ECLI:NL:RBGEL:2026:2270

ECLI:NL:RBGEL:2026:2270

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 20-03-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer 05/148121-24 + 05.072639.23 (TUL) + 05.012299.21 (TUL)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Vrijspraak van verkrachting, onvoldoende steunbewijs, wel veroordeling voor mishandeling van ex-vriendin tot een taakstraf.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05.148121.24 + 05.072639.23 (TUL) + 05.012299.21 (TUL)

Datum uitspraak : 20 maart 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres] , op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .

Raadsman: mr. F.E.J. Janzing, advocaat in Wijchen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 6 maart 2026.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij in of omstreeks de nacht van 27 april 2024 op 28 april 2024 te [woonplaats] , gemeente Overbetuwe door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [aangever] gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangever] , te weten het brengen van zijn penis in haar vagina, waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte- haar heeft mishandeld door haar meermaals op haar hoofd en/of haar bil te slaan en/of aan haar haren te trekken en/of een emmer water over haar heen te gooien en/of haar op de grond te duwen en/of- tegen haar heeft gezegd “Als je je gedraagt als een hoer, dan neuk ik je als een hoer” en/of “Ik ga je op Kinky.nl zetten, dan laat ik mannen hier komen en dan betaal je mij alles terug van wat ik heb besteed aan het huis”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking en/of- misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht op haar en/of- voorbij is gegaan aan haar verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand en/of- (hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie heeft gecreëerd dat zij zich niet aan bovengenoemde seksuele handelingen kon en/of durfde te onttrekken;

2. hij in of omstreeks de nacht van 27 april 2024 op 28 april 2024 te [woonplaats] , gemeente Overbetuwe[aangever] heeft mishandeld door- haar meermaals op haar oog en/of haar hoofd en/of haar linkerflank en/of haar bil te slaan en/of- in haar armen te knijpen en/of- aan haar haren te trekken en/of- een emmer water over haar heen te gooien en/of- haar op de grond te duwen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de nacht van 27 april 2024 op 28 april 2024 was verdachte samen met [aangever] in haar woning in [woonplaats] . Verdachte heeft op enig moment – toen [aangever] in bed lag – een emmer water over haar heen gegooid.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting en mishandeling. De verklaring van aangeefster is betrouwbaar. Zij heeft consistent, gedetailleerd en authentiek verklaard. Het dossier bevat ook voldoende steunbewijs in de vorm van getuigenverklaringen, opnames van een Ring deurbel en de gegevens uit de telefoon van verdachte. Bovendien wordt de context van de feiten, zoals geschetst in de aangifte, bevestigd door verdachte zelf.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde verkrachting, wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Verdachte heeft wel seks gehad met [aangever] , maar hij ontkent dat dat tegen de wil van [aangever] was. Ten aanzien van de mishandeling heeft de verdediging aangevoerd dat deze enkel kan worden bewezen ten aanzien van het gooien van de emmer water. Voor de overige tenlastegelegde geweldshandelingen moet verdachte worden vrijgesproken, nu hiervoor geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig is.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 2: mishandeling

De rechtbank zal eerst de onder feit 2 tenlastegelegde mishandeling beoordelen, daarna komt zij tot een conclusie voor wat betreft feit 1 (verkrachting).

Verdachte heeft verklaard dat hij en [aangever] in de nacht van 27 op 28 april 2024 op enig moment ruzie kregen, omdat hij erachter kwam dat de vriendin van [aangever] en haar man, die op dat moment op bezoek waren bij [aangever] , bij haar waren blijven slapen. Verdachte wilde [aangever] daarover spreken. Hij ging daarom achter haar aan naar boven. Toen [aangever] wilde gaan slapen, was verdachte het daar niet mee eens. Hij heeft toen een emmer water over [aangever] gegooid.

[aangever] heeft verklaard dat verdachte haar ervan beschuldigde dat zij samen met de man, die op bezoek was geweest, het bed had gedeeld. Nadat het bezoek naar huis was, rond 23.30 uur, wilde [aangever] naar bed gaan. Verdachte kwam naar boven naar de slaapkamer, zei tegen haar ‘jij gaat niet slapen’, sloeg haar vervolgens twee keer met een vuist op haar hoofd en gooide een emmer water over haar heen [aangever] is daarna alsnog gaan slapen.

Verdachte heeft verder verklaard dat hij een paar uur later terug naar boven is gegaan waar [aangever] lag te slapen. Hij heeft [aangever] wakker gemaakt, haar telefoon gepakt en haar gedwongen de code van haar telefoon aan hem te geven. Dit heeft zij ook gedaan.

[aangever] heeft verklaard dat toen verdachte voor de tweede keer naar boven kwam, hij de dekens van haar aftrok en haar begon te slaan. Hij sloeg haar tegen haar linkeroog en linkerflank, bij haar ribben. Hij pakte haar beet en duwde hard met zijn handen tegen de rechterkant van haar hoofd. Hij pakte haar bij haar armen vast en kneep. Zij heeft daar blauwe plekken aan overgehouden.

Bij [aangever] is tijdens het forensisch onderzoek het volgende letsel geconstateerd:

De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat het letsel dat bij [aangever] is geconstateerd past bij de geweldshandelingen die verdachte volgens haar bij haar heeft gepleegd. Bovendien heeft verdachte zelf verklaard dat zij ruzie hadden en dat hij in die ruzie ook een emmer water over [aangever] heen heeft gegooid terwijl zij in bed lag. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [aangever] heeft mishandeld door haar meermaals op haar oog, hoofd en linkerflank te slaan, in haar armen te knijpen en een emmer water over haar heen te gooien.

Ten aanzien van feit 1: verkrachting

Verklaringen aangeefster en verdachte

[aangever] heeft verklaard dat verdachte haar heeft verkracht op het moment dat het bezoek weg was, dus rond 00.30 uur in de nacht van 27 op 28 april 2024. Hij zou hierbij gezegd hebben ‘Je gedraagt je als een hoer, dan neuk ik je als een hoer’. Verdachte trok haar aan haar haren, duwde haar naar de grond en trok haar onderbroek kwaad naar beneden. Hij sloeg bovendien tegen haar linkerbil. [aangever] is na de seks naar het toilet gegaan en heeft zich omgekleed. Verdachte zei tenslotte: ‘Ik ga je op Kinky.nl zetten. Dan laat ik mannen hier komen en dan betaal je mij alles terug van wat ik heb besteed aan het huis.’

Verdachte heeft verklaard dat hij omstreeks 00.30 uur seks heeft gehad met [aangever] , maar dat dit vrijwillig was. Zij hebben seks gehad om de eerder ontstane ruzie goed te maken Daarna is [aangever] naar bed gegaan en is zij gaan slapen. De volgende ochtend rond 4.30 uur is verdachte teruggegaan naar de slaapkamer van [aangever] om haar wakker te maken. Hij heeft haar telefoon gepakt en wilde dat zij de toegangscode van haar telefoon aan hem gaf. [aangever] probeerde haar telefoon van verdachte af te pakken. Uiteindelijk gaf zij hem wel haar code. Verdachte heeft in de telefoon berichtjes gelezen van de man die bij [aangever] op bezoek was toen hij er niet was. Eén van die berichtjes was ‘Is [verdachte] (verdachte) al weg, dan kunnen wij terugkomen’. Verdachte heeft [aangever] hier niet mee kunnen confronteren, omdat zij al naar beneden was gelopen en naar [getuige] was gevlucht.

Wettelijk kader

De rechtbank stelt voorop dat zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het feit dat er slechts twee personen aanwezig waren bij de (beweerde) seksuele handelingen, namelijk het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dat maakt dat extra zorgvuldig naar de waardering van afgelegde verklaringen moet worden gekeken. Er zijn in veel gevallen geen ooggetuigen die de ten laste gelegde handelingen hebben waargenomen. Ook in deze zaak is dat het geval.

Volgens artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van één getuige, in dit geval de verklaring van aangeefster. Deze bepaling heeft als doel te zorgen voor een deugdelijke bewijsbeslissing. De rechter kan niet tot een bewezenverklaring komen als door één getuige feiten en omstandigheden naar voren worden gebracht die op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Het steunbewijs moet “voldoende steun” geven aan de verklaring van die getuige, dat wil zeggen dat het steunbewijs op relevante wijze in verband moet staan met de inhoud van de verklaring van die getuige. Het steunbewijs mag in beginsel niet enkel afkomstig zijn van dezelfde bron. Een ‘de auditu-verklaring’ (een van horen zeggen-verklaring), levert onvoldoende steunbewijs op. Wel kunnen bepaalde waarnemingen die de de auditu-getuige persoonlijk heeft gedaan voldoende steunbewijs opleveren. Voor een bewezenverklaring is daarnaast vereist dat de rechtbank uit de wettige bewijsmiddelen onverminderd de overtuiging heeft gekregen dat de verdachte het hem verweten feit heeft begaan.

Beoordeling

De rechtbank wordt geconfronteerd met twee tegenstrijdige scenario’s over de seksuele handelingen die tussen verdachte en [aangever] hebben plaatsgevonden. Onder deze omstandigheden moet de rechtbank beoordelen of aan het bewijsminimum is voldaan en dus of er sprake is van voldoende bewijs dat de verklaring van aangeefster kan ondersteunen.

Getuige [getuige] heeft verklaard dat [aangever] in de vroege morgen – rond 5.45 uur of 6.15 uur – bij haar voor de deur stond op blote voeten en in haar pyjama. [aangever] gaf aan dat verdachte haar zou hebben verkracht. Zij was heel bang en in paniek.

Buren van [aangever] vertellen dat er elke week wel ruzie was tussen verdachte en [aangever] . Het duurde dit keer echter langer en zij hoorden [aangever] meer huilen dan andere keren. De ruzie begon met schreeuwen in de avond en het is de hele nacht met tussenpozen doorgegaan. Zij hoorden [aangever] schreeuwen.

Op opnames van de Ring deurbel van één van de buren is te horen dat een vrouw om 5.49 uur heel hard “neehee, nee” riep. Een mannenstem zei: ‘… is goed, jij gaat zo… ntv… jij gaat … ntv … geven, jij gaat … ntv … geven, idioot.’. De vrouw riep tussendoor ‘neehee’. De rechtbank concludeert dat de stemmen op deze deurbel van verdachte en [aangever] zijn.

De rechtbank is van oordeel dat bovenstaande bewijsmiddelen onvoldoende overtuigende steun bieden aan de verklaring van aangeefster waarin zij heeft verklaard dat zij tegen haar wil seks heeft gehad, temeer nu beiden verklaren dat de seks plaats zou hebben gevonden vlak nadat het bezoek was vertrokken (rond 00.30) en aangeefster (pas) rond 6.00 uur bij getuige [getuige] was. Niet is uit te sluiten dat [aangever] overstuur was doordat verdachte haar meerdere keren mishandeld had en dat zij daarom gevlucht is naar [getuige] . De rechtbank stelt vast dat de bewijsmiddelen onvoldoende duidelijkheid geven over wat er zich die nacht precies heeft afgespeeld tussen verdachte en [aangever] in het kader van de tenlastegelegde verkrachting en acht dan ook onvoldoende overtuigend steunbewijs aanwezig voor de verklaring van [aangever] op dat vlak.

Gelet op het feit dat de verklaringen van aangeefster onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de voor verkrachting vereiste dwang heeft uitgeoefend. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van de tenlastegelegde verkrachting.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

2. hij in of omstreeks de nacht van 27 april 2024 op 28 april 2024 te [woonplaats] , gemeente Overbetuwe[aangever] heeft mishandeld door- haar meermaals op haar oog en/of haar hoofd en/of haar linkerflank en/of haar bil te slaan en/of- in haar armen te knijpen en/of - aan haar haren te trekken en/of- een emmer water over haar heen te gooien. en/of - haar op de grond te duwen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2:

Mishandeling

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte op grond van een bewezenverklaring van een verkrachting en een mishandeling zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en een contactverbod met aangeefster en een locatieverbod voor haar woning.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de eis van de officier van justitie fors gematigd moet worden, omdat de tenlastegelegde verkrachting niet bewezen kan worden en de mishandeling overblijft.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn inmiddels ex-vriendin. De mishandeling vond midden in de nacht plaats in haar eigen woning. Door het plegen van dit feit heeft verdachte de lichamelijke integriteit van aangeefster geschonden op de plek waar zij zich bij uitstek veilig moet kunnen voelen, namelijk haar eigen woning.

Uit het strafblad van verdachte van 2 februari 2026 blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Nu de rechtbank, anders dan de officier van justitie, enkel de mishandeling bewezen vindt zal de straf fors lager uitvallen dan geëist. De rechtbank zoekt hierbij aansluiting bij wat andere rechters in Nederland in soortgelijke gevallen opleggen. De rechtbank acht dan ook een taakstraf voor de duur van 40 uren met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht passend en geboden.

8. De beoordeling van de civiele vordering

9. De vorderingen tot tenuitvoerlegging (parketnummers 05.012299.21 en 05.072639.23)

De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met de feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 7.500,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het toe te wijzen bedrag van de vordering benadeelde partij gematigd moet worden, nu enkel de mishandeling kan worden bewezen.

Overweging van de rechtbank

Smartengeld

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen de categorie lichamelijk letsel past. Door de mishandeling van verdachte heeft zij immers lichamelijk letsel in de vorm van blauwe plekken en schrammen opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen door aan te sluiten bij de Rotterdamse Schaal. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 250,00 vaststellen.

Verdachte is vanaf 28 april 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

Inzake 05.012299.21

De politierechter heeft verdachte op 28 juli 2021 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

De raadsman heeft bepleit dat de vordering tenuitvoerlegging moet worden afgewezen.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden afgewezen. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een oud en andersoortig feit, waarvan de opgelegde voorwaardelijke straf niet in verhouding staat tot de bewezenverklaarde mishandeling in dit vonnis.

Inzake 05.072639.23

De politierechter heeft verdachte op 13 juli 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 24 dagen.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

De raadsman heeft bepleit dat de vordering tenuitvoerlegging moet worden afgewezen, omdat de tenuitvoerlegging reeds is bevolen.

De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot tenuitvoerlegging moet worden afgewezen, omdat niet duidelijk is geworden of de tenuitvoerlegging al is bevolen. Aangezien duidelijkheid hierover ontbreekt, wijst de rechtbank de vordering af.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 24c, 36f en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

11. De beslissing

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 ten laste gelegde;

 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 legt op een taakstraf van 40 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;

 beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

 verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. F.J.H. Hovens
  • mr. I. de Bruin

Griffier

  • mr. E.W.A. Nabbe

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?