ECLI:NL:RBGEL:2026:2063

ECLI:NL:RBGEL:2026:2063

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 16-03-2026
Zaaknummer 05-206463-25; 16-138947-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Veroordeling van vier minderjarigen verdachten voor onder andere het afpersingen van een minderjarigen met een mes.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/206463-25; 16-138947-24 (tul)

Datum uitspraak : 10 maart 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats], wonende aan [adres].

Raadsman: mr. S. Kriekaard, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.hij op of omstreeks 6 juli 2025 te Nijmegentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een tas (met inhoud) en/of een telefoon en/of een bankpas en/of een vape, in elkgeval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [aangever], in elk gevalaan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijldeze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/ofbedreiging met geweld tegen die [aangever], gepleegd met het oogmerk om diediefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping opheterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vluchtmogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door- tegen die [aangever] te zeggen dat hij zijn tas af moet geven en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij met hen, verdachten, mee moet lopen en/ofin het midden van de groep moet (blijven) lopen en/of die [aangever] in het middenvan de groep te duwen en/of- een mes te trekken en/of te tonen aan die [aangever] en/of een mes op zeer korteafstand van die [aangever] te houden en/of op die [aangever] te richten en/of- die [aangever] op/tegen het lichaam te duwen en/of op/tegen het hoofd en/of hetlichaam te slaan en/of te stompen en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij zijn spullen af moet geven en/of- voornoemd mes op/tegen de keel van die [aangever] te zetten en/of die [aangever](daarbij) de woorden toe te voegen: "als je de code niet zegt gaat het mes recht doorje strot heen" en/of- (vervolgens) tegen die [aangever] te zeggen dat hij (weer) mee moet lopen en/of alsdie [aangever] weg gaat rennen voornoemd mes naar hem gegooid zal worden en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij op zijn knieën moet gaan zitten en/of- (vervolgens) voornoemd mes op/tegen het (voor)hoofd van die [aangever] tehouden en/of te drukken,althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 6 juli 2025 te Nijmegentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[aangever] heeft gedwongen tot de afgifte van een tas (met inhoud) en/of eentelefoon en/of een bankpas en/of een vape, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/diegeheel of ten dele aan die [aangever] en/of een derde toebehoorde(n)door- tegen die [aangever] te zeggen dat hij zijn tas af moet geven en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij met hen, verdachten, mee moet lopen en/ofin het midden van de groep moet (blijven) lopen en/of die [aangever] in het middenvan de groep te duwen en/of- een mes te trekken en/of te tonen aan die [aangever] en/of een mes op zeer korteafstand van die [aangever] te houden en/of op die [aangever] te richten en/of- die [aangever] op/tegen het lichaam te duwen en/of op/tegen het hoofd en/of hetlichaam te slaan en/of te stompen en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij zijn spullen af moet geven en/of- voornoemd mes op/tegen de keel van die [aangever] te zetten en/of die [aangever](daarbij) de woorden toe te voegen: "als je de code niet zegt gaat het mes recht doorje strot heen" en/of- (vervolgens) tegen die [aangever] te zeggen dat hij (weer) mee moet lopen en/of alsdie [aangever] weg gaat rennen voornoemd mes naar hem gegooid zal worden en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij op zijn knieën moet gaan zitten en/of- (vervolgens) voornoemd mes op/tegen het (voor)hoofd van die [aangever] tehouden en/of te drukken,althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;

2.hij op of omstreeks 6 juli 2025 te Nijmegen,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een ander, te weten [aangever],door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enigeandere feitelijkheid gericht tegen die anderwederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door- tegen die [aangever] te zeggen dat hij op zijn knieën moet gaan zitten en/of- (vervolgens) een mes op/tegen het (voor)hoofd van die [aangever] te houden en/ofte drukken en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij een sigaret aan moet steken en op moet rokenen/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij (hard)drugs, althans een witte en/ofpoederachtige substantie, op moet snuiven en/of- die [aangever] (daarbij) te filmen (met zijn eigen telefoon) en/of voornoemd filmpje(vervolgens) te verspreiden via social media (Snapchat),althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;

3. hij op of omstreeks 6 juli 2025 te Nijmegeneen wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie,te weten een meszijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandighedenwaaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomendat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigenheeft gedragen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft bekend als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Aangever [aangever] heeft verklaard dat hij zijn spullen moest afstaan en niet dat de spullen werden afgepakt. De rechtbank kwalificeert het feit dat verdachte heeft bekend daarom als het subsidiair tenlastegelegde feit (afpersing) en spreekt verdachte van het primair tenlastegelegde (de diefstal met geweld) vrij.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van 6 juli 2025, p. 22 – 24;

- het proces-verbaal van aanvullend verhoor van aangever [aangever] van 8 juli 2025, p. 26 – 33;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 februari 2026.

Feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft bekend als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van 6 juli 2025, p. 22 – 24;

- het proces-verbaal van aanvullend verhoor van aangever [aangever] van 8 juli 2025, p. 26 – 33;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 februari 2026.

Feit 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte heeft bekend als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] van 6 juli 2025, p. 22 – 24;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 februari 2026.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, te weten dat:

1. subsidiairhij op of omstreeks 6 juli 2025 te Nijmegentezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelendoor geweld en/of bedreiging met geweld[aangever] heeft gedwongen tot de afgifte van een tas (met inhoud) en/of eentelefoon en/of een bankpas en/of een vape, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/diegeheel of ten dele aan die [aangever] en/of een derde toebehoorde(n)door- tegen die [aangever] te zeggen dat hij zijn tas af moet geven en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij met hen, verdachten, mee moet lopen en/ofin het midden van de groep moet (blijven) lopen en/of die [aangever] in het middenvan de groep te duwen en/of- een mes te trekken en/of te tonen aan die [aangever] en/of een mes op zeer korteafstand van die [aangever] te houden en/of op die [aangever] te richten en/of- die [aangever] op/tegen het lichaam te duwen en/of op/tegen het hoofd en/of hetlichaam te slaan en/of te stompen en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij zijn spullen af moet geven en/of- voornoemd mes op/tegen de keel van die [aangever] te zetten en/of die [aangever](daarbij) de woorden toe te voegen: "als je de code niet zegt gaat het mes recht doorje strot heen" en/of- (vervolgens) tegen die [aangever] te zeggen dat hij (weer) mee moet lopen en/of alsdie [aangever] weg gaat rennen voornoemd mes naar hem gegooid zal worden en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij op zijn knieën moet gaan zitten en/of- (vervolgens) voornoemd mes op/tegen het (voor)hoofd van die [aangever] tehouden en/of te drukken,althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;

2.hij op of omstreeks 6 juli 2025 te Nijmegen,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een ander, te weten [aangever],door geweld, enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enigeandere feitelijkheid gericht tegen die anderwederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door- tegen die [aangever] te zeggen dat hij op zijn knieën moet gaan zitten en/of- (vervolgens) een mes op/tegen het (voor)hoofd van die [aangever] te houden en/ofte drukken en/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij een sigaret aan moet steken en op moet rokenen/of- tegen die [aangever] te zeggen dat hij (hard)drugs), althans een witte en/ofpoederachtige substantie op moet snuiven en/of- die [aangever] (daarbij) te filmen (met zijn eigen telefoon) en/of voornoemd filmpje(vervolgens) te verspreiden via social media (Snapchat),althans handelingen en/of woorden van gelijke aard en/of strekking;

3.hij op of omstreeks 6 juli 2025 te Nijmegeneen wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie,te weten een meszijnde een voorwerp waarvan, gelet op zijn aard en/of de omstandighedenwaaronder het werd aangetroffen, redelijkerwijs kon worden aangenomendat het bestemd was om letsel aan personen toe te brengen en/of te dreigenheeft gedragen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 subsidiair:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

feit 2:

medeplegen van een ander door geweld, een feitelijkheid en bedreiging met geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen en te dulden

feit 3:

handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot:

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om een voorwaardelijke werkstraf op te leggen, gelet op de rol van verdachte bij de feiten en het geslaagde mediationtraject tussen verdachte en het slachtoffer.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder die zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:

In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten. Hij en zijn medeverdachten hebben op 6 juli 2025 de toen dertienjarige kwetsbare [aangever] naar Nijmegen gelokt. [aangever] dacht daar een vriend te treffen maar hij kwam tegenover een groep van vier jongens (waaronder een vriend van hem) te staan. Op twee locaties in Nijmegen heeft de groep [aangever] meerdere malen bedreigd met een mes. [aangever] moest zijn spullen afstaan en de bevelen van de groep opvolgen. Zo moest hij op zijn knieën gaan zitten, sorry zeggen, een sigaret roken en een witte poedersubstantie opsnuiven. De groep heeft gefilmd toen [aangever] op zijn knieën zat en onder bedreiging van een mes sorry moest zeggen. Dit filmpje is daarna verspreid via Snapchat. Zowel uit het dossier als de slachtofferverklaring blijkt dat deze feiten een enorme impact op [aangever] hebben gehad. Hij heeft nog dagelijks last van de gevolgen van het handelen van de verdachten. Verdachte heeft zelf meerdere keren het mes vastgehad en [aangever] daarmee bedreigd. Verdachte heeft dus een grote rol gehad bij de feiten. Dit alles rekent de rechtbank verdachte aan.

De persoon van verdachte

De Raad voor de Kinderbescherming heeft gerapporteerd over verdachte. De Raad ziet een verdachte met een belaste voorgeschiedenis. Hij vertoont zelfbepalend gedrag, kan geen dagbesteding vasthouden en hangt veel op straat. Positief is dat verdachte op zijn huidige woonplek bij [woonplaats] niet meer gerecidiveerd is. Onvoorwaardelijke jeugddetentie zal betekenen dat verdachte zijn woonplek kwijtraakt. Dit is niet in zijn belang. De Raad adviseert daarom een voorwaardelijke jeugddetentie.

