ECLI:NL:RBGEL:2026:2064

ECLI:NL:RBGEL:2026:2064

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 17-03-2026
Datum publicatie 16-03-2026
Zaaknummer ARN 25_1614
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

(Ontwerp)weigering verklaring van geen bedenkingen niet ter inzage gelegd. Strijd met 3.11 Wabo. Gebrek valt niet te passeren. Uit de motivering van de weigering van de verklaring van geen bedenkingen blijkt niet hoe het standpunt van eiser daarin is meegewogen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

[eiser], uit [plaats], eiser

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen

Samenvatting

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/1614

in de zaak tussen

en

(gemachtigden: T. Hagelaar en mr. M.J.M. Verhulst).

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om de bestaande woning aan de [locatie] in [plaats] te splitsen in drie woningen. Eiser is het niet eens met deze weigering van de omgevingsvergunning. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de weigering van de omgevingsvergunning.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat eiser ten onrechte geen gelegenheid heeft gekregen zijn zienswijze kenbaar te maken over het ontwerpbesluit van de gemeenteraad over de verklaring van geen bedenkingen. Het beroep is daarom gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 5 juni 2023 een aanvraag ingediend voor het splitsen van de bestaande woning in drie woningen. De woning ligt in het buitengebied van [plaats] in het zogeheten ‘[gebied]’. De woning is ontstaan na afsplitsing van de naastgelegen woning van nummer [nummer] en is in 2020 en 2021 uitgebreid. Eiser heeft een vergunning aangevraagd voor de activiteiten bouwen, gebruiken in afwijking van het bestemmingsplan en aanleggen van een uitweg. Het college heeft de aanvraag in behandeling genomen met toepassing van de uitgebreide voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Op 3 mei 2024 heeft het college een ontwerp-weigeringsbesluit genomen. Het college is van mening dat de aanvraag niet past in de toetsingscriteria van het woningsplitsingsbeleid, omdat er geen sprake is van splitsing binnen de bestaande hoofdmassa. Het beleid is er volgens het college niet op gericht een al gesplitste en uitgebreide woning (van nummer [nummer]) opnieuw te splitsen. Ook is het toevoegen van woningen geen gewenste ontwikkeling in het [gebied]. Eiser heeft zienswijzen ingediend tegen het ontwerp-weigeringsbesluit.

Bij brief van 18 november 2024, verzonden op 18 december 2024, heeft het college aan eiser medegedeeld dat het college alsnog akkoord gaat met verlening van de omgevingsvergunning en de gemeenteraad zal voorstellen te verklaren dat de gemeenteraad geen bedenkingen heeft tegen de omgevingsvergunning.

Omdat het college niet tijdig op de aanvraag heeft beslist, heeft eiser beroep ingesteld tegen de fictieve weigering van de vergunning. Bij uitspraak van 4 februari 2025 heeft deze rechtbank het college opgedragen een besluit te nemen.

Op 4 februari 2025 heeft de gemeenteraad het voorstel van het college, om een verklaring van geen bedenkingen te verlenen, verworpen.

Het college heeft vervolgens op 21 februari 2025 op grond van artikel 2.20a van de Wabo geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de weigering van de omgevingsvergunning.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Eiser heeft nadere stukken ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 14 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van het college.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt de weigering van de omgevingsvergunning aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

Is de weigering van de omgevingsvergunning gebrekkig tot stand gekomen?

4. Eiser betoogt dat het college de aanvraag onzorgvuldig heeft behandeld omdat de aanvraag ten onrechte niet direct in de zomer van 2023 aan de gemeenteraad is gezonden. Het college heeft het voornemen tot weigering van de vergunning zonder een (concept)verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad gepubliceerd. De gemeenteraad heeft daardoor onvoldoende kennisgenomen van de zienswijze van eiser en heeft niet de gelegenheid gehad om onbevangen een beslissing te nemen.

Het college erkent dat er een ontwerp-weigeringsbesluit ter inzage is gelegd zonder het ontwerpbesluit van de gemeenteraad over de verklaring van geen bedenkingen. Dit is in strijd met artikel 3.11 van de Wabo. Het college stelt dat het mogelijk is dit gebrek te passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Vanwege het tijdsverloop en de wens van eiser om duidelijkheid te krijgen, heeft het college besloten de weigering van 21 februari 2025 direct als definitief besluit op te stellen en niet opnieuw met het besluit van de gemeenteraad over verklaring van geen bedenkingen als ontwerpbesluit ter inzage te leggen. Het college acht dat mogelijk omdat het eerdere ontwerpbesluit negatief was en de gemeenteraad bij de beraadslaging over de verklaring van geen bedenkingen op de hoogte was van de zienswijze van eiser.

Ter plaatse zijn de bestemmingsplannen “Buitengebied”, “Parapluplan Parkeren” en “Parapluplan Archeologie” van toepassing. Vaststaat dat de aanvraag niet past binnen de bestemming “Wonen” van het bestemmingsplan “Buitengebied”. Binnen die bestemming is slechts één woning toegestaan. De beslissing om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo een omgevingsvergunning te verlenen voor een project dat in strijd is met een bestemmingsplan, is een bevoegdheid van het college. Het college heeft beleidsruimte bij de beslissing of hij gebruik maakt van zijn bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan. De bestuursrechter toetst of het college bij een afweging van de betrokken belangen in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen.

De gemeenteraad moet een verklaring van geen bedenkingen afgeven voordat een omgevingsvergunning kan worden verleend, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wabo wordt afgeweken van het bestemmingsplan. De gemeenteraad kan categorieën van gevallen aanwijzen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist. Niet is gebleken dat de aanvraag valt onder de aangewezen categorieën waarvoor een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist. Dat betekent dat voorafgaand aan een beslissing over de vergunningsaanvraag de gemeenteraad een beslissing moet nemen over een verklaring van geen bedenkingen.

Het college dient onverwijld een exemplaar van de aanvraag en de daarbij gevoegde stukken door te zenden naar het bestuursorgaan dat bevoegd is een verklaring van geen bedenkingen te geven, zodat het bestuursorgaan daarover een standpunt kan innemen. Uit de tekst van artikel 3.11, derde lid, van de Wabo en de geschiedenis van de totstandkoming van de Wabo, volgt dat, als een verklaring van geen bedenkingen is vereist, eerst een ontwerpbesluit over de verklaring van geen bedenkingen ter inzage moet worden gelegd waartegen zienswijzen kunnen worden ingediend. Dat is niet anders als het definitieve besluit niet strekt tot verlening van de gevraagde omgevingsvergunning.

Niet in geschil is dat het college niet onverwijld de relevante stukken aan de gemeenteraad heeft gezonden. Verder staat vast dat het ontwerp-weigeringsbesluit van 3 mei 2024 ter inzage heeft gelegen zonder een ontwerpbesluit van de gemeenteraad over de verklaring van geen bedenkingen. Ook staat vast dat het college direct een definitief besluit heeft genomen over de aangevraagde omgevingsvergunning nadat de gemeenteraad heeft besloten geen verklaring van geen bedenkingen af te geven. Eiser heeft daardoor niet de mogelijkheid gekregen om zijn zienswijze over het ontwerpbesluit van de gemeenteraad over de verklaring van geen bedenkingen kenbaar te maken. Dat is in strijd met artikel 3.11 van de Wabo. Dat betekent dat het besluit een gebrek heeft.

Een besluit waartegen beroep is ingesteld kan ondanks schending van een geschreven of ongeschreven rechtsregel door de rechtbank in stand worden gelaten als aannemelijk is dat een belanghebbende daardoor niet is benadeeld.

Anders dan het college, is de rechtbank van oordeel dat het gebrek niet valt te passeren. Tijdens de zitting heeft eiser toegelicht benadeeld te zijn omdat hij zijn visie niet aan de gemeenteraad heeft kunnen uitleggen. Ongeacht de vraag of de gemeenteraad kennis heeft kunnen nemen van de zienswijze van eiser tegen de ontwerpweigeringsbesluit van 3 mei 2024, blijkt uit de motivering van de weigering van de verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad niet hoe het standpunt van eiser daarin is meegewogen. De rechtbank is van oordeel dat niet is uitgesloten dat eiser daardoor is benadeeld.

De rechtbank is van oordeel dat de weigering van de verklaring van geen bedenkingen niet ten grondslag kan liggen aan de weigering van de omgevingsvergunning. De beroepsgrond slaagt.

Nu deze beroepsgrond slaagt, komt de rechtbank niet meer toe aan de overige beroepsgronden van eiser.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat de weigering van de omgevingsvergunning wordt vernietigd en dat eiser voorafgaand aan een nieuw besluit de gelegenheid moet krijgen zijn zienswijze kenbaar te maken over een ontwerpbesluit van de gemeenteraad over de verklaring van geen bedenkingen.

Eiser krijgt daarom het griffierecht terug. Eiser krijgt ook een vergoeding van zijn proceskosten. De proceskosten bestaan uit reiskosten met de auto van € 12,88 en uit verletkosten. De rechtbank acht het redelijk om qua verletkosten uit te gaan van een halve dag (4,5 uur) voor de aanwezigheid bij de zitting à € 54,81 per uur. In totaal zijn de proceskosten dus € 259,53 (12,88 + 246,65).

Beslissing

De rechtbank

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. Verschuren, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand