ECLI:NL:RBGEL:2026:1871

ECLI:NL:RBGEL:2026:1871

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 12-03-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 05/275119-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 19-jarige man voor het veroorzaken van een verkeersongeluk met lichamelijk letsel tot gevolg. Hij krijgt een geldboete van 1.300 euro. Ook mag de man drie maanden geen motorvoertuig besturen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/275119-25

Datum uitspraak : 12 maart 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2006 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] .

Raadsman: mr. J. Zeegers, advocaat in Doetinchem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

26 februari 2026.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op 20 november 2024 te Doetinchem in de gemeente Doetinchem, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), gaande in de richting van de Vlijtstraat, daarmede rijdende over de weg de Nijverheidsweg, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/ofterwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en/ofterwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/ofterwijl verdachte de kruising Nijverheidsweg met de Gildenstraat naderde en/ofterwijl een ander verkeersdeelnemer, namelijk een bestuurder van een voertuig (personenauto)komende van de Gildenstraat, de Nijverheidsweg wilde oversteken om de Gildenstraat te vervolgen,heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer (tenminste) 90 kilometer per uur en/ofniet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde voertuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (bedrijfsauto) tot stilstand te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de kruising Nijverheidsweg met de Gildenstraat) kon overzien en waarover deze vrij was en/ofmet een (rest)snelheid van 85 kilometer per uur is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto) en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op 20 november 2024 te Doetinchem in de gemeente Doetinchem, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), gaande in de richting van de Vlijtstraat, daarmede rijdende over de weg de Nijverheidsweg, terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/of terwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en/ofterwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/ofterwijl verdachte de kruising Nijverheidsweg met de Gildenstraat naderde en/ofterwijl een ander verkeersdeelnemer, namelijk een bestuurder van een voertuig (personenauto) komende van de Gildenstraat, de Nijverheidsweg wilde oversteken om de Gildenstraat te vervolgen,heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer (tenminste) 85 kilometer per uur en/ofniet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde voertuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (bedrijfsauto) tot stilstand te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de kruising Nijverheidsweg met de Gildenstraat) kon overzien en waarover deze vrij was en/ofis gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto) en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:hij op of omstreeks 20 november 2024 te Doetinchem als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Nijverheidsweg, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg (de kruising Nijverheidweg met de Gildenstraat) kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto)

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, met dien verstande dat de mate van schuld dient te worden gekwalificeerd als aanmerkelijke schuld. Daarnaast heeft de officier van justitie betoogd dat het letsel van [slachtoffer] dient te worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. De snelheid waarmee verdachte volgens de politie zou hebben gereden, kan niet worden vastgesteld enkel op basis van de EDR-gegevens van de auto. Daarvoor had nader onderzoek moeten worden gedaan. Daarnaast geldt dat het enkele overschrijden van de maximumsnelheid niet kan worden gekwalificeerd als aanmerkelijke schuld. Bovendien had het slachtoffer voorrang moeten verlenen aan verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank moet de vraag beantwoorden of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte schuld heeft aan het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan tot gevolg, zoals omschreven in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW).

Schuld in de zin van dit wetsartikel houdt in dat er in ieder geval sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Of dit het geval is, hangt af van het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Wanneer er sprake is van gedragingen met een hogere graad van verwijtbaarheid, kan dit worden gekwalificeerd als zeer onvoorzichtig en/of onoplettend handelen en in zeer ernstige gevallen als roekeloos rijgedrag. Daarnaast geldt dat niet alleen uit de ernst van de gevolgen kan worden afgeleid dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994. Een enkel moment van onoplettendheid is over het algemeen niet voldoende voor het aannemen van aanmerkelijke schuld.

De rechtbank stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 20 november 2024 reed verdachte in een Mercedes Benz Vito bestelbus van DHL met kenteken [kenteken] , komend uit de richting Nijverheidsweg en gaande in de richting van de Vlijtstraat in Doetinchem. [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), bestuurder van de Renault Megane met kenteken [kenteken] , kwam uit de richting Gildenstraat en reed in de richting van kringloop actief te Doetinchem. [slachtoffer] moest voorrang verlenen aan verkeer dat van rechts kwam. Toen hij de kruising op reed, ontstond er een aanrijding tussen hem en verdachte. Als gevolg van het verkeersongeval werd [slachtoffer] overgebracht naar het Slingeland Ziekenhuis.

[slachtoffer] heeft verklaard dat hij richting de kruising Gildestraat Nijverheidsweg reed met een snelheid van ongeveer 50 km/u. Bij het naderen van de kruising heeft hij zijn snelheid verminderd omdat het zicht daar niet goed is. Hij keek de kruising op en stak over toen hij niemand zag. Op het moment dat hij midden op de kruising reed, keek hij naar rechts en zag hij heel snel koplampen dichtbij komen. Het voertuig dat van rechts kwam, reed met een harde snelheid tegen zijn voertuig aan, aldus [slachtoffer] .

Het aangetroffen sporenbeeld ter plaatse duidde op een veel hogere snelheid van de Mercedes Bestelbus op het moment van de botsing, dan de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 50 km/u. Beide voertuigen waren zwaar beschadigd. De politie heeft onderzoek gedaan naar de event data recorder (hierna EDR-data) van de betrokken bestelbus. Uit deze EDR-data is gebleken dat verdachte 2 seconden voor het ongeval reed met een snelheid van 89 km/u met een gaspedaal stand van 87%. Deze snelheid loopt 1,5 seconden voor het ongeval nog op tot 90 km/u. De laatst geregistreerde snelheid bedroeg 85 km/u. Het rempedaal is in de seconden voor het ongeval niet bediend.

De politie heeft een snelheid & impact analyse uitgevoerd. Daarin staat dat het aannemelijk is dat de extreme overschrijding van de maximumsnelheid met ongeveer 40 km/u door de bestuurder van de bestelbus, tot de voorstelbare inschattingsfout van de bestuurder van de personenauto heeft geleid. Doordat de bestuurder van de bestelbus de toegestane maximumsnelheid van 50 km/u zo fors overschreed, ontnam hij de bestuurder van de personenauto de kans om een goede inschatting te maken van de snelheid van de bestelbus. Daarnaast heeft de bestuurder van de Mercedes Benz bestelbus zichzelf in de positie gebracht dat hij geen mogelijkheid meer had om de overstekende bestuurder van de personenauto te ontwijken of zijn bestelbus tijdig tot stilstand te brengen.

Verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van ongeval aan het werk was als bezorger van DHL, dat hij ongeveer 6 maanden tot een jaar zijn rijbewijs had en dat hij bekend was met de weg en met het kruispunt.

De rechtbank leidt uit het bovenstaande af dat verdachte als beginnend en beroepsmatige bestuurder van de Mercedes Benz bestelbus met een snelheid van 90 km/u, in plaats van de ter plaatse geldende maximumsnelheid van 50 km/u, het voor hem bekende, onoverzichtelijke kruispunt is genaderd. Verdachte heeft hierdoor [slachtoffer] de kans ontnomen om de snelheid van verdachte goed te kunnen inschatten toen hij het kruispunt opreed, met een botsing tot gevolg. Gelet op de te hoge snelheid van verdachte, is de voorrangsfout die [slachtoffer] heeft gemaakt voorstelbaar. Verdachte reed op een voorrangsweg, maar mocht er gelet op zijn (veel) te hoge snelheid niet zonder meer van uitgaan dat het verkeer dat deze voorrangsweg kruiste, voor hem de doorgang zou vrijmaken of -laten.

[slachtoffer] heeft bij het ongeval een breuk in zijn linker pols opgelopen. Hij heeft hierdoor vijf weken fulltime thuis gezeten en tien weken met gips en een brace gelopen.

De rechtbank is van oordeel dat dit letsel moet worden aangemerkt als zodanig lichamelijk letsel, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat, gelet op het rijgedrag van verdachte en de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaatsgevonden, verdachte schuld heeft aan het verkeersongeval in de zin van artikel 6 WVW 1994 waardoor aan [slachtoffer] zodanig lichamelijk letsel is toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan. De rechtbank kwalificeert deze schuld als aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam handelen. De rechtbank zal verdachte partieel vrijspreken van de tenlastegelegde ‘roekeloosheid’.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 20 november 2024 te Doetinchem in de gemeente Doetinchem, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), gaande in de richting van de Vlijtstraat, daarmede rijdende over de weg de Nijverheidsweg, roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,terwijl verdachte een beginnend bestuurder was en/ofterwijl verdachte het voertuig beroepsmatig bestuurde en/ofterwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/ofterwijl verdachte de kruising Nijverheidsweg met de Gildenstraat naderde en/ofterwijl een ander verkeersdeelnemer, namelijk een bestuurder van een voertuig (personenauto)komende van de Gildenstraat, de Nijverheidsweg wilde oversteken om de Gildenstraat te vervolgen,heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 50 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, namelijk met een snelheid van ongeveer (tenminste) 90 kilometer per uur en/ofniet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde voertuig (personenauto) zodanig heeft geregeld dat hij in staat was dat voertuig (bedrijfsauto) tot stilstand te brengen, binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg (de kruising Nijverheidsweg met de Gildenstraat) kon overzien en waarover deze vrij was en/ofmet een (rest)snelheid van 85 kilometer per uur is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met dat andere motorrijtuig (personenauto) en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte een (deels) voorwaardelijke geldboete moet worden opgelegd.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt door met een snelheid van 90 km/u een onoverzichtelijk kruispunt te naderen, terwijl de geldende maximumsnelheid ter plaatse 50 km/u bedroeg. Hierbij heeft het slachtoffer lichamelijk letsel opgelopen. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt dat het ongeval veel impact heeft gehad op hem. Naast het opgelopen letsel is zijn gevoel van veiligheid in het verkeer blijvend aangetast. Uit de foto’s die zich in het dossier bevinden van de schade die aan de beide voertuigen is ontstaan, kan worden afgeleid dat verdachte van geluk mag spreken dat zijn verkeersfout geen ernstigere gevolgen heeft gehad.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de justitiële documentatie van 23 januari 2026 van verdachte, waaruit volgt dat hij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten voor straftoemeting als uitgangspunt genomen. Voor het veroorzaken van een verkeersongeval met aanmerkelijke schuld en lichamelijk letsel als gevolg wordt een geldboete van € 1.300,- en een ontzegging van de rijbevoegdheid van

3 maanden als uitgangspunt genomen. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken.

Alles afwegende acht de rechtbank een geldboete van € 1.300,- passend. De rechtbank zal daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid van 3 maanden opleggen.

8. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:

- 23 en 24c, van het Wetboek van Strafrecht;

- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een geldboete van € 1.300,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 dagen hechtenis;

ontzegt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 3 maanden.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R.M. Schoo
  • mr. R.P.W. van de Meerakker

Griffier

  • mr. D. van Doorn

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?