ECLI:NL:RBGEL:2026:1353

ECLI:NL:RBGEL:2026:1353

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 12-02-2026
Datum publicatie 24-02-2026
Zaaknummer AWB - 25 _ 420
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Eiser is geen belanghebbende. Het college heeft zijn bezwaarschrift niet-ontvankelijk kunnen verklaren. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van plagwerkzaamheden in natuurgebied Lampenbroek in Klarenbeek. Het college heeft aan de hand van een hydrologische analyse, die ziet op het gehele project rondom de verdrogingsaanpak van natuurgebied Lampenbroek, gemotiveerd dat de uitvoering van de plagwerkzaamheden geen effect heeft op de grondwaterstand bij de percelen van eiser. Eiser heeft weliswaar een hydroloog gesproken die daar anders over denkt, maar deze hydroloog wil zijn naam niet bekend maken en heeft ook geen tegenrapport opgesteld. Het enkele betoog van een onbekende hydroloog is onvoldoende om de onderbouwing die het college aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegd te bestrijden. Daarbij is ook van belang dat de dichtstbijzijnde percelen van eiser op meer dan een kilometer afstand liggen van plaats waar de plagwerkzaamheden plaatsvinden. Deze afstand is te ver van de plagwerkzaamheden om aan te nemen dat eiser daarvan gevolgen van enige betekenis zal ondervinden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

[eiser], uit [plaats], eiser

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst

Als derde-partij neemt aan de procedure deel:

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/420

in de zaak tussen

(gemachtigde: [gemachtigde]),

en

(gemachtigden: L.G.H. Nijman en Y.A. Elbousaily).

Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Vallei en Veluwe

(gemachtigden: M. van Betuw en mr. F.A.J. Steenbakkers).

Procesverloop

1. Het college heeft op 6 augustus 2024 een omgevingsvergunning verleend voor het uitvoeren van plagwerkzaamheden in natuurgebied Lampenbroek in Klarenbeek. Het college heeft het door eiser daartegen ingediende bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard in de beslissing op bezwaar van 12 december 2024.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.

De rechtbank heeft het beroep op 12 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: gemachtigde van eiser en de zoon van eiser, de gemachtigden van het college en de gemachtigden van de derde-partij.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Overwegingen

2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

In de voorliggende procedure gaat het om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van plagwerkzaamheden in natuurgebied Lampenbroek in Klarenbeek in de gemeente Voorst. Het college heeft aan de hand van een hydrologische analyse, die ziet op het gehele project rondom de verdrogingsaanpak van natuurgebied Lampenbroek, gemotiveerd dat de uitvoering van de plagwerkzaamheden geen effect heeft op de grondwaterstand bij de percelen van eiser. Eiser heeft weliswaar een hydroloog gesproken die daar anders over denkt, maar deze hydroloog wil zijn naam niet bekend maken en heeft ook geen tegenrapport opgesteld. Het enkele betoog van een onbekende hydroloog is onvoldoende om de onderbouwing die het college aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegd te bestrijden.

Daarbij is ook van belang dat de dichtstbijzijnde percelen van eiser op meer dan een kilometer afstand liggen van plaats waar de plagwerkzaamheden plaatsvinden. Deze afstand is te ver van de plagwerkzaamheden om aan te nemen dat eiser daarvan gevolgen van enige betekenis zal ondervinden.

Dit betekent dat het college tot de conclusie heeft kunnen komen dat eiser geen belanghebbende is en zijn bezwaarschrift niet-ontvankelijk heeft kunnen verklaren.

Deze mondelinge uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 februari 2026

door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H. Dijkman, griffier.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. van Harten

Griffier

  • mr. M.H. Dijkman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand