ECLI:NL:RBGEL:2026:1770

ECLI:NL:RBGEL:2026:1770

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 26-02-2026
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer 05/388319-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt verdachte voor het aanranden van een vrouw en het ongewenst versturen van een dickpic naar haar. De rechtbank legt een voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van drie jaar. Ook legt de rechtbank een taakstraf op voor de duur van 160 uren. Verdachte moet €1.562,00 schade aan de benadeelde partij vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats: Arnhem

Parketnummer: 05/388319-24

Datum uitspraak : 26 februari 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1978 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] .

Raadsvrouw: mr. J.L. Vermeer, advocaat in Rhenen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1

hij op of omstreeks 18 juni 2023 te Lienden, gemeente Buren, in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te

weten

het op/over de kleding wrijven over en/of vastpakken van haar borst(en), althans het betasten van haar borst(en) en/of

het meermalen kussen/zoenen van haar lippen/mond en/of wang(en) en/of voorhoofd en of nek

en/of

het likken over haar lippen/mond, althans met zijn tong aanraken van haar lippen/mond en/of

het op/over de kleding grijpen in en/of vastpakken van haar kruis, althans betasten van haar kruis en/of

het op/over de kleding leggen van haar hand op zijn, verdachtes, geslachtsdeel, althans in zijn

kruis,

waarbij dat geweld en/of die één of meer andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld

en/of met één of meer andere feitelijkheden er in heeft/hebben bestaan dat verdachte die [slachtoffer] , die in de nachtelijke uren met een vriendin onderweg was naar huis, heeft gebeld en/of

haar heeft gezegd dat hij met haar wilde neuken en/of onderweg was naar haar en/of die [slachtoffer] met zijn fiets heeft afgesneden, althans haar de doorgang heeft belet en/of haar bij de arm(en) heeft vastgepakt en/of haar naar zich toe heeft getrokken en/of een arm om haar middel heeft geslagen en/of haar de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil je neuken lekker wijf", althans woorden van gelijke strekking en/of aard en/of

- toen die [slachtoffer] een stap achteruit zette -

opnieuw een arm om haar middel heeft geslagen en/of haar naar zich toe heeft getrokken en/of

haar de woorden heeft toegevoerd: "Ik wil je zoenen", althans woorden van gelijke strekking en/of aard en/of

- toen die [slachtoffer] nogmaals een stap achteruit zette -

haar bij de pols heeft vastgepakt en/of (vervolgens) zijn arm om haar nek heeft geslagen en/of haar hoofd tegen zijn borst heeft getrokken/gedrukt en/of haar de woorden heeft toegevoegd: "Je moet het zelf weten, je kunt een goede beurt krijgen, want die heb je nodig", althans woorden van gelijke strekking en/of aard en/of die [slachtoffer] meermalen heeft belet haar weg te kunnen vervolgen en/of aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of

een situatie heeft gecreëerd, waaraan die [slachtoffer] zich niet kon en/of durfde te onttrekken;

feit 2

hij op of omstreeks 18 juni 2023, te Lienden, gemeente Buren, in elk geval in Nederland,

terwijl hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat een afbeelding en/of

voorwerp, te weten een afbeelding van een ontblote (stijve) penis, aanstotelijk voor de eerbaarheid was, die afbeelding en/of dat voorwerp aan iemand, te weten [slachtoffer] , anders dan op diens verzoek, heeft toegezonden.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft aan aangeefster [slachtoffer] (hierna: aangeefster) rijles gegeven. Op 17 juni 2023 was er een tentfeest in Lienden waar zowel verdachte als aangeefster naar toe zijn gegaan.

In de nacht van 18 juni 2023 heeft er tussen verdachte en aangeefster een gesprek op Snapchat plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek heeft verdachte een foto van zijn stijve geslachtsdeel aan aangeefster toegezonden. In dit gesprek zijn verder de volgende berichten uitgewisseld:

[verdachte] stuurde:

[slachtoffer] stuurde:

- “ “Maar als ik alleen was geweest had je mij sws wel gepakt, of niet?”.

Waarop [verdachte] weer terugstuurt:

- “ “Zeker, wil je hem zien?”.

[slachtoffer] reageert:

- “ “ [verdachte] , dat kan niet hoor…”.

Waarop [verdachte] stuurt:

- “ “Nee is ook. Een antwoord”.

[slachtoffer] stuurt:

- “ “Maar je wilt wel sturen? Of niet

Waarop [verdachte] stuurt:

- “ “Als je wil?”.

[slachtoffer] stuurt:

- “ “En dan?”

Waarop [verdachte] stuurt:

- “ “Ja of nee?”.

Verdachte stuurt vervolgens de afbeelding waarop zijn ontblote stijve geslachtsdeel te zien is.

Vervolgens stuur [verdachte] :

[slachtoffer] stuurde:

- “ “ [verdachte] dit kan niet… je hebt echt te veel op…”.

[verdachte] stuurt:

[slachtoffer] stuurt:

[verdachte] stuurt:

[slachtoffer] stuurt:

- “ “Nee”.

[verdachte] stuurt:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feiten 1 en 2 zoals ten laste gelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van zowel feit 1 als feit 2.

Verdachte kan zich van de hem verweten gedragingen van feit 1 niets herinneren en betwist dat deze hebben plaatsgevonden. De raadsvrouw voert aan dat dat de verklaringen van aangeefster niet betrouwbaar zijn omdat essentiële informatie is weggelaten en de verklaringen aantoonbaar op een aantal punten niet kloppen. Daarbij is er geen steunbewijs dat de verklaringen van aangeefster kan steunen. De enige andere getuigenverklaring is van de beste vriendin van aangeefster waarmee zij uitgebreid contact heeft gehad na de vermeende aanranding. De verklaring van [getuige 1] is geen steunbewijs omdat aangeefster [getuige 1] pas de volgende dag heeft gesproken. Het DNA van verdachte op het topje van aangeefster kan er ook zijn gekomen door een toevallige aanraking op het tentfeest. Ook valt het, gelet op de sfeer die er hangt in de Snapchatgesprekken, niet uit te sluiten dat er sprake is geweest van fysiek contact dat door beide partijen werd gewenst. Er ontbreekt wettig en overtuigend bewijs dat aangeefster eventuele handelingen door ‘andere feitelijkheden en/of geweld’ heeft moeten dulden. Er is geen DNA-bewijs dat de handelingen ondersteunt.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsvrouw aangevoerd dat geen sprake is van het onverhoeds of ongewild een afbeelding toezenden. Aangeefster heeft immers zelf het bericht gestuurd: ‘Je wilt wel sturen hè?’. Ook verdwijnen Snapchatberichten en valt het niet uit te sluiten dat aangeefster om de afbeelding heeft gevraagd. Daarbij heeft aangeefster zelf ook een afbeelding naar verdachte gestuurd en valt niet uit te sluiten dat dit een pikante of uitlokkende foto is geweest.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Aangeefster heeft op 18 juni 2023 in een telefonische melding aan de politie verklaard dat verdachte haar na het tentfeest in Lienden heeft tegengehouden op de fiets, haar stevig heeft vastgepakt waarna zij meerdere malen heeft gezegd dat hij haar moest loslaten. Verdachte heeft aangeefster op haar mond gekust en in haar gezicht tegen haar wil in. Hij heeft ook aan haar borsten gezeten en met zijn handen bij haar vagina. [getuige 2] (hierna: [getuige 2] ) was daarvan getuige.

In haar aangifte van 22 juni 2023 heeft aangeefster verklaard dat verdachte haar in de nacht heeft gebeld toen zij naar het tentfeest met [getuige 2] naar huis liep. Verdachte heeft tegen haar gezegd dat hij naar haar toe kwam en dat hij haar wilde neuken. Verdachte kwam naar aangeefster toe en pakte haar vast. Hij sloeg zijn arm om haar middel en heeft tegen haar gezegd: ‘Ik wil je neuken lekker wijf’. Hij raakte haar borsten aan en wreef daarover heen en weer. Aangeefster deed een stap achteruit. Verdachte pakte haar weer vast om haar middel. Hij probeerde haar in haar gezicht te kussen en zei dat hij haar wilde zoenen. Vervolgens kuste verdachte haar een paar keer in haar gezicht, haar lippen, wang, voorhoofd en nek. Aangeefster kon niet achteruit stappen. Hij kuste haar nogmaals met zijn tong. Aangeefster heeft haar hoofd toen weggedraaid. Verdachte trok aangeefster weer naar hem toe. Aangeefster heeft tweemaal gezegd dat verdachte haar moest loslaten. Verdachte ging toen met zijn handen over haar borsten. Aangeefster duwde de hand van verdachte weg. Wederom trok verdachte aangeefster naar hem toe en greep naar haar kruis. Hij greep haar vagina en kneep er in. Aangeefster werd woedend en rukte zich los. Verdachte heeft vervolgens tegen haar gezegd: ‘Je moet het zelf weten. Je kunt een goede beurt krijgen want die heb je nodig.’ Aanvullend heeft aangeefster verklaard dat verdachte haar pols vastpakte en gedwongen werd om met haar hand over zijn geslachtsdeel te wrijven. Bij de rechter-commissaris heeft aangeefster verklaard dat het zo gegaan is zoals zij heeft verklaard.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat zij op 18 juni 2023 na het feest in Lienden met aangeefster naar huis liep toen zij zag dat verdachte er aan kwam fietsen. Verdachte stopte bij aangeefster, ging aan haar zitten en hield haar vast. [getuige 2] zag dat aangeefster verstijfde en hoorde verdachte zeggen dat hij aangeefster in het gras wilde duwen om seks te hebben. Aangeefster bleef roepen dat zij het niet wilde. [getuige 2] heeft gezien dat verdachte aangeefster op plekken zoals de borsten en vagina heeft aangeraakt. [getuige 2] heeft toegelicht dat verdachte met zijn hand over aangeefster haar hele lichaam is gegaan. Aangeefster trok zich uiteindelijk los van verdachte. [getuige 2] heeft gezien dat aangeefster verstijfd stond, maar ook boos, verdrietig en in shock was. Tot slot verklaarde [getuige 2] dat zij wel wilde ingrijpen, maar dit niet durfde en daar spijt van heeft.

Getuige [getuige 1] (hierna: [getuige 1] ) heeft verklaard dat zij op 18 juni 2023 toen zij wakker werd zag dat aangeefster haar die nacht om 03.56 uur heeft geappt met het verzoek aangeefster met spoed te bellen. [getuige 1] was en is de (mentale-/trauma-) coach van aangeefster. Aangeefster heeft op 18 juni 2023 rond 11.00 uur aan [getuige 1] verteld dat verdachte toen zij na het tentfeest met [getuige 2] naar huis ging hen heeft opgezocht. Toen hij bij hen was sprak hij seksistische taal en heeft hij aangeefster bij de borsten en haar kruis gepakt. Ook heeft aangeefster aan haar verteld dat ze heeft gezegd dat verdachte haar moest loslaten. Zij had moeite om los te komen uit de greep van verdachte. [getuige 1] heeft verklaard dat aangeefster een beetje down, stil en rustig overkwam. Aangeefster was vooral bang dat zij verdachte tegen zou komen omdat zij in hetzelfde dorp wonen.

Uit screenshots van een WhatsApp-gesprek tussen aangeefster en verdachte blijkt dat op 28 juli 2023 door aangeefster wordt bericht dat het ‘2 de deel is overgemaakt’ en op 21 augustus 2023 bericht dat het ‘Laatste deel is overgemaakt!.

Betrouwbaarheid verklaringen aangeefster

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaringen die aangeefster heeft afgelegd onbetrouwbaar zijn en om die reden niet mogen worden gebruikt voor het bewijs.

Aangeefster heeft op 18 juni 2023 en 22 juni 2023 verklaard over de gebeurtenissen van de nacht van 18 juni 2023. Hierin verklaart aangeefster iedere keer zeer consistent en gedetailleerd over de gedragingen van verdachte en haar eigen gedragingen. Dit maakt naar het oordeel van de rechtbank dat haar verklaringen betrouwbaar zijn en bruikbaar voor het bewijs. Dat aangeefster op 23 juni 2023 een e-mail bericht stuurt aan de politie waarin zij aangeeft in haar verklaring een gedraging van verdachte te zijn vergeten, maakt niet dat die verklaring of voorgaande verklaringen onbetrouwbaar zijn.

De rechtbank is van oordeel dat er verder ook geen reden is om te twijfelen aan de verklaringen van aangeefster.

Steunbewijs

De verklaringen van aangeefster vinden steun in de andere bewijsmiddelen.

Onder meer worden zij bevestigd door de bij ‘de feiten’ aangehaalde berichten van verdachte via Snapchat. Hij stuurt immers bijvoorbeeld een bericht dat inhoudt dat hij echt zin had om aangeefster te neuken, maar dat zij niet wilde. Aangeefster vraagt hier op door of verdachte haar had gepakt als zij alleen was geweest. Verdachte antwoordt hierop: Zeker. Later stuurt verdachte ook nog dat hij haar echt had (zou hebben, zo begrijpt de rechtbank) geneukt, maar dat zij (aangeefster) bang was.

Daarnaast worden de verklaringen van aangeefster bevestigd door de verklaringen van getuige [getuige 2] die de aanranding door verdachte met eigen ogen heeft gezien. De verklaring van [getuige 2] komt op essentiële delen overeen met de verklaringen van aangeefster, waarbij [getuige 2] er niet voor schuwt om over haar eigen gedragingen van die avond te verklaren, zoals het feit dat zij spijt heeft dat zij niet heeft ingegrepen omdat ze dat niet durfde. De enkele omstandigheden dat aangeefster en [getuige 2] bevriend zijn en dat het in tijd mogelijk was dat er tussen aangeefster en getuige overleg is geweest, doet aan de bewijskracht van de verklaring niets af.

Ook de verklaring van getuige [getuige 1] ondersteunt de verklaringen van aangeefster. Aangeefster heeft in de nacht, direct na de gebeurtenissen, rond vier uur in de ochtend [getuige 1] een bericht gestuurd met het verzoek om haar zo spoedig mogelijk te bellen. Het ongebruikelijke tijdstip, midden in de nacht, van het bericht aan de coach van aangeefster met het verzoek aangeefster met spoed te bellen bevestigt de verklaring van aangeefster in die zin dat daaruit volgt dat er toen een gebeurtenis heeft plaatsgevonden die voor haar zo ingrijpend was dat ze onmiddellijk contact zocht met haar mentale coach. Uiteindelijk hebben zij elkaar slechts enkele uren later, rond 11 uur in de ochtend, gesproken. Hetgeen aangeefster aan [getuige 1] heeft verteld komt eveneens op essentiële onderdelen overeen met haar verklaringen.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij er in geluisd wordt door aangeefster of dat het aangeefster erom zou gaan om geld van verdachte te krijgen. De rechtbank is van oordeel dat dit op geen enkele manier door verdachte wordt onderbouwd en evenmin steun vindt in de bewijsmiddelen. Uit de door verdachte aangeleverde screenshots van een WhatsApp-gesprek tussen hem en aangeefster blijkt immers dat aangeefster het aan verdachte verschuldigde bedrag voor de rijlessen ná het ten laste gelegde heeft betaald.

Derhalve acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de aanranding van aangeefster zoals ten laste gelegd onder feit 1.

Feit 2

Gelet op de hierboven vastgestelde feiten staat het vast dat verdachte aan aangeefster een afbeelding via Snapchat heeft verstuurd waarop zijn ontblote stijve geslachtsdeel – in dagelijks taalgebruik een dickpic genoemd - te zien is.

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er geen sprake is van strafbaar handelen omdat de afbeelding niet onverhoeds en ongewild is verstuurd, nu aangeefster in een chatgesprek om deze afbeelding zou hebben gevraagd.

Dit verweer wordt door de rechtbank verworpen. In beginsel is het ongevraagd versturen van een dickpic aanstootgevend. Verdachte was de rij-instructeur van aangeefster. Verdachte was destijds 46 jaar oud en aangeefster 21 jaar oud. Onder deze omstandigheden kon verdachte er niet van uitgaan dat het versturen van een dickpic niet aanstootgevend zou zijn. Daarnaast heeft aangeefster niet om deze afbeelding gevraagd. Uit de chatberichten blijkt dat verdachte aan aangeefster vroeg of zij ‘hem’ wil zien, waarbij de rechtbank ervan uitgaat dat verdachte doelde op het ontblote geslachtsdeel van verdachte. Aangeefster antwoordde daarop: ‘ [verdachte] , dat kan niet hoor’. Daarbij heeft, voorafgaand aan deze berichtenwisseling zoals bewezen onder feit 1, de aanranding van aangeefster door verdachte plaatsgevonden. Dat aangeefster in de chat heeft bericht: ‘Maar je wilt wel sturen? Of niet’ doet daar niets aan af. Daaruit blijkt – ook gezien in de context van de rest van het gesprek - geenszins dat aangeefster wilde of er mee instemde dat haar een dergelijke foto zou worden verstuurd. Uiteindelijk heeft verdachte de volgende dag zijn excuses aangeboden voor deze berichten, waaruit naar het oordeel van de rechtbank blijkt dat verdachte zelf aanvoelde en wist dat deze berichten en het sturen van deze afbeelding ongewenst waren en niet door de beugel konden.

De rechtbank acht het feit onder 2 wettig en overtuigend bewezen.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

feit 1

hij op of omstreeks 18 juni 2023 te Lienden, gemeente Buren, in elk geval in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meerdere ontuchtige handelingen, te weten

het op/over de kleding wrijven over en/of vastpakken van haar borst(en), althans het betasten van haar borst(en) en/of

het meermalen kussen/zoenen van haar lippen/mond en/of wang(en) en/of voorhoofd en of nek

en/of

het likken over haar lippen/mond, althans met zijn tong aanraken van haar lippen/mond en/of

het op/over de kleding grijpen in en/of vastpakken van haar kruis, althans betasten van haar kruis en/of

het op/over de kleding leggen van haar hand op zijn, verdachtes, geslachtsdeel, althans in zijn

kruis,

waarbij dat geweld en/of die één of meerdere andere feitelijkheden en/of die bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkheden er in heeft/hebben bestaan dat verdachte die [slachtoffer] , die in de nachtelijke uren met een vriendin onderweg was naar huis, heeft gebeld en/of

haar heeft gezegd dat hij met haar wilde neuken en/of onderweg was naar haar en/of die [slachtoffer] met zijn fiets heeft afgesneden, althans haar de doorgang heeft belet en/of haar bij de arm(en) heeft vastgepakt en/of haar naar zich toe heeft getrokken en/of een arm om haar middel heeft geslagen en/of haar de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil je neuken lekker wijf", althans woorden van gelijke strekking en/of aard en/of

- toen die [slachtoffer] een stap achteruit zette -

opnieuw een arm om haar middel heeft geslagen en/of haar naar zich toe heeft getrokken en/of

haar de woorden heeft toegevoegd: "Ik wil je zoenen", althans woorden van gelijke strekking en/of aard en/of

- toen die [slachtoffer] nogmaals een stap achteruit zette -

haar bij de pols heeft vastgepakt en/of (vervolgens) zijn arm om haar nek heeft geslagen en/of haar hoofd tegen zijn borst heeft getrokken/gedrukt en/of haar de woorden heeft toegevoegd: "Je moet het zelf weten, je kunt een goede beurt krijgen, want die heb je nodig", althans woorden van gelijke strekking en/of aard en/of

die [slachtoffer] meermalen heeft belet haar weg te kunnen vervolgen en/of aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan en/of

een situatie heeft gecreëerd, waaraan die [slachtoffer] zich niet kon en/of durfde te onttrekken;

feit 2

hij op of omstreeks 18 juni 2023, te Lienden, gemeente Buren, in elk geval in Nederland,

terwijl hij, verdachte, wist of ernstige reden had om te vermoeden dat een afbeelding en/of

voorwerp, te weten een afbeelding van een ontblote (stijve) penis, aanstotelijk voor de eerbaarheid was, die afbeelding en/of dat voorwerp aan iemand, te weten [slachtoffer] , anders dan op diens verzoek, heeft toegezonden.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

feit 2:

wetende dat of ernstige reden hebbende om te vermoeden dat een afbeelding aanstotelijk is voor de eerbaarheid en die afbeelding aan iemand, anders dan op diens verzoek, toezenden.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast eist de officier van justitie een taakstraf voor de duur van 160 uur, bij niet verrichten te vervangen door een hechtenis voor de duur van 80 dagen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft erop gewezen dat verdachte een blanco strafblad heeft. Daarnaast is hij kostwinner van een gezin met twee kinderen. Een eventuele gevangenisstraf zal verdachte onevenredig hard raken. Hij verliest bij een veroordeling zijn VOG, waardoor hij zijn bedrijf niet kan voortzetten. De raadsvrouw vraagt bij een veroordeling een gematigde taakstraf op te leggen en een overweging ten aanzien van de VOG in het vonnis op te nemen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank houdt bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd rekening met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit heeft plaatsgevonden. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij rekening wordt gehouden met het strafblad van verdachte.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding. Hij heeft zich in een beschonken toestand in de nacht na een tentfeest aan een ruim 20 jaar jongere vrouw opgedrongen door haar te zoenen, waarbij hij over de borsten van de vrouw wreef en in haar kruis greep. Hij zorgde ervoor dat zij zich niet kon onttrekken aan deze gedragingen door haar steeds naar hem te trekken en haar hand te pakken om over zijn geslachtsdeel te wrijven. Na deze aanranding heeft hij haar meerdere seksuele getinte berichten gestuurd waarbij hij ook een dickpic stuurde. Dit zijn zeer ernstige en kwalijke feiten. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers lang kampen met de psychische gevolgen van zulk strafbaar handelen en dit grijpt diep in hun persoonlijke levenssfeer in. Dit blijkt ook uit de verklaring die het slachtoffer ter terechtzitting heeft afgelegd. Verdachte zet zichzelf echter neer als slachtoffer, waarbij hij aangeeft dat het slachtoffer hem aan het ‘teasen’ was en dat hij hard is geraakt door de verdenking. Verdachte neemt daarbij ook geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden. De rechtbank rekent dit hem zwaar aan.

Persoonlijke omstandigheden

Er is op 27 mei 2025 een reclasseringsadvies uitgebracht over verdachte door Reclassering Nederland. De reclassering concludeert dat verdachte naar behoren lijkt te functioneren op diverse leefgebieden. Hij woont samen met zijn vrouw en kinderen en heeft een eigen rijschool. Hij heeft geen financiële problemen. Er zijn geen aanwijzingen voor verslavingsproblematiek, al lijkt alcohol wel een rol te hebben gespeeld in de tenlastegelegde feiten. Verdachte heeft aangegeven veel stress te ervaren vanwege de onderhavige verdenkingen, mede omdat hij een VOG nodig heeft om zijn bedrijf te kunnen voortzetten. Hij heeft zich laten verwijzen naar een psycholoog om met deze spanning om te kunnen gaan. De reclassering kan de kans op recidive niet inschatten en adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden of reclasseringsbemoeienis.

De straf

De rechtbank acht in beginsel een hogere straf dan geëist op zijn plaats, gelet op de ernst van de feiten en op de houding en het beperkte zelfinzicht van verdachte. Wegens de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop ziet de rechtbank reden deze straf te matigen. De rechtbank zal derhalve de eis van de officier van justitie volgen. De rechtbank legt een voorwaardelijke gevangenisstraf op voor de duur van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op voor de duur van 160 uur, bij niet of niet naar behoren verrichten te vervangen door een hechtenis van 80 dagen.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met feiten 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.280,93 aan materiële schade en € 4.375,00 aan immateriële schadevergoeding, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met uitzondering van de post ‘gederfde inkomsten’ ad € 968,93. Gelet op de overgelegde loonstroken is het niet duidelijk wat de gederfde inkomsten precies zijn. Deze post dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het toegewezen deel van de vordering dient te worden verhoogd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2023 en de officier van justitie vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen gelet op de bepleite vrijspraak.

Subsidiair verzoekt de verdediging de schadepost ‘gederfde inkomsten’ af te wijzen omdat er geen sprake is geweest van gederfde inkomsten. Uit de cumulatieven van juni en augustus volgt dat er wel degelijk een uitbetaling is gedaan. De schadepost ‘kleding’ is niet voldoende met stukken onderbouwd waardoor deze schadepost niet-ontvankelijk te worden verklaard. Verder is de schadepost ‘kosten behandeling’ eveneens niet voldoende onderbouwd. Er zijn geen bankschriften overgelegd. Daarbij is er geen sprake van rechtstreekse schade nu de begeleiding twee jaar na de vermeende pleegdatum is opgestart. Deze schadepost dient te worden afgewezen dan wel niet-ontvankelijk worden verklaard. Tot slot dient de vordering voor wat betreft de immateriële schadevergoeding te worden gematigd. In een vergelijkbare zaak (ECLI:NL:RBROT:2024:4175) was er sprake van meerdere incidenten en likken aan de borst. Daar is een schadevergoeding van € 1.500,00 toegewezen.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank overweegt over de volgende schadeposten het volgende:

Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering van materiële schade voor wat betreft de kleding en de kosten voor de behandeling tot een hoogte van € 312,00 kan worden toegewezen. Voor het overige is die vordering niet-ontvankelijk. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Immateriële schadevergoeding

In artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is omschreven in welke gevallen recht kan ontstaan op vergoeding van immateriële schade. Dat is onder meer het geval indien het slachtoffer lichamelijk letsel heeft opgelopen, in de eer of goede naam is geschaad, of op andere wijze in de persoon is aangetast. Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht. De aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde kunnen ook met zich meebrengen dat van de in artikel 6:106 onder b, van het BW bedoelde aantasting in de persoon op andere wijze sprake is. Degene die zich hierop beroept zal dit in beginsel concreet moeten onderbouwen. Het kan in het voorkomend geval zo voor de hand liggen dat de aard en ernst van de normschending relevante nadelige gevolgen voor de benadeelde meebrengen, dat een aantasting in de persoon daardoor kan worden aangenomen.

Gelet op de aard en ernst van de aanranding en daarmee gepaarde onverhoedse betasten en grijpen van het kruis, is sprake van een zodanig ernstige normschending dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Verdachte heeft met zijn handelen een diepe inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van de benadeelde, waarbij zij haar gevoel van veiligheid is verloren. Zij woont dicht bij verdachte en ondervindt hierdoor continue stress om hem tegen te komen. Zij is voor deze zaak in behandeling gegaan bij een coach om het trauma dat hieruit voortgekomen is te verwerken. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de stelt de omvang van de immateriële schade vast met inachtneming van de Rotterdamse Schaal. In deel C ‘Smartengeld anders dan vanwege (aangetoond) letsel’ onder hoofdstuk 15.3 ‘Aanranding (art. 246 Sr oud)’ is vastgesteld dat gebruikelijk is een schadebedrag van (c) Tamelijk ernstig: tot € 1.000,00 en (b) Ernstig: € 1.000,00 tot € 5.000,00. Naar maatstaven van billijkheid neemt de rechtbank als uitgangspunt een bedrag van € 1.000,00, maar zal deze vanwege de mate van verwijtbaarheid van verdachte verhogen met 25%. De rechtbank stelt de immateriële schade vast op een bedrag van € 1.250,00.

De rechtbank begrijpt de vordering zo dat een hogere bedrag wordt gevorderd, mede vanwege de grote(re) weerslag op “het sociaal leven en werk/opleiding, etc” van benadeelde;

de onduidelijkheid van de kans dat behandeling succesvol is en de prognoses, waaronder toekomstige kwetsbaarheid. Deze aspecten zijn zonder nadere onderbouwing en verdere standpunten uitwisseling, wat een onevenredige belasting van het strafproces met zich zou brengen niet te beoordelen, zodat de vordering voor het meerdere niet-ontvankelijk wordt verklaard. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Verdachte is vanaf 18 juni 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 240 (oud) en 246 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;

 bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 legt op een taakstraf van 160 (honderdzestig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 80 (tachtig) dagen;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade en immateriële schade;

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. T.P.E.E. van Groeningen
  • mr. E.S.M. van Bergen

Griffier

  • mr. E.M. Breed

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?