RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats: Arnhem
Parketnummer: 05/840868-18
Datum uitspraak: 13 maart 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in [de kliniek] .
Raadsman: mr. A.J. Sprey, advocaat te Amsterdam.
Procedure
Betrokkene is op 7 november 2019 bij vonnis van de rechtbank Gelderland onder meer de maatregel terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd. Deze maatregel is ingegaan op 24 februari 2020 en het laatst verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 1 maart 2024.
Bij vordering van 20 januari 2026, ingekomen op 22 januari 2026, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de volgende processtukken:
- het adviesrapport van de kliniek van 25 november 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
- een afschrift van de wettelijke aantekeningen en
- het advies van de Landelijke Adviescommissie Plaatsing Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg (hierna LAP-commissie) van 22 juli 2025 tot het verlenen van een LFPZ-indicatie.
Ter zitting van 27 februari 2026 zijn gehoord:
- betrokkene;
- zijn raadsman mr. A.J. Sprey;
- de deskundige M. Meulenbeek, klinisch psycholoog en regiebehandelaar; en
- de officier van justitie, mr. J.F. Menke.
De standpunten
De officier van justitie heeft, in afwijking van de op 22 januari 2026 ingediende vordering, ter zitting gevorderd de maatregel te verlengen met één jaar. Aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel is voldaan, maar het is van belang dat betrokkene al in een eerder stadium (ook) door externe deskundigen wordt onderzocht en dus al eerder pro justitia rapporten kunnen worden opgesteld. Betrokkene zit immers al lang in dezelfde vrij uitzichtloze situatie.
De raadsman van betrokkene heeft de rechtbank verzocht om de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. Hij heeft aangevoerd dat betrokkene al zes jaar de EVBG-status heeft en grotendeels in afzondering zit. Het is van belang voor betrokkene dat hij op een eerder moment dan in 2028 (het moment van de vierjaarsrapportage) al door twee onafhankelijke deskundigen (van pro justitia) wordt onderzocht. De kliniek, dat wil zeggen de kliniek waar betrokkene binnenkort naar overgeplaatst zal worden, kan dan, mogelijk in samenspraak met deze deskundigen, met een plan van behandeling komen. De adviezen van de psychiater en de psycholoog in kader van het advies van de LAP-commissie bieden mogelijk ook aanknopingspunten voor het nadere onderzoek en/of een andere vorm van behandeling. Het is onwenselijk om te wachten met nader onderzoek tot de overplaatsing naar een LFPZ-afdeling, omdat dit in de praktijk niet zo snel gebeurt vanwege de lange wachtlijsten. Door betrokkene op een eerder moment door andere deskundigen te laten onderzoeken kan meer inzicht worden verkregen in de problematiek van betrokkene en kan hem wellicht een ander perspectief worden geboden.
De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege de misdrijven poging tot doodslag, poging tot een ander door bedreiging met geweld gericht tegen die ander, wederrechtelijk iets te doen, mishandeling, poging tot zware mishandeling en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis, een bipolaire-I-stoornis (met manische episodes) en een licht verstandelijke beperking. Daarnaast is er ook sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis (matig, ernstig); sinds plaatsing in de kliniek (een gereguleerde omgeving) is er geen sprake meer van middelengebruik.
De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Betrokkene is in november 2023 naar de kliniek overgeplaatst, nadat bij de vorige kliniek ( [FPC] ), het perspectief op voortgang van zijn behandeltraject ontbrak. In de huidige setting is de kernproblematiek van betrokkene onveranderd gebleven. Sinds zijn verblijf in de kliniek wordt betrokkene in afzondering verpleegd en wordt hij regelmatig gesepareerd. Dit is noodzakelijk omdat sinds zijn overplaatsing naar de huidige kliniek het gevaar altijd aanwezig is, wat blijvende en intensieve begeleiding en begrenzing vereist, om persoonlijke en materiële schade te voorkomen. Betrokkene is niet in staat zijn agressie te reguleren, waardoor hij continu ondersteuning en begeleiding nodig heeft. Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene zeer onvoorspelbaar is en zijn toestand tot nu toe niet stabiel is. Om deze reden is er dan ook nog geen aanleiding om de afzondering op korte termijn te beëindigen. Tevens blijkt uit observaties dat betrokkene moeite heeft met onduidelijkheden, zoals in situaties waarin hij slechts beperkte informatie krijgt over zijn toekomst. Betrokkene krijgt sinds november 2023 een B-dwangbehandeling voor zijn medicatie.
Verder ligt er sinds 22 juli 2025 een positief advies voor de toekenning van de LFPZ-status (longstay). Er geldt echter een lange wachttijd en betrokkene zal vóór overplaatsing naar een longstay-afdeling eerst nog worden overgeplaatst naar [FPC] , waarschijnlijk binnen een aantal maanden. Betrokkene is akkoord met de overplaatsing, maar vertoont sindsdien onrust en verzet zich tegen de begrenzing vanuit de sociotherapie waardoor zijn verzorgingsmomenten moesten worden afgebroken. Betrokkene moest heel vaak worden gesepareerd omdat hij manisch gedrag vertoonde en verbaal agressief reageerde richting het personeel.
Ter zitting heeft de deskundige het rapport van de kliniek aangevuld in de zin dat nu duidelijk is dat de kliniek in de afgelopen twee jaar van alles heeft geprobeerd om betrokkene te helpen, maar dat de kliniek op een punt is gekomen dat ze niet verder komen met betrokkene. De kliniek ervaart het als moeilijk om betrokkene te sturen, omdat hij vaak impulsief is. De ene keer gaat het goed en dan opeens gaat het weer niet zo goed. Betrokkene staat als eerste op de lijst voor overplaatsing naar [FPC] . Voor de longstay geldt op dit moment een wachttijd van zes tot zeven jaar. Een toetsing door de rechtbank over een jaar kan de deskundige zich voorstellen gelet op de situatie van betrokkene.
Recidivegevaar
Uit het rapport van de kliniek blijkt dat de kans op herhaling bij zowel een voorwaardelijke beëindiging als bij een beëindiging van het toezicht of maatregel hoog is. Het feit dat de kernproblematiek de afgelopen periode onveranderbaar is gebleven maakt dat de inschatting op recidive hoog is gebleven sinds de laatste verlenging.
Conclusie
Uit het advies en uit de ter terechtzitting door de deskundige van de kliniek gegeven
toelichting, blijkt dat de risicobepalende stoornissen nog steeds aanwezig zijn en het recidiverisico hoog blijft bij een directe beëindiging van de maatregel. Aan de voorwaarden voor verlenging van de maatregel is daarmee voldaan. Daarnaast is gebleken dat betrokkene tot op heden niet stabiel is en zeer onvoorspelbaar is. Het gevaar blijft constant aanwezig waardoor betrokkene niet in staat is om zijn agressie te reguleren en hierdoor blijvende en intensieve begeleiding nodig heeft. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de termijn van de maatregel vereist.
De rechtbank overweegt dat betrokkene zich al langere tijd in een schrijnende situatie bevindt. Hij zit al jaren grotendeels in afzondering en wordt regelmatig gesepareerd, terwijl dit ook al vanaf zijn 16e jaar in andere instellingen plaatsvond. Hoewel er positief is geadviseerd over de toekenning van de LFPZ-status, geldt hiervoor een zeer lange wachttijd. Betrokkene zal wel binnenkort naar de [FPC] worden overgeplaatst. Gelet op het standpunt van de raadsman en wat ter zitting door betrokkene naar voren is gebracht, acht de rechtbank het van belang dat betrokkene al eerder dan in 2028 (het moment van de vierjaarsrapportage) door twee onafhankelijke deskundigen wordt onderzocht, zodat dus al op een eerder moment een pro justitia rapport kan worden opgesteld. Dit biedt mogelijk nieuwe aanknopingspunten voor een vorm van behandeling van betrokkene, die hem eveneens enig perspectief biedt. De rechtbank zal daarom de terbeschikkingstelling in dit geval, in overeenstemming met de vordering van de officier van justitie, met één jaar verlengen.
De rechtbank verzoekt de officier van justitie voorafgaande aan de verlengingszitting volgend jaar een vierjaarsrapportage op te laten stellen door het NIFP.
De beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van A. Debipersad met één jaar.
Inhoudsindicatie: De rechtbank verlengt de tbs-maatregel met één jaar.