RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/230312-25
Datum uitspraak : 26 februari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1998 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] ,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .
Raadsvrouw: mr. P.P.E. Buchele, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 11 december 2025 en 12 februari 2026.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot aanpassing van de tenlastelegging en toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 22 juni 2025 te Winterswijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bankpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel often dele aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- die [slachtoffer 1] meermaals, althans eenmalig, met de (vlakke) hand in het gezicht en/of op zijn hoofd, in elk geval op/tegen het lichaam, te slaan en/of- bij die [slachtoffer 1] toiletpapier tussen een of meerdere tenen te stoppen en dit toiletpapier (vervolgens) aan te steken en/of- die [slachtoffer 1] meermaals, althans eenmalig, te schoppen/trappen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 22 juni 2025 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft mishandeld, door- die [slachtoffer 1] meermaals, althans eenmalig, met de (vlakke) hand in het gezicht en/of op zijn hoofd, in elk geval op/tegen het lichaam, te slaan en/of- bij die [slachtoffer 1] toiletpapier tussen een of meerdere tenen te stoppen en dit toiletpapier (vervolgens) aan te steken en/of- die [slachtoffer 1] meermaals, althans eenmalig, te schoppen/trappen;
2.hij op of omstreeks 22 juni 2025 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door;- naar de woning van die [slachtoffer 1] te gaan en/of voor een tijdsbestek van een uur, althans enige tijd, in de woning van die [slachtoffer 1] te verblijven en/of- die [slachtoffer 1] op een stoel in de woonkamer plaats te laten nemen en/of die [slachtoffer 1] te verplichten op de stoel te blijven zitten en/of die [slachtoffer 1] niet op te laten staan en/of die [slachtoffer 1] (vervolgens) te verplichten op de grond te gaan zitten en/of- - die [slachtoffer 1] meermaals, althans eenmalig, met de (vlakke) hand in het gezicht en/of op zijn hoofd, in elk geval op/tegen het lichaam, te slaan en/of- - bij die [slachtoffer 1] toiletpapier tussen een of meerdere tenen te stoppen en dit toiletpapier (vervolgens) (met een aansteker) aan te steken en/of- - die [slachtoffer 1] meermaals, althans eenmalig, te schoppen/trappenalthans, en dreigende houding aan te nemen jegens die [slachtoffer 1] ;
3.hij in of omstreeks de periode van 23 juni 2025 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van de wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, te weten in elk geval 70 euro, welk(ej geldbedrag(en) geheel of ten dele toebehoorde aan [slachtoffer 1] , althans een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel, te weten een bankpas op naam van [slachtoffer 1] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of medeverdachte(n) niet gerechtigd was/waren.
4.hij op of omstreeks 13 juli 2025 te Bredevoort en/of Aalten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bankpas en/of een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- die [slachtoffer 2] in een auto mee te nemen naar een bosgebied en/of- die [slachtoffer 2] pepperspray in een of meerdere ogen te spuiten en/of- te dreigen dat verdachte en/of medeverdachte die [slachtoffer 2] zouden slaan en/of- (hierbij) een koevoet te tonen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op 13 juli 2025 te Bredevoort en/of Aalten, tezamen en in vereniging, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een bankpas en/of een telefoon, die aan die [slachtoffer 2] toebehoorden, door
- die [slachtoffer 2] in een auto mee te nemen naar een bosgebied en/of
- die [slachtoffer 2] pepperspray in een of meerdere ogen te spuiten en/of
- te dreigen dat verdachte en/of medeverdachte die [slachtoffer 2] zouden slaan en/of
- ( hierbij) een koevoet te tonen;
5.hij in of omstreeks de periode van 13 juli 2025 tot en met 14 juli 2025 te Isselburg (Duitsland) en/of Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van de wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, te weten in elk geval 2000 euro, welk(e) geldbedrag(en) geheel of ten dele toebehoorde aan [slachtoffer 2] , althans een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel, te weten een bankpas op naam van [slachtoffer 2] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of medeverdachte(n) niet gerechtigd was/waren.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder de feiten 1 subsidiair, 2, 3, 4 subsidiair en 5 tenlastegelegde. Ten aanzien van het onder feit 1 primair en feit 4 primair heeft de officier van justitie gesteld dat vrijspraak dient te volgen.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft ten aanzien van de feiten 1 primair, 3, 4 en 5 vrijspraak bepleit. Ten aanzien van feit 1 subsidiair en feit 2 refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de mishandeling in vereniging een losstaand feit is en dat dit niet met de diefstal van de bankpas te maken had. Verdachte heeft de volgende dag (te weten: 23 juni 2025) met toestemming een bedrag gepind. Subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat vrijspraak dient te volgen van het in vereniging plegen van de diefstal, omdat er geen wettig en overtuigend bewijs is voor deze strafverzwarende omstandigheid. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsvrouw bepleit dat een verklaring van één getuige onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. De verklaring van [slachtoffer 2] wordt niet ondersteund door ander bewijs. Daarnaast heeft verdachte geen betrokkenheid gehad bij het sprayen van pepperspray door iemand anders. De pinpas is vrijwillig door [slachtoffer 2] afgegeven. Ten aanzien van het onder feit 4 subsidiair tenlastegelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat geen sprake is van dwang en dat verdachte nooit de telefoon van [slachtoffer 2] heeft gehad. Tot slot heeft de raadsvrouw bepleit dat [slachtoffer 2] toestemming heeft gegeven voor het gebruiken van de pinpas en deze pinpas zelf heeft afgegeven.
Beoordeling door de rechtbank
Voor de leesbaarheid van het vonnis zal de rechtbank het tenlastegelegde onder de feiten 1, 2 en 3 gezamenlijk bespreken en vervolgens zal de rechtbank ingaan op de feiten 4 en 5.
Slachtoffer [slachtoffer 1]
verklaarde dat hij op 22 juni 2025 in zijn woning in Winterswijk werd mishandeld door meerdere personen, te weten door verdachte, [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 2] ). Zij kwamen op die dag in de avond bij de woning van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] had een schuld bij verdachte die hij op 19 juni 2025 had afgelost. Verdachte had op 20 juni 2025 tegen [slachtoffer 1] gezegd dat hij niet meer van de schuld af zou komen. Verdachte en [medeverdachte 1] vertelden [slachtoffer 1] op 22 juni 2025 in de woning dat hij een straf verdiende en dat zij hem een lesje zouden leren. Zij wilden voor rechter en justitie spelen. Toen kwam [slachtoffer 2] (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 2] ) ook binnen. Hij moest ook meedoen. [slachtoffer 1] kreeg van deze vier personen in totaal acht platte handen in zijn gezicht. Dit deed veel pijn en [slachtoffer 1] kreeg er blauwe ogen van. Verdachte filmde het gebeuren. [slachtoffer 1] moest op een stoel blijven zitten en was erg bang. Hij mocht niet opstaan. Daarna moest [slachtoffer 1] van verdachte op de grond zitten. [medeverdachte 1] pakte een rol wc-papier van tafel en stopte een stuk papier tussen de tenen van [slachtoffer 1] . Verdachte en [medeverdachte 1] staken het wc-papier in brand. [slachtoffer 1] voelde dat het heet werd aan zijn tenen. [slachtoffer 1] mocht niet naar de politie gaan en verklaarde dat het hele gebeuren ongeveer anderhalf uur duurde. De volgende morgen kwamen verdachte en [medeverdachte 1] voor geld aan de deur bij [slachtoffer 1] .
In een aanvullende verklaring verklaarde [slachtoffer 1] dat [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] als eerste in het gezicht sloeg. Daarna volgde [medeverdachte 2] , daarna [medeverdachte 1] en als laatste verdachte. Het wc-papier werd tussen zijn grote en kleine teen van beide voeten gestopt. Verdachte zei dat als [slachtoffer 1] naar de politie zou gaan, hij [slachtoffer 1] dood zou maken. [slachtoffer 1] probeerde weg te rennen. Hij was bij de trap, maar toen stonden zij al bij hem en moest hij weer terug naar zijn woning. Verdachte kwam bij [slachtoffer 1] om geld te halen. Volgens [slachtoffer 1] hadden [slachtoffer 2] en [medeverdachte 2] er niets mee te maken, maar moesten zij [slachtoffer 1] wel als eerste de platte handen in zijn gezicht geven. Verdachte fokte de boel op en sloeg [slachtoffer 1] als laatste, met de platte hand. Dit deed verdachte met kracht. [slachtoffer 1] voelde pijn van de klappen. Daarnaast heeft verdachte [slachtoffer 1] ook met kracht geschopt. Ook dit deed pijn. Zowel [medeverdachte 1] , [slachtoffer 2] als [medeverdachte 2] sloegen [slachtoffer 1] op zowel zijn linker als rechter wang. Daarnaast hebben zij in de nacht € 70,00 gepind met de bankpas van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 1] heeft deze bankpas en de pincode zelf gegeven.
Op de telefoon van verdachte werden meerdere videobestanden van 22 juni 2025 aangetroffen. Verbalisant hoorde op fragment 1 meermalen een persoon praten. Verbalisant herkende de stem van deze persoon als die van verdachte. Op de beelden zag verbalisant [slachtoffer 1] op een tuinstoel in de kamer zitten. Verbalisant zag de hem ambtshalve bekende [slachtoffer 2] op [slachtoffer 1] aflopen en hem tweemaal een zacht tikje tegen de linkerwang geven. Daarna sloeg [slachtoffer 2] [slachtoffer 1] met kracht tegen de rechterwang. Verbalisant zag bij [slachtoffer 1] een met pijn vertrokken gezicht. Verbalisant hoorde verdachte zeggen “Nee rechts, rechts, platte hand, platte hand”. [slachtoffer 2] gaf eerst een klein tikje tegen de rechterwang van [slachtoffer 1] en vervolgens haalde [slachtoffer 2] vol uit met zijn vlakke hand. [slachtoffer 2] sloeg [slachtoffer 1] hierbij tegen zijn linkerwang. Wederom werd bij [slachtoffer 1] een met pijn vertrokken gezicht waargenomen. Verbalisant hoorde [slachtoffer 1] zeggen “Au jonge”.
Op fragment 4 zag verbalisant [slachtoffer 1] op de stoel zitten en verdachte vragen “Was het lekker”. Hierop antwoordde [slachtoffer 1] dat het zeer deed. Nadat verdachte zei “deed het zeer ja” kreeg [slachtoffer 1] een klap met de vlakke hand op zijn hoofd. Verbalisant vermoedde dat verdachte deze klap gaf. [slachtoffer 1] zei hierop “au” en voelde aan zijn hoofd.
Op fragment 5 zat [slachtoffer 1] ook op de stoel en kreeg een harde klap in zijn gezicht. Volgens verbalisant werd deze klap zeer vermoedelijk uitgedeeld door verdachte, omdat verdachte in gesprek was met [slachtoffer 1] . Verbalisant zag [slachtoffer 1] van de stoel opstaan en verschrikt kijken. Nadat [slachtoffer 1] tweemaal “sorry” zei, werd [slachtoffer 1] twee keer geschopt. Ook werd [slachtoffer 1] tweemaal op zijn hoofd geslagen. Terwijl [slachtoffer 1] werd geschopt en geslagen zei verdachte drie maal “wat sorry”.
Op fragment 10 zag verbalisant een ontblote rechtervoet. Tussen de grote teen en de een na grootste teen bevond zich een stuk toilet- of keukenpapier. Dit papier werd met een aansteker aangestoken. Verdachte zei “niet van je tenen loslaten he, dan neuk ik jou” en “Als je losdoet van die tenen, neuk ik jou en ik wil geen geluid horen”. Op de beelden is [slachtoffer 1] te zien met een brandend stuk papier tussen zijn tenen. Nadat [slachtoffer 1] het stuk brandende papier tussen zijn tenen verwijderde, zei verdachte “ho ho, nee, nee doe maar tussen gewoon, doe maar gewoon tussen”. [slachtoffer 1] deed vervolgens het stuk brandende papier weer tussen zijn tenen. Nadat verdachte nogmaals zei dat [slachtoffer 1] “gewoon tussen” moest doen, zei hij dat hij een beetje zou helpen. Op de beelden zag verbalisant vervolgens dat er een persoon begon te blazen in de richting van het brandende papier tussen de tenen van [slachtoffer 1] . Te zien was dat het brandende papier nog feller begon te branden nadat er vijf maal van korte afstand in de richting van het brandend papier is geblazen door verdachte.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer 1] heeft geslagen en geschopt. De andere aanwezigen, waaronder [slachtoffer 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben [slachtoffer 1] ook geslagen. Ook werd er wc-papier tussen de tenen van [slachtoffer 1] aangestoken. Daarnaast heeft verdachte op 23 juni 2026 een bedrag van € 70,00 met de bankpas van [slachtoffer 1] gepind. Verdachte verklaarde dat het opnemen van dit geldbedrag met toestemming van [slachtoffer 1] was en dat hij eerder met de bankpas van [slachtoffer 1] had gepind. Verdachte pinde het bedrag omdat een vriend van [slachtoffer 1] een schuld bij hem had.
Vrijspraak diefstal met geweld
De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van [slachtoffer 1] en verdachte vast dat [slachtoffer 1] zijn bankpas aan verdachte heeft afgegeven. Het primair tenlastegelegde, te weten: diefstal met geweld, kan daardoor niet worden bewezen. Verdachte en/of medeverdachte(n) hebben deze bankpas niet van [slachtoffer 1] weggenomen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder feit 1 primair tenlastegelegde.
Medeplegen van mishandeling
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij [slachtoffer 1] heeft geslagen en geschopt en dat er wc-papier tussen zijn tenen in brand werd gestoken. Daarnaast staat ook niet ter discussie dat [slachtoffer 1] door [slachtoffer 2] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] is geslagen. Uit de videofragmenten leidt de rechtbank af dat in ieder geval [slachtoffer 2] aanwijzingen van verdachte ontving hoe hij [slachtoffer 1] moest slaan. De rechtbank is daarom van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte tezamen en in vereniging met deze drie personen [slachtoffer 1] heeft mishandeld.
Wederrechtelijke vrijheidsberoving
De rechtbank stelt op grond van bovengenoemde bewijsmiddelen vast dat [slachtoffer 1] gedurende tenminste anderhalf uur in zijn woning is mishandeld. [slachtoffer 1] is daarbij niet enkel geslagen en geschopt, maar ook is er wc-papier tussen zijn tenen in brand gestoken. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij een keer probeerde weg te gaan uit zijn woning, maar dat hij werd tegengehouden. De rechtbank is van oordeel dat [slachtoffer 1] niet uit zijn eigen woning kon vertrekken. Hij moest van verdachte en/of de medeverdachten op de stoel of op de grond zitten. Daarnaast mocht hij het brandende wc-papier niet tussen zijn tenen weghalen. Alles gebeurde onder dwang. [slachtoffer 1] had geen mogelijkheid om weg te komen. Uit het dossier blijkt niet dat de deuren van de woning waren afgesloten, maar van daadwerkelijke opsluiting hoeft geen sprake te zijn. Verdachte en de medeverdachten waren voortdurend in de nabijheid van [slachtoffer 1] en hebben geweld tegen hem gebruikt. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 1] werd belemmerd om zijn woning te verlaten. Verdachte en de medeverdachten hebben [slachtoffer 1] aldus gedurende enige tijd van zijn vrijheid beroofd gehouden.
Diefstal door middel van een valse sleutel
De rechtbank stelt op basis van de verklaringen van [slachtoffer 1] en verdachte vast dat verdachte op 23 juni 2025 gepind heeft met de bankpas van [slachtoffer 1] . De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of dit met toestemming van [slachtoffer 1] was. De rechtbank acht de afgifte van de bankpas door [slachtoffer 1] niet vrijwillig. Nadat [slachtoffer 1] werd mishandeld en van zijn vrijheid beroofd werd gehouden, heeft hij zijn pas afgegeven aan verdachte. De rechtbank is van oordeel dat na het buitensporige geweld dat tegen hem werd gebruikt van vrijwillige afgifte geen sprake kan zijn. Verdachte was dus niet gerechtigd om deze bankpas en bijbehorende pincode te gebruiken. Van een af te lossen schuld is evenmin gebleken. Maar zelfs als daarvan sprake zou zijn, dan nog is het onder deze omstandigheden afdwingen van een pinpas en bijbehorende code aan te merken als wederrechtelijke toe-eigening en het pinnen met een valse sleutel.
De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen. Dat [medeverdachte 1] aanwezig was toen [slachtoffer 1] de bankpas afgaf, maakt nog niet dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] . Van andere samenwerking is verder niet gebleken. Uit het dossier blijkt ook niet dat verdachte samen met [medeverdachte 1] het bedrag van de rekening van [slachtoffer 1] heeft weggenomen.
Tussenconclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van mishandeling van [slachtoffer 1] , medeplegen van het van de vrijheid beroofd houden van [slachtoffer 1] en het wegnemen van een geldbedrag van [slachtoffer 1] door het gebruik maken van zijn bankpas en pincode.
Slachtoffer [slachtoffer 2]
Op 22 juli 2025 werd door [slachtoffer 2] melding gedaan bij de politie. Hij was erg bang en verklaarde onder andere dat hij sinds een week met de dood werd bedreigd en afgeperst. Hij moest op bepaalde plekken komen en dan laten zien hoeveel geld hij had. De personen om wie het ging, zouden te zien zijn op beelden in Aalten, toen de politie een controle uitvoerde. Er was op 13 juli 2025 € 2.000,00 gepind en er moest steeds meer geld komen. [slachtoffer 2] verwees in het gesprek met de verbalisant naar een persoon in Winterswijk die al even niet meer thuis zou wonen. Dit was dezelfde persoon die [slachtoffer 2] afperste. Het was de verbalisant ambtshalve bekend dat het hier ging om [slachtoffer 1] die melding had gedaan van vrijheidsberoving en in zijn aangifte de naam van [slachtoffer 2] noemde. De persoon waarbij [slachtoffer 1] schulden had was verdachte. Daarnaast had deze persoon het paspoort van [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] moest ook geld overmaken, maar voerde bewust verkeerde cijfers in zodat zijn rekening werd geblokkeerd.
Verbalisant sprak op 27 juli 2025 met [slachtoffer 2] over camerabeelden waarop verdachte te zien was. [slachtoffer 2] verklaarde dat de bankpas die verdachte gebruikte op de beelden van hem was. [slachtoffer 2] verklaarde verder dat hij op 13 juli 2025 door [medeverdachte 1] was benaderd om mee te gaan naar Doetinchem om te chillen met wat jongens. Hij ging met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte naar Doetinchem. [slachtoffer 2] kreeg het verwijt van [medeverdachte 2] dat hij contact zou hebben gehad met het zusje van [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] en verdachte wilden geld van [slachtoffer 2] zien. Hierop reden [slachtoffer 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte naar een bosperceel in de buurt van Bredevoort. [medeverdachte 2] spoot [slachtoffer 2] hier met pepperspray in de ogen. Vervolgens werd [slachtoffer 2] bedreigd door [medeverdachte 2] en verdachte. Onder dwang moest [slachtoffer 2] zijn mobiele telefoon en zijn bankpas afstaan aan verdachte en [medeverdachte 2] . Ook moest hij zijn codes afgeven. Zij reden vervolgens met zijn vieren naar Isselburg in Duitsland. Daar werd door verdachte € 1.000,00 van de rekening van [slachtoffer 2] gepind. Omdat het daglimiet was bereikt, kon er niet meer geld worden opgenomen. Zij reden toen terug naar Aalten waar verdachte opnieuw € 1.000,00 wilde opnemen. Toen dit niet lukte, probeerden zij (de rechtbank begrijpt: verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ) geld over te boeken van de rekening van [slachtoffer 2] . Daarna probeerde [medeverdachte 2] geld op te nemen bij de geldautomaat. Niet veel later werden zij gecontroleerd door de politie. [slachtoffer 2] zag op zijn bankafschrift dat er op 14 juli 2025 wederom € 1.000,00 van zijn bankrekening was afgeschreven. Dit bedrag werd opgenomen bij een pinautomaat in Winterswijk.
Tijdens een verhoor op 2 september 2025 verklaarde [slachtoffer 2] dat hij op dezelfde dag dat er met pepperspray in zijn ogen werd gespoten, in het bos door verdachte werd bedreigd met een koevoet. Verdachte hield een koevoet, zwart en rood van kleur, in zijn hand. Deze koevoet was ongeveer 40 centimeter. Die dag hebben [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte ook geprobeerd [slachtoffer 2] te slaan. Zij haalden ongecontroleerd uit met hun vuisten.
Verbalisanten controleerden op 13 juli 2025 een voertuig in Aalten. Dit was naar aanleiding van een melding dat er verdachte auto’s stonden aan de Peperstraat in Aalten. De inzittenden zouden hoodies uitwisselen en capuchons opzetten in de buurt van een pinautomaat. De personen die gecontroleerd werden waren [slachtoffer 2] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en verdachte.
De beelden van de geldautomaat in Aalten werden uitgekeken. Op één van de filmpjes is te zien hoe een man meermalen de geldautomaat gebruikte met eenzelfde pasje. Deze persoon kwam nerveus over. Op een tweede filmpje is een man met een zonnebril op te zien die een pas in de automaat stopte en een 37 seconden later de pas weer uit de automaat haalde en wegliep.
De woning van verdachte werd op 2 september 2025 doorzocht. In de woning werd een rood breekijzer van ongeveer 40 centimeter lang aangetroffen.
Tijdens een doorzoeking op 15 juli 2025 van een voertuig dat regelmatig werd gebruikt door medeverdachte [medeverdachte 2] werd een busje pepperspray aangetroffen.
Medeverdachte [medeverdachte 2] verklaarde op 4 september 2025 dat hij op 13 juli 2025 samen met [slachtoffer 2] , [medeverdachte 1] en verdachte in Bredevoort in een bosje was. [medeverdachte 2] was daar vanwege een incident met zijn zusje.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de persoon was die met een zonnebril op geld probeerde op te nemen op 13 juli 2025 in Aalten. Hij was samen met andere personen en zij hadden zich omgekleed om niet herkend te worden op camerabeelden. Daarnaast heeft verdachte op 13 juli 2025 en 14 juli 2025 een bedrag van € 1.000,00 gepind met de bankpas van [slachtoffer 2] . Verdachte heeft daarnaast verklaard dat [slachtoffer 2] met pepperspray in zijn ogen is gespoten door [medeverdachte 2] .
Diefstal met geweld en diefstal door middel van valse sleutel (feiten 4 primair en 5)
Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank het volgende voorop. Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op grond van de verklaring van één getuige. Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, dient sprake te zijn van steunbewijs. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal (zie in dit verband ook de vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, o.a. ECLI:NL:HR:2020:637). Die ondersteuning hoeft niet te zien op alle onderdelen van de tenlastelegging. Het gaat erom dat de verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat die verklaring ‘niet op zichzelf staat’, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.
Betrouwbaarheid
De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is om aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer 2] te twijfelen. [slachtoffer 2] heeft op meerdere momenten consistent over de gebeurtenissen verklaard. Daarnaast staat buiten twijfel dat [slachtoffer 2] erg angstig was en zelfs eerst niet de naam van verdachte(n) durfde te vertellen. De reden waarom hij uiteindelijk toch is gaan praten, is omdat verdachte zijn paspoort had en hij dat paspoort nodig had voor een noodzakelijke reis naar het buitenland. Het appverkeer met de politie daarover laat goed de angst en de wanhoop bij [slachtoffer 2] zien.
Steunbewijs
De verklaring van [slachtoffer 2] wordt op meerdere onderdelen ondersteund door zowel de verklaring van verdachte als van medeverdachte [medeverdachte 2] . Verdachte verklaart over het gebruik van pepperspray door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 2] bevestigt dat hij samen met [slachtoffer 2] en anderen (de rechtbank begrijpt: verdachte en [medeverdachte 1] ) in een bos was in Bredevoort. Daarnaast is er pepperspray in een voertuig waarvan [medeverdachte 2] gebruik maakt aangetroffen. Bij verdachte is een roodkleurige koevoet/breekijzer van ongeveer 40 centimeter aangetroffen. Daarnaast stelt de rechtbank op basis van de verklaring van [slachtoffer 2] en de verklaring van verdachte vast dat verdachte tweemaal een bedrag van € 1.000,00 met de bankpas van [slachtoffer 2] heeft opgenomen, zoals [slachtoffer 2] heeft verklaard. Dat hier sprake was van een schuld die moest worden vereffend, is niet gebleken.
De rechtbank ziet geen reden om aan de verklaring van [slachtoffer 2] te twijfelen en stelt vast dat deze op meerdere punten wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Daarom wordt uitgegaan van de verklaring van [slachtoffer 2] en de rechtbank stelt daarmee vast dat verdachte en twee mededaders op 13 juli 2025 met geweld en met bedreiging van geweld de bankpas en telefoon van [slachtoffer 2] hebben weggenomen. Het geweld bestond uit het meenemen van [slachtoffer 2] naar een bosgebied, het spuiten met pepperspray in de ogen van [slachtoffer 2] , het dreigen met slaan van die [slachtoffer 2] en het tonen van een koevoet. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat er zowel op 13 juli 2025 als op 14 juli 2025 geld door verdachte van [slachtoffer 2] is weggenomen (waarbij op 13 juli sprake is geweest van het wegnemen door verdachte en mededaders) door het gebruik van de bankpas van [slachtoffer 2] , waarvan verdachte en/of de mededaders niet gerechtigd waren. De verklaring van verdachte dat hij toestemming had acht de rechtbank niet aannemelijk, nu verdachte en medeverdachten zich hebben omgekleed om niet herkend te worden toen zij in Aalten probeerden om geld van de rekening van [slachtoffer 2] te halen.
Tussenconclusie
De rechtbank acht dus wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] in vereniging met anderen, diefstal in vereniging door middel van een valse sleutel en diefstal door middel van een valse sleutel.
Eindconclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feiten 1 subsidiair, 2, 3, 4 primair en 5 tenlastegelegde heeft begaan.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder de feiten 1 subsidiair, 2, 3, 4 primair en 5 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1, subsidiair.
hij op of omstreeks 22 juni 2025 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een of meerdere anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft mishandeld, door- die [slachtoffer 1] meermaals, althans eenmalig, met de (vlakke) hand in het gezicht en/of op zijn hoofd, in elk geval op/tegen het lichaam, te slaan en/of- bij die [slachtoffer 1] toiletpapier tussen een of meerdere tenen te stoppen en dit toiletpapier (vervolgens) aan te steken en/of- die [slachtoffer 1] meermaals, althans eenmalig, te schoppen/trappen;
2.hij op of omstreeks 22 juni 2025 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een of meerdere anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden, door;- naar de woning van die [slachtoffer 1] te gaan en/of voor een tijdsbestek van een uur, althans enige tijd, in de woning van die [slachtoffer 1] te verblijven en/of- die [slachtoffer 1] op een stoel in de woonkamer plaats te laten nemen en/of die [slachtoffer 1] te verplichten op de stoel te blijven zitten en/of die [slachtoffer 1] niet op te laten staan en/of die [slachtoffer 1] (vervolgens) te verplichten op de grond te gaan zitten en/of- - die [slachtoffer 1] meermaals, althans eenmalig, met de (vlakke) hand in het gezicht en/of op zijn hoofd, in elk geval op/tegen het lichaam, te slaan en/of- - bij die [slachtoffer 1] toiletpapier tussen een of meerdere tenen te stoppen en dit toiletpapier (vervolgens) (met een aansteker) aan te steken en/of- - die [slachtoffer 1] meermaals, althans eenmalig, te schoppen/trappen althans, en een dreigende houding aan te nemen jegens die [slachtoffer 1] ;
3.hij in of omstreeks de periode van 23 juni 2025 te Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van de wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, te weten in elk geval 70 euro, welk(ej geldbedrag(en) geheel of ten dele toebehoorde aan [slachtoffer 1] , althans een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel, te weten een bankpas op naam van [slachtoffer 1] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of medeverdachte(n) niet gerechtigd was/waren;
4, primair.hij op of omstreeks 13 juli 2025 te Bredevoort en/of Aalten, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bankpas en/of een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- die [slachtoffer 2] in een auto mee te nemen naar een bosgebied en/of- die [slachtoffer 2] pepperspray in een of meerdere ogen te spuiten en/of- te dreigen dat verdachte en/of medeverdachte die [slachtoffer 2] zouden slaan en/of- (hierbij) een koevoet te tonen;
5.hij in of omstreeks de periode van 13 juli 2025 tot en met 14 juli 2025 te Isselburg (Duitsland) en/of Winterswijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van de wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, te weten in elk geval in totaal 2000 euro, welk(e) geldbedrag(en) geheel of ten dele toebehoorde aan [slachtoffer 2] , althans een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) het weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van (een) valse sleutel, te weten een bankpas op naam van [slachtoffer 2] , in elk geval een sleutel tot het gebruik waarvan hij, verdachte en/of medeverdachte(n) niet gerechtigd was/waren.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1 subsidiair:
medeplegen van mishandeling;
feit 2:
medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden;
feit 3:
diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
feit 4, primair:
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of die diefstal gemakkelijk te maken terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
feit 5:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
en
diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel.
5. De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest bepleit.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een vijftal strafbare feiten. Hij heeft samen met anderen slachtoffer [slachtoffer 1] in diens eigen woning mishandeld en van de vrijheid beroofd gehouden. De mishandeling bestond niet alleen uit het geven van meerdere klappen en trappen, ook staken verdachte en zijn mededaders wc-papier tussen de tenen van [slachtoffer 1] in brand. Een dag na de mishandeling werd er met de uit angst afgegeven bankpas van [slachtoffer 1] gepind door verdachte. De immense angst en onzekerheid die [slachtoffer 1] voelde, blijkt duidelijk uit het dossier. Verdachte heeft met zijn handelen niet alleen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van [slachtoffer 1] , maar ook de veiligheid van de eigen woning bij [slachtoffer 1] teniet gedaan. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging van de bankpas en telefoon van [slachtoffer 2] . Met deze bankpas werd vervolgens op twee verschillende momenten gepind. Ook [slachtoffer 2] was erg angstig en durfde geen aangifte te doen. Verdachte heeft met zijn handelen enkel oog gehad voor zijn eigen financiële gewin.
De rechtbank heeft kennis genomen van de justitiële documentatie van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte eerder in aanraking is gekomen met politie en justitie voor geweldsdelicten, waarbij de laatste onherroepelijke veroordeling in 2019 is.
Uit het reclasseringsadvies van 9 februari 2026 blijkt dat verdachte heeft geweigerd om mee te werken aan het opstellen van een rapportage. Op basis van de dossierinformatie ziet de reclassering een zorgelijk beeld. Verdachte heeft hoge schulden en een laag inkomen. Door huurschulden is hij zijn woning kwijtgeraakt, hij heeft geen constructieve dagbesteding, er is sprake van middelengebruik en mogelijk is er sprake van een delinquent sociaal netwerk. De risico’s op recidive, letsel en het onttrekken aan voorwaarden worden ingeschat als hoog. Eerdere toezichtkaders hebben niet geleid tot gedragsveranderingen en recidivebeperking. De reclassering adviseert daarom een straf zonder bijzondere voorwaarden. Zij zien geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen.
