ECLI:NL:RBGEL:2026:1771

ECLI:NL:RBGEL:2026:1771

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 06-03-2026
Datum publicatie 09-03-2026
Zaaknummer 08/103643-25, 05/151475-25, 05/192208-25, 08/159575-25, 08/166209-25 en 05/246793-25 (gev. t.t.z.)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Veroordeling wegens aantal uiteenlopende delicten. Verweer inzake niet-ontvankelijkheid OM na vermeende sepotbeslissing verworpen. Verschil tussen informeel sepot (art. 167 Sv) en formeel sepot (art. 242 lid 2 Sv). Het eerste wordt niet betekend, het tweede wel (art. 243 Sv). Hier was sprake van informeel sepot onder voorwaarden, zodat betekening niet noodzakelijk was, Verdachte was ook niet op de hoogte hiervan, dus evenmin sprake van opgewekt vertrouwen. Het stond het OM vrij alsnog te vervolgen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummers: 08/103643-25, 05/151475-25, 05/192208-25, 08/159575-25, 08/166209-25 en 05/246793-25 (gev. t.t.z.)

Datum uitspraak : 6 maart 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats],

raadsvrouw: mr. J.E.W. Jansen, advocaat in Zutphen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 februari 2026.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 08/103643-25:

zij op of omstreeks 4 april 2025 te Zwolle, althans in Nederland,

een flesje water, een bounty en autodrop, in elk geval enig goed, dat/die geheel of

ten dele aan tankstation De Haan, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

ten aanzien van parketnummer 05/151475-25:

1.

zij op of omstreeks 18 mei 2025 te Ermelo, althans in Nederland,

[slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht

en/of met zware mishandeling, door

- met een scherf in haar hand in de richting van die [slachtoffer 1] te lopen,

- met een scherf in haar hand voor die [slachtoffer 1] te gaan staan,

- met een scherf in haar hand dreigende bewegingen te maken, en/of

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen “ik steek je neer”,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

zij op of omstreeks 18 mei 2025 te Ermelo, althans in Nederland,

opzettelijk en wederrechtelijk serviesgoed en/of theeglazen, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan GGZ Centraal (locatie [locatie]), in elk geval aan

een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of

weggemaakt;

ten aanzien van parketnummer 05/192208-25:

1.

zij op of omstreeks 21 mei 2025 te Harderwijk, althans in Nederland

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

geld en/of een portemonnee en/of andere goederen van haar gading,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een

ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk

toe te eigenen,

welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2],

gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

- de portemonnee van die [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) aan de portemonnee van die [slachtoffer 2]

heeft getrokken/gerukt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

zij op of omstreeks 4 juni 2025 te Zwolle, althans in Nederland,

[slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal (met

kracht) in/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen;

ten aanzien van parketnummer 08/159575-25:

zij op of omstreeks 23 mei 2025 te Zwolle

4 repen milka en/of een cortnetto ijsje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten

dele aan Spar City Zwolle, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

ten aanzien van parketnummer 08/166209-25:

zij, op of omstreeks 30 mei 2025 te Zwolle

[slachtoffer 4] heeft mishandeld, door

- die [slachtoffer 4] een of meerdere malen in de arm te knijpen en/of

- die [slachtoffer 4] een of meerdere malen in het gezicht, althans op het hoofd, te slaan;

ten aanzien van parketnummer 05/246793-25:

zij op of omstreeks 16 september 2025 te Ermelo, althans in Nederland,

[slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht

en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 5], meermalen althans eenmaal,

dreigend de woorden toe te voegen “Ik pak een mes en steek je neer” en/of “Ik steek je neer”,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking terwijl verdachte een mes,

althans een daarop gelijkend voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 5] heeft

getoond en/of schietbewegingen met haar hand heeft gemaakt in de richting van

die [slachtoffer 5].

2. De ontvankelijkheid van de officier van justitie (parketnummer 08/103643-25)

3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank stelt vast dat de officier van justitie in een brief van 4 april 2025 heeft vermeld dat is besloten de zaak met dit parketnummer voorwaardelijk te seponeren. In deze brief staat dat verdachte niet zal worden vervolgd onder de voorwaarde dat zij zich gedurende een proeftijd van 1 jaar niet aan enig strafbaar feit schuldig zal maken. Bij de stukken zit geen akte van uitreiking.

Ter zitting heeft de raadsvrouw, met verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank van 2 september 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:6084), verzocht het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de strafvervolging, nu de sepotbeslissing niet is betekend aan verdachte. Zij wist er niet van en wist dus ook niet van de lopende proeftijd.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie ontvankelijk is. Daartoe is aangevoerd dat, nu er geen sepot is uitgereikt, het de officier van justitie vrijstaat (alsnog) een dagvaarding uit te vaardigen.

De rechtbank heeft ter zitting het verzoek van de raadsvrouw reeds afgewezen en overweegt daartoe nog als volgt. Het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) maakt een onderscheid tussen een formeel sepot en een informeel sepot. Dat onderscheid is onder meer van belang voor de vraag of de kennisgeving aan verdachte moet worden betekend. Indien in het stadium van het opsporingsonderzoek is beslist tot een (voorwaardelijk) sepot door politie of justitie op grond van het bepaalde in artikel 167 Sv, stelt de wet geen eisen aan de vorm waarin dit gebeurt of de wijze waarop verdachte in kennis moet worden gesteld. In de praktijk pleegt dit bij gewone brief te gebeuren. Het formeel sepot daarentegen is de beslissing om van verdere vervolging af te zien op de voet van artikel 242 lid 2 Sv, in de situatie dat een rechter reeds bij de zaak is betrokken. Die beslissing moet de officier van justitie schriftelijk mededelen in de vorm van een kennisgeving van niet verdere vervolging, artikel 243 lid 1 jo. lid 3 Sv. Deze beslissing moet ook aan verdachte worden betekend.

De rechtbank stelt vast dat het hier om een voorwaardelijk informeel sepot gaat. Betekening daarvan is op grond van het bepaalde in art. 167 Sv niet nodig, en in de praktijk, zeker waar het gaat om politiesepots, ook niet haalbaar. Het stond de officier van justitie vrij om na dit voorwaardelijk sepot over te gaan tot dagvaarden. Nu deze beslissing verdachte niet bekend was, is er ook geen sprake van opgewekt vertrouwen. De rechtbank beslist dus anders dan in het vonnis van deze rechtbank van 2 september 2024 en verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk in de strafvervolging.

ten aanzien van parketnummer 08/103643-25

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens Tankstation Haan te Zwolle, p. 11;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 februari 2026.

ten aanzien van parketnummer 05/151475-25

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten 1 en 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen feit 1:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], p. 5-6;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 28 en 30.

Bewijsmiddelen feit 2:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], p. 5-6;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 28;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 februari 2026.

ten aanzien van parketnummer 05/192208-25

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten 1 en 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen feit 1:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], p. 28-29;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 februari 2026.

Bewijsmiddelen feit 2:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], p. 59-60;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 februari 2026.

ten aanzien van parketnummer 08/159575-25

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens Spar City Zwolle, p. 11-12-;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 30-31.

ten aanzien van parketnummer 08/166209-25

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft partiële vrijspraak bepleit van het gedeelte van de tenlastelegging dat ziet op het meermalen slaan.

Beoordeling door de rechtbank

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4], p. 10;

- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige], p. 17;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 22-23.

ten aanzien van parketnummer 05/246793-25

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5], p. 8-9;

- het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 40-41.

4. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder parketnummers 08/103643-25, 05/151475-25 feiten 1 en 2, 05/192208-25 feiten 1 en 2, 08/159575-25, 08/166209-25 en 05/246793-25 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

ten aanzien van parketnummer 08/103643-25:

zij op of omstreeks 4 april 2025 te Zwolle, althans in Nederland, een flesje water, een bounty en autodrop, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan tankstation De Haan, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

ten aanzien van parketnummer 05/151475-25:

1.

zij op of omstreeks 18 mei 2025 te Ermelo, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door

- met een scherf in haar hand in de richting van die [slachtoffer 1] te lopen,

- met een scherf in haar hand voor die [slachtoffer 1] te gaan staan,

- met een scherf in haar hand dreigende bewegingen te maken, en/of

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen “ik steek je neer”,

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

zij op of omstreeks 18 mei 2025 te Ermelo, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk serviesgoed en/of theeglazen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan GGZ Centraal (locatie [locatie]), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

ten aanzien van parketnummer 05/192208-25:

1.

zij op of omstreeks 21 mei 2025 te Harderwijk, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om geld en/of een portemonnee en/of andere goederen van haar gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

welke poging tot diefstal werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren

- de portemonnee van die [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) aan de portemonnee van die [slachtoffer 2] heeft getrokken/gerukt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

zij op of omstreeks 4 juni 2025 te Zwolle, althans in Nederland, [slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] meermalen, althans eenmaal (met kracht) in/tegen het gezicht te slaan en/of te stompen;

ten aanzien van parketnummer 08/159575-25:

zij op of omstreeks 23 mei 2025 te Zwolle 4 repen milka en/of een cortnetto ijsje, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Spar City Zwolle, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

ten aanzien van parketnummer 08/166209-25:

zij, op of omstreeks 30 mei 2025 te Zwolle [slachtoffer 4] heeft mishandeld, door

- die [slachtoffer 4] een of meerdere malen in de arm te knijpen en/of

- die [slachtoffer 4] een of meerdere malen in het gezicht, althans op het hoofd, te slaan;

ten aanzien van parketnummer 05/246793-25:

zij op of omstreeks 16 september 2025 te Ermelo, althans in Nederland, [slachtoffer 5] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 5], meermalen althans eenmaal, dreigend de woorden toe te voegen “Ik pak een mes en steek je neer” en/of “Ik steek je neer”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking terwijl verdachte een mes, althans een daarop gelijkend voorwerp, in de richting van die [slachtoffer 5] heeft getoond en/of schietbewegingen met haar hand heeft gemaakt in de richting van

die [slachtoffer 5].

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van parketnummer 08/103643-25:

diefstal;

ten aanzien van parketnummer 05/151475-25:

feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 2:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten delen aan een ander toebehoort, vernielen;

ten aanzien van parketnummer 05/192208-25:

feit 1:

poging tot diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken;

feit 2:

mishandeling;

ten aanzien van parketnummer 08/159575-25:

diefstal;

ten aanzien van parketnummer 08/166209-25:

mishandeling;

ten aanzien van parketnummer 05/246793-25:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

6. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

8. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 183 dagen met aftrek van het voorarrest. Daarbij gaat de officier van justitie uit van verminderde toerekenbaarheid.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om toepassing te geven aan art. 9a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), gelet op onder meer de (sterk) verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en de lange duur van het voorarrest. Subsidiair is verzocht een gevangenisstraf op te leggen die de hoogte van het voorarrest niet overstijgt.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan acht strafbare feiten.

Allereerst heeft zij zich schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal met geweld op straat. Dit deed zij door het voor haar onbekende slachtoffer die in een scootmobiel zat aan te spreken en om geld te vragen, om vervolgens – toen het slachtoffer geld voor verdachte wilde pakken – de portemonnee van het slachtoffer vast te pakken en daaraan meermaals te trekken. Feiten zoals deze maken een ernstige inbreuk op de rechtsorde en veroorzaken gevoelens van onrust, angst en onveiligheid in de samenleving en in het bijzonder bij de directe slachtoffers.

Ten tweede heeft zij zich schuldig gemaakt aan twee bedreigingen met de dood tegen hulpverleners. Daarbij is in één geval gebruik gemaakt van een scherf en in het andere geval van een mes. Verdachte uitte daarbij verbale doodsbedreigingen. Dit zijn ernstige feiten en deze situaties zijn voor de slachtoffers zeer beangstigend geweest.

Verdachte heeft zich verder schuldig gemaakt aan twee winkeldiefstallen. Door te handelen zoals bewezen is verklaard, heeft verdachte het eigendomsrecht van de winkeliers geschonden. Dergelijk handelen levert voor winkeliers veel overlast en ergernis op en hindert hen in de bedrijfsvoering. Ook de maatschappij ondervindt schade van winkeldiefstallen, doordat de kosten die gemoeid zijn met het nemen van veiligheidsmaatregelen tegen diefstallen, uiteindelijk door consumenten worden betaald.

Zij heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan vernieling. Door zo te handelen heeft verdachte schade veroorzaakt en gezorgd voor overlast bij de aangever.

Verdachte heeft zich tot slot tot twee keer toe schuldig gemaakt aan mishandeling van haar onbekende personen. Door zo te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de volkomen willekeurige slachtoffers. Het gaat hier telkens om plotseling geweld op klaarlichte dag op de openbare weg. Dergelijke feiten verstoren de openbare orde en dragen bij aan gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank gelet op haar strafblad van 22 januari 2026, waaruit blijkt dat zij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft met betrekking tot de persoon van verdachte kennisgenomen van de volgende rapporten en stukken die zijn uitgebracht over verdachte:

Berger heeft geconcludeerd dat verdachte een licht verstandelijk beperkte vrouw is die lijdt aan schizofrenie en een chronische posttraumatische stresstoornis. Hoewel niet gediagnosticeerd, worden bij betrokkene daarnaast zowel trekken van een antisociale persoonlijkheidsstoornis als van een borderline persoonlijkheidsstoornis gezien. De stoornissen waren aanwezig ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde en beïnvloedden de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte. Gelet daarop heeft Berger geadviseerd de ten laste gelegde feiten in verminderde mate toe te rekenen.

De rechtbank sluit zich aan bij bovengenoemde conclusies en neemt deze over. Dat betekent dat de rechtbank zal uitgaan van verminderde toerekeningsvatbaarheid.

Verdachte verblijft sinds 13 januari 2026 op basis van een inmiddels afgegeven zorgmachtiging bij de Van der Hoevenkliniek. Het betreft een gesloten klinische opname. Het psychiatrisch toestandsbeeld van verdachte is gedurende haar verblijf in de PI voldoende gestabiliseerd om een goede start te kunnen maken in haar huidige behandeling. Ze stelt zich gemotiveerd en meewerkend op.

Naar het oordeel van de rechtbank kan in het bijzonder gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en in verband met een juiste normhandhaving niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Tegelijkertijd heeft de rechtbank oog voor de omstandigheden waaronder de bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden. De rechtbank gaat ervan uit dat verdachte mede tot de delicten is gekomen door haar stoornissen. Hoewel deze context de bewezenverklaarde feiten niet rechtvaardigt of anderszins tot strafuitsluiting leidt, zal deze omstandigheid wel worden meegewogen bij het bepalen van de op te leggen straf.

Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een gevangenisstraf van 183 dagen, met aftrek van het voorarrest, zoals ook geëist door de officier van justitie, passend. Dat betekent dat verdachte niet weer terug hoeft naar de gevangenis en zich in plaats daarvan kan richten op haar behandeling.

Hierin ligt besloten dat het toepassen van het bepaalde in artikel 9a Sr, zoals bepleit door de raadsvrouw, naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten.

9. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft in verband met parketnummer 05/192208-25 feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 30,83 aan materiële schade en € 700,00 aan smartengeld, telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich ten aanzien van het materiële deel gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van het immateriële deel is verzocht tot matiging over te gaan en een bedrag van maximaal € 200,00 toe te wijzen.

Overweging van de rechtbank

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat de schadepost inkomstenderving niet inhoudelijk is betwist. De schadepost is verder voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de inkomstenderving (ten bedrage van € 30,83) kan worden toegewezen.

Smartengeld

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door de mishandeling heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel in de vorm van hersenschuddingachtige klachten opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 500,00 vaststellen.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Verdachte is vanaf 4 juni 2025 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 45, 57, 285, 300 310, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

11. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 183 dagen;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 3], een bedrag te betalen van € 530,83 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 5 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Breimer (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. W. Bruins, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 maart 2026.

mrs. Breimer en Van Schaik zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?