RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/165565-25
Datum uitspraak : 30 januari 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1964 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] .
raadsvrouw: mr. P.M. Breukink, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer
- 481,06 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of
- 287,12 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of
- 2623,79 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne,
zijnde een of meer middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer
- 13266,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep en/of
- 2701,48 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van
een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj, zijnde een of meer middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een of meer wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en
munitie, te weten
- een revolver, van het merk Taurus, type Brasil, kaliber .38 Special en/of
- een gasrevolver, van het merk Smith & Wesson, type Combat, kaliber 9mm R knal/gas en/of
-een gaspistool, van het merk Hammerli, type P26, kaliber 9mm knal/gas,
zijnde een of meer vuurwapens in de vorm van een geweer, revolver en/of (gas)pistool
en/of
een of meer wapens van een categorie II, onder 4 van de Wet wapens en munitie,
te weten drie schietpennen, kaliber 6.35 Browning zijnde een of meer vuurwapens dat/die uiterlijk geleek/geleken op een ander voorwerp dan een wapen, te weten een balpen en/of vulpen
en/of
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- acht knalpatronen van het kaliber 9 mm en/of
- vijf kogelpatronen van het kaliber 6.35 Browning
voorhanden heeft gehad;
4.
hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk, zonder vergunning van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, (telkens) een of meer geneesmiddel(en) niet bedoeld voor onderzoek, te weten:
- 25 pennen ‘Ozempic 1 mg’, (elk) bevattende 1 mg van de werkzame stof semaglutide en/of
- 1230 tabletten ‘Oxazepam Teva 50 mg’, (elk) bevattende 50 mg van de werkzame stof oxazepam en/of
- 700 tabletten ‘Methylfenidaat HCI IA Pharma 10 mg’, (elk) bevattende 10 mg van de werkzame stof methylfenidaathydrochloride en/of
- 1499 capsules ‘Temazepam CF 20 mg’, (elk) bevattende 20 mg van de werkzame stof temazepam,
(telkens) heeft bereid en/of ingevoerd en/of in voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of uitgevoerd en/of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht, dan wel een groothandel daarin heeft gedreven;
5.
hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk, (telkens) een of meer geneesmiddel(en) waarvoor geen handelsvergunning geldt, te weten:
959 tabletten ‘Cenforce-200’, (elk) bevattende 200 mg van de werkzame stof sildenafil,
(telkens) in voorraad heeft gehad en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of ter hand gesteld en/of heeft ingevoerd en/of uitgevoerd en/of anderszins binnen of buiten het Nederlands grondgebied heeft gebracht;
6.
hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis,
professioneel vuurwerk of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik, te weten
- 13 shells (DS03, Brocade Palm en/of Bomba Kategoria F4) en/of
- 5 vuurpijlen (Signalrakete) en/of
- 248 stuks knalvuurwerk (Crazy Bang, TP2, Super Cobra 6, Gigant Maroon, Profi Cannon Shot Big Boy XL, No.l, Cobra 8, Black Widow, Big Bang 5G, Viper Extra, FP3 en/of JC05),
heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;
7.
hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Doetinchem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) een geldbedrag van in totaal ongeveer 162.706,18 euro, althans een of meer voorwerpen
Sub a
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
Sub b
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) dat dat/die
voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;
2. De voorvragen
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat de vervolging van verdachte moet worden geschorst ex artikel 16 van het Wetboek van Strafvordering (Sv).
De verdediging heeft daartoe gesteld dat op basis van de rapportage van de klinisch psycholoog van 4 december 2025 dient te worden geconcludeerd dat verdachte aan een zodanige ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt, dat hij niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Verdachte is hierdoor ook niet in staat om effectief te participeren in zijn zaak. Daarnaast ervaart de raadsvrouw in de praktijk dat het niet mogelijk is om de feiten waar verdachte van wordt verdacht met hem te bespreken, laat staan een verdedigingsstrategie met hem te bepalen. Gelet daarop kan verdachte geen eerlijk proces krijgen en is aan de strekking van artikel 16 Sv voldaan, waardoor de vervolging dient te worden geschorst.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat er niet voldaan is aan de strekking van artikel 16 Sv. De officier van justitie heeft daartoe gesteld dat verdachte op verschillende momenten vragen van de politie, de rechter-commissaris heeft beantwoord. Daarnaast is verdachte door de rechtbank ondervraagd. De vragen hadden onder meer betrekking op hetgeen waarvan hij wordt verdacht. Verdachte heeft daarop – weliswaar met zijn beperkingen in spraak – in korte zinnen geantwoord. Uit voornoemde is volgens de officier van justitie gebleken dat verdachte de strekking van zijn vervolging begrijpt. De deskundige merkt in zijn rapport op dat het met de nodige terughoudendheid mogelijk is om de aan de deskundige gestelde vragen te beantwoorden, omdat onderzoek naar de intellectuele mogelijkheden van verdachte niet tot de expertise van de deskundige behoort. De deskundige heeft verder gerapporteerd dat verdachte slechts beperkt in staat is om de strekking van zijn vervolging te begrijpen en niet dat verdachte daar niet toe in staat is. Het is in elk geval niet onmogelijk om de zaak met verdachte te bespreken. Dit vergt veel tijd, in korte periodes en in eenvoudig taalgebruik. Verdachte is zeer snel vermoeid en is snel overvraagd. Deze belemmeringen maken volgens de officier van justitie echter niet dat verdachte niet effectief kan deelnemen aan de strafprocedure en maken hem nog niet procesonbekwaam.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak en dat de officier van justitie ontvankelijk is. Vervolgens dient de rechtbank, gelet op het bepaalde in artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering, de vraag te beantwoorden of er redenen zijn om tot schorsing van de vervolging van verdachte over te gaan.
Blijkens de rapportage van klinisch psycholoog mr. drs. R.A. Sterk van 4 december 2025 heeft verdachte in 2017 een CVA gehad, waarna een revalidatietraject is gestart. Bij verdachte is sprake van een “Uitgebreide neurocognitieve stoornis, vasculaire ziekte”. Het geheel overziend is er sprake van een CVA met onder andere tot gevolg dat zowel de taalproductie als het taalbegrip nog altijd zeer beperkt zijn. Hij kan zich nauwelijks verbaal uitdrukken, langere zinnen kan hij niet goed opnemen, verwerken en op reageren. Met betrekking tot de vraag of verdachte in staat is om de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen kan geconcludeerd worden dat verdachte hiertoe slechts beperkt in staat is. Hij begrijpt dat hij verdacht wordt van enkele strafbare feiten, die hij overigens stellig ontkent. Hij lijkt echter niet voldoende in staat om de toedracht van het tenlastegelegde goed te begrijpen gezien de complexiteit van de taal. Hij is vervolgens ook niet in staat om op de informatie te reageren. Wederkerigheid en verdieping in de communicatie blijkt op basis van de verkregen informatie niet mogelijk. Daarnaast is verdachte snel vermoeid en is zijn aandachtspanne kort. Wanneer hij zich moet inspannen om iets te begrijpen lukt dit eigenlijk niet goed en geeft hij veelal gefrustreerd op. De geconstateerde neuropsychologische problematiek heeft in de afgelopen jaren geen vooruitgang meer laten zien. Het valt dan ook niet meer te verwachten dat zijn mogelijkheden op dit gebied in de toekomst zullen verbeteren.
De rechtbank is zich ervan bewust dat de drempel om tot schorsing der vervolging over te gaan hoog is. Alleen wanneer de verdachte niet in staat is de strekking van de tenlastelegging en het doel en verloop van de vervolging te overzien en zijn positie met diens advocaat te bespreken komt schorsing ex artikel 16 Sv in beeld. Op grond van de beschikbare medische informatie stelt de rechtbank vast dat verdachte niet in staat is om het strafproces te volgen of in voldoende mate de eventuele gevolgen van dit proces te doorzien. Hij is ook niet in staat de tenlastelegging en het dossier op het nodige abstractieniveau te begrijpen en met zijn raadsvrouw te bespreken, de verdedigingsstrategie (mede) te bepalen of de inhoud van de processtukken tot zich te nemen. Ook kan hij op de zitting geen deugdelijke verklaring afleggen of anderszins naar voren brengen wat hij van belang acht voor zijn verdediging. Verdachte kan aldus niet effectief deelnemen aan het strafproces en is in zoverre ‘unfit to stand trial’.
De rechtbank stelt voorts vast dat, gelet op de catatonische toestand van verdachte, zijn belemmeringen effectief aan de strafprocedure deel te nemen op geen enkele wijze kunnen worden gecompenseerd. Het voortzetten van de vervolging van verdachte zou, gelet op het voorgaande, een schending van zijn recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 van het EVRM inhouden.
De rechtbank stelt concluderend vast dat verdachte lijdt aan een zodanige psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap dat hij op dit moment niet in staat is de strekking van de tegen hem ingestelde vervolging te begrijpen. Artikel 16, eerste lid, Sv bepaalt dat de rechter in dat geval de vervolging van verdachte schorst, in welke stand zij zich ook bevindt. Gelet hierop, zal de rechtbank de vervolging van verdachte schorsen.
De rechtbank heft tot slot het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis op.
3. De beslissing
Mrs. A.P. Sno, P. Verkroost en C.C.M. Althoff zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
De rechtbank:
schorst de vervolging van verdachte;
heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.