Gelet op de ernst van de strafbare feiten vindt de rechtbank enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, zoals door de raadsvrouw bepleit, doet naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst en hoeveelheid strafbare feiten. De rechtbank acht de eis van de officier passend en zal daarom een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 18 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
De rechtbank ziet ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten
aanleiding om een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht aan verdachte op te leggen. De maatregel houdt in dat verdachte wordt verboden contact te zoeken en/of te onderhouden met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en om zich in de volgende straten te bevinden: [adres] en [adres] in Winterswijk. De rechtbank bepaalt dat deze maatregel voor de duur van drie jaren zal gelden. De vervangende hechtenis wordt vastgesteld op één week voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet, met een maximum van zes maanden. De rechtbank beslist dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Naar het oordeel van de rechtbank moet er - mede gelet op het eerder overwogene - ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens de slachtoffers.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
8. De beoordeling van de civiele vorderingen
[slachtoffer 1]
De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met het tenlastegelegde onder feiten 1, 2 en 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 4.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. De raadsvrouw heeft daartoe aangevoerd dat het verzoek tot schadevergoeding door [slachtoffer 1] is ondertekend, terwijl dit door de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1] had moeten worden ondertekend.
Overweging van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de vordering tot schadevergoeding niet door de wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer 1] ( [naam] van [bedrijf] B.V.) ondertekend is. Ook anderszins is niet gebleken dat de wettelijk vertegenwoordiger betrokken is bij het indienen van de vordering. Daarom moet de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren.
[slachtoffer 2]
De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met het tenlastegelegde onder de feiten 4 en 5 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.050,70 aan materiële schade en € 2.000,00 aan immateriële schade, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich gelet op de bepleitte vrijspraak op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de medische kosten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er geen grondslag is. De vordering is ten aanzien van deze schade onvoldoende onderbouwd.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Opvragen medische kosten
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 50,70 voor het opvragen van medische gegevens. Er is geen verweer gevoerd met betrekking tot de medische kosten. Deze kosten zal de rechtbank toewijzen, nu deze met een factuur zijn onderbouwd en de vordering de rechtbank op dit punt gegrond voorkomt. Toegewezen wordt daarom een bedrag van € 50,70.
Gepinde bedragen
De benadeelde partij vordert een bedrag van € 2000,00 voor de gepinde bedragen van de rekening van de benadeelde. Uit het bewezenverklaarde onder feit 5 blijkt dat verdachte dit bedrag heeft weggenomen. Deze schade zal de rechtbank toewijzen, nu de vordering de rechtbank op dit punt gegrond voorkomt. Toegewezen wordt daarom een bedrag van € 2.000,00.
Immateriële schade
Ten aanzien van de immateriële schade overweegt de rechtbank dat aannemelijk is dat de benadeelde partij, gezien de aard en de ernst van het bewezen verklaarde feit (diefstal met geweld) en de daardoor gemaakte inbreuk op zijn persoonlijke integriteit, in zijn persoon is aangetast op andere wijze. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid schat zij de hoogte van de geleden immateriële schade op een bedrag van € 2.000,00 en acht zij dit onderdeel van de vordering van de benadeelde partij toewijsbaar.
In totaal zal de rechtbank aldus een schadevergoeding van € 4.050,70 toewijzen die bestaat uit:
Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.
Verdachte is vanaf 13 juli 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9. De beoordeling van het beslag
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de telefoon verbeurd verklaard dient te worden.
De verdediging heeft om teruggave van de telefoon verzocht. Op de telefoon staan veel persoonlijke gegevens en foto’s met emotionele waarde in de telefoon.
De rechtbank zal de telefoon die aan verdachte toebehoort en die hij heeft gebruikt met betrekking tot de feiten 1 subsidiair en 2 (medeplegen van mishandeling en medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving), verbeurd verklaren. Verdachte heeft de mishandelingen en de wederrechtelijke vrijheidsberoving gefilmd met deze telefoon en deze filmpjes zijn gebruikt om druk op het slachtoffer uit te oefenen.
10. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen 33, 33a, 36f, 38v, 38w, 47, 57, 282, 300, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
11. De beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.
verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende:
een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende 3 (drie) jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met:
en
een locatiegebod. Het locatiegebod houdt in dat de veroordeelde gedurende 3 (drie) jaren niet aanwezig is op de straten [adres] en [adres] in Winterswijk;
beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste één week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal voor beide verboden.
Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op.
beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;
verklaart verbeurd de telefoon (goednummer: G3526245).
De beslissing op de vorderingen benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]
verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding;