RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 18.182955.22, 05.057663.20, 05.338268.21, 05.187357.23, 05.176418.23 en 05.053535.25 (ter terechtzitting gevoegd)
Datum uitspraak : 12 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1982 in [geboorteplaats 1] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats] .
Raadsvrouw: mr. F.L.C. Schoolderman, advocaat in Rotterdam.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing tot nadere omschrijving en aanpassingen ex art. 314a Sv van de tenlastelegging ten laste gelegd:
Parketnummer 05.057663.20
1
hij op of omstreeks 4 maart 2020, te Heerde , gemeente Heerde (op de Rijksweg A50), in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, en/of vervaardigen van amfetamine en/of methamfetamine, zijnde amfetamine en/of methamfetamine (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen (meermalen) (een) stof(fen) voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft hij/hebben zij (een) grote hoeveelheid:
- te weten 15 liter BMK (benzylmethylketon) voorhanden gehad, zijnde
- BMK (benzylmethylketon) een grondstof voor de productie van amfetamine, (een) stof(fen) die genoemd zijn op de op bijlage 1 van de Verordening (EG) nummer 273/2004 inzake drugsprecursoren en de bijlage behorende bij Verordening (EG) nummer 111/2005 betreffende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren en waarbij uit de omstandigheden waaronder deze voornoemd(e) stof(fen) zijn aangetroffen, te weten in een ruimte waar ook andere grondstoffen voor het vervaardigen stoffen van lijst I behorende bij de Opiumwet , alsmede grote hoeveelheden van stoffen van lijst I behorende bij de Opiumwet, geconcludeerd kan worden dat zij geen enkel ander(e) doel(en) had(den) dan gebruikt te worden bij het vervaardigen van een of meer stof(fen) van lijst I behorende bij de Opiumwet;
2
hij op of omstreeks 4 maart 2020 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 70 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.
Parketnummer 18.182955.22
1
hij in of omstreeks het jaar 2020 (tot en met 1 april 2020) te of bij Langweer, in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, in een pand/bedrijfsruimte gelegen aan of bij de [adres 2] , aldaar, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of een of meerdere ander(e) stof(fen)/materia(a)l(en)/middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, zijnde amfetamine en/of die een of meer ander(e) stof(fen)/materia(a)l(en)/middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, (telkens) (elk) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks het jaar 2020 (tot en met 1 april 2020) te of bij Langweer, in elk geval in de gemeente Fryske Marren, tezamen en in vereniging, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft/hebben vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand/bedrijfsruimte gelegen aan of bij de [adres 2] , aldaar,
(telkens) (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of een of meerdere ander(e) stof(fen)/materia(a)l(en)/middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, zijnde amfetamine en/of die een of meer ander(e) stof(fen)/materia(a)l(en)/middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, (telkens) (elk) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,
tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks het jaar 2020 (tot en met 1 april 2020) te of bij Langweer, en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door (grond)stoffen (BMK) en/of materialen (twee branders) (voor de productie/het vervaardigen van amfetamine) aan en/of af te voeren (naar/van het/de pand/bedrijfsruimte gelegen aan of bij de [adres 2] ) en/of materialen (kabel(s) en/of wartels en/of purschuim en/of armaturen en/of kabeldozen en/of een wandslangenbox en/of een of meer andere materialen) aan te schaffen en/of te vervoeren (naar het/de pand/bedrijfsruimte gelegen aan of bij de [adres 2] ) en/of hand- en spandiensten te verrichten (in en/of nabij voornoemd(e) pand/bedrijfsruimte) ter uitvoering van voornoemd(e) strafbare feit(en);
2
hij in of omstreeks het jaar 2020 (tot en met 1 april 2020) te Langweer, in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of een of meer ander(e) middel(en)/stof(fen) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, toen aldaar in een pand/bedrijfsruimte gelegen aan of bij de [adres 2] , een of meer grondstof(fen), te weten (onder meer) (ongeveer)
- (266 liter) vloeistof bevattende formamide en/of
- (195 liter) mierenzuur bevattende BMK en/of MAPA en/of
- (220 liter) (geconcentreerd) fosforzuur en/of
- (590 liter en 520 liter) (verdund) fosforzuur bevattende BMK en/of
- (575 kilogram) Caustic Soda en/of
- (720 en 1,4 liter) zwak zure waterige vloeistof bevattende N-formylamfetamine en/of
- een restant wit poeder bevattende MAPA en/of
- (4 blauwe 20 liter cherrycans gevuld met) een neutrale waterige vloeistof bevattende PMK en/of
een of meer (technische) appara(a)t(en) en/of materialen, te weten onder meer vier (grote) reactieketels en/of meerder maatbekers en/of waterslangen en/of handschoenen en/of branders en/of gasflessen en/of grote druppelvormige heldere kruiken van glas en/of blauwe cilindervormige tonnen en/of grote vloeistoftanks en/of een of meer andere technische appara(a)t(en)) en/of materialen en/of grondstof(fen) voor het vervaardigen van amfetamine en/of een of meer ander(e) middel(en)/stof(fen) als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voorhanden gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).
Parketnummer 05.338268.21
1
hij in of omstreeks de periode van 15 december 2020 tot en met 26 april 2021 te Doetinchem
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of voeren van (meth)amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten
- 200 liter fosforzuur,
- 240 liter methylamine,
- 100 liter methanol,
- 140 liter aceton,
- 60 liter dichloormethaan,
- 50 liter BMK,
- 100 liter bevattende amfetamine op een sterk alkalische waterige vloeistof,
- 175 kilogram L-(+)-wijnsteenzuur,
- 120 liter BMK en N-formylamfetamine en/of
- 20 liter BMK, N-formylamfetamine en amfetamine;
2
hij in of omstreeks de pleegperiode van 15 december 2020 tot en met 26 april 2021 te Doetinchem, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikelen 10 derde, vierde, vijfde lid en/of 10a eerste lid Opiumwet.
Parketnummer 05.187357.23
hij in, op of omstreeks de periode van de maand maart 2021 tot en met 10 juni 2021 te Groenekan, gemeente De Bilt tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen (in een container geplaatst aan/achter/op een perceel aan de [adres 3] )- een RVS ketel,- één of meer zakken van 25 Kg Caustic Soda,- één of meer jerrycans met etikettering formamide en/of forsorzuur en/of mierenzuur,- één of meer koelers en/of- één of meer gasflessen,
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat/die zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).
Parketnummer 05.176418.23
1hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 23 oktober 2021 te [plaats 1] ,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van (Meth)amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (Meth)amfetamine, zijnde (Meth)amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen:-productie apparatuur (te weten een of meer inductie kookplaten en/of lepels en/of pannen en/of een spiraalkoeler gekoppeld aan een gaswasser, met (daaronder een) magnetische roerder en/of een “losse” spiraalkoeler en/of een of meer vloeistofpompen),-(vier) verwarmingsmantels met rondbodemkolven (al dan niet) gekoppeld aan een gaswasser en/of een slakkenhuisventilator met afzuigslangen,-een of meer klemdekselvaten en/of een koelbox en/of een zeef en/of (divers) (klein) laboratorium glaswerk en/of diverse (gevulde) jerrycans en/of maatbekers en/of een of meer trechters en/of -ongeveer 72 liter zoutzuur en/of ongeveer 2 liter aceton en/of ongeveer 201 kilogram MAPA en/of ongeveer 31 liter mierenzuur en/of ongeveer 50 kilogram Caustic Soda en/of ongeveer 32 liter formamide en/of ongeveer 48 liter fosforzuur en/of ongeveer 5 liter methanol en/of ongeveer 8 liter BMK en/of ongeveer 21 kilo BMK-glycidezuur en/of ongeveer 3 kilo calciumcarbonaat, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
2hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 23 oktober 2021 te [plaats 1] ,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt (in een woning, gelegen aan de [adres 4] ),ongeveer 7 (zeven) liter (Meth)amfetamine(olie), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (Meth)amfetamine, zijnde (Meth)amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3hij op of omstreeks 23 oktober 2021 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning, gelegen aan de [adres 4] ) ongeveer 7 (zeven) liter (Meth)amfetamine(olie), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (Meth)amfetamine, zijnde (Meth)amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Parketnummer 05.053535.25
1
hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2024 tot en met 18 februari 2025 te Gendringen (gemeente Oude IJsselstreek), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of metamfetamine en/of clefedron (4-chloormethcathinon, 4-CMC), zijnde amfetamine en/of metamfetamine en/of clefedron (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2024 tot en met 18 februari 2025 te Gendringen (gemeente Oude IJsselstreek) en/of Zeddam (gemeente Montferland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen
van amfetamine en/of metamfetamine en/of clefedron (4-chloormethcathinon, 4-CMC), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door
- een woning/schuur/productielocatie ter beschikking te hebben (te weten aan de [adres 5] ) en/of
- het voorhanden hebben van een (grote) hoeveelheid (vloei)stoffen, te weten onder meer:
* 220 liter foramide en/of
* 12 liter mierenzuur en/of
* 520 liter aceton en/of
* 23 liter etanol en/of
* 355 liter dichloormethaan en/of
* 255 liter monomethylamide en/of
* 50 kilo caustic soda en/of
* 30 liter fosforzuur en/of
* 220 liter ethyl acetaat en/of
* 700 liter isopropyl alcohol en/of
* 380 gram MAPA en/of
* 3,7 kilo natriumzout van BMK glycidezuur
- een bus Citroen Jumper (kenteken [kenteken 8] ) voorhanden te hebben met daarin een grote hoeveelheid (vloei)stoffen en/of materialen, waaronder onder meer:
* meerdere jerrycans en/of twee Intermediate Bulk Carriers en/of meerdere kratten met materialen en roerwerk met een motor en/of
* 180 liter etanol en/of
* 340 liter fosforzuur;
3
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 18 oktober 2025 tot en met 18 februari 2025 te Gendringen (gemeente Oude IJsselstreek) en/of Zeddam (gemeente Montferland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) dan wel alleen, al dan niet opzettelijk, (een) handeling(en) met afvalstoffen heeft verricht waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs had(den) kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of konden ontstaan, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet aan zijn/hun verplichting heeft/hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en/of zijn mededader(s) konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en/of te beperken, immers heeft/hebben/is/zijn hij, verdachte en/of zijn mededader(s):
- van de locatie [adres 5] te Gendringen (waar een synthetisch drugslaboratorium aanwezig was) weggereden met een voertuig waarin een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen aanwezig was die deels uit dat voertuig lekte en/of
- met dat voertuig in totaal 520 liter aan gevaarlijke (vloei)stoffen vervoerd waarbij de vloeistoffen verschillende ADR-klassen hadden en zich in dezelfde ruimte bevonden en/of
- in de schuur, waarin het drugslaboratorium gevestigd was, chemische vloeistoffen, in ieder geval zijnde gevaarlijke stoffen, te weten 3.772,50 liter en 71,9 kg gevaarlijke (vloei)stoffen, met verschillende ADR-klassen in dezelfde ruimte opgeslagen, waarvan 360 liter gevaarlijk afval afkomstig van de vervaardiging van synthetische drugs en/of
- in de mestkelder in totaal 47.260 liter vloeistof (47 m3) en 18.660 kg (18 ton) slib opgeslagen/verwerkt en/of overgeslagen en/of gestort, bestaande uit gevaarlijk chemisch afval, ontstaan doordat drugsafval vanuit de productieruimte via slangen in deze kelder is geloosd;
4
hij op of omstreeks 18 februari 2025 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Belgische identiteitskaart (met nummer [nummer 1] ) en/of een Belgisch rijbewijs (met nummer [nummer 2] ), op naam gesteld van [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1980 in [geboorteplaats 2] , België, waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, voorhanden heeft gehad.
2. De ontvankelijkheid van de officier van justitie
Parketnummer 05.057663.20
De officier van justitie en de raadsvrouw hebben zich op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van feit 1, omdat ditzelfde feit in de zaak met parketnummer 18.182955.22 onder feit 2 ten laste is gelegd, waardoor sprake is van schending van het beginsel van ne bis in idem.
De beoordeling door de rechtbank
Zoals hieronder in de overwegingen ten aanzien van het bewijs zal blijken, acht de rechtbank in de zaak met parketnummer 18.182955.22 onder feit 2 niet bewezen dat verdachte vóór 1 april 2020 de ten laste gelegde goederen en chemicaliën voorhanden had. Daarom is geen sprake van hetzelfde feit als feit 1 onder parketnummer 05.057663.20 met pleegdatum 4 maart 2020. De rechtbank acht de officier van justitie ten aanzien van feit 1 dan ook ontvankelijk in de vervolging.
Parketnummer 05.338268.21
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging, omdat er geen strafvorderlijke basis was om de zeecontainers te openen. Zij heeft hiertoe het volgende aangevoerd.
Er liep een opsporingsonderzoek naar een mogelijk drugslab in en om het restaurant aan de [adres 6] in Doetinchem. Kennelijk waren er te weinig aanwijzingen om op strafvorderlijke gronden actie te ondernemen, dus werd door een ambtenaar van de gemeente een controle uitgevoerd op basis van artikel 5:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hij werd vergezeld door twee verbalisanten. Artikel 5:15 lid 2 Awb bepaalt dat indien nodig er verbalisanten meegaan met de controledienst. Dat was in onderhavige zaak echter niet nodig. Er was een sleutel van het restaurant en de toegang werd niet geweigerd of feitelijk belemmerd. De gemeentecontrole is gebruikt als legitimatie voor het binnentreden van de opsporingsambtenaren. Dat blijkt mede uit het feit dat de ‘sterke arm’ niet bestond uit beschikbare ‘blauwe’ krachten, maar uit leden van het opsporingsteam die al bezig waren met het onderzoek naar de drugszaak. Hiermee wilden zij doen voorkomen dat zij daar waren om als sterke arm te fungeren, maar feitelijk was het doel om mee te kijken over de schouder van de toezichthouder en aanwijzingen te krijgen voor het opsporingsonderzoek. Daarmee is sprake van détournement de pouvoir. De bevindingen die de verbalisanten in het pand deden, waren kennelijk de legitimatie om ook de zeecontainers te openen. Hiermee is sprake van een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust de belangen van verdachte zijn veronachtzaamd en het recht op een eerlijk proces is tekortgedaan.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank stelt op basis van het proces-verbaal van verdenking (p. 615 t/m 619) vast dat er op 6 april 2021 een verdenking was jegens [medeverdachte 1] van overtreding van artikel 2 B/C/D jo. artikel 10 lid 3 en 4 van de Opiumwet in zijn restaurant aan de [adres 6] in Doetinchem en de op het parkeerterrein aanwezige zeecontainers. De verbalisanten waren op 26 april 2021 bevoegd zich daar op het terrein te begeven. Op het moment dat de verbalisanten zich rondom de zeecontainers begaven roken zij een amfetaminelucht. De combinatie van die bevinding met de reeds bestaande verdenking, vormt naar het oordeel van de rechtbank voldoende grond om op basis van artikel 9 lid 1 sub b van de Opiumwet zich de toegang te verschaffen tot de zeecontainers. Van een vormverzuim is geen sprake. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw en acht de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging.
3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Parketnummer 05.057663.20
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde feit. Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie niet tot bewezenverklaring gerekwireerd (zie hiervoor), maar wel de voor dit feit relevante bewijsmiddelen opgesomd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vanwege de bepleite niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie geen standpunt ingenomen over feit 1. De raadsvrouw refereert zich ten aanzien van feit 2 aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling door de rechtbank
Feit 1
Op 4 maart 2020 lieten verbalisanten verdachte als bestuurder van een voertuig stoppen op een parkeerplaats langs de A50, ter hoogte van Heerde. De verbalisanten roken vervolgens een zeer sterke chemische lucht die zij herkenden als de geur van amfetamine. Ook zagen de verbalisanten dat de kleding van verdachte overal witte vlekken vertoonde. De verbalisanten hoorden verdachte zeggen dat in de kofferbak een jerrycan met 15 liter amfetamine stond. De verbalisanten troffen in de kofferbak een grote jerrycan aan, met een sterke amfetaminegeur. Uit onderzoek bleek dat in de jerrycan 14,5 liter BMK (Benzylmethylketon) zat.
De rechtbank acht op basis van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 4 maart 2020 14,5 liter BMK voorhanden had. BMK betreft een precursor voor amfetamine en/of methamfetamine. BMK heeft geen enkel ander doel dan gebruikt te worden bij het vervaardigen van harddrugs. Het kan dan ook niet anders zijn dan dat verdachte op zijn minst ernstige reden had om te vermoeden dat de BMK bestemd was tot het voorbereiden of bevorderen van een in artikel 10 lid 4 van de Opiumwet bedoeld feit, namelijk het opzettelijk vervaardigen van (met)amfetamine. De rechtbank is daarmee van oordeel dat de aan verdachte ten laste gelegde voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine en/of methamfetamine wettig en overtuigend zijn bewezen. Dat geldt niet voor het bestanddeel “waarbij uit de omstandigheden waaronder deze voornoemd(e) stof(fen) zijn aangetroffen, te weten in een ruimte waar ook andere grondstoffen voor het vervaardigen stoffen van lijst I behorende bij de Opiumwet, alsmede grote hoeveelheden van stoffen van lijst I behorende bij de Opiumwet”. De rechtbank spreekt verdachte daarvan partieel vrij. Het dossier bevat ook geen bewijs dat verdachte dit feit met anderen heeft gepleegd. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het bestanddeel medeplegen.
Feit 2
Op 4 maart 2020 werd in de woning van verdachte aan de [adres 1] in [plaats 1] een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. De verlichting in de armaturen brandde en de ventilatie stond aan. In totaal stonden er 70 hennepplanten met een hoogte van 40 á 50 cm. Verdachte heeft verklaard dat hij zelf de hennepkwekerij heeft ingericht.
De rechtbank acht op basis van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 4 maart 2020 70 hennepplanten opzettelijk aanwezig heeft gehad. Uit het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij blijkt dat alle hennepplanten op 4 maart 2020 dood waren. Het dossier bevat geen aanknopingspunten dat verdachte op of omstreeks 4 maart 2020 hennepplanten heeft geteeld, bereid, bewerkt en/of verwerkt. De rechtbank spreekt verdachte daarom hiervan vrij. Verder is op basis van het dossier niet vast te stellen dat sprake is van medeplegen. De rechtbank spreekt verdachte ook hiervan vrij.
Parketnummer 18.182955.22
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat feit 1 primair en feit 2 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen met als pleegperiode 27 februari 2020 tot en met 1 april 2020. Verdachte dient voor beide feiten te worden vrijgesproken van het medeplegen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde onder feit 1 en van feit 2, omdat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat. Zij voert hiertoe het volgende aan. Allereerst is de bewijswaarde van het aangetroffen DNA van verdachte, dat op een aantal goederen in het drugslab is aangetroffen, nihil. Het betroffen namelijk verplaatsbare goederen en daarbij was steeds sprake van een mengprofiel. Ten tweede tonen de zendmastgegevens van de telefoon van verdachte enkel aan dat de telefoon van verdachte in het noorden van Nederland is geweest, niet specifiek in de schuur aan de [adres 2] in Langweer. Daarbij lopen de zendmastgegevens en de navigatie van de auto waarin verdachte werd aangetroffen (in parketnummer 05.057663.20) niet parallel. Verdachte is dus niet steeds de bestuurder van de auto geweest. Tot slot is een baardsleutel geen unieke sleutel en paste deze alleen op de binnendeur van de schuur, waardoor niet kan worden geconcludeerd dat verdachte toegang had tot de productieruimte, omdat bij verdachte geen sleutel van de buitendeur is aangetroffen.
De beoordeling door de rechtbank
Feiten 1 en 2
Op 1 april 2020 werd in een stal aan de [adres 2] in Langweer een productielocatie van synthetische drugs aangetroffen. In het drugslab werden de volgende goederen/chemicaliën aangetroffen: 266 liter formamide, 195 liter mierenzuur bevattende BMK en/of MAPA, 220 liter (geconcentreerd) fosforzuur, 590 liter en 520 liter (verdund) fosforzuur bevattende BMK, 575 kilogram Caustic Soda, 720 en 1,4 liter zwak zure waterige vloeistof bevattende N-formylamfetamine, een restant wit poeder bevattende MAPA, 4 blauwe 20 liter jerrycans gevuld met een neutrale waterige vloeistof bevattende PMK, 4 reactieketels met een afmeting van 100 centimeter en een diameter van 110 centimeter, maatbekers, waterslangen, handschoenen, branders, gasflessen. Ook werd er amfetamine aangetroffen.
De chemicaliën zoals formamide, mierenzuur en de verkregen BMK passen bij de eerste kookstap van de productie van amfetamine volgens de Leuckart methode. Het verkregen tussenproduct N-formylamfetamine wordt in een tweede kookstap met caustic soda verwarmd, hierbij wordt ruwe amfetamine verkregen. De processen werden in de aanwezige reactievaten/ketels uitgevoerd.
Van de omzetting naar BMK en de vervaardiging van amfetamine met de Leuckart methode, werd afval aangetroffen. Berekend vanuit de aanwezige lege formamidevaten en gecorrigeerd op de aanwezige hoeveelheid BMK en amfetamine, is er voor minimaal 1091 kilogram en maximaal 1456 kilogram onversneden amfetaminepasta geproduceerd. Deze werd niet meer op de locatie aangetroffen.
In het drugslab lagen onder andere een flesje Crystal Clear en een handschoen. Op deze goederen is een DNA-profiel van een onbekende man A aangetroffen. De frequentie van het DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Het DNA-profiel is vervolgens vergeleken met een aantal buitenlandse DNA-databanken. Hierbij is een match gevonden tussen een DNA-profiel van het spoor uit Nederland (de hiervoor genoemde onbekende man A) en een DNA-profiel van een spoor uit Duitsland, dat van verdachte afkomstig kan zijn. De matchkans van de bij de match betrokken DNA-kenmerken is kleiner dan één op één miljard.
De rechtbank concludeert op basis van de matchkans dat het DNA-profiel dat op het flesje en de handschoen is aangetroffen, van verdachte is.
Verder lag in het drugslab een kassabon van de GAMMA van 27 februari 2020. Op camerabeelden van de GAMMA van 27 februari 2020 is te zien dat een persoon deze goederen koopt. Acht van die (soortgelijke) goederen lagen op 1 april 2020 in het lab. Verschillende verbalisanten herkenden de persoon op de camerabeelden als zijnde verdachte.
Op 4 maart 2020 had verdachte een sleutel bij zich die paste op de deur achter de schuifdeur in de schuur aan de [adres 2] in Langweer. In de ruimte achter deze deur werd het drugslaboratorium aangetroffen.
Op 27, 28 februari, 2 en 4 maart 2020 maakten de telefoons van verdachte contact met telefoonmasten in Friesland, gelegen nabij de rijkswegen A32 en A6/A7 en/of nabij het drugslab.
Op 4 maart 2020 had verdachte omstreeks 19.38 uur langs de A50 in Heerde 14,5 liter BMK in zijn kofferbak. Volgens het navigatiesysteem is de auto diezelfde dag om 18:55 uur vertrokken vanaf de [adres 2] in Langweer. In het drugslab werden soortgelijke branders en jerrycans aangetroffen die verdachte op 4 maart 2020 eveneens bij zich had.
Gelet op de genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang gezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte als pleger betrokken is geweest bij het drugslab in Langweer, waar tussen de 1091 en 1456 kilogram onversneden amfetaminepasta is geproduceerd en waar goederen en chemicaliën lagen ten behoeve van de productie van amfetamine. Dat verdachte als pleger en niet als medeplichtige bij dit drugslab betrokken is geweest, concludeert de rechtbank op basis van de hiervoor genoemde omstandigheden in onderlinge samenhang bezien. Zo is verdachte in een auto aangetroffen met BMK dan naar haar oordeel afkomstig was uit het drugslab, met gasbranders gelijk aan gasbranders uit het drugslab en een passende sleutel van de toegangsdeur tot het drugslab, terwijl die auto daar vandaan was vertrokken. Bovendien was zijn kleding vervuild met witte vlekken. Verder heeft verdachte goederen gekocht die ook zijn aangetroffen in het drugslab en is zijn DNA in het drugslab aangetroffen. Daarbij heeft zijn telefoon op meerdere dagen masten aangestraald die op de route van en naar het drugslab liggen. De rechtbank stelt vast dat verdachte betrokken is geweest bij de aanschaf van goederen voor het drugslab, dat hij toegang had tot het drugslab en daar ook binnen is geweest en productie uit het lab heeft vervoerd. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee de rol van verdachte van voldoende gewicht om te spreken van medeplegen.
Pleegperiode
De rechtbank leest dat de steller van de tenlastelegging ten aanzien van de pleegperiode heeft bedoeld een periode van begin 2020 tot en met 1 april 2020.
Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft op 27 februari 2020 de goederen bij de GAMMA gekocht. Van eerdere betrokkenheid van verdachte bij het drugslab biedt het dossier onvoldoende bewijs. De rechtbank zal daarom de ten laste gelegde periode in haar bewezenverklaring verkorten naar 27 februari tot en met 1 april 2020.
Voor wat betreft feit 2 overweegt de rechtbank het volgende. De materialen en grondstoffen ter voorbereiding van de productie van amfetamine werden op 1 april 2020 in het drugslab aangetroffen. Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat de materialen en specifieke hoeveelheden chemicaliën vanaf begin 2020 ook in het drugslab aanwezig waren. De rechtbank zal daarom alleen bewezen verklaren dat verdachte op 1 april 2020 de ten laste gelegde goederen en chemicaliën voorhanden heeft gehad ter voorbereiding/bevordering van de productie van amfetamine.
Vrijspraak medeplegen
Het dossier bevat onvoldoende bewijs dat sprake is geweest van medeplegen. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het medeplegen onder feiten 1 primair en 2.
Parketnummer 05.338268.21
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan beide ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw refereert zich ten aanzien van feit 1 aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van feit 2, het deelnemen aan een criminele organisatie. Allereerst kan namelijk uit de cameraobservaties geen vorm van samenwerking of eventuele onderlinge verhoudingen worden afgeleid. Ook uit de tapgesprekken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] kan een samenwerking met verdachte niet worden afgeleid, althans niet een structurele, duurzame of georganiseerde samenwerking. Tot slot is de verklaring van getuige [getuige 1] onbetrouwbaar en moet deze worden uitgesloten van het bewijs. De getuige heeft namelijk verslavingsproblematiek en psychotische episodes. Uit het verhoor bij de rechter-commissaris blijkt dat de getuige niet continu medicatietrouw is geweest en niet eenduidig kan reconstrueren wanneer hij wel of niet goed ingesteld was op medicatie. Door de bijzondere belevingswereld van de getuige is geen onderscheid te maken tussen de werkelijkheid en zijn fantasie.
De beoordeling door de rechtbank
Betrouwbaarheid verklaring [getuige 1]
De rechtbank constateert dat getuige [getuige 1] bij de politie uitgebreid, consistent en gedetailleerd heeft verklaard. Verder vinden de verklaringen van de getuige op veel punten steun in het dossier, zoals hieronder weergegeven.
Getuige [getuige 1] heeft op 1 april 2021, naast dat hij heeft verklaard over het drugslab aan de [adres 6] in Doetinchem, ook verklaard dat hij van 19 juni 2020 tot 1 december 2020 was geïnfiltreerd in een amfetaminelab aan de [adres 7] in Kockengen en dat ook [naam 2] was betrokken bij de hele handel.
Op 3 april 2021 deed de politie onderzoek naar de gegevens uit zijn verklaring. Uit de politiesystemen bleek inderdaad dat de getuige woonachtig was in het pand waar het drugslab had gezeten. Op het terrein van de Portengen 104 in Kockengen werd een bestelbus aangetroffen met daarin ruim 12.000 liter drugsafval. Door de politie werd geconstateerd dat de ruimtes op het perceel waren schoongemaakt en dat er aanwijzingen waren dat er een drugslab in werking was geweest. Uit onderzoek bleek dat bij de bestelbus met drugsafval een BMW op het terrein was gezien die op naam bleek te staan van [naam 3] . De bestuurder van deze BMW had zich uitgegeven als zijnde [naam 2] .
Nadat de politie de verklaring van getuige [getuige 1] had geverifieerd, is de getuige op 4 april 2021 nogmaals gehoord en heeft hij een meer gedetailleerde verklaring afgelegd over de drugslaboratoriums in Kockengen, Doetinchem en een opslagplaats (zeecontainer) tussen Hilversum en Utrecht.
Verder vinden – zoals hieronder zal blijken – de verklaringen van getuige [getuige 1] ten aanzien van het drugslab aan de [adres 6] in Doetinchem steun in meerdere, andere bewijsmiddelen.
De rechtbank acht de door getuige [getuige 1] afgelegde verklaringen dan ook betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.
Feiten 1 en 2
Getuige [getuige 1] heeft op 1 april 2021 verklaard dat aan de [adres 6] in Doetinchem een amfetaminelaboratorium zit en dat ze daar 250 liter amfetamine-olie in de week produceren. De familie die hiervoor verantwoordelijk is, is [medeverdachte 1] , [naam 4] en [medeverdachte 2] . Het adres betreft een restaurant, de ketels staan achter boven op zolder. Achter het restaurant staan twee zeecontainers, met daarin: detergent powder, 99 procent soda, formamide, mierenzuur, loog en fosfor.
Getuige [getuige 1] verklaarde verder dat hij op 19 juni 2020 werd benaderd door [naam 5] , het neefje van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [naam 4] , om in een drugslaboratorium te werken. Op 1 december 2020 zei [medeverdachte 2] dat getuige voor [medeverdachte 1] ging werken. Zij zijn toen direct naar het restaurant aan de [adres 6] gereden. Half december begonnen ze met de opbouw op zolder. [verdachte] , [naam 6] , [medeverdachte 1] en ' [naam 7] ' waren daarbij betrokken. Ze hebben twee weken gedaan over de opbouw. [verdachte], [naam 6] en [naam 2] zorgden voor de productie aan de [adres 6] . Boven in het restaurant stonden de destilleerketels. Aan de achterzijde van het pand stonden drie koelcellen en in de middelste cel was de opslag voor spullen voor de A-olie. Achterin stonden nog twee containers met daarin alle spullen voor het lab, destilleerspullen en jerrycans.
Voor wat betreft het logistieke proces van de aanvoer van chemicaliën kwamen ze met een witte bus met de opdruk ‘Koel en Vriestransport’. Dit deed [naam 6] . Ze reden dan achterom naar de zeecontainers. Als er wat werd verkocht dan kwam het geld cash via [verdachte] bij [naam 8] en [naam 9] . [verdachte] en [naam 2] regelden de afvoer van amfetamineolie en kregen dan geld van [naam 8] . [verdachte] betaalde dan weer iedereen. [naam 8] is de baas van alles en [verdachte] is de producent. Het pand is van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] .
Zes weken geleden is de container (de rechtbank begrijpt: de zeecontainer in Groenekan) op naam van getuige gezet. [naam 2] , [medeverdachte 1] en [verdachte] zeiden dat de amfetamineolie daar opgeslagen zou worden.
Verder heeft de getuige verklaard dat ze [verdachte] , ‘ [verdachte] ’ of ‘ [verdachte] ’ noemden en dat hij een grote tatoeage van een [tatoeage] op zijn rug heeft.
Op 26 april 2021 troffen verbalisanten in de ruimte aan de achterzijde van het pand aan de [adres 6] in Doetinchem, bij een drietal koel-/vriescellen een vloeistofpomp aan, een aantal slangen en een aantal (nagenoeg) lege jerrycans. Deze jerrycans, de slangen en de vloeistof droegen dezelfde penetrante lucht bij zich als die de verbalisant eerder had geroken en hij herkende als de lucht die vrijkomt bij de productie van synthetische drugs.
De verbalisanten troffen in twee containers op het terrein aan de [adres 6] goederen aan. In de rechter container stonden diverse blauwe en witte jerrycans, een aantal cilindervormige gasflessen en diverse witte zakken met de opdruk L (+) – Tartaric Acid. In de linker container zagen zij een intermediaire bulk containers (IBC) staan met onderin een bodem roodkleurige vloeistof. Daarnaast zagen zij diverse slangen liggen die vermoedelijk gebruikt zijn voor het overpompen van de vloeistoffen en enkele jerrycans met hierin een onbekende vloeistof. De slangen die zij aantroffen in de container, betreffen dezelfde soort slangen die zij ook aantroffen in de ruimte bij de koel- vriescellen.
Op 26 april 2021 deed Landelijke Faciliteit Ontmantelen onderzoek op de locatie de [adres 6] in Doetinchem. In de eerste container op het terrein lag 200 liter fosforzuur, 240 liter methylamine, 100 liter methanol, 140 liter aceton, 60 liter dichloormethaan, 50 liter BMK, amfetamine op een sterk alkalische waterige vloeistof, 175 kilogram L-(+)-wijnsteenzuur. In de tweede container lag 120 liter BMK en in het restaurant lag een 20 liter jerrycan met een restant vloeistof, bevattende N-formylamfetamine en een lage concentratie amfetamine.
Het Nederlands Forensisch Instituut concludeert dat BMK een grondstof is voor amfetamine of metamfetamine. In relatie tot drugs is methylamine een grondstof voor de vervaardiging van metamfetamine (uit BMK) met een reductieve aminering. N-formylamfetamine is het tussenproduct in de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode. In relatie tot drugs wordt L-(+)-wijnsteenzuur (Engelse naam: tartaric acid) gebruikt bij de bewerking van metamfetamine, namelijk de scheiding van d- en l-metamfetamine. Aceton, methanol, dichloormethaan en fosforzuur worden in de chemische industrie veelvuldig toegepast. In relatie tot drugs kunnen deze stoffen worden gebruikt bij de vervaardiging en/of bewerking van diverse drugs.
In de krant De Gelderlander werd op 18 december 2020 een artikel gepubliceerd over de ‘ [adres 6] ’ aan de [adres 6] te Doetinchem. In het artikel zegt [medeverdachte 2] met haar vader [medeverdachte 1] eigenaar te zijn van horecazaak [bedrijf 1] .
In het uittreksel van de Kamer van Koophandel staat [medeverdachte 1] sinds 8 oktober 2020 geregistreerd als eigenaar van het restaurant [bedrijf 1] aan de [adres 6] in Doetinchem.
Op de beelden van de cameraobservatie van de politie van 4 april 2021 tot en met 22 april 2021 aan de [adres 6] in Doetinchem is onder andere het volgende te zien:
Op 7 april 2021 om 13.07 uur komen twee voertuigen (kentekens [kenteken 1] en [kenteken 2] ) het terrein oprijden. De bestuurder van voertuig [kenteken 1] wordt aangemerkt als man 5 en de bestuurder van de andere auto als man 2. Op zijn voertuig staat de tekst ‘Koel & Vries transport’. Man 2 en man 5 verplaatsen meerdere voorwerpen van de zeecontainer naar het voertuig met kenteken [kenteken 2] . De mannen lopen meerdere keren heen en weer. Daarna sluit man 5 de deur van de zeecontainer en verlaat het voertuig met kenteken [kenteken 2] het terrein.
Ondertussen opent man 5 de deur van de linker zeecontainer. Daarna voelt man 5 aan het bestuurdersportier van het voertuig met de laadbak ‘Koel & Vries transport’. Vervolgens gaat man 5 de zeecontainer binnen. Na enkele seconden komt hij naar buiten en draagt een groot voorwerp, gelijkend op een gasfles. Hij legt vervolgens dit voorwerp in het voertuig met kenteken [kenteken 1] . Om 13.20 uur verlaat hij met dat voertuig het terrein. Om 17.36 uur komt dit voertuig weer het terrein oprijden en parkeert met de achterzijde vlak voor de deur van de rechter zeecontainer. Man 5 stapt uit het voertuig en opent de achterklep. Te zien is dat er een groot zwart voorwerp met een slang uit het voertuig wordt getild en vermoedelijk in de zeecontainer wordt gelegd. Man 5 sluit vervolgens de deur van de zeecontainer. Om 17.43 uur loopt man 5 richting de linker zeecontainer, opent de deuren en gaat naar binnen. Enkele seconden later komt hij naar buiten met een voorwerp en legt dit in de auto. Daarna haalt hij weer een voorwerp uit de zeecontainer en legt dit achterin de auto. Hierna sluit hij de deur van de linker zeecontainer en verlaat met de auto het terrein.
Op 8 april 2021 om 11.04 komt het voertuig met kenteken [kenteken 1] het terrein weer oprijden en parkeert met de achterzijde in de richting van de zeecontainer. Man 5 stapt uit en pakt allerlei goederen van de grond en verplaatst deze in de richting van de vuilcontainer. Daarna opent hij de rechter zeecontainer, pakt daar iets en loopt ermee naar buiten.
Om 11.07 uur rijdt een DAF-vrachtwagen het terrein op. Hij rijdt achterwaarts in de richting van de zeecontainers. Te zien is dat de vrachtwagen een oranje vierkant ADR-bord aan de voorzijde van de vrachtwagen heeft. Dit bord betekent dat de vrachtwagen gevaarlijke stoffen vervoert. Te zien is dat man 5 beide deuren van de rechter zeecontainer heeft geopend. Om 11.13 uur en om 11.16 uur is te zien dat er met een palletwagen met daarop meerdere goederen de container in wordt gelopen door de vrachtwagenchauffeur. Om 11.30 uur haalt de vrachtwagenchauffeur het oranje ADR-bord van de voorzijde van de vrachtwagen en man 5 geeft meerdere lege pallets aan de vrachtwagenchauffeur. Om 11.38 uur rijdt het voertuig met kenteken [kenteken 1] het terrein af.
Op 10 april om 07.32 uur rijdt het voertuig met kenteken [kenteken 1] het terrein op en parkeert voor de zeecontainers. Man 5 stapt uit het voertuig, loopt naar de rechter zeecontainer en bukt. Daarna sluit man 5 de deur van de zeecontainer en hangt er een hangslot aan. Ditzelfde doet hij bij de linker zeecontainer. Om 07.35 verlaat hij met het voertuig het terrein.
Op 12 april 2021 om 11.16 uur komt het voertuig met kenteken [kenteken 1] het terrein oprijden en parkeert voor de twee zeecontainers. Man 5 stapt uit. Even later zet hij de rechter zeecontainer open en parkeert vervolgens het voertuig met de achterzijde vlak voor de container. Man 5 stapt uit het voertuig en loopt de container in. Zijn schaduw is meermaals te zien onder de deur van de container. De verbalisant vermoedt dat het voertuig wordt beladen, omdat de laadruimte van het voertuig steeds verder naar beneden zakt.
Een verbalisant zag dat de persoon op de camerabeelden, de rechtbank begrijpt man 5, dezelfde betrof als degene op de foto's op de telefoon van [verdachte] .
Het voertuig, Citroën Nemo, met het kenteken [kenteken 1] stond op naam van [naam 10] . Verdachte heeft verklaard dat hij weleens een Citroën had geleend van een vriendin, genaamd [naam 10] of [naam 10] .
De rechtbank concludeert op basis van voornoemde bewijsmiddelen dat NNM5, hierboven steeds aangeduid als ‘Man 5’, verdachte is.
De volgende tapgesprekken vonden plaats tussen [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 2] ( [medeverdachte 2] ).
9 april 2021:
Vrijdag 23 april 2021:
25 april 2021:
28 april 2021:
(...)
Verdachte heeft verklaard dat de omschrijving die getuige [getuige 1] geeft over ‘ [verdachte] ’ over hem (verdachte) gaat.
Feit 1
Gelet op de genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang gezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van (met)amfetamine vanaf halverwege december 2020 tot en met 26 april 2021 in het pand en in de zeecontainers op het terrein aan de [adres 6] in Doetinchem.
Feit 2
Volgens vaste jurisprudentie moet onder een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr worden verstaan een samenwerkingsverband, met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en tenminste één andere persoon. Van een dergelijke duurzaamheid dan wel structuur kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. Het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht op het plegen van misdrijven. Daarbij is voor een bewezenverklaring voldoende dat het plegen van misdrijven wordt beoogd, zodat nog geen aanvang hoeft te zijn gemaakt met het daadwerkelijke plegen daarvan.
Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte vanaf halverwege december 2020 tot en met 21 april 2021 heeft samengewerkt met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , met als doel het produceren van (met)amfetamine. Verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waren verantwoordelijk voor het amfetaminelab aan de [adres 6] in Doetinchem, waar [medeverdachte 1] de eigenaar was van het restaurant. Verdachte was de producent van de (met)amfetamine.
Daarnaast namen anderen deel aan het samenwerkingsverband. Zo regelden verdachte en [naam 2] de afvoer van amfetamine-olie, waarna zij geld kregen van [naam 8] , de baas. Verdachte zorgde samen met [naam 6] en [naam 2] voor de productie. Getuige [getuige 1] werd door de neef van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte gevraagd om in het drugslaboratorium te werken. [medeverdachte 2] vertelde de getuige vervolgens dat hij voor [medeverdachte 1] ging werken.
Dit alles maakt dat naar het oordeel van de rechtbank kan worden gesproken van een organisatie die tot oogmerk had het produceren van (met)amfetamine, aan welke organisatie verdachte heeft deelgenomen. Dat verdachte weet had van het oogmerk van de organisatie, volgt eveneens uit de bewijsmiddelen.
Parketnummer 05.187357.23
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken, omdat er onvoldoende bewijs is voor zijn betrokkenheid. Allereerst moet de verklaring van getuige [getuige 1] , net als in de zaak met parketnummer 05.338268.21, worden uitgesloten van het bewijs, omdat deze onbetrouwbaar is. Het enige bewijs dat dan zou wijzen op de betrokkenheid van verdachte is het DNA dat is aangetroffen op een drinkfles in de container. Dat is echter een verplaatsbaar voorwerp en dus niet doorslaggevend voor een bewezenverklaring.
De beoordeling door de rechtbank
Betrouwbaarheid verklaring getuige [getuige 1]
De rechtbank acht de verklaring van getuige [getuige 1] betrouwbaar en verwijst hiervoor naar de overweging hierover in de zaak met parketnummer 05.338268.21 hierboven, met als aanvulling dat zijn verklaring ook voldoende steun vindt in de andere bewijsmiddelen in onderhavige zaak.
Het feit
Getuige [getuige 1] heeft op 4 april 2021 verklaard dat hij ongeveer zes weken geleden met [naam 2] een container had gehuurd in de buurt van Utrecht en Hilversum. Door [medeverdachte 1] en [naam 2] was aan hem gezegd dat hier de amfetamineolie opgeslagen zou gaan worden voordat het verkocht ging worden. De verhuurder van de container zou ene [getuige 2] zijn die dicht bij zijn verhuurbedrijf woonachtig is. [getuige 1] tekende een plattegrond van de locatie van de container voor het onderzoek. De sleutel van de container zou in het bezit zijn van [medeverdachte 1] en aan de [adres 6] te Doetinchem liggen. [getuige 1] kon de locatie aanwijzen als iemand er met hem naartoe zou rijden.
Op 5 april 2021 reden verbalisanten samen met [getuige 1] naar Utrecht. Op de ring nabij het centrum van Utrecht herkende [getuige 1] de route die hij toen samen met [naam 2] had gereden. [getuige 1] wees de verbalisanten de locatie aan waar de zeecontainer stond. Dit betrof de [adres 3] te Groenekan. [getuige 1] verklaarde tevens dat hij het huurcontract had getekend bij [getuige 2] . Hij wees op een afbeelding van Google Maps aan welke zeecontainer het betrof.
Op 10 juni 2021 werden in een zeecontainer gelegen achter de [adres 3] te Groenekan een RVS-ketel, vijf zakken van 25 kilogram Caustic Soda, twaalf jerrycans met etikettering formamide, forsorzuur en mierenzuur, twee koelers en achttien gasflessen aangetroffen. De container was geheel in gebruik voor het opslaan van goederen die gebruikt en/of bestemd zijn voor het bewerken/verwerken van verdovende middelen genoemd op lijst 1 van de Opiumwet. Het ging hier vooral om goederen die bestemd zijn voor en/of gebruikt zijn bij de omzetting van een pre-precursor naar BMK en vervolgens de grootschalige vervaardiging van amfetamine.
Aan de voorzijde van de RVS-ketel in de zeecontainer lag een waterflesje. Op dit flesje is DNA aangetroffen dat afkomstig kan zijn van één man, en dat match met het DNA-profiel van verdachte. Het is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA in de bemonstering afkomstig is van verdachte, dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurig (niet aan verdachte verwante) persoon.
De rechtbank concludeert op basis van de matchkans dat het DNA dat op het flesje is aangetroffen, van verdachte is.
Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij op 23 februari 2021 het huurcontract voor de zeecontainer met [getuige 1] afsloot.
Uit de cameraobservaties van de [adres 6] in Doetinchem in de zaak met parketnummer 05.338268.21 werd gezien dat een Opel Vivaro met kenteken [kenteken 2] meermalen op het terrein kwam, met name bij de daar aanwezige zeecontainers. Er werd meerdere keren waargenomen dat de inzittenden van dit voertuig goederen uit een van de zeecontainers pakten en in de bestelbus plaatsten. De goederen die ingeladen werden betroffen jerrycans en zakken.
Uit een bakenanalyse van de Opel Vivaro blijkt dat de Opel Vivaro op 22 april 2021 van 19.15 tot 19.22 uur aan de [adres 3] in Groenekan is geweest.
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat er voor het synthetische drugslab aan de [adres 6] in Doetinchem goederen/chemicaliën werden opgeslagen in de zeecontainer in Groenekan. De rechtbank trekt deze conclusie op basis van de verklaring van [getuige 1] , dat de mensen van het drugslab in Doetinchem hem vertelden dat in de zeecontainer in Groenekan de amfetamineolie opgeslagen zou gaan worden voordat het verkocht ging worden. Daarbij is gezien dat de Opel Vivaro meerdere keren bij de containers aan de [adres 6] in Doetinchem goederen heeft geladen en op 22 april 2021 aan de [adres 3] in Groenekan is geweest. Tevens stelt de rechtbank vast dat verdachte betrokken is geweest bij de opslag van de goederen in de zeecontainer in Groenekan. De rechtbank heeft namelijk in de zaak met parketnummer 05.338268.21 bewezenverklaard dat verdachte deel heeft genomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven met betrekking tot, onder andere, de productie van harddrugs. Verder is DNA van verdachte op een flesje in de zeecontainer in Groenekan aangetroffen. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat iemand anders dan verdachte het flesje zou hebben meegenomen naar de zeecontainer en daar heeft achtergelaten. Bovendien heeft verdachte geen verklaring gegeven voor de vraag hoe iemand anders aan een door hem gebruikt flesje zou zijn gekomen. De rechtbank concludeert dan ook, dat verdachte in de zeecontainer is geweest.
Gelet op het voorgaande is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een of meer anderen in de periode maart 2021 tot en met 10 juni 2021 voorbereidingshandelingen heeft getroffen voor de productie van amfetamine.
Parketnummer 05.176418.23
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
In de woning van verdachte aan de [adres 4] in [plaats 1] werden op 23 oktober 2021 de volgende goederen en chemicaliën aangetroffen ter bereiding/bevordering van (met)amfetamine, te weten een inductiekookplaat, een spiraalkoeler met water af- en toevoer, een spiraalkoeler gekoppeld aan een gaswasser met magnetische roerder daaronder, een vloeistofpomp en vier driehals-rondbodemkolven in een verwarmingsmantel. Twee van deze kolven waren gevuld met vloeistof. Op deze kolven zaten koelers die aangesloten zaten op wateraansluitingen. Vanaf de koelers liepen er slangen naar een gezamenlijke gaswasser. Tegenover deze opstelling stonden twee andere kolven, beide gevuld met vloeistof, niet voorzien van een koeler en gaswasser. Verder waren er een slakkenhuisventilator met afzuigslangen, klemdekselvaten, een koelbox, een zeef, laboratorium glaswerk, jerrycans met vloeistof, maatbekers, scheitrechters, 72 liter zoutzuur, 2,5 liter aceton, 201 kilogram MAPA, 31 liter mierenzuur, 50 kilogram Caustic Soda, 32 liter formamide, 48 liter fosforzuur, 5 liter methanol, 8 liter BMK, 21 kilogram BMK-glycidezuur, 3 kilo calciumcarbonaat en een restant kristallen, bevattende metamfetamine aanwezig. Ook werd er 7,5 liter ruwe amfetamine-olie aangetroffen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle drie de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van betrokkenheid bij het daadwerkelijke productieproces, zoals ten laste onder feit 2. Voor het overige refereert zij zich aan het oordeel van de rechtbank.
De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 2 het volgende aangevoerd. Anders dan het ter beschikking stellen van zijn woning, blijkt uit het dossier niet wat de feitelijke bijdrage van verdachte is geweest. Het DNA van verdachte zat daarbij enkel op verplaatsbare voorwerpen.
De beoordeling door de rechtbank
Feiten 1, 2 en 3
Op 23 oktober 2021 omstreeks 14.19 uur zag een verbalisant twee personen de woning aan de [adres 4] in [plaats 1] verlaten. Zij reden weg in een voertuig met kenteken [kenteken 3] . Diezelfde dag om 15.03 uur werden de twee inzittenden van dat voertuig, [naam 11] en [naam 12] , aangehouden. De verbalisant rook in het voertuig een lichte chemische lucht, welke hij herkende als een amfetaminelucht. Op de jas van [naam 12] , die nog in het voertuig lag, zaten vlekken die leken op kalkvlekken. Nadat verbalisant aan deze jas rook, rook hij de chemische lucht die hij eerder rook. Ook op het onderste gedeelde van de schoenen van [naam 11] zaten een soort witte kalkvlekken. Uit onderzoek bleek dat de vlekken op de schoenen van [naam 11] sporen van amfetamine en BMK bevatten. Ook werden op de joggingsbroek van [naam 11] en de schoenen van [naam 12] BMK en syntheseverontreiniging aangetroffen en op de spijkerbroek van [naam 12] amfetamine en syntheseverontreiniging.
Medeverdachte [naam 11] heeft op 24 oktober 2021 verklaard dat hij 2,5 à 3 weken in het huis van [verdachte] kwam. [verdachte] had hem de sleutel gegeven en kwam ook weleens binnen. [naam 11] zag hem daar ongeveer 2 tot 3 keer in de week. [naam 11] herkende [verdachte] op een foto van verdachte. Medeverdachte [naam 12] heeft op 26 oktober 2021 verklaard dat hij twee weken in het huis was.
In de telefoon van medeverdachte [naam 11] werden meerdere chatberichten tussen de telefoon van [naam 11] en een contact genaamd ‘ [verdachte] [plaats 1] ’ met telefoonnummer [telefoonnummer] aangetroffen, waaronder:
Het telefoonnummer [telefoonnummer] is opgegeven door de bestuurder van een auto, genaamd [verdachte] , die een aanrijding had met een fietser op 17 juni 2020. De auto stond op naam van de vader van verdachte. De personen die met dit nummer zijn gebeld blijken onder andere familieleden van verdachte te zijn, zoals zijn neef, zijn vader, zijn zusjes, maar ook zijn vriendin en [medeverdachte 2] .
De rechtbank concludeert dat ‘ [verdachte] [plaats 1] ’ verdachte is, gelet op het feit dat [naam 11] heeft verklaard in de woning van [verdachte] te hebben verbleven en hij op een foto van verdachte [verdachte] herkende, de woning van verdachte in [plaats 1] staat en het nummer van ‘ [verdachte] [plaats 1] ’ telefonisch contact had met zijn naasten.
Verdachte heeft verklaard dat hij zijn woning aan de [adres 4] in [plaats 1] ter beschikking heeft gesteld aan anderen voor drugsproductie. De rechtbank gaat er echter vanuit dat verdachtes rol groter was dan het enkel ter beschikking stellen van zijn woning, gelet op het navolgende.
In de kelder van de woning lagen een gasmasker en een werkhandschoen met daarop amfetamine en amfetamine gerelateerde syntheseverontreinigingen. Op de gehele mond-/neuskap werd een DNA-mengprofiel aangetroffen afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. Het is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA-hoofdprofiel in de bemonstering afkomstig is van verdachte, dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurig (niet aan verdachte verwante) persoon.
Ook werd er een handlamp in de kelder van de woning aangetroffen. Op de houder en op de kopse kanten van de batterijen werd een DNA-profiel aangetroffen. Het is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA-hoofdprofiel in de bemonstering afkomstig is van verdachte, dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurig (niet aan verdachte verwant) persoon.
De rechtbank concludeert op basis van de matchkansen dat het DNA dat op het gasmasker en de handlamp is aangetroffen, van verdachte is.
Verder werd tijdens de doorzoeking in de woning een kassabon van de Karwei van 18 oktober 2021 om 15.24 uur aangetroffen, waaruit blijkt dat onder andere de volgende goederen zijn gekocht: een paar zwarte werkhandschoenen, een Gardena insteeknippel, twee Gardena 13 mm slangstukken, twee Gardena 33,33 mm kraanstukken, twee Gardena 2-weg waterverdelers en een Gardena 3-weg stuk.
Op camerabeelden van de Karwei van 18 oktober 2021 is te zien dat omstreeks het tijdstip op het bonnetje, een persoon aan de kassa de goederen afrekent die op het bonnetje staan vermeld. Volgens de verbalisant is de persoon die daar afrekent vermoedelijk verdachte, gelet op de foto van verdachte uit het politiesysteem.
In de kelder van de woning werden op 23 oktober 2021 slangstukken, klemmen en een verdeler van het merk Gardena aangetroffen.
Uit de hiervoor geciteerde chat tussen verdachte en [naam 11] op 21 oktober 2021 concludeert de rechtbank dat [naam 11] aan verdachte opgeeft dat hij een nieuw filter nodig heeft voor het drugslab. In dat kader past dat verdachte goederen ten behoeve van het drugslab inkoopt. Nu voorts het bonnetje van de Karwei in de woning van verdachte is gevonden, er goederen op staan die een paar dagen later ook in het drugslab zijn aangetroffen en de man die omstreeks het tijdstip van afrekenen te zien is op de camerabeelden van de Karwei gelijkenissen vertoont met verdachte, trekt de rechtbank de conclusie dat die man verdachte is.
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat er in de woning van verdachte in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 23 oktober 2021 goederen en chemicaliën aanwezig waren ter voorbereiding van de productie van (met)amfetamine en er minimaal 7,5 liter ruwe amfetamineolie is verwerkt. Ook stelt de rechtbank vast dat op 23 oktober 2021 7,5 liter amfetamineolie in de woning aanwezig was.
Verder stelt de rechtbank vast dat verdachte bij het drugslab betrokken was en samenwerkte met in ieder geval de medeverdachten [naam 11] en [naam 12] . Dit blijkt uit het feit dat het de woning van verdachte betrof, de medeverdachten hebben verklaard dat zij voor ‘ [verdachte] ’, de eigenaar van de woning, in de woning hebben geklust en medeverdachte [naam 11] ‘ [verdachte] ’ herkende op een foto van verdachte.
Ook uit de chatberichten tussen medeverdachte [naam 11] en ‘ [verdachte] [plaats 1] ’, in samenhang bezien met de overige bewijsmiddelen, leidt de rechtbank af dat [naam 11] in de woning van verdachte bezig was met de bereiding dan wel voorbereiding van het produceren van drugs, gelet op het feit dat er een foto werd gestuurd van vier personen met witte kokspakken, er werd gesproken over een levering en er een nieuw filter nodig was. Bovendien is DNA van verdachte aangetroffen op drugsgerelateerde goederen die in het drugslab lagen, te weten een gasmasker en een handlamp. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat iemand anders dan verdachte deze goederen zou hebben meegenomen naar het drugslab en daar heeft achtergelaten. Bovendien heeft verdachte geen verklaring gegeven voor de manier waarop die goederen met zijn DNA daar terecht zouden zijn gekomen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat verdachte samen met anderen de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.
Parketnummer 05.053535.25
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle vier de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte wordt vrijgesproken van feit 1, omdat er onvoldoende bewijs is voor de betrokkenheid van verdachte bij het drugslab. Ten aanzien van feiten 2, 3 en 4 refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.
De beoordeling door de rechtbank
Van 30 januari 2025 tot en met 18 februari 2025 werden camera’s geplaatst, gericht op de [adres 5] in Gendringen. Daarop was – onder meer – het volgende te zien.
Op 1 februari 2025 kwam een Mini Cooper (kenteken [kenteken 4] ) aanrijden, de bestuurder werd aangeduid als NNM1 en de bijrijder als NNV2. De Mini Cooper stopte ter hoogte van de oprit van de [adres 5] in Gendringen en NNM1 liep de oprit op. NNV2 reed weg. NNM1 rijkte met zijn rechterhand in de brievenbus. De Mini Cooper ( [kenteken 4] ) staat op naam van [naam 13] , ingeschreven aan [adres 8] in [plaats 2] . Op dit adres werd verdachte op 17 augustus 2021 aangehouden. Op basis van het uiterlijk van NNM1 op de video en de foto van verdachte acht de verbalisant het zeer waarschijnlijk dat NNM1 verdachte betreft. Een andere verbalisant herkende NNM1 als zijnde verdachte.
Op 15 februari 2025 om 09.42 uur reed een donkerkleurige BMW (kenteken [kenteken 5] ) de oprit op en parkeerde voor de deur van de loods. Er zaten twee personen in het voertuig. De passagier, aangeduid als NNM3, stapte uit en liep uit beeld. Daarna stapte de bestuurder, aangeduid als NNM5, uit en deed de kofferbak van het voertuig open. NNM3 deed de rechter achterdeur van het voertuig open en haalde daar een geelkleurige plastic tas uit. Deze plastic tas was tot de helft gevuld. Beide mannen liepen vervolgens rechts in beeld de hoek om bij het pand en verdwenen daar uit beeld. Om 10.59 uur liepen beide mannen weer naar het voertuig. NNM5 pakte een lege blauwkleurige bak uit de kofferbak en gaf deze aan NNM3. Beiden liepen weer rechts de hoek om bij het pand. Om 11.05 uur liep NNM3 weer richting het voertuig. Hij hield een blauwe bak met daarin een gele plastic tas en een grote langwerpige blauwe tas vast. Het leek erop dat deze grote blauwe tas gevuld was. Vervolgens legde NNM3 de bak en de tas in de kofferbak van het voertuig. Hierna kwam ook NNM5 in beeld met een gele plastic tas met daarin een uitstekend zwartkleurig voorwerp. Om 11.07 uur reed het voertuig de oprit af. Om 14.43 uur parkeerde een Fiat 500 (kenteken [kenteken 6] ) voor de inrit van de [adres 5] . De bestuurder was NNM1, herkend als verdachte. Vervolgens is te zien dat verdachte bij de deuren van de loods loopt. Na bijna vier minuten verscheen hij weer in beeld en hield een vuilniszak vast. Het leek erop dat er iets in die vuilniszak zat. Hij liep vervolgens de oprit af en verdween uit beeld.
Op 18 februari 2025 om 12.29 uur kwam een Citroën Jumper ( [kenteken 7] ) aanrijden met daarin twee personen. Dit voertuig reed achteruit de dam op van het perceel [adres 5] te Gendringen en parkeerde voor de loods/schuur. De bijrijder was verdachte. Om 12.56 uur werden de deuren van de loods opengedaan en kwam een man, aangeduid als NNM6, naar buiten lopen. Verdachte opende de loodsdeuren verder. NNM6 parkeerde de bus zo dat de laadbak in de richting van de loods/schuur stond. Om 12.58 uur liep NNM6 om de bestelbus heen en verdween uit beeld, en is hoogstwaarschijnlijk via de andere zijde van de laadbak de loods/schuur in gegaan. Om 12.08 (de rechtbank begrijpt: 13.08) uur werd de loodsdeur dichtgeschoven. NNM6 stapte in de bus. Verdachte deed de loodsdeuren dicht. Om 12.09 (de rechtbank begrijpt: 13.09) uur reed de bus weg. Om 13.11 uur liep verdachte richting de openbare weg. De bus stopte op de openbare weg en verdachte stapte in de bus.
Op 18 februari 2025 omstreeks 13.15 uur zagen verbalisanten de Citroën Jumper met kenteken [kenteken 7] op de N316 ter hoogte van Lengel rijden. De bestuurder was medeverdachte [medeverdachte 3] . Bij het openen van de zijdeur van de cabine vielen er één à twee jerrycans uit de bus. De verbalisanten roken een chemische lucht en zagen dat er vloeistof uit de vaten liep.
Het Team Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) deed onderzoek naar de inhoud van de bestelbus. In de laadruimte zagen zij tientallen jerrycans, een Intermediate Bulk Carrier (IBC), diverse kratten met materialen en roerwerk met een motor. In 14 kratten zaten restanten met kristallen. Uit onderzoek bleek dat deze kristallen 4-CMC bevatten. Verder lagen in de laadruimte 9 jerrycans van 20 liter, met als inhoud in totaal 180 liter ethanol, ADR-klasse 3. Ook lagen er 17 jerrycans van 20 liter met daarin in totaal 340 liter fosforzuur, ADR-klasse 8.
De door het LFO aangetroffen goederen en chemicaliën zijn typisch voor de productie en/of bewerking van (synthetische) drugs en/of precursoren. De aangetroffen ethanol betreft een algemeen oplosmiddel wat in meerdere drugsprocessen gebruikt kan worden. Het aangetroffen fosforzuur wordt voornamelijk gebruikt voor de omzetting van een pre-precursor naar benzylmethylketon (BMK). BMK betreft de precursor (hoofdgrondstof) voor de productie van (met)amfetamine.
Medeverdachte [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij vanaf Beuningen naar Gendringen achter iemand is aangereden. Hij weet niet wie die persoon is. Hij herkent de persoon als zijnde de man op de foto, te weten verdachte. Onderweg is die man bij hem ingestapt en zijn ze naar de [adres 5] in Gendringen gereden. De man deed de deur van de loods open. De man had hem gevraagd of hij mee naar binnen wilde om te helpen een leeg vat vanuit de loods in de bus te dragen. Dat heeft hij toen gedaan. Toen zij wegreden, wilden ze naar de auto van de man rijden. Die stond namelijk in dezelfde straat iets verderop. De jerrycans die in de bestelbus stonden heeft [medeverdachte 3] samen met de man op de foto, te weten verdachte, in de bus gezet.
Door het LFO werd op de locatie [adres 5] in Gendringen een productielocatie van BMK en amfetamine en een productie en bewerkingslocatie van 4-CMC aangetroffen. In de RVS-reactieketel en in circa 450 liter afval werd amfetamine aangetroffen. Tevens werd er 3,7 kilo van een natriumzout van BMK glycidezuur aangetroffen en 380 gram MAPA. Beide stoffen zijn pre-precursoren voor de vervaardiging van BMK.BMK is de grondstof voor de productie van amfetamine en metamfetamine. In een opgeslagen hogedruk RVS-reactieketel werd metamfetamine aangetroffen. Op diverse locaties in het pand werden kunststof bakken met restanten kristallen 4-CMC aangetroffen. Ook werden 24 lege blauwe klemdekselvaten aangetroffen met een oorspronkelijke inhoud van 25 kilo. In een aantal vaten zaten restanten poeder, dit betrof 2-broom-4-chloorpropiofon. Dit is de grondstof voor de vervaardiging van 4-CMC. Verder werden de volgende goederen aangetroffen: 380 gram MAPA (bruikbaar voor de productie van BMK en daarmee weer (met)amfetamine), 3,7 kilo natriumzout van BMK glycidezuur (bruikbaar voor de productie van BMK en daarmee weer (met)amfetamine), 220 liter formamide, 13 liter mierenzuur, 520 liter aceton, 23 liter ethanol, 355 liter dichloormethaan, 255 liter monomethylamine, 50 kilo caustic soda, 30 liter fosforzuur, 220 liter ethyl acetaat en 700 liter isopropyl alcohol. In totaal stonden er 3.772,5 liter en 71,9 kilogram aan chemische en vaste stoffen met verschillende ADR-klassen, waarvan 360 liter gevaarlijk afval afkomstig was van de vervaardiging van synthetische drugs.
In de ruimte waar onder andere een ketel, pallets, jerrycans en IBC’s (Intermediate Bulk Containers) stonden, lagen twee slangen op de grond. Het uiteinde van één slang was aangesloten op een dompelpomp die in een emmer lag. Beide slangen kwamen via een rooster in de grond uit in de mestkelder. De gehele mestkelder zat vol met 47.260 liter gevaarlijk chemisch afvalwater. Op de bodem had zich een dikke laag van 18.660 kilogram gevaarlijk chemisch afval (slib) gevormd.
Stoffen die vrijkomen bij synthetischedrugsproductie zijn over het algemeen aan te merken als gevaarlijke (afval)stoffen. Vluchtige organische stoffen als aceton, methanol en ethanol komen niet van nature in hoge concentraties in het milieu voor en kunnen in grotere hoeveelheden direct schadelijke effecten veroorzaken.
Op 18 februari 2025 werd verdachte in de woning aan [adres 8] in [plaats 2] aangehouden. Onder verdachte zijn twee mobiele telefoons en een sleutelbos in beslag genomen. Op de parkeerplaats achter de woning werd de Fiat 500 met kenteken [kenteken 6] waargenomen. Eén van de sleutels van de sleutelbossen van verdachte paste op het cilinderslot aan de [adres 5] in Gendringen. In de achterbak van de Fiat 500 lagen 11 koppelingen met afsluiters en 4 dozen met plastic handschoentjes. Verdachte was in het bezit van de autosleutel van de Fiat 500. De koppelingen die werden aangetroffen in de Fiat 500 kwamen overeen met de koppelingen die waren aangesloten op de RVS-ketel in het drugslab op de [adres 5] in Gendringen.
Op de onder verdachte in beslag genomen telefoons, werden onder andere de volgende berichten aangetroffen.
Berichtenverkeer tussen ‘ [naam 14] ’ uit de iPhone XR van verdachte met ‘Schat’:
(…)
- ‘ ‘ [naam 14] ’ op 18 oktober 2024 om 13.24.46 uur: “Hij komt er nu aan”
(…)
- ‘ ‘ [naam 14] ’ op 18 oktober 2024 om 13.24.59 uur: “Laat effe weten als hij er is”
(…)
- ‘ ‘ [naam 14] ’ op 18 oktober 2024 om 14.29.51 uur: “Ja hij moet de bus naar binnen rijden”
(…)
- ‘ ‘ [naam 14] ’ op 18 oktober 2024 om 14.32.56 uur: “Maar het was alles behalve ideaal. Overdag is link met zoiets”
(…)
(…)
Berichtenverkeer tussen ‘M’ uit de iPhone XS van verdachte met ‘finance’:
- ‘ ‘finance’ op 24 november 2024 om 15.38.54 uur: “Hallo vriend, je bent al een paar dagen onbereikbaar”
(…)
(…)
(…)
Feiten 1, 2 en 3
Gelet op de genoemde bewijsmiddelen, in onderling verband en in samenhang gezien, is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte in de periode van 18 oktober 2024 tot en met 18 februari 2025 in Gendringen samen met anderen, te weten met onder andere medeverdachte [medeverdachte 3] , (met)amfetamine en 4-CMC heeft vervaardigd en grote hoeveelheden (vloei)stoffen voorhanden heeft gehad ter bereiding/bevordering van de productie van (met)amfetamine en 4-CMC. Ook acht de rechtbank bewezen dat verdachte samen met anderen niet aan zijn verplichting heeft voldaan maatregelen te treffen met betrekking tot de gevaarlijke afvalstoffen van het synthetische drugslab, waardoor nadelige gevolgen voor het milieu konden ontstaan.
Feit 4
In een cardhouder die tijdens de aanhouding van verdachte in zijn broekzak was aangetroffen, zat een Belgisch rijbewijs en een Belgische identiteitskaart op naam van [naam 1] . Echter zat op de documenten een foto van verdachte. Verdachte vertelde de verbalisant dat hij al verschillende keren was gecontroleerd en dat de valsheid daarbij niet was vastgesteld. Een documentdeskundige stelde vast dat het rijbewijs van [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1980 in [geboorteplaats 2] , (kaartnummer: [nummer 2] ) een nabootsing van een origineel Belgisch rijbewijs betrof. Ook de identiteitskaart van [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] 1980 in [geboorteplaats 2] , (kaartnummer: [nummer 1] ) betrof een nabootsing van een origineel Belgische identiteitskaart. Beide documenten zijn vals.
De rechtbank acht op basis van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte een vals reisdocument en een vals identiteitsbewijs voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat deze vals waren.
4. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
Parketnummer 05.057663.20
1
hij op of omstreeks 4 maart 2020, te Heerde, gemeente Heerde (op de Rijksweg A50), in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, en/of vervaardigen van amfetamine en/of methamfetamine, zijnde amfetamine en/of methamfetamine (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen (meermalen) (een) stof(fen) voorhanden heeft gehad, waarvan hij verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), immers heeft hij/hebben zij (een) grote hoeveelheid:
- te weten 14,5 liter BMK (benzylmethylketon) voorhanden gehad, zijnde BMK (benzylmethylketon) een grondstof voor de productie van amfetamine, (een) stof(fen) die genoemd zijn op de op bijlage 1 van de Verordening (EG) nummer 273/2004 inzake drugsprecursoren en de bijlage behorende bij Verordening (EG) nummer 111/2005 betreffende voorschriften voor het toezicht op de handel tussen de Gemeenschap en derde landen in drugsprecursoren en waarbij uit de omstandigheden waaronder deze voornoemd(e) stof(fen) zijn aangetroffen, te weten in een ruimte waar ook andere grondstoffen voor het vervaardigen stoffen van lijst I behorende bij de Opiumwet, alsmede grote hoeveelheden van stoffen van lijst I behorende bij de Opiumwet, geconcludeerd kan worden dat zij geen enkel ander(e) doel(en) had(den) dan gebruikt te worden bij het vervaardigen van een of meer stof(fen) van lijst I behorende bij de Opiumwet;
2
hij op of omstreeks 4 maart 2020 te [plaats 1] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 70 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.
Parketnummer 18.182955.22
1
hij in of omstreeks het jaar 2020 de periode van 27 februari 2020 (tot en met 1 april 2020) te of bij Langweer, in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, in een pand/bedrijfsruimte gelegen aan of bij de [adres 2] , aldaar, meermalen, althans eenmaal, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of een of meerdere ander(e) stof(fen)/materia(a)l(en)/middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, zijnde amfetamine en/of die een of meer ander(e) stof(fen)/materia(a)l(en)/middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, (telkens) (elk) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij op in of omstreeks het jaar 2020 (tot en met 1 april 2020) te Langweer, in elk geval in de gemeente De Fryske Marren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk vervaardigen en/of bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine en/of een of meer ander(e) middel(en)/stof(fen) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, toen aldaar in een pand/bedrijfsruimte gelegen aan of bij de [adres 2] , een of meer grondstof(fen), te weten (onder meer) (ongeveer)
- (266 liter) vloeistof bevattende formamide en/of
- (195 liter) mierenzuur bevattende BMK en/of MAPA en/of
- (220 liter) (geconcentreerd) fosforzuur en/of
- (590 liter en 520 liter) (verdund) fosforzuur bevattende BMK en/of
- (575 kilogram) Caustic Soda en/of
- (720 en 1,4 liter) zwak zure waterige vloeistof bevattende N-formylamfetamine en/of
- een restant wit poeder bevattende MAPA en/of
- (4 blauwe 20 liter jerrycans gevuld met) een neutrale waterige vloeistof bevattende PMK en/of
een of meer (technische) appara(a)t(en) en/of materialen, te weten onder meer vier (grote) reactieketels en/of meerdere maatbekers en/of waterslangen en/of handschoenen en/of branders en/of gasflessen en/of grote druppelvormige heldere kruiken van glas en/of blauwe cilindervormige tonnen en/of grote vloeistoftanks en/of een of meer andere technische appara(a)t(en)) en/of materialen en/of grondstof(fen) voor het vervaardigen van amfetamine en/of een of meer ander(e) middel(en)/stof(fen) als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voorhanden gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).
Parketnummer 05.338268.21
1
hij in of omstreeks de periode van 15 december 2020 tot en met 26 april 2021 te Doetinchem
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of voeren van (meth)amfetamine, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen voorwerpen en/of stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten
- 200 liter fosforzuur,
- 240 liter methylamine,
- 100 liter methanol,
- 140 liter aceton,
- 60 liter dichloormethaan,
- 50 liter BMK,
- 100 liter bevattende amfetamine op een sterk alkalische waterige vloeistof,
- 175 kilogram L-(+)-wijnsteenzuur,
- 120 liter BMK en N-formylamfetamine en/of
- 20 liter BMK, N-formylamfetamine en amfetamine;
2
hij in of omstreeks de pleegperiode van 15 december 2020 tot en met 26 april 2021 te Doetinchem, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikelen 10 derde, vierde, vijfde lid en/of 10a eerste lid Opiumwet.
Parketnummer 05.187357.23
hij in, op of omstreeks de periode van de maand maart 2021 tot en met 10 juni 2021 te Groenekan, gemeente De Bilt tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen (in een container geplaatst aan/achter/op een perceel aan de [adres 3] )- een RVS ketel,- één of meer zakken van 25 Kg Caustic Soda,- één of meer jerrycans met etikettering formamide en/of forsorzuur en/of mierenzuur,- één of meer koelers en/of- één of meer gasflessen,
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat/die zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en).
Parketnummer 05.176418.23
1hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 23 oktober 2021 te [plaats 1] ,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren van (Meth)amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (Meth)amfetamine, zijnde (Meth)amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen:- productieapparatuur (te weten een of meer inductie kookplaaten en/of lepels en/of pannen en/of een spiraalkoeler gekoppeld aan een gaswasser, met (daaronder een) magnetische roerder en/of een “losse” spiraalkoeler en/of een of meer vloeistofpompen),- (vier) verwarmingsmantels met rondbodemkolven (al dan niet) gekoppeld aan een gaswasser en/of een slakkenhuisventilator met afzuigslangen,- een of meer klemdekselvaten en/of een koelbox en/of een zeef en/of (divers) (klein) laboratorium glaswerk en/of diverse (gevulde) jerrycans en/of maatbekersen/of een of meer trechters en/of -ongeveer 72 liter zoutzuur en/of ongeveer 2 liter aceton en/of ongeveer 201 kilogram MAPA en/of ongeveer 31 liter mierenzuur en/of ongeveer 50 kilogram Caustic Soda en/of ongeveer 32 liter formamide en/of ongeveer 48 liter fosforzuur en/of ongeveer 5 liter methanol en/of ongeveer 8 liter BMK en/of ongeveer 21 kilo BMK-glycidezuur en/of ongeveer 3 kilo calciumcarbonaat,
voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);
2hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 23 oktober 2021 te [plaats 1] ,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervaardigd en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt (in een woning, gelegen aan de [adres 4] ),ongeveer 7 (zeven) liter (Meth)amfetamine(olie), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (Meth)amfetamine, zijnde (Meth)amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3hij op of omstreeks 23 oktober 2021 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning, gelegen aan de [adres 4] ) ongeveer 7 (zeven) liter (Meth)amfetamine(olie), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende (Meth)amfetamine, zijnde (Meth)amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Parketnummer 05.053535.25
1
hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2024 tot en met 18 februari 2025 te Gendringen (gemeente Oude IJsselstreek), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of metamfetamine en/of clefedron (4-chloormethcathinon, 4-CMC), zijnde amfetamine en/of metamfetamine en/of clefedron, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2
hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2024 tot en met 18 februari 2025 te Gendringen (gemeente Oude IJsselstreek) en/of Zeddam (gemeente Montferland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van amfetamine en/of metamfetamine en/of clefedron (4-chloormethcathinon, 4-CMC), in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, door
- een woning/schuur/productielocatie ter beschikking te hebben (te weten aan de [adres 5] ) en/of
- het voorhanden hebben van een (grote) hoeveelheid (vloei)stoffen, te weten onder meer:
* 220 liter formamide en/of
* 12 liter mierenzuur en/of
* 520 liter aceton en/of
* 23 liter ethanol en/of
* 355 liter dichloormethaan en/of
* 255 liter monomethylamide en/of
* 50 kilo caustic soda en/of
* 30 liter fosforzuur en/of
* 220 liter ethyl acetaat en/of
* 700 liter isopropyl alcohol en/of
* 380 gram MAPA en/of
* 3,7 kilo natriumzout van BMK glycidezuur en
- een bus Citroen Jumper (kenteken [kenteken 8] ) voorhanden te hebben met daarin een grote hoeveelheid (vloei)stoffen en/of materialen, waaronder onder meer:
* meerdere jerrycans en/of twee Intermediate Bulk Carriers en/of meerdere kratten met materialen en roerwerk met een motor en/of
* 180 liter etanol en/of
* 340 liter fosforzuur;
3
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 18 oktober 2024 tot en met 18 februari 2025 te Gendringen (gemeente Oude IJsselstreek) en/of Zeddam (gemeente Montferland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) dan wel alleen, al dan niet opzettelijk, (een) handeling(en) met afvalstoffen heeft verricht waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs had(den) kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu ontstonden en/of konden ontstaan, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet aan zijn/hun verplichting heeft/hebben voldaan alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem en/of zijn mededader(s) konden worden gevergd, teneinde die gevolgen zoveel mogelijk te voorkomen en/of te beperken, immers heeft/hebben/is/zijn hij, verdachte en/of zijn mededader (s):
- van de locatie [adres 5] te Gendringen (waar een synthetisch drugslaboratorium aanwezig was) weggereden met een voertuig waarin een grote hoeveelheid gevaarlijke stoffen aanwezig was die deels uit dat voertuig lekte en/of
- met dat voertuig in totaal 520 liter aan gevaarlijke (vloei)stoffen vervoerd waarbij de vloeistoffen verschillende ADR-klassen hadden en zich in dezelfde ruimte bevonden en/of
- in de schuur, waarin het drugslaboratorium gevestigd was, chemische vloeistoffen, in ieder geval zijnde gevaarlijke stoffen, te weten 3.772,50 liter en 71,9 kg gevaarlijke (vloei)stoffen, met verschillende ADR-klassen in dezelfde ruimte opgeslagen, waarvan 360 liter gevaarlijk afval afkomstig van de vervaardiging van synthetische drugs en/of
- in de mestkelder in totaal 47.260 liter vloeistof (47 m3) en 18.660 kg (18 ton) slib opgeslagen/verwerkt en/of overgeslagen en/of gestort,
bestaande uit gevaarlijk chemisch afval, ontstaan doordat drugsafval vanuit de productieruimte via slangen in deze kelder is geloosd;
4
hij op of omstreeks 18 februari 2025 te [plaats 2] , in elk geval in Nederland, een reisdocument en/of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid van artikel 231 van het Wetboek van Strafrecht, te weten een Belgische identiteitskaart (met nummer [nummer 1] ) en/of een Belgisch rijbewijs (met nummer [nummer 2] ), op naam gesteld van [naam 1] , geboren op [geboortedatum 3] 1980 in [geboorteplaats 3], België, waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze vals of vervalst was, voorhanden heeft gehad.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Parketnummer 05.057663.20
feit 1:
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
Parketnummer 18.182955.22
feit 1 primair:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2:
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
Parketnummer 05.338268.21
Eendaadse samenloop van:
feit 1:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
en
feit 2:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde en vierde lid, en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet;
Parketnummer 05.187357.23
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
Parketnummer 05.176418.23
feit 1:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
Eendaadse samenloop van:
feit 2:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod;
en
feit 3:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
Parketnummer 05.053535.25
feit 1:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;
feit 3:
medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 10.1 van de Wet milieubeheer;
feit 4:
een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht voorhanden hebben, waarvan hij weet dat het vals of vervalst is, meermalen gepleegd.
6. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
7. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
8. De overwegingen ten aanzien van de straf en maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn, verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaren, met aftrek van het voorarrest.
Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat aan verdachte ten aanzien van parketnummer 05.053535.25 de maatregel kostenverhaal ex artikel 13d van de Opiumwet zal worden opgelegd met een totaalbedrag van € 139.971,55. Dit bestaat enerzijds uit een bedrag van € 103.833,16 dat ten laste van de gemeente Oude IJsselstreek is gekomen in verband met de vernietiging van de afvalstoffen uit de productie van synthetische drugs, aangetroffen in de mestkelder en verzinkput in Gendringen. Anderzijds gaat het om een bedrag van € 45.172,99 dat ten laste van de politie eenheid Oost-Nederland is gekomen in verband met de vernietiging van de zowel in de Citroën Jumper als in het drugslab in Gendringen aangetroffen voorwerpen voor de productie van harddrugs. Voor laatstgenoemd bedrag dient aan verdachte volgens de officier van justitie 80 procent van de kosten in rekening te worden gebracht, een bedrag van € 36.138,39 aldus.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit er in strafmatigende zin rekening mee te houden dat de redelijke termijn fors is overschreden, dat bij een aantal zaken sprake is van eendaadse samenloop en dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.
Verder heeft de raadsvrouw aangevoerd dat in de zaak met parketnummer 05.053535.25 strafvermindering dient te volgen indien de inhoud van (één van) de iPhones van verdachte als bewijsmiddel wordt opgenomen. De politie had namelijk geen toestemming van de rechter-commissaris om in de telefoon te zoeken naar chats en foto’s van vóór 1 november 2024.
Ten aanzien van de maatregel kostenverhaal heeft de raadsvrouw aangevoerd dat gevorderde btw-kosten van de gemeente Oude IJsselstreek niet voor verhaal in aanmerking komen, gelet op artikel 3 van de Wet op het BTW-compensatiefonds. Daarbij is de pondspondsverdeling van de officier van justitie niet reëel. De medeverdachte is namelijk voor een groot deel verantwoordelijk voor de kosten van de in de Citroën Jumper aangetroffen voorwerpen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De feiten
Verdachte heeft zich in de periode van 27 februari 2020 tot en met 18 februari 2025 in Langweer, Nijmegen en Gendringen schuldig gemaakt aan het (medeplegen van) het vervaardigen van (met)amfetamine(olie), en in Gendringen ook van 4-CMC. Daarbij heeft verdachte (samen met anderen) op zes verschillende locaties, waaronder in Langweer en Gendringen, voorbereidingshandelingen getroffen voor de productie van (met)amfetamine en/of 4-CMC. Bij een van die locaties (Doetinchem) maakte verdachte deel uit van een criminele organisatie. Bij de locatie in Gendringen werd 18.660 kilogram gevaarlijk chemisch drugsafval gedumpt in een mestkelder. Tot slot stonden in de woning van verdachte 70 hennepplanten en had verdachte een vals rijbewijs en een vals identiteitsbewijs voorhanden.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende een lange tijd bezig gehouden met grootschalige productie van harddrugs. Hij heeft daardoor een bijdrage geleverd aan het in stand houden van het criminele drugscircuit met alle kwalijke neveneffecten van dien. De productie van drugs gaat namelijk gepaard met vele vormen van ernstige criminaliteit en dit heeft een ontwrichtende werking op de samenleving. Het is een feit van algemene bekendheid dat het gebruik van harddrugs schadelijke gevolgen kan hebben voor de volksgezondheid en tot ernstige verslavingsproblematiek kan leiden, met alle gevolgen van dien. Bij de productie van harddrugs worden allerhande veiligheids- en gezondheidsvoorschriften met voeten getreden. Verdachte heeft geen enkel oog gehad voor deze kwalijke gevolgen en is kennelijk puur gericht geweest op financieel voordeel voor zichzelf.
Daarnaast veroorzaakt de productie van synthetische drugs vaak grote schade aan het milieu vanwege illegale afvaldumpingen. Ook zijn er grote risico’s verbonden aan het opslaan en bewerken van de chemicaliën in een illegaal drugslab, zoals brand- en ontploffingsgevaar en het vrijkomen van giftige en bijtende dampen.
Strafverzwarende omstandigheden
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de ernst van de feiten niet kan worden volstaan met een andere sanctie dan een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank houdt bij de strafoplegging in strafverzwarende zin rekening met het feit dat het meerdere synthetische drugslabs betrof op verschillende locaties in een periode van vijf jaren. Verdachte werd in die vijf jaren een aantal keer aangehouden wegens onderzoek naar die drugsfeiten. Dat weerhield verdachte er telkens daarna echter niet van door te gaan met het plegen van drugsgerelateerde feiten.
De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Alles overwegend, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 jaren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.
Overschrijding redelijke termijn
Bij het bepalen van de strafmaat houdt de rechtbank ook rekening met de redelijke termijn van berechting die is opgenomen in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM). Op grond van de jurisprudentie van de Hoge Raad geldt voor de berechting in eerste aanleg als uitgangspunt dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. De rechtbank constateert dat in de zaken met parketnummers 18.182955.22, 05.057663.20, 05.338268.21, 05.187357.23 en 05.176418.23 de redelijke termijn is overschreden, uiteenlopend van 9 maanden tot bijna 4 jaren. Bijzondere omstandigheden waardoor van het uitgangspunt van twee jaar kan worden afgeweken zijn in deze zaken aan de orde geweest, met name de omvang van enkele onderzoeken, maar ook de ingewikkeldheid van een aantal onderzoeken, de gelijktijdige behandeling van de zaken en het horen van een getuige op verzoek van de verdediging. Die omstandigheden rechtvaardigen echter niet het totale tijdsverloop. De rechtbank zal daarom de straf matigen als hierna aangeduid.
Geen vormverzuim
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat strafvermindering moet volgen wegens het opnemen van de inhoud van de iPhones van vóór 1 november 2024 als bewijsmiddel. De rechtbank constateert dat de rechter-commissaris een bevel had afgegeven voor onderzoek aan de iPhones vanaf 1 november 2024 en dat de officier van justitie per abuis een bevel had afgegeven waarin de onderzoeksperiode niet werd beperkt. De officier van justitie heeft vervolgens een aanvullende machtiging gevorderd voor een periode zonder beperking. De rechter-commissaris heeft deze vordering toegewezen (p. 1035 en 1036). Daarmee is geen sprake van een onherstelbaar vormverzuim. Bovendien acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat verdachte in zijn belangen is geschaad. De rechtbank zal daarom geen strafvermindering toepassen vanwege het opnemen als bewijsmiddel van de inhoud van de iPhones.
Conclusie
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Daarbij heeft de rechtbank, wegens de overschrijding van de redelijke termijn, een matiging toegepast van 1 jaar.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Maatregel kostenverhaal (parketnummer 05.053535.25)
Op 1 juli 2022 is de Maatregel Kostenverhaal in werking getreden. De maatregel is van toepassing op strafbare feiten die na de inwerkingtredingsdatum worden opgespoord en vervolgd. Deze maatregel maakt het mogelijk dat de kosten die ten laste van de staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid, worden verhaald op degene die wordt veroordeeld ter zake van een strafbaar feit dat in verband staat met het voorwerp. De Maatregel Kostenverhaal is opgenomen in artikel 13d van de Opiumwet.
Politie eenheid Oost-Nederland
De rechtbank stelt vast dat aan de vereisten voor oplegging van de maatregel is voldaan. De inbeslaggenomen voorwerpen moesten vernietigd worden omdat zij ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid. In het dossier bevindt zich een rapport maatregel kostenverhaal (p. 425 e.v.). Het gaat in totaal om een bedrag van € 45.172,99 dat door de politie eenheid Oost-Nederland is betaald aan [bedrijf 2]
De rechtbank volgt de officier van justitie in haar verdeling tussen verdachte en zijn medeverdachte. Het dossier biedt voldoende steun voor een verdeling waarin tot uitdrukking komt dat de rol van verdachte vele malen groter was dan die van medeverdachte [medeverdachte 3] . De stelling van de verdediging, dat het grootste deel van de kosten verband hield met het busje (de Citroën Jumper) vindt geen bevestiging in de omschrijving op de facturen van [bedrijf 2] (€ 8.662,62 met betrekking tot “Dumping verwijderd uit een busje en ter vernietiging aangeboden” en € 36.510,37 met betrekking tot “Ontmanteling van Harddrugsproductie (drugslab) (…)”), nog daargelaten dat mede gelet op de cameraobservaties vlak vóór de staandehouding van het busje, ook verdachte kennelijk bij de inhoud daarvan betrokken was. Met betrekking tot de kosten die ten laste van de politie eenheid Oost-Nederland zijn gekomen, is verdachte voor 80% gehouden tot vergoeding van de kosten. De maatregel kostenverhaal zal dan ook tot een bedrag van € 36.138,39 aan verdachte worden opgelegd.
Gemeente Oude IJsselstreek
De beslissing valt anders uit ten aanzien van het bedrag van € 103.833,16 dat ten laste van de gemeente Oude IJsselstreek is gekomen. Zoals hierna zal blijken, heeft de gemeente Oude IJsselstreek zich als benadeelde partij gesteld en een vordering ingediend met daarin hetzelfde bedrag (€ 103.833,16), onderbouwd met dezelfde factuur en betalingsbewijs als die ten grondslag liggen aan de door de officier van justitie gevorderde maatregel. De rechtbank stelt vast dat de gemeente Oude IJsselstreek die betreffende vordering niet heeft ingetrokken. De officier van justitie heeft ter zitting evenmin aangevoerd, laat staan onderbouwd, dat de gemeente Oude IJsselstreek er de voorkeur aan geeft de door haar geleden schade middels een aan verdachte op te leggen maatregel kostenverhaal vergoed te willen zien.
Toewijzing van de gevorderde maatregel zou, naast de gevorderde schadevergoeding, leiden tot dubbele vergoeding van dezelfde schade. De rechtbank wijst daarom de gevorderde maatregel af.
9. De beoordeling van de civiele vorderingen
Parketnummer 05.053535.25
[benadeelde 1] en [benadeelde 2]
De benadeelde partij [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft in het voegingsformulier de heer [aangever 1] gemachtigd om haar te vertegenwoordigen in verband met het verzoek tot schadevergoeding. De benadeelde partij heeft bij monde van de heer [aangever 1] ter zitting de vordering gewijzigd, in die zin dat de vordering wordt verminderd voor zover ook btw is opgenomen in de opgevoerde bedragen en de vordering wordt vermeerderd met het bedrag dat op de los overgelegde factuur van [bedrijf 3] staat vermeld. De benadeelde partij vordert € 25.006,61 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, en € 1.760,55 aan proceskosten. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 25.006,61 kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor wat betreft de proceskosten verzoekt de officier van justitie het liquidatietarief aan te houden.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering niet aan de formele vereisten voldoet en daarom niet in behandeling kan worden genomen. Dat de heer [aangever 2] de vertegenwoordiger is van de vennootschap, is niet onderbouwd met bijvoorbeeld een uittreksel uit de Kamer van Koophandel (hierna: KvK). Voor zover die vertegenwoordiging wel wordt aangenomen, zo begrijpt de rechtbank, heeft deze [aangever 2] vervolgens niet (rechtsgeldig) de heer [aangever 1] gemachtigd, nu de handtekening bij die machtiging op het voegingsformulier op pagina 2 - zo stelt de verdediging - niet van de heer [aangever 2] is, maar van de heer [aangever 1] zelf. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de vordering af te wijzen, omdat onvoldoende is onderbouwd dat het noodzakelijk was om hekken te plaatsen of bemonstering uit te voeren. Het causaal verband tussen de onrechtmatige daad en opgevoerde schadeposten is niet toereikend toegelicht. Verder rechtvaardigt de rechtsbijstand geen vergoeding; subsidiair kunnen de kosten van rechtsbijstand niet verder dan het liquidatietarief worden toegewezen. Bij toewijzing van enig bedrag wordt, tot slot, verzocht de hoofdelijkheid uit te spreken.
Overweging van de rechtbank
Formele vereisten
De rechtbank constateert dat bij de aangifte namens [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , de eigenaar van het pand aan de [adres 5] in Gendringen, een op 4 maart 2025 ondertekende machtiging zit, waarin de heer [aangever 2] , directeur/bestuurder van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , met vermelding van zowel zijn personalia als de adresgegevens van de vennootschap en het nummer waarmee deze staat ingeschreven in het Handelsregister van de KvK, volmacht heeft verleend aan de heer mr. [aangever 1] om - voor zover hier van belang - de belangen van vennootschap te behartigen “met betrekking tot alle aangelegenheden welke zien op de aangifte bij de politie van het strafbare feit van illegale dumping van chemisch drugsafval in en nabij de opstal staande en gelegen aan de [adres 5] te [postcode] Gendringen en in dat kader (…) alle benodigde formaliteiten te vervullen voor het doen van aangifte (…) en alle daartoe naar het oordeel van de gevolmachtigde nodige of gewenste correspondentie met Politie en Justitie, alsmede overige rechtspersonen of natuurlijke personen, voor zover relevant, te voeren en voorts om in dat kader alle overige handelingen te verrichten die met betrekking tot het vorenstaande nuttig of nodig geoordeeld mochten worden door de gevolmachtigde. (…)”.
De heer [aangever 1] is ter terechtzitting verschenen en heeft zich daar kenbaar gemaakt als gemachtigde van [benadeelde 1] en [benadeelde 2]
Tegen deze achtergrond heeft de verdediging, door enkel te wijzen op een op 4 augustus 2025 geplaatste handtekening namens [benadeelde 1] en [benadeelde 2] met betrekking tot de machtiging (op pagina 2 van het voegingsformulier, niet te verwarren met de op pagina 5 van het voegingsformulier op 7 augustus 2025 door de heer [aangever 1] geplaatste handtekening) – die naar zij ongemotiveerd stelt geplaatst zou zijn door de heer [aangever 1] in plaats van door de vertegenwoordiger van de vennootschap, zowel de vertegenwoordiging van de vennootschap als de machtiging tot het vorderen van schadevergoeding namens die vennootschap, onvoldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan de hierop door de verdediging gebaseerde formele verweren.
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De door de benadeelde partij ingeschakelde bedrijven [bedrijf 4] en [bedrijf 3] hebben kosten in rekening gebracht voor achtereenvolgens, zo blijkt uit de omschrijving op de respectievelijke facturen, het afdichten van ramen en deuren aan de [adres 5] , het plaatsen van bouwhekken, het opruimen en reinigen van een voormalig drugslab en een herbemonstering en bijplaatsen van een peilbuis. Het causaal verband tussen de onder 1 tot en met 3 bewezenverklaarde feiten en deze werkzaamheden is door de verdediging onvoldoende gemotiveerd betwist.
Deze schadeposten zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. De vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van de schade exclusief btw ten bedrage van € 25.006,61 zal dan ook worden toegewezen. Verdachte is vanaf de respectievelijke vervaldatums van de facturen wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd, en wel als volgt:
De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte(n) ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
De benadeelde partij vordert verder vergoeding van de kosten die zijn gemaakt om een vordering in het strafproces te kunnen indienen en vervolgens daadwerkelijk schadevergoeding te krijgen. Het gaat hierbij om een bedrag van € 1.455,- exclusief btw, bij de benadeelde partij in rekening gebracht door mr. [aangever 1] . Deze kosten zullen aan de hand van het Liquidatietarief kanton worden begroot. De rechtbank acht op basis van artikel 532 van het Wetboek van Strafvordering 2 punten en daarmee een bedrag van € 1.086,- toewijsbaar.
Gemeente Oude IJsselstreek
De benadeelde partij Gemeente Oude IJsselstreek heeft in verband met feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 103.833,16 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, omdat de officier van justitie heeft verzocht om toewijzing van de maatregel kostenverhaal en dubbeling moet worden voorkomen.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde btw – een bedrag van € 18.020,63 – geen schade is gelet op hetgeen is bepaald in artikel 3 van de Wet op het BTW-compensatiefonds. Dat deel van de vordering dient dan ook te worden afgewezen.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.
De schadepost is voldoende onderbouwd met behulp van de factuur van [bedrijf 5] en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Dat het door de gemeente eveneens gevorderde btw-bedrag, zoals dat volgt uit de factuur, eveneens voor vergoeding in aanmerking komende schade is, is door de verdediging onvoldoende gemotiveerd betwist. De enkele verwijzing naar de mogelijkheid die artikel 3 van de Wet op het BTW-compensatiefonds biedt, om als gemeente – onder voorwaarden – gecompenseerd te worden voor betaalde btw op aan haar verleende diensten, is daarvoor onvoldoende. De verdediging heeft immers onvoldoende gemotiveerd dat de gemeente ter hoogte van genoemd btw-bedrag inderdaad gecompenseerd is. Dat betekent dat het gehele bedrag, zoals door [bedrijf 5] aan de benadeelde partij is gefactureerd en door de benadeelde is betaald, voor vergoeding door verdachte in aanmerking komt.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering kan worden toegewezen.
Verdachte is vanaf 13 juni 2025 (de vervaldatum van de factuur) wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte(n) ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
10. De beoordeling van het beslag
Parketnummer 05.053535.25
De rechtbank zal de Apple XR telefoon (goednummer 845955), Google Pixel telefoon (goednummer 845956) en Apple XS telefoon (goednummer 845958) die aan verdachte toebehoren met behulp waarvan feiten 1, 2 en 3 zijn begaan of voorbereid, verbeurd verklaren. Het belang van verbeurdverklaring weegt zwaarder dan het belang van de verdachte om zijn privéfoto’s die op de telefoons staan, terug te krijgen.
De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
11. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:
- 33, 33 a, 36f, 47, 55, 57 en 231 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 3, 10, 10 a, 11, 11b en 13d van de Opiumwet;
- 10.1 van de Wet milieubeheer;
- 1 a en 2 van de Wet op de economische delicten.
12. De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
legt onder parketnummer 05.053535.25 op de Maatregel Kostenverhaal ten aanzien van de Politie eenheid Oost-Nederland tot een bedrag van € 36.138,39;
wijst onder parketnummer 05.053535.25 af de vordering Maatregel Kostenverhaal ten aanzien van de Gemeente Oude IJsselstreek;
Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente
1. [benadeelde 1] € 25.006,61 Wettelijke rente als volgt:
2. gemeente Oude IJsselstreek€ 103.833,1613 juni 2025
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
Benadeelde partij Bedrag Gijzeling
1. [benadeelde 1] € 25.006,61 102 dagen;
2. gemeente Oude IJsselstreek € 103.833,16 263 dagen.
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
wijst het overige deel van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] af;
bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) de schadebedragen betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting(en) van verdachte in mindering wordt/worden gebracht;
verklaart onder parketnummer 05.053535.25 verbeurd de Apple XR telefoon (goednummer 845955), Google Pixel telefoon (goednummer 845956) en Apple XS telefoon (goednummer 845958).