RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05-860355-19
Datum uitspraak: 6 februari 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] , hierna: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië),
verblijvende bij [plaats 1] ,
aan [adres] .
Raadsman: mr. A.J. Sprey, advocaat te Amsterdam.
Procedure
Betrokkene is op 2 november 2021 bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot vier jaren gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met voorwaarden. Ook de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking is opgelegd. De maatregel is ingegaan op 21 januari 2022 en voor het eerst verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 9 februari 2024. Bij deze laatste beslissing zijn de voorwaarden deels gewijzigd.
Bij vordering van 1 december 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
- het adviesrapport van de reclassering van 24 november 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met twee jaren;
- een afschrift van de voortgangsverslagen;
- het advies van psychiater I. Maksimovic, van 16 september 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden te verlengen met twee jaren.
Ter zitting van 23 januari 2026 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsman mr. A.J. Sprey;
- de deskundige R.M. van den Heuvel, reclasseringswerker, en
- de officier van justitie, mr. B. Veelders.
De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaren gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt, maar er dienen nog stappen gezet te worden naar meer zelfstandigheid. Het is van belang dat dit niet te snel gaat. Gelet op de stappen die nog moeten worden gezet en de wachttijden voor een andere woonvorm, zal hiervoor twee jaar nodig zijn. Daarbij heeft de officier van justitie verzocht de voorwaarden te wijzigen conform het voorstel van de reclassering.
De raadsman van betrokkene heeft, gelet op diens wens, gepleit voor een beperking van de verlenging tot één jaar. Hiertoe is aangevoerd dat het voor betrokkene een steunende houvast zou zijn als de rechtbank over een jaar de voortgang in zijn traject monitort. Betrokkene en zijn raadsman hebben ingestemd met de voorgestelde wijziging van de voorwaarden.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege feitelijke aanranding van de eerbaarheid en poging tot verkrachting. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met misdrijven die gericht waren tegen of gevaar veroorzaakten voor de onaantastbaarheid van
het lichaam van een of meer personen. De maatregel is, bij een eventuele omzetting naar dwangverpleging, dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de psychiater blijkt dat betrokkene lijdt aan een pedofiele stoornis van het niet-exclusieve type. Daarnaast is sprake van een verstoorde persoonsontwikkeling, waarbij met name gesproken kan worden van vermijdende en antisociale trekken. Hoewel de mate van een verstoorde persoonlijkheidsontwikkeling zodanig is geweest dat er kan worden gesproken van een persoonlijkheidsstoornis, is er dankzij de behandeling sprake van een rijping van zijn persoonlijkheid waardoor het niet ondenkbaar is dat betrokkene zich zodanig kan ontwikkelen dat er geen criteria meer zijn voor het classificeren van een persoonlijkheidsstoornis. In het verleden was er sprake van een eenmalige psychotische episode, hoogstwaarschijnlijk getriggerd door drugsgebruik. Daarnaast is sprake van een stoornis in cannabisgebruik en een gokstoornis, beide in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving.
Hieruit blijkt dat de stoornissen (deels) nog altijd aanwezig zijn.
Verloop van de maatregel
Sinds de vorige verlengingszitting is betrokkene op 16 mei 2024 overgeplaatst naar de [plaats 1] en van daaruit is hij op 22 april 2025 uitgestroomd naar de [plaats 2] . Tijdens zijn verblijf op de FPA functioneerde betrokkene over het algemeen stabiel. Bij het ontbreken van dagbesteding en perspectief ontwikkelde hij depressief-achtige klachten. Hij had daarbij hulp van sociotherapeut en behandelaar nodig, maar maakte daar ook goed gebruik van. De afgelopen periode was overwegend positief en betrokkene heeft belangrijke stappen gezet. Hij is zich steeds meer bewust van zijn pedofiele problematiek, problematische aspecten in zijn persoonlijkheidsontwikkeling (zoals stiekem gedrag en vermijding) en zijn gevoeligheid voor verslaving. Daarbij toont hij veelal zelfinzicht en erkent hij dat hij nog steeds ondersteuning nodig heeft. De afgelopen periode is zijn vermogen tot zelfregulatie en copingvaardigheden versterkt. Betrokkene maakt steeds vaker gebruik van de aangeleerde vaardigheden, maar het is nog fragiel en dit vormt nog geen structureel, nieuw gedragspatroon. De afgelopen periode was het voor betrokkene ook lastig doordat zijn delict bekend is geworden bij de mensen met wie hij samenleeft in de woning bij [plaats 2] .
Recidivegevaar
Het recidiverisico vloeit voort uit het voortbestaan van een pedofiele voorkeur (naast een
voorkeur voor volwassen vrouwen) bij betrokkene. De onderliggende parafiele problematiek
zal blijven en het is van belang dat betrokkene door de behandeling voldoende zelfcontrole
ontwikkelt om niet tot delictgedrag over te gaan en om ondersteuning en hulp vanuit een professionele omgeving te vragen en te aanvaarden.
De huidige situatie is anders dan ten tijde van de indexdelicten. Door de behandeling heeft betrokkene meer inzicht gekregen in zijn problematiek en valkuilen en zijn zelfregulatie- en copingvaardigheden zijn verbeterd. Er is geen sprake meer van hyperseksualiteit, seksuele preoccupatie en seks als coping, mede dankzij het gebruik van medicatie.