Verdachte kan dan het prille vertrouwen op zijn huidige woonplek verder opbouwen met een stok achter de deur.

De straf

De rechtbank kan zich vinden in de eis van de officier van justitie. Ondanks dat verdachte een groot aandeel heeft gehad aan de feiten en in soortgelijke zaken als uitgangspunt een forse onvoorwaardelijke jeugddetentie wordt opgelegd, vindt de rechtbank onvoorwaardelijke jeugddetentie langer dan het voorarrest van 50 dagen niet passend. Verdachte is kwetsbaar en om het risico op herhaling te verkleinen, is het van belang dat hij verder kan gaan met de tot nu toe prille positieve ontwikkeling. De rechtbank legt aan verdachte op een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van vijftig dagen met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten. De rechtbank weegt zwaar mee dat verdachte een geslaagd mediationtraject met het slachtoffer heeft doorlopen en al lange tijd in voorarrest heeft gezeten. Daarnaast vindt de rechtbank het van groot belang dat een voorwaardelijke straf (die ten uitvoer kan worden gelegd indien verdachte zich niet aan de voorwaarden houdt), in het geval van tenuitvoerlegging niet in de weg staat aan het behouden van de woonplek van verdachte. Daarom legt de rechtbank, anders dan het advies van de Raad, aan verdachte op een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 80 uren (te vervangen door 40 dagen jeugddetentie bij het niet verrichten van die werkstraf) met een proeftijd van twee jaar. Aan die proeftijd verbindt de rechtbank bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in de rapportage en ter terechtzitting:

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert (na wijziging ter terechtzitting) € 256,14 aan materiële schade en

€ 3.500,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de vordering niet hoofdelijk toe te wijzen.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de immateriële schade gematigd moet worden.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadepost is voldoende onderbouwd. De rechtbank wijst de gevorderde € 256,14 toe.

Geen hoofdelijkheid

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij, gelet op het verschil in rol en aandeel tussen de verdachten, niet hoofdelijk toewijzen. De rechtbank vindt het daarnaast onwenselijk dat verdachte onderling met zijn medeverdachten de betalingen moet regelen. De rechtbank zal daarom de vordering per verdachte vaststellen en deze verdachte veroordelen tot het betalen van een bedrag van € 64,- aan materiële schadevergoeding.

Voor het overige verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:

In dit geval is de aard en de ernst van de normschending zodanig dat een aantasting in de persoon op andere wijze kan worden aangenomen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van de feiten en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. De rechtbank weegt daarbij in het bijzonder mee dat het hier gaat om ernstige strafbare feiten. Gelet daarop vindt de rechtbank het gevorderde bedrag van € 3.500,- passend. Echter, ook bij de immateriële schadevergoeding geldt de overweging van de rechtbank over het niet hoofdelijk opleggen ervan. Gelet op de veroordeling van deze verdachte (voor zowel betrokkenheid bij de afpersing als bij de dwang) en zijn grote rol bij de feiten zal de rechtbank deze verdachte veroordelen tot het betalen van € 1.100,-.

Voor het overige verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Verdachte is vanaf 3 februari 2026 (datum indiening vordering) wettelijke rente over het bedrag aan materiële schadevergoeding verschuldigd.

Over het bedrag aan immateriële schadevergoeding is verdachte vanaf 6 juli 2025 (datum feit) rente verschuldigd.

Als het bedrag niet wordt betaald, kunnen 0 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

De rechtbank veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul.

BEM-clausule

De noodzakelijkheid van het opleggen van de BEM-clausule is niet gebleken en daarom wijst de rechtbank dit onderdeel van de vordering af.

9. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

De kinderrechter van de rechtbank Gelderland heeft verdachte op 27 juni 2025 veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uren met aftrek van het voorarrest, waarvan 80 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar onder algemene en bijzondere voorwaarden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke straf gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de vordering af te wijzen of de proeftijd te verlengen.

De beoordeling door de rechtbank

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank ziet aanleiding te bevelen dat de straf gedeeltelijk ten uitvoer wordt gelegd, namelijk twintig uren werkstraf. Zo ervaart verdachte dat zijn handelen consequenties heeft maar wordt het risico op overvraging beperkt.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 284, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 27 en 54 van de Wet wapens en munitie.

11. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 primair tenlastegelegde;

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 50 (vijftig) dagen;

beveelt dat de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;

een taakstraf, te weten een werkstraf van 80 (tachtig) uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen;

bepaalt dat die werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en

stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich gedurende de proeftijd:

alles voor zover en zolang de jeugdreclassering nodig vindt;

geeft de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland te Arnhem de opdracht om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

en onder de voorwaarden dat verdachte:

heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

[aangever]

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging

gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij aantekening mondeling vonnis van de kinderrechter van de Rechtbank Gelderland van 27 juni 2025, te weten van: een werkstraf voor de duur van 20 uren.

mr. Bögemann is buiten staat

dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E. Duis-van Grol

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand