,00,

8. Herstellen van de beplanting op de taluds links van de woning € 2.610,00,

9. Uitvoering en begeleiding van de werkzaamheden, inclusief eventuele voorzieningen zoals rijplaten en wegafzettingen € 715,00,

Het totaalbedrag van deze posten bedraagt € 14.960,00 (exclusief btw).

[gedaagde] heeft in haar akte weliswaar betwist dat alle in de offerte genoemde werkzaamheden in causaal verband staan met het alsnog moeten aanbrengen van een grondkering, maar zij heeft deze betwisting onvoldoende onderbouwd. Hiervoor onder r.o. 4.4 is immers al vastgesteld dat als gevolg van het ontbreken van een grondkering verzakking van het talud heeft plaatsgevonden. Onbetwist is gebleven dat daardoor de bestrating, de beplanting en het hekwerk in de tuin van [eisers] zijn verzakt. [gedaagde] heeft evenmin betwist dat de trap links van de woning als gevolg van de verzakking van het talud loskomt van de muur waar de trap tegenaan was gebouwd. Dit alles moet hersteld worden.

Van [gedaagde] had verwacht mogen worden dat zij per uitgebreid gespecificeerde post had aangeven waarom de betreffende werkzaamheden niet in causaal verband staan met de schending van de waarschuwingsplicht. Dat heeft zij echter nagelaten. [gedaagde] heeft de geoffreerde bedragen verder op zichzelf niet betwist, zodat de rechtbank uitgaat van de juistheid van deze bedragen.

Geen eigen schuld van [eisers]

Voor zover [gedaagde] tot slot stelt dat [eisers] eigen schuld heeft aan het ontstaan van de schade door geen grondkering aan te brengen, gaat de rechtbank aan dit beroep op artikel 6:101 lid 1 BW voorbij. Gesteld noch gebleken is immers dat [eisers] destijds over specifieke deskundigheid beschikte waardoor hij bedacht had kunnen en moeten zijn op het risico van verzakking van het talud, terwijl [gedaagde] wel over die deskundigheid beschikte. Voor vermindering van de vergoedingsplicht door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen, is in de gegeven omstandigheden dan ook geen aanleiding.

[gedaagde] zal dan ook worden veroordeeld om voormeld bedrag van € 14.960,00 aan [eisers] te betalen.

Kosten onderzoek door [bedrijf 3]

[eisers] heeft met recht door [bedrijf 3] onderzoek laten doen naar de oorzaak van de verzakking van het talud. De daarmee gemoeide kosten (van € 514,25) - waarvan de hoogte door [gedaagde] niet is betwist - zijn op grond van het bepaalde in artikel 6:96 lid 2 sub b BW voor toewijzing vatbaar.

Proceskosten

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

135,97

- griffierecht

1.325,00

- salaris advocaat

1.535,00

(2,5 punten x € 614,00)

- nakosten

178,00

(plus de verhoging als vermeld in de beslissing)

Totaal

3.173,97

5. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na heden ter zake van de kosten van het herstel van de trap waar die loskomt, de bestrating, de beplanting en het hekwerk in de tuin van [eisers] aan [eisers] te betalen een bedrag van € 14.960,00,

veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na heden aan [eisers] ter zake van de kosten ter vaststelling van de schade te betalen een bedrag van € 514,25,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.173,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Olthof en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2025.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?