uitspraak van de voorzieningenrechter van
[verzoekster], uit [plaats], verzoekster(gemachtigde: mr. W.R. Jonk)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ermelo
(gemachtigden: mr. T.E.P.A. Lam en mr. D.J. Heemskerk).
Inleiding
1. Bij besluit van 6 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft het college besloten tot weigering van de aangevraagde revisievergunning en intrekking van de vigerende revisievergunningen van verzoekster. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om hangende beroep een voorlopige voorziening te treffen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Het verzoek om een voorlopige voorziening staat op zitting gepland op vrijdag 13 maart 2026 om 09:30 uur.
Het verzoek om een voorlopige voorziening is op 12 februari 2026 ingediend. Op 13 februari 2026 is een brief uitgegaan naar het college met het verzoek om per ommegaande de gedingstukken aan te leveren. Hierop is geen reactie gekomen. Daarnaast is telefonisch verzocht om de stukken zo spoedig mogelijk toe te zenden, maar ook dat heeft er niet toe geleid dat er gedingstukken zijn aangeleverd.
De rechtbank heeft de gemachtigde van het college daarom per mail verzocht om uiterlijk vandaag om 11:00 uur de gedingstukken aan te leveren. De rechtbank heeft ook naar aanleiding van deze concrete deadline de gedingstukken niet mogen ontvangen.
Een voorlopige voorziening is weliswaar een spoedprocedure, maar de voorzieningenrechter en verzoekster moeten wel voldoende tijd hebben om de zaak goed voor te bereiden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat daar op dit moment niet voldoende tijd meer voor is, zeker gelet op de aard en omvang van de zaak en de complexiteit daarvan. Daarbij is ook van belang dat het gaat om een besluit met zeer ingrijpende gevolgen voor verzoekster. Het college is op 13 februari 2026 al verzocht om de gedingstukken zo snel als mogelijk aan te leveren. Niet valt in te zien waarom het aanleveren zo lang op zich laat wachten en (zonder enige toelichting) in het geheel niets is toegezonden. Door toedoen van het college zijn de voorzieningenrechter en verzoekster dus niet in staat om de zaak voor aanstaande vrijdag (tijdig) voor te bereiden. De zitting wordt daarom aangehouden. Partijen zullen op termijn opnieuw uitgenodigd worden voor een zitting. Omdat het aan het college te wijten is dat de zitting geen doorgang kan vinden en verzoekster daarentegen wel een groot belang heeft bij een tijdige behandeling van haar verzoek, treft de voorzieningenrechter een ordemaatregel en schorst het bestreden besluit tot de (inhoudelijke) uitspraak op het verzoek.
Een beslissing over de proceskosten houdt de voorzieningenrechter aan voor de einduitspraak.
Conclusie en gevolgen
3. De zitting van aanstaande vrijdag wordt aangehouden en de voorzieningenrechter treft een ordemaatregel en schorst het bestreden besluit tot de (inhoudelijke) uitspraak op het verzoek.
4. Op de zitting, die nog ingepland zal worden, zal worden beoordeeld of de ordemaatregel moet worden gehandhaafd, opgeheven of gewijzigd.
5. Een beslissing over de proceskosten houdt de voorzieningenrechter aan voor de einduitspraak.
Beslissing
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en schorst bestreden besluit tot de (inhoudelijke) uitspraak op het verzoek.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.M. Verhoeven, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Goldebeld, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
De voorzieningenrechter en de griffier zijn verhinderd om deze uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: