RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Tegenspraak
Parketnummer: 05.057663.20
Datum uitspraak : 12 februari 2026
uitspraak van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats],
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats].
Raadsvrouw: mr. F.L.C. Schoolderman, advocaat in Rotterdam.
1. De inhoud van de vordering
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en dat de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel door de officier van justitie is geschat op € 7.345,88.
2. De procedure
De zaak is op een openbare terechtzitting onderzocht.
De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat veroordeelde de factuur van de Liander van € 6.411,80 heeft betaald en dat dit als kostenpost (elektriciteitskosten) moet worden meegenomen in de berekening.
3. De beoordeling van de vordering
De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 12 februari 2026 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij veroordeelde – onder meer – ter zake van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 jaren.
De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten en baseert zich op de volgende bewijsmiddelen.
Op 4 maart 2020 werd in de woning van verdachte aan de [adres] in [plaats] een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. De verlichting in de armaturen brandde en de ventilatie stond aan. In totaal stonden er 70 hennepplanten. Verdachte heeft verklaard dat hij zelf de hennepkwekerij heeft ingericht.
Volgens het rapport berekening wederrechtelijke verkregen voordeel is de opbrengst 28,2 gram per hennepplant. De totale bruto opbrengst aan hennep per oogst bedraagt:
70 planten x 28,2 gram = 1,974 kilogram.
De daadwerkelijke verkoopprijs van de hennep kon niet worden vastgesteld. Volgens het
rapport van Functioneel Parket Afpakken bedraagt dit minimaal € 4.070,00 per
kilogram.
De totale bruto opbrengst per oogst bedraagt minimaal 1,974 kilogram x € 4.070,00 =
€ 8.034,18.
Het rapport gaat uit van één eerdere oogst, op basis van de volgende aanwijzingen. Er waren verdroogde resten van hennepplanten aangetroffen in de kweekruimte op verschillende droogrekken, op een blauwe ton met zwarte deksel en op de grond. In de kweekruimte bevond zich een op kalk gelijkende afzetting aan de onderzijde van de plantenpotten. Tevens werd er kalkafzetting aangetroffen op een waterton welke in de kweekruimte stond. De aangetroffen koolstoffilter was in de kweekruimte bevestigd. De afvoer van de koolstoffilter liep over in het rookkanaal van de open haard. Het filterdoek van de koolstoffilters was vervuild. Het is aannemelijk dat de vervuiling van het filterdoek in de kweekruimte is opgetreden nadat de koolstoffilters in de kweekruimte waren bevestigd. De vervuiling van het filterdoek treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de kweekruimte, komen deze stofdeeltjes op het filterdoek terecht. Er lag een laag stof op een koolstoffilter, elektra, een schakelbord en plastic zakken met daarin potgrond. Vervuiling met stof in een hennepkwekerij treedt pas na langere tijd op en wordt veroorzaakt door kleine stofdeeltjes, voornamelijk afkomstig van het droge kweekmedium waarin de hennepplanten worden gekweekt. Door de sterke afzuiging van de afgewerkte lucht in de kwekerij, komen deze stofdeeltjes op voormelde goederen terecht. Het hout van de latten waaraan de assimilatielampen waren opgehangen was verkleurd op de plaatsen waar de lampen waren bevestigd aan de lat. In de ruimte lag op de grond een droogrek met daarop hennepresten. In een hoek van de kweekruimte lagen allerlei materialen waaronder meerdere droogrekken met daarop hennepresten. In de kweekruimte waren lege potten met resten potgrond aangetroffen. In de kweekruimte werden vuilniszakken met daarin hennep aangetroffen, wat erop duidt dat er sprake is geweest van een eerdere oogst.
De in mindering te brengen kosten per oogst zijn op basis van het rapport van Functioneel Parket Afpakken als volgt:- Afschrijvingskosten € 150,00- Hennepstekken € 266,70- Variabele kosten € 271,60- Elektriciteitskosten € 0,00- Kosten knippers € 0,00- Huisvestingskosten € 0,00- Totaal aan kosten € 688,30
De verdediging heeft aangevoerd dat veroordeelde de factuur van Liander heeft betaald. Die stelling is echter op geen enkele wijze onderbouwd. Weliswaar heeft Liander een nota opgesteld ter attentie van veroordeelde, maar er zijn geen stukken waaruit is op te maken dat Liander het bedrag heeft geïncasseerd. Aan het enkele niet voegen van Liander als benadeelde partij in de strafzaak komt ter zake van de beoordeling of voornoemde kosten wel of niet door veroordeelde zijn betaald, geen betekenis toe. De rechtbank zal dan ook geen elektriciteitskosten op de opbrengst in mindering brengen.
Het wederrechtelijk verkregen voordeel bedraagt:opbrengst 1 oogst € 8.034,18 – kosten 1 oogst € 688,30 = € 7.345,88
Op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 7.345,88 en zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
4. De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
5. De beslissing
De rechtbank:
- stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 7.345,88;
- legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van dit bedrag;
- bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering op 73 dagen.
Aldus gegeven door mr. J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. M.M. Klaasen en mr. A. Bril, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 februari 2026.
Mr. Klaasen en mr. Bril zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.