ECLI:NL:RBGEL:2026:2268

ECLI:NL:RBGEL:2026:2268

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 03-03-2026
Datum publicatie 20-03-2026
Zaaknummer AWB-26_457
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Proces-verbaal
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Herziening ouderdomspensioen van alleenstaandennorm naar gehuwdennorm. Onweerlegbaar rechtsvermoeden in artikel 1, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De SVB is terecht uitgegaan van hoofdverblijf op hetzelfde adres in de periode in geding. Volgens eiser is er, ondanks het bestaan van de samenlevingsovereenkomst met de huurder, geen sprake van een gezamenlijke huishouding. Eiser voert in dat verband aan dat hij samen met de huurder in een schriftelijke verklaring is overeengekomen, dat ieder van hen een eigen huishouding houdt. De rechtbank stelt vast dat in de verklaring niet is omschreven op welke periode deze betrekking heeft. Daar komt nog bij dat deze verklaring naar het oordeel van de rechtbank dermate algemeen van aard is, dat deze onvoldoende is om daarmee af te wijken van de samenlevingsovereenkomst. Dit, nog daargelaten of een dergelijke afwijking rechtskracht heeft. Terecht is hoofdverblijf aangenomen en is uitgegaan van de aanwezigheid van een geldende samenlevingsovereenkomst, zodat sprake is van het onweerlegbare rechtsvermoeden van het bestaan van een gezamenlijke huishouding.

Uitspraak

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer

van 3 maart 2026

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB

(gemachtigde: mr. O.F.M. Vonk).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de herziening van zijn ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) van de alleenstaande norm naar de gehuwdennorm over de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 juli 2024.

Met het bestreden besluit van 13 december 2024 op het bezwaar van eiser is de SVB bij het besluit van 1 augustus 2024gebleven.

De SVB heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van de SVB van 13 december 2024 op 3 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en de gemachtigde van de SVB deelgenomen.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de SVB terecht is overgegaan tot herziening van eisers AOW-pensioen over de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 juli 2024. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Toetsingskader

4. In artikel 1, vierde lid, van de AOW is bepaald dat van gezamenlijke huishouding sprake is, indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

In artikel 1, vijfde lid, aanhef en onder c, van de AOW is bepaald dat een gezamenlijke huishouding in ieder geval aanwezig wordt geacht, indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract.

De rechtbank overweegt dat indien de situatie genoemd in artikel 1, vijfde lid, aanhef en onder c, van de AOW zich voordoet, sprake is van een onweerlegbaar rechtsvermoeden van het bestaan van een gezamenlijke huishouding. Dit betekent dat de betrokkenen worden geacht een gezamenlijke huishouding te voeren. De SVB hoeft in dit geval niet nader te onderzoeken of wordt voldaan aan het criterium van de wederzijdse zorg, zoals genoemd in artikel 1, vierde lid, van de AOW. De onweerlegbaarheid van het rechtsvermoeden houdt in dat het leveren van tegenbewijs door de betrokkene(n) niet mogelijk is.

Hoofdverblijf

5. Tijdens de zitting in beroep heeft eiser het hoofdverblijf van hem en [persoon A] op eisers adres vanaf 15 september 2021 betwist. Eiser heeft een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP) getoond, waarop is vermeld dat [persoon A] per 1 februari 2022 is ingeschreven op eisers adres.

De rechtbank overweegt dat voor de beantwoording van de vraag of er hoofdverblijf in dezelfde woning is, niet de inschrijving in de BRP maar de feitelijke woonsituatie bepalend is. In het dossier bevindt zich een door [persoon A] ondertekend huurcontract met eiser, gedateerd op 1 mei 2021 en ingaande per dezelfde datum. Daarmee is aannemelijk dat [persoon A] in ieder geval vanaf 15 september 2021 hoofdverblijf op eisers adres had. Tijdens de hoorzitting in bezwaar heeft eiser, blijkens het verslag dat daarvan is opgemaakt, zelfs bevestigd dat [persoon A] al vanaf 1 mei 2021 feitelijk bij hem woonde. De rechtbank concludeert dan ook, dat de SVB er terecht van is uitgegaan dat eiser en [persoon A] op de datum van het sluiten van het samenlevingscontract hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en dat dit tijdens de periode in geding zo is gebleven. Ten aanzien van de periode vanaf 1 februari 2022 heeft eiser het hoofdverblijf van [persoon A] op eisers adres immers niet betwist.

Samenlevingscontract

6. Eiser heeft betoogd dat in zijn geval geen sprake is van een samenlevingscontract, maar van een samenlevingsovereenkomst. Ondanks het bestaan van deze samenlevingsovereenkomst per 15 september 2021, is er volgens eiser geen sprake van een gezamenlijke huishouding tussen hem en [persoon A]. Ter ondersteuning van dit standpunt heeft eiser een drietal verklaringen in de procedure gebracht. Met deze verklaringen wordt volgens eiser conform artikel 1, vierde lid, van de samenlevingsovereenkomst afgesproken dat ieder van hen een eigen huishouding houdt. Overigens heeft eiser betoogd dat er geen sprake is van wederzijdse zorg.

Deze beroepsgrond van eiser slaagt niet.

Allereerst hecht de rechtbank aan het door eiser gemaakte – en overigens niet nader gemotiveerde – onderscheid tussen de benamingen samenlevingscontract en samenlevingsovereenkomst in deze procedure geen betekenis. De rechtbank zal in het onderstaande de term samenlevingsovereenkomst gebruiken.

De aanwezigheid van een geldige samenlevingsovereenkomst op 15 september 2021 brengt samen met het hoofdverblijf in de woning met zich dat sprake is van een onweerlegbaar rechtsvermoeden per deze datum. Het leveren van tegenbewijs is door de onweerlegbaarheid van het rechtsvermoeden niet mogelijk. De SVB hoefde daarom niet te onderzoeken of sprake was van wederzijdse zorg. De beroepsgronden die eiser met betrekking tot het ontbreken van wederzijdse zorg heeft aangevoerd slagen daarom niet.

De door eiser ingebrachte verklaringen, waarmee naar eisers idee uitvoering is gegeven aan artikel 1, vierde lid, van de samenlevingsovereenkomst baten eiser niet.

In artikel 1, vierde lid, van de samenlevingsovereenkomst is bepaald dat in afwijking van het bepaalde in de leden 2 en 3 van artikel 1 van de samenlevingsovereenkomst, partijen – mits in onderling overleg en schriftelijk vastgelegd – steeds voor een kalenderjaar of een gedeelte daarvan een andere (wijze van) verdeling van bepaalde of alle kosten van de huishouding kunnen overeenkomen en/of kunnen vastleggen dat bepaalde uitgaven niet als kosten van de huishouding worden aangemerkt.

Allereerst hebben de verklaringen van 14 augustus 2024 en 10 januari 2025 geen betrekking op de periode in geding, zodat deze om die reden buiten beschouwing blijven.

Ten aanzien van de verklaring van 14 september 2021 geldt, dat geen periode is omschreven waarop de verklaring betrekking heeft, anders dan de handgeschreven opmerking dat deze ook voor het jaar 2022 geldt. Daar komt nog bij dat deze verklaring dermate algemeen van aard is, dat deze onvoldoende is om daarmee af te wijken van de samenlevingsovereenkomst. Dit, nog daargelaten de vraag of een dergelijke afwijking rechtskracht heeft.

7. Het voorgaande betekent dat de SVB terecht hoofdverblijf van eiser en [persoon A] heeft aangenomen op eisers adres en terecht is uitgegaan van de aanwezigheid van een geldende samenlevingsovereenkomst per 15 september 2021. De SVB heeft dan ook terecht een gezamenlijke huishouding aangenomen per 1 oktober 2021 en daarmee terecht het AOW-pensioen over de periode van 1 oktober 2021 tot en met 31 juli 2024 herzien.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2026 door

mr. H.J. Klein Egelink, rechter, in aanwezigheid van mr. B. de Vries, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand