uitspraak van de voorzieningenrechter van
[verzoeker], uit [plaats], verzoeker
en
de minister van Justitie en Veiligheid.
Samenvatting
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van de minister om de registraties in de Justitiƫle Documentatie van verzoeker niet te corrigeren of verwijderen. Bij beslissing op bezwaar van 6 mei 2025 is het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend.
2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Hij legt dat hieronder verder uit.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft geruime tijd geleden al beroep ingesteld en hij weet niet wanneer zijn beroep wordt behandeld. Hij kan de behandeling van het beroep niet afwachten omdat hij reputatieschade lijdt en hij dringend moet afreizen naar het buitenland. Daarnaast kan hij nu geen verklaring omtrent het gedrag krijgen, geen visa krijgen, geen hypotheek of lening afsluiten en bepaald vrijwilligerswerk niet uitvoeren.
De voorzieningenrechter overweegt dat voor het treffen van een voorlopige voorziening onverwijlde spoed is vereist. Er moet dus niet gewacht kunnen worden op de afhandeling van het geschil in de hoofdzaak. Hierbij valt onder andere te denken aan de onmogelijkheid om de eventuele gevolgen van de uitvoering van het besluit nog te herstellen, oftewel er dient sprake te zijn van de mogelijkheid dat een onomkeerbare situatie ontstaat. Verzoeker heeft een aantal belangen naar voren gebracht, die volgens hem dusdanig spoedeisend zijn dat hij de behandeling van het beroep niet langer kan afwachten. Deze belangen heeft hij echter naar het oordeel van de voorzieningenrechter, ook nadat hij is gevraagd om een nadere onderbouwing van het spoedeisend belang, onvoldoende concreet onderbouwd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ontbreekt daarom op dit moment het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. Er is niet gebleken van onomkeerbare gevolgen op de korte termijn.
Conclusie en gevolgen
4. Nu een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: