RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.073863.25
Datum uitspraak : 16 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2001 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] , [postcode] [woonplaats] .
Raadsman: mr. L.M. van Spanjen, advocaat in ‘s-Hertogenbosch.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 februari 2026.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij in of omstreeks de periode van 18 januari 2025 tot en met 20 januari 2025 te
Barneveld en/of Harderwijk en/of Breda, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een opleggertrekker (merk DAF met kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] en/of [aangever] , in elk geval
aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder
zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking,
inklimming en/of een valse sleutel,
door onrechtmatig gebruik te maken van een originele (vrachtwagen)sleutel;
2
hij in of omstreeks de periode van 18 januari 2025 tot en met 20 januari 2025 te
Harderwijk en/of Breda, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een oplegger (merk KRONE met kenteken [kenteken 2] ) met pallets met babyvoeding,
in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijf 2]
en/of [bedrijf 3] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn
mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich
wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de
toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te
nemen goederen onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel
van braak, verbreking en/of inklimming.
2. De standpunten
De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van beide tenlastegelegde feiten.
Verdachte heeft een beroep gedaan op zijn zwijgrecht.
3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Uit het dossier volgt dat verdachte op 20 januari 2025 ten tijde van zijn aanhouding, bestuurder was van een witte Ford Fiesta, met kenteken [kenteken 3] . Op dit voertuig was een technisch hulpmiddel geplaatst omdat uit onderzoek was gebleken dat deze Ford Fiesta in beeld is gekomen in verband met een eerdere poging tot diefstal uit containers. Daarnaast had verdachte meerdere registraties op zijn naam staan wegens betrokkenheid bij het plegen van ladingdiefstallen. Vast staat dat in de nacht van 18 januari 2025 op 19 januari 2025 een vrachtwagen is weggenomen van het bedrijfsterrein van [bedrijf 1] te Barneveld. Tevens is in de avond van 19 januari 2025 een oplegger met pallets babyvoeding weggenomen vanaf het bedrijfsterrein van [bedrijf 2] te Harderwijk. Uit het dossier blijkt dat deze diefstallen zijn gepleegd door ten minste 4 personen. Op 18 januari 2025 heeft verbalisant [verbalisant] via het geplaatste technische hulpmiddel geconstateerd dat de Ford Fiesta, in gebruik bij verdachte, omstreeks 22:25 uur op de [adres 2] te Barneveld uitstraalde. Vervolgens heeft verbalisant [verbalisant] op 19 januari 2025 gezien dat dit hulpmiddel omstreeks 03.37 uur op de [adres 3] te Harderwijk uitstraalde. Beide locaties bevinden zich in de omgeving alwaar meerdere transportbedrijven zijn gevestigd, aldus de verbalisant. Ook de transportbedrijven van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] zijn hier gevestigd.
De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of op grond van het dossier wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte, al dan niet tezamen en in vereniging met anderen, betrokken is geweest bij de diefstal van een vrachtwagen en van een oplegger met pallets babyvoeding. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
Uit het dossier is gebleken dat de Ford Fiësta zich ten tijde van het plegen van de diefstal in de omgeving van de locatie in Barneveld bevond, waar de vrachtwagen van [bedrijf 1] bedrijf is weggenomen en tevens dat de Ford Fiësta zich vervolgens in de omgeving van Harderwijk bevond waar de oplegger van [bedrijf 2] is weggenomen. Ook blijkt uit het dossier dat voornoemde Ford Fiësta vanuit Harderwijk in dezelfde richting reed als de vrachtwagen met oplegger en dat nadat de Ford Fiësta staande is gehouden, verdachte de bestuurder was van dat voertuig. Verdachte is vervolgens als verdachte aangemerkt.
De in de Ford Fiësta aangetroffen telefoon is in beslag genomen en onderzocht. Verdachte is op basis van dat onderzoek aangemerkt als de gebruiker van die telefoon. In de chats van de applicatie Signal is onder andere een groepsgesprek gevonden dat is gestart op 19 januari 2025 om 04.22 uur en het laatste gesprek was 20 januari 2025 om 01.27 uur, dus rond of in de periode dat de diefstallen zijn gepleegd. Voorts zijn in de telefoon diverse zoekslagen op internet gevonden die op 19 januari 2025 zijn gedaan tussen 19.58 en 20.00 uur, met de strekking “hoe lang is baby-poeder houdbaar (al dan niet geopend)”, hetgeen opmerkelijk is omdat hij als verdachte is aangehouden als medepleger van de diefstal van een lading melkpoeder/babyvoeding. Tot slot is via de applicatie Google Maps gezocht naar adressen in Barneveld en Harderwijk en meer specifiek de locaties waar de vrachtwagen is gestolen, tussentijds is gestald en waar de oplegger met de babyvoeding is weggenomen. Verder zijn nog thumbnails aangetroffen van onder andere contactsleutels aan een haakje en containers op een bedrijventerrein.
Hoewel het voorgaande ten zeerste bevreemt en schreeuwt om een uitleg van verdachte, die tijdens zijn verhoor bij de politie en op zitting heeft gezwegen, biedt het dossier echter onvoldoende aanknopingspunten om met voldoende mate van zekerheid vast te stellen dat verdachte een daadwerkelijke bijdrage heeft geleverd aan of een rol heeft gehad bij het plegen van deze diefstallen. De rechtbank is van oordeel dat het enkel fysiek aanwezig zijn van verdachte in de omgeving alwaar de diefstallen hebben plaatsgevonden onvoldoende is om een bewuste en nauwe samenwerking bij het plegen van de diefstallen vast te kunnen stellen. Daarbij komt dat verdachte niet op de camerabeelden van [bedrijf 1] , noch op de camerabeelden van [bedrijf 2] wordt herkend. De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet kan worden geconcludeerd dat verdachte één van de feitelijke uitvoerders van de diefstallen is geweest. Evenmin bevat het dossier voldoende redengevend bewijs waaruit volgt dat verdachte op enige andere wijze nauw en bewust heeft samengewerkt met de feitelijke uitvoerders van de diefstal, dan wel dat hij bij de diefstal behulpzaam is geweest, of daartoe opdracht heeft gegeven dan wel een sturende of instruerende rol heeft gehad. Ondanks dat het volgens de rechtbank zeer opmerkelijk is dat verdachte op de avond van de diefstal via google en google maps in zijn mobiele telefoon heeft gezocht naar informatie over de houdbaarheid van babyvoeding en de verschillende adressen in Barneveld en Harderwijk, waaronder die van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] , is niet vast te stellen dat hij hiermee een bijdrage heeft geleverd aan het plegen van de diefstallen, bijvoorbeeld door deze informatie door te spelen naar de andere medeverdachten. Voorts kan uit onderzoek aan de mobiele telefoon van verdachte, noch uit de uitgelezen telefoons van de andere verdachten in dit dossier worden vastgesteld dat verdachte enig telefonisch contact heeft gehad met de andere medeverdachten of uitvoerders.
Conclusie
De aanwezigheid van verdachte op de specifieke tijdstippen en in de buurt van de diefstallen op grond van de bevindingen van het technisch hulpmiddel en de informatie gevonden in de telefoon van verdachte zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te concluderen tot strafbare gedragingen. Ondanks dat het dossier sterke aanwijzingen en toevalligheden bevat die kunnen duiden op betrokkenheid van verdachte, is, zoals ook uiteengezet door de officier van justitie, deze combinatie van ‘belastende omstandigheden’ niet voldoende wettig en overtuigend bewijs op basis waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk betrokken is geweest bij de diefstallen zoals tenlastegelegd.
De rechtbank komt dan ook tot vrijspraak van de aan verdachte onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
4. De beslissing
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.