Op bepaalde momenten ontbreekt bij betrokkene ziekte-inzicht ten aanzien van zijn persoonlijkheidsdynamiek. Zonder dit inzicht kan hij bij stress of tegenslag sneller terugvallen in risicogedrag.
Binnen het huidige kader wordt het recidiverisico als laag ingeschat. Bij beëindiging van de maatregel kan het recidiverisico oplopen tot hoog, omdat betrokkene nog geen mogelijkheid heeft gehad om adequaat ingebed te raken in de maatschappij, met adequate nazorg.
Uit het voorgaande blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
Conclusie
De rechtbank overweegt dat betrokkene de afgelopen periode positieve stappen heeft gezet. Het is van belang dat hij blijft oefenen met de inzichten en vaardigheden die hij tijdens de behandeling heeft verworven en dat hij deze blijft toepassen. Daarnaast dienen stappen te worden gezet richting meer zelfstandigheid met een adequate maatschappelijke inbedding, waarbij betrokkene kan laten zien dat hij in staat is risico’s zelfstandig te managen. Zonder dergelijke inbedding kan het recidiverisico oplopen tot hoog.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist.
De raadsman heeft verzocht de maatregel met één jaar te verlengen ondanks de vaste jurisprudentie van de penitentiaire kamer bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Hij heeft benadrukt dat daarin gemist wordt het kijken naar het perspectief van het betrokken individu.
In de jurisprudentie geldt inderdaad als uitgangspunt dat, wanneer aannemelijk is dat behandeling meer tijd in beslag zal nemen dan één jaar, de terbeschikkingstelling in beginsel verlengd moet worden met twee jaren. Er dienen bij betrokkene stappen gezet te worden richting verzelfstandiging, met voldoende ambulante ondersteuning en begeleiding, en vervolgens dient te worden gemonitord hoe betrokkene het binnen die context doet. De reclassering weet dat betrokkene graag een eigen woonvoorziening wil waar hij zijn familie kan ontvangen, maar daarbij moet rekening worden gehouden met forse wachtlijsten. De rechtbank overweegt dat hiervoor meer dan één jaar nodig zal zijn. Gelet op de adviezen en wat ter zitting is besproken, is het dan ook niet te verwachten dat binnen een jaar een beëindiging van de terbeschikkingstelling aan de orde zal zijn.
Daarnaast wordt het recidiverisico vooralsnog, bij het wegvallen van begeleiding en structuur, hoog geschat. Uit de stukken volgt dat niet te verwachten valt dat dit binnen een jaar zal wijzigen. Verlenging met één jaar, zoals door de raadsman bepleit met het oog op een eerder toetsmoment van de voortgang van de behandeling dan wel voor een positieve stimulans voor betrokkene, vindt de rechtbank daarom niet geïndiceerd. Betrokkene laat een positieve ontwikkeling zien en de verwachting is dat deze wordt voortgezet. De rechtbank overweegt dat betrokkene daaraan het vertrouwen kan en mag ontlenen dat sprake is van perspectief.
Concluderend zal de rechtbank de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.
De rechtbank stelt vast dat in het opleggingsarrest onder meer voorwaarden zijn opgelegd
aangaande klinische opname en een locatieverbod met elektronische monitoring. Uit het reclasseringsadvies en wat ter zitting is besproken is gebleken dat deze voorwaarden dienen te worden gewijzigd om de voorwaarden in overeenstemming te brengen met de huidige situatie. De voorwaarden komen te luiden zoals hieronder in de beslissing weergegeven.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.
wijzigt de voorwaarden, zodat de voorwaarden als volgt komen te luiden, dat:
andere in:
o betrokkene meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
o betrokkene verleent voor het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken en biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;
o betrokkene houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
o betrokkene helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht
herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid;
o betrokkene werkt mee aan huisbezoeken;
o betrokkene geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
o betrokkene vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
o betrokkene werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht;
forensische polikliniek of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de behandelinstelling en de reclassering dat nodig vinden. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen en de controle daarop kunnen onderdeel zijn van de behandeling;
- betrokkene, als de reclassering dat nodig vindt en betrokkene daarmee instemt, voor een time-out kan worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of betrokkene deze
beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
- betrokkene (vervolgens) zal verblijven in een instelling voor beschermd wonen of
maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend na de klinische opname. Het verblijf duurt zolang de verblijfsinstelling en de reclassering dat nodig vinden. Betrokkene houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
o het seksueel getint communiceren met minderjarigen;
o gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin kinderpornografisch
materiaal kan worden verkregen;
o gedrag dat is gericht op een digitale omgeving waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
slachtoffers en/of ouders van [naam] en [naam] (voorheen [naam] ), zolang het openbaar
ministerie dit verbod nodig acht;
- betrokkene zich niet in Wageningen bevindt, zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig acht. Gezien de ernst van het feit is er bij dit verbod sprake van politieopvolging. Het wordt op dit moment niet noodzakelijk geacht dit verbod te controleren met elektronische monitoring, aangezien verwacht wordt dat betrokkene zich aan het verbod zal houden. Indien op termijn de wens bestaat om verlofbewegingen richting Wageningen te maken, zal de reclassering dit bespreken met het openbaar ministerie en de wijkagent.