RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/457563 / HA ZA 25-408
Vonnis in incident van 11 februari 2026
in de zaak van
de vereniging
TENNIS- EN PADELVERENIGING COLUMBAE,
gevestigd te Duiven,
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Columbae,
advocaat: mr. A. Robustella,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1. PADELFACTORY B.V.,
gevestigd te Elst, gemeente Overbetuwe,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,2. [naam gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
hierna te noemen: Padelfactory en [gedaagde] ,
advocaat: mr. G.E. Tip.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de oorspronkelijke dagvaardingen van 22 en 23 september 2025;
- de rolbeslissing van 7 oktober 2025, waarin is meegedeeld dat de omvang van de dagvaarding niet voldoet aan het bepaalde in artikel 2.13 van het Landelijk procesreglement;
- de vervangende dagvaarding van 14 oktober 2025;
- de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
- de conclusie van antwoord in het vrijwaringsincident.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.
2. De beoordeling in het incident
Padelfactory vordert dat haar wordt toegestaan [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. in vrijwaring op te roepen. Columbae refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, nu de aangevoerde en niet weersproken gronden die vordering kunnen dragen.
De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden, totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
staat toe dat [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. door Padelfactory worden gedagvaard tegen de rolzitting van 25 maart 2026,
houdt de beslissing omtrent de kosten aan,
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rolzitting van 25 maart 2026 voor beraad rolrechter,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
592 / 2075