ECLI:NL:RBGEL:2026:1553

ECLI:NL:RBGEL:2026:1553

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 02-03-2026
Datum publicatie 02-03-2026
Zaaknummer 461414
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Kort geding. Betaling geldsom, opschortende voorwaarde vaststellingsovereenkomst (artikel 6:23 BW) , non-concurrentiebeding en geheimhoudingsbeding in Koopovereenkomst

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/461414 / KG ZA 26-5

Vonnis in kort geding van 2 maart 2026

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

OPOS BIDCO B.V.,

gevestigd in Leusden,

eisende partij,

hierna te noemen: Opos,

advocaat: mr. B.E.W. Jacobs en mr. L. te Linde,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

1. [gedaagde sub 1],

gevestigd in [plaats] ,2. [gedaagde sub 2],

wonende in [woonplaats] ,

gedaagde partijen,

hierna samen te noemen: [gedaagden] en

ieder afzonderlijk te noemen: [gedaagde sub 1] respectievelijk [gedaagde sub 2] ,

advocaat mr. P.P.G. Bissessur.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 18;

- de akte overlegging aanvullende producties 19 tot en met 28 tevens houdende een wijziging van eis; - de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 26;- de mondelinge behandeling van 13 februari 2026, waar de advocaten van beide partijen het woord hebben gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen die zijn overgelegd;- de schriftelijke reactie van Opos op productie 10 van [gedaagden] , besproken en overgelegd ter zitting;- de ter zitting voorgelezen en getoonde e-mail van de heer [betrokkene 3] (Opos) aan de heer [betrokkene 4] (Rabobank) van 1 december 2025.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

[gedaagde sub 2] is klinisch psycholoog en oprichter van [betrokkene 1] is een GGZ-aanbieder in Noord- en West-Nederland.

[gedaagde sub 2] houdt alle aandelen in [betrokkene 2] (hierna: [betrokkene 2] ), welke alle aandelen houdt in [gedaagde sub 1] . Tot 2 juni 2025 hield [gedaagde sub 1] alle aandelen in [betrokkene 1] .

Opos is houdstervennootschap binnen het Opos-concern. Onder Opos hangen onder meer een viertal vennootschapen die optreden als GGZ-aanbieder, waaronder sinds 2 juni 2025 [betrokkene 1] . Alle aandelen in Opos worden gehouden door Opos Holdco B.V. (hierna: Holdco). Van de aandelen in Holdco bezit [betrokkene 3] 24,52%, [betrokkene 5] 24,52%, [betrokkene 6] 14,71%, [betrokkene 7] 21,25% en [betrokkene 2] 15,00%.

Op 4 april 2025 hebben [gedaagde sub 1] en Opos een koopovereenkomst gesloten (hierna: de Koopovereenkomst) waarbij [gedaagde sub 1] alle aandelen in [betrokkene 1] heeft verkocht en geleverd aan Opos. In de Koopovereenkomst is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

8. Non-concurrentiebeding

Verkoper en de heer [gedaagde sub 2] staan er jegens Koper voor in dat zij / hij, noch enige aan haar / hem Gelieerde Partij, direct of indirect, tegen vergoeding of om niet, binnen Nederland, in welke vorm dan ook werkzaam zal zijn voor, betrokken zal zijn bij, of belang zal hebben bij enige activiteit die op enigerlei wijze concurreert met de Onderneming, gedurende een periode van drie (3) jaar na de Leveringsdatum.

(…)

Ingeval van een overtreding door Verkoper en / of de heer [gedaagde sub 2] van enig in dit Artikel 8 opgenomen verbod, verbeurt de overtredende partij aan de Koper voor iedere individuele overtreding een direct opeisbare boete van EUR 100.000, alsmede een direct opeisbare boete van EUR 10.000 voor elke dag dat de overtreding voortduurt, zonder dat daarvoor gerechtelijke tussenkomst vereist is en onverlet het recht van Koper om nakoming van de bepalingen in dit Artikel 8 en/of volledige vergoeding van de ten gevolge van een dergelijke overtreding geleden Schade te vorderen.

(…)

13. Vrijwaringen

Verkoper vrijwaart Koper op een euro-voor-euro basis voor:

(a) alle Belasting verschuldigd door de Vennootschap die betrekking heeft op de periode voorafgaande aan de Effectieve Datum [1 januari 2025, toevoeging voorzieningenrechter] of op een gebeurtenis die op of voorafgaand aan de Effectieve Datum heeft plaatsgevonden, alsmede voor alle Belasting die verband houdt met gebeurtenissen buiten de normale bedrijfsvoering om in de periode vanaf de Effectieve Datum tot de Leveringsdatum [2 juni 2025, toevoeging voorzieningenrechter];

(…)

(e) enige vordering, claim of andere aanspraak (inclusief vergoeding van alle redelijke kosten) uit hoofde van de Carve-Out;

(…)

(h) enige vordering, claim of andere aanspraak (inclusief vergoeding van alle redelijke kosten) in verband met of voortvloeiend uit de productieverantwoording met betrekking tot de door de Vennootschap van Zorgverzekeraars ontvangen zorggelden (overschrijding omzetplafonds);

(…)

(l) enige vordering, claim of andere aanspraak (inclusief vergoeding van alle redelijke kosten) in verband met of voortvloeiend uit het conflict met Zilveren Kruis/Achmea en een aan Verkoper gelieerde vennootschap, waarbij het hierbij ook uitdrukkelijk kan gaan om meer dan financiële schade, zoals de negatieve gevolgen indien Zilveren Kruis/Achmea bijvoorbeeld in de toekomst niet langer wenst te contracteren met de Vennootschap of haar voorwaarden substantieel verslechtert;

(…)

14. Geen aansprakelijkheden per Leveringsdatum en overige verplichtingen

Verkoper staat er jegens Koper en de Vennootschap voor in dat per de Leveringsdatum er geen schuldverhoudingen, verplichtingen en/of aansprakelijkheden bestaan tussen enerzijds Verkoper of enige aan haar Gelieerde Partij en anderzijds de Vennootschap (of vice versa).

(…)

16. Geheimhouding

Behoudens voor zover wettelijk vereist en/of deze Overeenkomst dit toestaat, zal een Partij zonder voorafgaande goedkeuring van de andere Partij:

(a) geen openbare mededelingen doen met betrekking tot deze Overeenkomst, de

Transactie en de Herinvestering; en

(b) aan derden geen informatie verstrekken over het bestaan en de financiële en andere

voorwaarden van deze Overeenkomst, de Transactie en de Herinvestering alsmede

omtrent de inhoud en het verloop van de onderhandelingen die tussen Partijen daaromtrent hebben plaatsgevonden,

en zal elke Partij er zorg voor dragen dat de door hen betrokken en ingeschakelde personen en adviseurs zich aan bovenstaande verplichtingen zullen committeren.

(…)

Carve-Out” is in de Koopovereenkomst gedefinieerd als:

Het overnemen van de (rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de)

arbeidsovereenkomsten van de navolgende werknemers van de Vennootschap: (i) de

heer [betrokkene 8] , (ii) mevrouw [betrokkene 9] en (iii) mevrouw [betrokkene 10] dan wel

de heer [betrokkene 10] .

Voorts zijn partijen een addendum op de Koopovereenkomst overeengekomen.

Op 4 april 2025 hebben Opos, [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] een Vermogensinstandhoudingsverklaring (hierna: ViV) getekend. In de ViV is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

Artikel 2 - Instandhoudingsverklaring

Tot meerdere zekerheid dat Verkoper [ [gedaagde sub 1] , toevoeging voorzieningenrechter] aan haar verplichtingen uit hoofde van de Koopovereenkomst jegens Koper [Opos, toevoeging voorzieningenrechter] zal kunnen voldoen, zal Verkoper er zorg voor dragen dat Verkoper voor een periode vanaf de Overdrachtsdatum tot 36 maanden daarna (de Einddatum) een bedrag van EUR 1.000.000 (zegge: een miljoen euro) aan vermogen in stand zal houden als cash of cashequivalenten die Verkoper te allen tijde binnen een periode van één maand kan omzetten in vrij beschikbare geldmiddelen (de Liquide Middelen).

(…)

Artikel 4 - Zekerheid

[gedaagde sub 2] garandeert, verklaart en staat er als borg voor in dat Verkoper de verplichtingen uit hoofde van deze Verklaring volledig, behoorlijk en tijdig zal nakomen en Koper schadeloos zal stellen en zal vrijwaren voor een inbreuk op de verplichtingen van Verkoper op grond van deze Verklaring.

(…)

Artikel 5 – Verplichtingen

(…)

5.2

Verkoper en [gedaagde sub 2] zullen op redelijk verzoek van Koper alle informatie en documenten verstrekken die redelijkerwijs nodig zijn om vast te stellen en te verifiëren of Verkoper en [gedaagde sub 2] aan hun verplichtingen uit hoofde van deze Verklaring voldoen

Op 2 juni 2025 heeft [gedaagde sub 1] alle aandelen in [betrokkene 1] geleverd aan Opos en heeft daarmee samenhangend [gedaagde sub 1] een aandelenbelang van 15% verworven in Holdco.

Vervolgens is ter zake verschillende onderwerpen tussen partijen onenigheid ontstaan. Dit heeft ertoe geleid dat zij op 10 oktober 2025 een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten (hierna: VSO). In de VSO is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

KOMEN ALS VOLGT OVEREEN:

1. [betrokkene 2] verkoopt hierbij de aandelen die zij houdt in het kapitaal van OPOS Holdco aan OPOS Holdco, gelijk OPOS Holdco deze aandelen inkoopt van [betrokkene 2] (de “Aandelen”).

2. De koopprijs van de Aandelen bedraagt EUR 1.600.000. Betaling van de koopprijs geschiedt als volgt:

a. Een bedrag ter hoogte van EUR 353.095,26 wordt in contanten voldaan uiterlijk 3 werkdagen na goedkeuring van de Rabobank;

b. Een bedrag ter hoogte van EUR 446.904,74 wordt verrekend met de vordering van OPOS Bidco op [betrokkene 2] , welke vorderingen door OPOS Bidco zijn gecedeerd aan OPOS Holco, overigens nader uitgewerkt in Bijlage 1.

(…)

20. OPOS c.s. zullen zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk – maar uiterlijk op 1 december 2025 – de goedkeuring verkrijgen van de Rabobank, na verkrijging waarvan deze Vaststellingsovereenkomst in werking zal treden, met uitzondering van de artikelen 7, 13 en 17 van deze Vaststellingsovereenkomst, welke artikelen direct bij ondertekening van deze Vaststellingsovereenkomst in werking treden. Indien de goedkeuring van Rabobank niet of niet tijdig wordt verkregen, komt de Vaststellingsovereenkomst niet tot stand, met dien verstande dat de artikelen 7, 13 en 17 van deze Vaststellingsovereenkomst van kracht en voor Partijen bindend blijven.

(…)

Op 19 december 2025 heeft [betrokkene 11] het volgende bericht op LinkedIn geplaatst:

Welkom bij [betrokkene 11] , [gedaagde sub 2]

Met trots kondigen wij aan dat [gedaagde sub 2] , founding father van [betrokkene 1] , zich aansluit bij [betrokkene 11] als strategisch adviseur van het bestuur.

[gedaagde sub 2] brengt een indrukwekkende combinatie van ervaring mee: een sterke achtergrond in bestuur en management, gecombineerd met zijn opleiding en expertise als klinisch psycholoog. Zijn visie, ondernemerschap en diepgaande kennis van geestelijke gezondheidszorg maken het van grote waarde voor de verdere strategische ontwikkeling van [betrokkene 11] .

Wij zijn zeer verheugt dat [gedaagde sub 2] zijn kennis, ervaring en betrokkenheid met ons wil delen en kijken uit naar een inspirerende en vruchtbare samenwerking.

Welkom [gedaagde sub 2] !

Bij verzoekschrift van 19 december 2025 heeft Opos de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland verzocht om verlof te verlenen voor het leggen van conservatoir (derden)beslag op verschillende vermogensbestanddelen van [gedaagden] De voorzieningenrechter heeft op 23 december 2025 het verlof verleend en daarbij de vordering begroot op € 1.253.000,00. Vervolgens zijn op 24 december 2025 de beslagen gelegd.

Op 22 december 2025 heeft Opos per brief aan [gedaagde sub 2] de contractuele boete aangezegd wegens overtreding door [gedaagde sub 2] van het non-concurrentiebeding omdat hij werkzaam zou zijn bij [betrokkene 11] , een concurrent van Opos.

Op 9 januari 2026 heeft [betrokkene 11] per e-mailbericht het volgende aan [gedaagde sub 2] bericht:

Geachte heer [gedaagde sub 2] , beste [gedaagde sub 2] ,

In goed overleg hebben wij besloten dat uw voorgenomen werkzaamheden als

adviseur, psycholoog en supervisor bij [betrokkene 11] op zijn vroegst per 1 februari 2026 zullen aanvangen. Aanleiding hiervoor zijn de ontstane onduidelijkheden met

betrekking tot het door u overeengekomen concurrentiebeding.

De daadwerkelijke startdatum van uw werkzaamheden is daarmee afhankelijk van de uitspraak van de rechter in het door u tegen Opos aangespannen kort geding inzake dit concurrentiebeding.

Hoewel [betrokkene 11] in deze kwestie geen partij is, wil ik benadrukken dat uw beoogde inzet voor [betrokkene 11] van grote waarde is voor de geestelijke gezondheidszorg. Dit geldt temeer in een periode waarin wachtlijsten toenemen, de toegankelijkheid van zorg onder druk staat en er sprake is van een chronisch tekort aan gekwalificeerd personeel.

In Dagblad van het Noorden is op 20 december 2025 een artikel gepubliceerd waarin onder meer de overname en de tussen partijen bestaande conflicten onderwerp zijn.

3. Het geschil

Opos vordert na wijziging van eis dat de voorzieningenrechter, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

[gedaagde sub 1]

i. veroordeelt tot betaling van het onbetwiste deel van de vordering ad € 758.075,50, als voorschot op de totale vordering van Opos uit hoofde van de in de Koopovereenkomst opgenomen vrijwaringen en de in artikel 14.1 opgenomen garantie, binnen twee weken na betekening van dit vonnis;

ii. veroordeelt tot betaling van het bedrag ad € 8.307,60, als voorschot op de totale vordering van Opos uit hoofde van de in de Koopovereenkomst opgenomen vrijwaringen voor de in redelijkheid te maken kosten in het kader van de vrijwaringen, zoals opgenomen in artikel 13.1 van de Koopovereenkomst, binnen twee weken na betekening van dit vonnis;

iii. veroordeelt tot nakoming van de op haar rustende verplichting tot het geven van

inzicht in de nakoming van haar verplichting tot het in stand houden van een bedrag

van € 1.000.000,00 aan vermogen in de vorm van cash of cashequivalenten die zij te

allen tijde binnen een periode van één maand kan omzetten in vrij beschikbare

geldmiddelen, zulks binnen één week na betekening van dit vonnis;

iv. veroordeelt tot nakoming van haar verplichting, voor zover daaraan niet wordt

voldaan, tot het in stand houden van een bedrag van € 1.000.000,00 aan vermogen

in de vorm van cash of cashequivalenten die zij te allen tijde binnen een periode van

één maand kan omzetten in vrij beschikbare geldmiddelen en daarvan bewijs te

leveren aan Opos, zulks binnen één week na betekening van dit vonnis; en

[gedaagde sub 2] :

v. gebiedt zijn concurrerende activiteiten te staken en gestaakt te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 25.000,00, vanaf de datum van dit vonnis;

vi. veroordeelt, bij wijze van voorschot, tot betaling van de door hem per 7 januari 2026 verbeurde boete ad € 640.000,00 binnen twee weken na betekening dit vonnis;

vii. veroordeelt, als borg, tot betaling van het onbetwiste deel van de vordering ad

€ 758.075,50, en de vordering van € 8.307,60 of enig ander bedrag door de voorzieningenrechter te bepalen als voorschot op de totale vordering van Opos uit hoofde van de in de Koopovereenkomst opgenomen vrijwaringen en artikel 14.1, zulks binnen twee weken nadat [gedaagde sub 1] in verzuim is ten aanzien van de nakoming van haar betalingsverplichtingen voortvloeiende uit het petitum onder (i) indien en voor zover de voorzieningenrechter tot een veroordeling op dit punt is gekomen;

viii. veroordeelt tot nakoming van de op hem rustende verplichting tot het geven van

inzicht in de nakoming van de verplichting tot het in stand houden van een bedrag van € 1.000.000,00 aan vermogen in [gedaagde sub 1] , in de vorm van cash of cashequivalenten die zij te allen tijde binnen een periode van één maand kan omzetten in vrij beschikbare geldmiddelen, zulks binnen één week na betekening van dit vonnis;

ix. veroordeelt tot nakoming van zijn verplichting, voor zover daaraan niet wordt

voldaan, tot het in stand houden van een bedrag van € 1.000.000,00 aan vermogen

in [gedaagde sub 1] , in de vorm van cash of cashequivalenten die zij te allen

tijde binnen een periode van één maand kan omzetten in vrij beschikbare

geldmiddelen en daarvan bewijs te leveren aan Opos, zulks binnen één week na

betekening van dit vonnis; en

zowel [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2] ( [gedaagden] )

x. verbiedt het in de Koopovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding te

overtreden, op straffe van een dwangsom van € 100.000,00 voor elke overtreding vanaf de datum van dit vonnis;

xi. hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten.

[gedaagden] voeren verweer. [gedaagden] concluderen tot niet-ontvankelijkheid van Opos, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Opos, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Opos in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Geldvorderingen - toetsingsmaatstaf in kort geding

Met betrekking tot een voorziening in kort geding bestaande uit een veroordeling tot betaling van een geldsom is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. De eis dat de vordering steeds met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid moet vaststaan of boven redelijke twijfel moet zijn verheven kan daarbij echter niet worden gesteld. In de afweging van de belangen van partijen moet de rechter mede betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling mocht de bodemrechter anders beslissen. De hiervoor genoemde elementen ter beoordeling van de toewijsbaarheid van een geldvordering in kort geding zijn communicerende vaten. De verschillende elementen staan niet op zichzelf, maar moeten steeds in onderling verband en samenhang worden beoordeeld. Dat betekent dat als de vordering in hoge mate aannemelijk is, of zelfs vaststaat, er steeds minder reden bestaat om eisen te stellen aan de (spoedeisende) belangen van de crediteur bij betaling op korte termijn of aan de belangen van de debiteur ten aanzien van het restitutierisico. Daarvan uitgaande oordeelt de voorzieningenrechter als volgt.

Spoedeisend belang

Naar oordeel van de voorzieningenrechter heeft Opos voldoende aannemelijk gemaakt dat zij spoedeisend belang heeft bij toewijzing van de geldvorderingen op [gedaagden] , niet zozeer omdat de (verhaals)mogelijkheden op [gedaagden] in de loop van de tijd mogelijk zullen verslechteren, maar vooral omdat Opos onbetwist heeft gesteld dat haar aandeelhouders de afgelopen tijd uit privémiddelen in totaal 1,5 miljoen euro hebben moeten bijstorten om de liquiditeitspositie van Opos op voldoende niveau te houden. Deze bijstorting was, aldus Opos mede nodig omdat [gedaagden] en in het bijzonder [gedaagde sub 1] , de verplichtingen jegens Opos niet nakomen.

Geldvorderingen - verschuldigd en opeisbaar - standpunten partijen

Opos heeft gesteld dat op grond van de in artikel 13.1 van de Koopovereenkomst neergelegde vrijwaringen de volgende vorderingen op [gedaagde sub 1] heeft en dat [gedaagde sub 2] , als borg, voor betaling daarvan heeft in te staan.

- een bedrag van € 1.010,00 ter zake een naheffing loonheffing 2024 voor rekening van [betrokkene 1] .

- een bedrag van € 74.154,26 ter zake transitievergoedingen die door Opos zijn betaald aan oud-werknemers van [betrokkene 1] als gevolg van de Carve-Out.

- een bedrag van € 522.187,66 dat door Opos moest worden terugbetaald aan verschillende zorgverzekeraars in verband met overschrijding van het zorgplafond.

- een bedrag van € 8.307,60 in verband met de kosten van Opos gemaakt in verband met de vrijwaringen.

Voorts stelt Opos dat [gedaagde sub 1] , en [gedaagde sub 2] als borg, er jegens haar op grond van artikel 14-1 van de Koopovereenkomst voor in heeft te staan dat er per leveringsdatum (2 juni 2025) geen schuldverhoudingen, verplichtingen en/of aansprakelijkheden tussen enerzijds [gedaagde sub 1] en/of enige aan haar gelieerde entiteit en anderzijds [betrokkene 1] bestaan. Volgens Opos heeft [betrokkene 1] nog meerdere te incasseren vorderingen op aan haar gelieerde entiteiten, waaronder T en L Sports B.V. ter hoogte van € 160.723,58.

De hiervoor omschreven, door Opos gevorderde, schadeposten op grond van artikelen 13.1 en 14 van de Koopovereenkomst behelzen een totaal beloop van

€ 766.383,10 (te weten: €1.010,00 + €74.154,66 + €522.187,66 + €160.723,58 + €8.307,60)

[gedaagde sub 1] betwist niet dat zij, uitgaande van de schriftelijke Koopovereenkomst, gehouden is de door Opos gevorderde bedragen aan haar te betalen. Desondanks voert [gedaagde sub 1] twee verweren aan waarom zij niet gehouden is de vorderingen van Opos te voldoen. Allereerst niet omdat de vorderingen die Opos uit hoofde van de Koopovereenkomst op [gedaagden] heeft nog niet opeisbaar zijn. Volgens [gedaagden] zijn partijen overeengekomen dat de vorderingen pas opeisbaar zijn nadat jaarrekening over het boekjaar 2025 is vastgesteld, zodat één bedrag kan worden vastgesteld dat zij vervolgens moet betalen. Ter onderbouwing verwijzen zij naar een drietal in het geding gebrachte schriftelijke (getuigen)verklaringen.

Voorts hebben [gedaagden] aangevoerd dat partijen in de door hen getekende VSO nadere afspraken hebben gemaakt die eerdere contractuele bepalingen uit de Koopovereenkomst, waaronder artikel 13 en 14, vervangen. In de VSO hebben partijen onder meer het door [gedaagden] nog te betalen bedrag vastgesteld op € 446.904,74 te betalen vóór totstandkoming van de VSO en € 107.729,93 daarna. Zij hebben met de VSO getracht de volledige rechtsverhouding tussen partijen te regelen. Weliswaar is de VSO aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat de Rabobank, financier van Opos, uiterlijk 1 december 2025 goedkeuring zou verlenen voor het aangaan van de VSO in verband met de daarvoor noodzakelijke financiering, zoals blijkt uit artikel 20 en 21 van de VSO, maar Opos heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij de Rabobank heeft verzocht om goedkeuring, althans dat zij daarvoor daadwerkelijk haar best heeft gedaan. Daarom moet de voorwaarde, op grond van artikel 6:23 BW, geacht worden te zijn vervuld, aldus nog steeds [gedaagden]

Geldvorderingen - zijn verschuldigd en opeisbaar - oordeel voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter is vooralsnog van oordeel dat niet aannemelijk is dat het verweer van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ( [gedaagden] ) in een bodemprocedure slaagt, en wel om de volgende redenen.

[gedaagden] hebben bij conclusie van antwoord aangevoerd dat het al van meet af aan bij het sluiten van de Koopovereenkomst de bedoeling was dat de (mogelijke) vorderingen van Opos op [gedaagde sub 1] op grond van artikel 13 en 14 van de Koopovereenkomst eerst opeisbaar zouden zijn nadat de definitieve jaarrekening 2025 zou zijn opgesteld. Opos heeft dat gemotiveerd bestreden. Het is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk dat deze beweerdelijke afspraak niet in de Koopovereenkomst, waarin een veelheid aan afspraken minutieus is vastgelegd, is opgenomen en ook niet op een andere wijze schriftelijk is vastgelegd. Ook voor zover die afspraak later zou zijn gemaakt is niet te begrijpen waarom die afspraak niet schriftelijk is vastgelegd (bijvoorbeeld in het addendum, de VSO of per brief/e-mail). De drie schriftelijke verklaringen van potentiële getuigen die [gedaagden] hebben overgelegd zijn onvoldoende om aannemelijk te achten dat in een bodemprocedure komt vast te staan dat de beweerdelijke afspraak ter zake opeisbaarheid tussen partijen is gemaakt. De getuigen zijn allen in meer of minder mate aan [gedaagde sub 2] en dus ook aan [gedaagde sub 1] gelieerd of gelieerd geweest, waardoor getwijfeld kan worden aan hun onafhankelijkheid. Bovendien blijkt uit die verklaringen niet dat Opos met de beweerdelijke afspraak, dat de vorderingen eerst opeisbaar zouden zijn nadat de jaarrekening 2025 definitief zou zijn vastgesteld, heeft ingestemd. Er is alleen in te lezen dat het volgens de getuigen (die bij de onderhandeling niet of slechts zijdelings betrokken waren) steeds de bedoeling is geweest dat de vorderingen pas opeisbaar zouden zijn na het opstellen van de jaarrekening. Dat is onvoldoende om aan te nemen dat ter zake een eenduidige en onvoorwaardelijke afspraak tussen partijen is gemaakt. Dit verweer van [gedaagden] wordt daarom verworpen.

Ook het verweer waarbij [gedaagden] zich beroepen op de nader gemaakte afspraken vastgelegd in de VSO, waarmee onder meer de verplichtingen van artikel 13 en 14 van de Koopovereenkomst zouden zijn vervallen, althans zijn vervangen, wordt verworpen. De VSO is aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat de Rabobank daarmee zou instemmen. Van dergelijke instemming is niet gebleken. Zoals [gedaagden] terecht hebben aangevoerd, is het aan Opos om te stellen en aannemelijk te maken dat zij de Rabobank om instemming heeft verzocht. Naar oordeel van de voorzieningenrechter is uit de (overigens eerst ter zitting aangehaalde en getoonde) e-mail van 1 december 2025 van de heer [betrokkene 3] (namens Opos) aan de heer [betrokkene 4] (namens de Rabobank), in combinatie met de e-mail van de heer [betrokkene 4] aan onder meer de heer [betrokkene 3] (Opos) van 21 januari 2026, voorshands oordelend, voldoende aannemelijk geworden dat Opos de Rabobank om instemming met de VSO heeft gevraagd en de Rabobank die instemming heeft geweigerd. Dat de voorwaarde als vervuld heeft te gelden omdat Opos het in vervulling gaan daarvan zou hebben belet, zoals door [gedaagden] is aangevoerd, is niet onderbouwd en niet aannemelijk geworden. Weliswaar kan daarvan sprake zijn ingevolge artikel 6:23 lid 1 BW, maar alleen als de partij die bij het niet-in vervulling gaan belang had, de vervulling heeft belet. [gedaagden] hebben op geen enkele wijze onderbouwd waarom Opos belang had bij het niet-vervullen van de voorwaarde noch dat zij het in vervulling gaan daarvan heeft belet. Ook dit verweer van [gedaagden] wordt daarom verworpen.

Hetgeen hiervoor is overwogen betekent dat het, vooralsnog oordelend, aannemelijk is dat de vorderingen van Opos op [gedaagde sub 1] in een bodemprocedure (grotendeels) zullen worden toegewezen. Dat geldt voor de vordering op grond van de verstrekte vrijwaringen (artikel 13.1 Koopovereenkomst, in totaal een bedrag van € 597.351,92, te weten € 1.010,00 naheffing loonheffing (13.1 sub a), € 74.154,26 ter zake de Carve-Out (13.1 sub e) en € 522.187,66 teveel ontvangen zorggelden (13.1 sub l).

De vorderingen, in totaal een bedrag van € 597.351,92, zullen worden toegewezen en [gedaagde sub 1] zal tot betaling daarvan veroordeeld worden.

[gedaagden] hebben de juistheid van de vordering ten bedrage van € € 160.723,58 ter zake van de vordering van [betrokkene 1] op T en L Sports gemotiveerd betwist. [gedaagden] hebben aangevoerd dat deze vordering niet onder de garantiebepaling van artikel 14 van de Koopovereenkomst valt vanwege het moment waarop die vordering is ontstaan. Gelet op die betwisting is thans niet voldoende aannemelijk dat die vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Daarvoor is nadere bewijslevering nodig en zal uitleg moeten worden gegeven aan de reikwijdte van artikel 14 van de Koopovereenkomst. Voor dergelijke bewijslevering leent een kort geding zich niet. Deze vordering wordt daarom afgewezen.

Voorts heeft Opos gevorderd [gedaagden] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 8.307,60 inzake de door haar gemaakte deurwaarderskosten in verband met de vrijwaringen van artikel 13 van de Koopovereenkomst. Naar oordeel van de voorzieningenrechter heeft Opos onvoldoende spoedeisend belang bij deze relatief geringe geldvordering. Opos stelt slechts de deurwaarderskosten te vorderen die ontegenzeggelijk in rechtstreeks verband staan met dit kort geding en zij de overige proceskosten zal vorderen in een bodemprocedure, maar uit de door haar overgelegde stukken valt dat onderscheid niet te achterhalen. Daarmee staat de omvang van deze geldvordering onvoldoende vast voor toewijzing in kort geding.

Borgstelling [gedaagde sub 2]

Opos vordert ook [gedaagde sub 2] als borg te veroordelen tot betaling van het door [gedaagde sub 1] verschuldigde bedrag op grond van artikelen 13 en 14 van de Koopovereenkomst. Op grond van artikel 4 van de ViV staat [gedaagde sub 2] als borg ervoor in dat [gedaagde sub 1] (voor naamswijziging: [betrokkene 1] Groep B.V. en dus ook zo geduid in de ViV) als verkoper haar verplichtingen uit de ViV behoorlijk en tijdig zal nakomen en [gedaagde sub 2] Opos zal vrijwaren voor de inbreuk op die verplichtingen. Deze borgstelling ziet dus op nakoming van de in de ViV opgenomen verplichtingen van [gedaagde sub 1] om kort gezegd gedurende 36 maanden € 1.000.000,00 in stand te houden en op verzoek van Opos documenten te verstrekken waaruit dat blijkt. De borgstelling van artikel 4 van de ViV ziet niet op de verplichtingen uit de Koopovereenkomst, waaronder de vrijwaringen van artikelen 13 en 14. Opos kan daarom via deze weg het door [gedaagde sub 1] verschuldigde bedrag op grond van de Koopovereenkomst niet verhalen op [gedaagde sub 2] .

Voor zover Opos heeft geprobeerd te stellen dat [gedaagde sub 2] gehouden is de schade te vergoeden die zij lijdt doordat [gedaagde sub 1] of [gedaagde sub 2] hun verplichtingen uit de ViV niet nakomen, geldt dat Opos niet heeft onderbouwd welke schade zij als een gevolg hiervan heeft geleden. Gelet daarop wordt de vordering afgewezen.

De ViV

Op grond van artikel 5.2 van de ViV zijn [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gehouden op redelijk verzoek van Opos informatie en documenten te verstrekken waaruit blijkt dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] aan haar verplichtingen uit hoofde van de ViV hebben voldaan. Op grond van artikel 2 van de ViV is [gedaagde sub 1] gehouden er zorg voor te dragen dat zij vanaf de Overdrachtsdatum tot 36 maanden daarna (de Einddatum) een bedrag van € 1.000.000,00 (zegge: een miljoen euro) aan vermogen in stand zal houden als cash of cashequivalenten die zij te allen tijde binnen een periode van één maand kan omzetten in vrij beschikbare geldmiddelen. Uit artikel 4 volgt, zoals hiervoor omschreven, dat [gedaagde sub 2] ter zake deze verplichting borg staat.

[gedaagde sub 1] heeft gesteld aan haar verplichting te hebben voldaan en verwijst daartoe naar de door haar overgelegde verklaring van de accountant van 28 december 2025. Anders dan [gedaagde sub 1] betoogt blijkt daaruit niet dat aan de op haar rustende verplichting van de ViV is voldaan. In het door de accountant ondertekende deel van de verklaring, te weten pagina 1 en 2, staat niets over de ViV. Wel wordt op pagina 3 verwezen naar de verplichting uit de ViV en is een staartje (kennelijk of mogelijk) overgenomen uit de balans waaruit zou moeten blijken dat [gedaagde sub 1] aan vlottende activa een bedrag van 1.9 miljoen beschikbaar heeft. Die pagina is niet door de accountant maar alleen door [gedaagde sub 2] getekend. Zijn verklaring heeft in dit verband geen enkele relevante betekenis, temeer niet nu de door de accountant opgestelde balans niet is overgelegd en het bovendien niet duidelijk is of vlottende activa binnen een maand liquide gemaakt kunnen worden.

Voor zover [gedaagde sub 1] zich er op beroept dat zij ook aan deze afspraak niet langer gehouden is omdat partijen hun geschillen in de VSO finaal hebben beslecht en daarmee deze afspraak zou zijn vervallen, wordt dat verweer verworpen. Onder verwijzing naar hetgeen hiervoor onder 4.9. is overwogen, is niet aannemelijk geworden dat de VSO perfect is geworden en tot het ontstaan van (nieuwe) verbintenissen tussen partijen heeft geleid. Evenmin is, zoasl hiervoor is geoordeeld, gesteld of gebleken dat aan de opschortende voorwaarde is voldaan. Ook is door [gedaagden] niet, dan wel onvoldoende, onderbouwd gesteld dat de voorwaarde heeft te gelden als te zijn vervuld op grond van artikel 6:23 BW.

Derhalve is vooralsnog niet aannemelijk geworden dat [gedaagde sub 1] aan de op haar rustende verplichting uit hoofde van artikel 2 van de ViV heeft voldaan zodat zij tot nakoming daarvan wordt veroordeeld, alsmede om het bewijs daarvan aan Opos te leveren binnen een week na betekening van dit vonnis.

De ter zake gerichte vordering jegens [gedaagde sub 2] wordt afgewezen. Weliswaar staat hij op grond van artikel 5.2 van de ViV borg voor de verplichtingen van [gedaagde sub 1] , maar gesteld noch gebleken is dat [gedaagde sub 2] zelf persoonlijk ter zake liquide middelen beschikbaar moet houden of daar inzicht in dient te geven.

Het non-concurrentiebeding

Uit het door Opos overgelegde bericht van LinkedIn van 19 december 2025 blijkt dat [gedaagde sub 2] zich bij [betrokkene 11] zou aansluiten als strategisch adviseur van het bestuur. Die functie is vooralsnog oordelend in strijd met het tussen partijen in artikel 8 van de Koopovereenkomst overeengekomen non-concurrentiebeding. [gedaagde sub 2] heeft evenwel betwist dat hij daar daadwerkelijk aan het werk is gegaan. Hij veronderstelde dat hij deze werkzaamheden wel zou mogen doen gelet op de VSO die partijen getekend hebben en waarin andere afspraken zijn gemaakt. Zoals hiervoor is overwogen zijn uit de VSO geen verbintenissen ontstaan nu die overeenkomst door het niet in vervulling gaan van de opschortende voorwaarde niet perfect is geworden.

Nadat [gedaagde sub 2] door Opos is gewaarschuwd dat de voorgenomen werkzaamheden bij [betrokkene 11] in strijd zijn met het non-concurrentiebeding en hij daaraan gehouden wordt, heeft hij ervan afgezien deze functie te vervullen. Tatliciocglu heeft dat onderbouwd met een e-mail van 9 januari 2026 afkomstig van [betrokkene 11] waarin wordt bevestigd dat de samenwerking met [gedaagde sub 2] niet zal aanvangen tot in ieder geval 1 februari 2026, althans dat de daadwerkelijke startdatum afhankelijk is van de uitspraak van de rechter in kort geding. Derhalve is vooralsnog oordelend niet aannemelijk geworden dat [gedaagde sub 2] het non-concurrentiebeding daadwerkelijk heeft overtreden en een boete verschuldigd is geworden. De vordering strekkende tot veroordeling van [gedaagde sub 2] tot betaling van (een voorschot op) verbeurde boetes wordt daarom afgewezen.

Omdat het [gedaagde sub 2] op grond van het in artikel 8 van de Koopovereenkomst neergelegde non-concurrentiebeding verboden is de voorgenomen werkzaamheden bij [betrokkene 11] te verrichten en [gedaagde sub 2] niet onvoorwaardelijk afstand neemt van zijn voornemen daar werkzaamheden voor te gaan verrichten wordt hem, zoals is gevorderd, geboden zijn werkzaamheden bij [betrokkene 11] gestaakt te houden. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat inde Koopovereenkomst reeds een boete is opgenomen.

De geheimhoudingsplicht

De vordering van Opos om [gedaagden] te verbieden het in de Koopovereenkomst opgenomen geheimhoudingsbeding te overtreden, op straffe van verbeurte van een dwangsom wordt afgewezen bij gebrek aan enig gesteld of gebleken belang. In de Koopovereenkomst is een geheimhoudingsbeding opgenomen. Daaraan zijn [gedaagden] gebonden. Dat van overtreding daarvan sprake is, is vooralsnog oordelend in kort geding niet aannemelijk geworden nu niet duidelijk is van wie de informatie in het Dagblad van het Noorden afkomstig is.

Proceskosten

Omdat partijen beiden deels in het (on)gelijk zijn gesteld, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de kosten te compenseren, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt [gedaagde sub 1] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Opos te betalen een bedrag van € 597.351,92,

veroordeelt [gedaagde sub 1] tot nakoming van de op haar rustende verplichting tot het geven van inzicht in de nakoming van haar verplichting tot het in stand houden van een bedrag van € 1.000.000,00 aan vermogen in de vorm van cash of cashequivalent die zij te allen tijde binnen een periode van één maand kan omzetten in vrij beschikbare geldmiddelen, zulks binnen één week na betekening van dit vonnis,

veroordeelt [gedaagde sub 1] tot nakoming van haar verplichting, voor zover daaraan niet wordt voldaan, tot het in stand houden van een bedrag van € 1.000.000,00 aan vermogen in de vorm van cash of cashequivalent die zij te allen tijde binnen een periode van één maand kan omzetten in vrij beschikbare geldmiddelen en daarvan bewijs te leveren aan Opos, zulks binnen twee weken na betekening van dit vonnis,

gebiedt [gedaagde sub 2] om zijn (voorgenomen) werkzaamheden bij [betrokkene 11] gestaakt te houden,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?