ECLI:NL:RBGEL:2026:2272

ECLI:NL:RBGEL:2026:2272

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 20-03-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer 05/099999-23, 05-168510-23 en 05-191915-24 (gevoegd t.t.z.) en 96-164894-21 (tul), 05-030517-22 (tul), 05-095299-21 (tul) en 05-124832-20 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 21-jarige man tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De man is schuldig aan meerdere oplichtingen via cybercrime. Ook maakte hij zich schuldig aan WhatsApp-fraude, witwassen, openlijke geweldpleging, diefstal met geweld, verzet tegen zijn aanhouding, niet meewerken aan een gegeven bevel en rijden zonder rijbewijs.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05-099999-23, 05-168510-23 en 05-191915-24 (gevoegd t.t.z.) en

96-164894-21 (tul), 05-030517-22 (tul), 05-095299-21 (tul) en 05-124832-20 (tul)

Datum uitspraak : 20 maart 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2004 in [geboorteplaats] (Syrië),

wonende aan [adres] ,

[postcode] , in [woonplaats] .

Raadsman: mr. T. van den Wildenberg, advocaat in Den Bosch.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlasteleggingen

Parketnummer 05-099999-23

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging (ten aanzien van parketnummer 05-168510-23), ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 11 maart 2023 te [woonplaats] , zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meer ambtenaren, [ambtenaar 1] (hoofdagent) en/of [ambtenaar 2] (brigadier), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten verdachte ter aanhouding en overbrenging naar het politiebureau wegens overtreding van artikel 107 wegenverkeerwet 1994, althans een strafbaar feit, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie

door te rukken en/of te trekken en/of te duwen in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden;

2.

hij op of omstreeks 11 maart 2023 te [woonplaats] opzettelijk enige handeling, gedaan door [ambtenaar 1] (hoofdagent) en/of [ambtenaar 2] (brigadier), zijnde een ambtenaar belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, ondernomen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift, te weten artikel 94 Wetboek van Strafvordering het inbeslagnemen van het voertuig te weten een

Renault, Clio met kenteken [kenteken] waarin verdachte zat, heeft belet, belemmerd en/of verijdeld, door de sleutels van voornoemd voertuig niet te overhandigen aan voornoemde verbalisanten;

3.

hij op of omstreeks 11 maart 2023 te [woonplaats] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, Nieuwe Tielseweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde;

Parketnummer 05-168510-23

1.

hij op of omstreeks 14 januari 2023 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (zilverkleurig) horloge, merk Versace (met blauwe wijzerplaat), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [aangever 1] en/of [aangever 2] naar de grond gewerkt/geduwd en/of meermalen, althans eenmaal, met kracht op/tegen het hoofd en/of op/in het gezicht gestompt en/of geslagen, terwijl die [aangever 1] en/of die [aangever 2] al dan niet op de grond lag(en) en/of tegen het lichaam van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te duwen en/of die [aangever 1] en/of [aangever 2] in een nekklem houden;

en/of

hij op of omstreeks 14 januari 2023 te [woonplaats] openlijk, te weten, op/aan het Plein, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en) te weten [aangever 1] en/of [aangever 2] , immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [aangever 1] en/of [aangever 2] naar de grond gewerkt/geduwd en/of meermalen, althans eenmaal, met kracht op/tegen het hoofd en/of op/in het gezicht gestompt en/of geslagen, terwijl die [aangever 1] en/of die [aangever 2] al dan niet op

de grond lag(en) en/of tegen het lichaam van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te duwen en/of die [aangever 1] en/of [aangever 2] in een nekklem houden;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 september 2022 tot en met 22 november 2022 te [woonplaats] , althans in Nederland meermalen (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, meerdere personen heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, te weten [aangever 3] (hij in de periode van 22 maart 2020 tot en met 23 maart 2020 te Rotterdam, althans in

Nederland, meermalen telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door

telkens het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel

van verdichtsels, meerdere personen heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, te weten:

- [aangever 3] € 750,- (zevenhonderdvijftig euro) en/of

- [aangever 4] € 763,50 (zevenhonderddrieenzestig euro en vijftig cent),

immers heeft hij -verdachte-

- via Marktplaats goederen aangeboden tegen betaling en zonder levering zich van de betaling van die goederen verzekerd en/of

- gebruik gemaakt van valse en/of andermans identiteit(en) en/of na(a)m(en), te weten: [naam 1] en/of [naam 2] en/of

- zich (aldus) voorgedaan als bonafide verkoper, waardoor die [aangever 3] en/of die [aangever 4] , werden bewogen tot afgifte/betaling van een of meer geldbedragen (tot een totaalbedrag van ongeveer € 1.513,50 (vijftienhonderddertien euro en vijftig cent));

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 december 2022 tot en met 14

december 2022 te Enschede en/of [woonplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), meermalen, met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon/aangever, te weten: [aangever 5] , € 517,44 (vijfhonderzeventien euro en 44 cent) heeft bewogen tot de afgifte van voornoemd geldbedrag

- door zich in een of meer whatsapp-berichten, verzonden naar die [aangever 5] , tegenover die [aangever 5] voor te doen als zijnde de zoon van die [aangever 5] en/of

- daarbij/daarin aan die [aangever 5] mede te delen/te verzoeken – zakelijk weergegeven –

* dat zij of hij tijdelijk een nieuw of een ander 06-nummer heeft en/of dat het oude telefoonnumer weg kan en/of

* openstaande factu(u)r(en)/rekening(en) heeft die per direct/met spoed voldaan moeten worden

en

* hij geen toegang krijgt tot het bank/betaalsysteem en/of zijn internetbankieren en/of in geldnood zit en die [aangever 5] derhalve deze betalingen voor hem kan voorschieten en

* (vervolgens) daartoe in meerdere whatsapp-berichten een of meer betaalverzoeken middels een link en/of de te betalen bedragen inclusief het rekeningnummer en de naam van de crediteur, aan die [aangever 5] heeft verzonden, althans handelingen van soortgelijke strekking,

waardoor die [aangever 5] , werd bewogen tot afgifte/betaling van een geldbedrag (van ongeveer 517,44 euro);

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 september 2022 tot en met 12

december 2022, te [woonplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten de hierna te noemen geldbedragen, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten de hierna te noemen geldbedragen was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie een voorwerp, te weten de hierna te noemen geldbedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf

en/of

voorwerpen, te weten de hierna te noemen geldbedragen, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van voorwerpen, te weten de hierna te noemen geldbedragen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf, te weten:

-in totaal 750,- euro, althans een hoeveelheid geld (aangifte [aangever 3] , BVH-nummer [nummer] )

-in totaal 763,50 euro, althans een hoeveelheid geld (aangifte [aangever 4] , BVH-nummer

[nummer] )

-in totaal 517,44 euro, althans een hoeveelheid geld (aangifte [aangever 5] , BVH-nummer

[nummer] );

Parketnummer 05-191915-24

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2022 tot en met 15 april 2023 te [woonplaats] , en/of te ’s-Gravenhage en/of te Wezep, in de gemeente Oldebroek en/of te Brummen en/of te Enschede en/of te Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten afleveradressen en/of namen van inkoopmanagers/medewerkers en/of namen van bedrijven en/of (een) ministerie(s) en/of (een) Universiteit(en) heeft veranderd, gewist, onbruikbaar en/of ontoegankelijk heeft gemaakt en/of

aan gegevens, te weten afleveradressen van klanten van Coolblue (te weten Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of [bedrijf 1] BV en/of [bedrijf 2] BV en/of [bedrijf 3] BV en/of De Universiteit Twente) en/of De Technische Universiteit Eindhoven

namen van inkoopmanagers/medewerkers en/of namen van bedrijven en/of (een) ministerie(s) en/of (een) Universiteit(en), die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, andere gegevens, te weten zijn –verdachtes- eigen naam en/of intitialen en/of (andere) adresgegevens en/of de naam van verdachtes mededader(s) en/of diens, althans andere, adresgegevens, heeft toegevoegd,

immers heeft/hebben en/of is/zijn hij verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk en wederrechtelijk binnengedrongen in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten (een) website(s) en/of (een) server(s) van Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of

van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of van [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of van de Technische Universiteit Eindhoven;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2022 tot en met 15 april 2023 te [woonplaats] , en/of te ’s-Gravenhage en/of te Wezep, in de gemeente Oldebroek en/of te

Brummen en/of te Enschede en/of te Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal, (telkens)

opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten (een) website(s) en/of (een) server(s) van

Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of vn [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of van de Technische Universiteit Eindhoven is/zijn binnengedrongen

a. door het doorbreken van een beveiliging,

b. door een technische ingreep,

c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel, te weten door gebruik te

maken van de inlogcodes van in/aankoopaccounts van Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of van [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of van De Technische Universiteit Eindhoven,

in elk geval een niet op naam van hem -verdachte- en/of zijn mededader(s) staande inlogcode, ten behoeve van (wederrechtelijke) toegang tot de (online) verkoopafdeling van

elektronicabedrijf Coolblue

d. door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als

manager(s) en/of medewerker(s) en/of een afdeling van de afdeling inkoop van Het

Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2]

BV en/of van [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/ of van

de Technische Universiteit Eindhoven en/of

door gebruik te maken van een (valse) inlogcode(s) ten behoeve van toegang tot de

in/aankoopaccounts van de inkoopafdelingen/inkoopmedewerkers van voornoemd(e)

Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2]

BV En/of van [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of van

De Technische Universiteit Eindhoven, in elk geval een niet op naam van hem verdachte en/of zijn mededader staande en/of toebehorende gebruikersna(a)m(en) en/of inlogcode(s)

en hij vervolgens de gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van voornoemd geautomatiseerd werk, te weten (een) website(s) en/of (een) server(s)

van Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of van De Technische Universiteit Eindhoven voornoemd waarin hij en/of zijn mededader(s) zich wederrechtelijk bevond(en) voor zichzelf en/of (een) ander(en) heeft/hebben overgenomen, afgetapt en/of opgenomen, (te weten door het (telkens) in/aankopen (op rekening) bij Coolblue BV, althans een keten van elektronicaspeciaalzaken, van Appel I-Phone 14+

telefoontoestellen/smartphones (in totaal 69 stuks) en/of 1 Macbook pro 13 inch en/of 1 Apple Magic mouse);

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2022 tot en met 15 april 2023 te [woonplaats] , en/of te ’s-Gravenhage en/of te Wezep, in de gemeente Oldebroek en/of te

Brummen en/of te Enschede en/of te Eindhoven althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal,

een computerwachtwoord, toegangscode en/of daarmee vergelijkbaar gegeven, waardoor toegang kon worden gekregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk te weten (een) website(s) en/of (een) server(s) van Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of Van [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of van De Technische Universiteit Eindhoven heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, 138b of 139c Wetboek van strafrecht werd gepleegd, door

- de inloggegevens ten behoeve van inkoopaccount van Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of de Technische Universiteit Eindhoven voorhanden te hebben en/of

- met die inloggegevens in te loggen op inkoopaccount(s) van Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of van [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of de Technische Universiteit Eindhoven, en/of

-(vervolgens) (dure) Apple I-Phone, type 14+, telefoontoestellen/smartphones (in totaal 69 stuks) en/of 1 Macbook pro 13 inch en/of 1 Apple Magic mouse op rekening te bestellen en/of te laten bezorgen op door hem -verdachte- en/of zijn mededader(s) aangegeven adressen, terwijl de rekening(en) van die aankopen werden gestuurd naar de inkoopafdelingen/inkoopmedewerkers van Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of de Technische Universiteit Eindhoven voornoemd;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2022 tot en met 15 april 2023 te [woonplaats] , en/of te ’s-Gravenhage en/of te Wezep, in de gemeente Oldebroek en/of te Brummen en/of te Enschede en/of te Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Coolblue BV, althans een keten van elektronicaspeciaalzaken, heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (in totaal) 69 (negenenzestig) Appel I-Phone 14+ telefoontoestellen/smartphones en/of 1 (een) Macbook pro 13 inch en/of 1 (een) Apple Magic mouse), immers heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of zijn mededader(s)

-met behulp van valse signalen of een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van de inlogcodes van in/aankoopaccounts van Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of de Technische Universiteit Eindhoven, in elk geval een niet op naam van hem -verdachte- en/of zijn mededader(s) staande inlogcode, ten behoeve van (wederrechtelijke) toegang tot de (online) verkoopafdeling van elektronicabedrijf Coolblue BV door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als manager(s) en/of medewerker(s) van,

-de afdeling inkoop van Het Ministerie van Binnenlandse zaken(te weten [medewerker 1] ) en/of

-van [bedrijf 1] BV(te weten [medewerker 2] ) en/of

-van [bedrijf 2] BV (te weten [medewerker 3] ) en/of

-van [bedrijf 3] BV (te weten [medewerker 4] )en/of

-van De Universiteit Twente (te weten [medewerker 5] ) en/of

-van de Technische Universiteit Eindhoven (te weten [medewerker 6] ),

in ieder geval door zich voor te doen als bonafide en (ter zake van inkoop) bevoegde klant van Coolblue BV en/of door gebruik te maken van een (valse) inlogcode(s) ten behoeve van toegang tot de in/aankoopaccounts van de inkoopafdelingen/inkoopmedewerkers van voornoemd(e) Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of van De

Technische Universiteit Eindhoven, in elk geval een niet op naam van hem verdachte en/of zijn mededader staande en/of toebehorende gebruikersna(a)m(en) en/of inlogcode(s), waardoor medewerker(s) van (de (online) verkoopafdeling van elektronicabedrijf) Coolblue

BV (telkens)is/zijn overgegaan tot de hierboven omschreven afgifte(n).

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Parketnummer 05-099999-23

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aanhouding van verdachte, p. 8-9;

- de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 6 maart 2026.

Feit 2 en 3

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan deze feiten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit, nu volgens de raadsman niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de bestuurder was toen de verbalisanten de auto zagen rijden. Verdachte kon voorts niet voldoen aan het bevel van de ambtenaar omdat hij de sleutels van de auto niet bij zich had.

Beoordeling door de rechtbank

Op zaterdag 11 maart 2023 rond 17:25 uur waren verbalisanten bezig met een staandehouding op de Nieuwe Tielseweg in [woonplaats] . Verbalisant [ambtenaar 1] zag dat verdachte in een auto voorbij reed en had goed zicht op hem. Terwijl verdachte op ongeveer drie meter afstand langsreed, keken de verbalisant en verdachte elkaar in de ogen. Verbalisant [ambtenaar 1] herkende verdachte direct aan zijn gezicht, omdat hij al vaak met hem in aanraking was geweest. Hij kende verdachte nog van zijn tijd als hoofdagent en omdat hij verdachte al vaker een bekeuring had gegeven.

Verbalisanten reden vervolgens rond 17:30 uur op [adres] in [woonplaats] . Zij zagen dat de door hen eerder genoemde Reunault Clio met kenteken [kenteken] geparkeerd stond in een parkeervak bij de flat waar verdachte woont. Verdachte zat op dat moment achter het stuur. Verdachte verklaarde toen dat hij niet had gereden. Verbalisant [ambtenaar 1] deelde verdachte mede dat hij een proces-verbaal kreeg voor het rijden zonder rijbewijs en dat de Renault Clio in beslag zou worden genomen. Toen verbalisant [ambtenaar 1] verdachte om de sleutel van de auto vroeg, om de auto in beslag te kunnen nemen, zei verdachte dat hij die niet ging geven. [ambtenaar 1] legde vervolgens aan verdachte uit dat als hij de sleutel niet zou geven, hij zou worden aangehouden voor ambtsbelemmering. Hij vroeg verdachte meerdere malen om de autosleutel te geven, maar verdachte maakte geen aanstalten om de sleutel te geven en probeerde de autodeur dicht te doen nadat hij was uitgestapt.

Verdachte heeft in de zaak met parketnummer 05-168510-23 tijdens een verhoor met de politie op 10 juli 2023 verklaard dat hij wel eens zonder rijbewijs in een auto reed en dat de politie twee auto’s in beslag had genomen. Hij moest wachten tot de strafzitting om te kijken of hij een rijverbod van vijf jaar zou krijgen, anders zou het geen zin hebben om zijn rijbewijs te halen.

Verbalisanten [ambtenaar 1] en [ambtenaar 2] hebben op ambtseed een proces-verbaal opgemaakt. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaringen en de waarnemingen van deze verbalisanten. Bovendien blijkt uit een later verhoor van verdachte in een gevoegde strafzaak, dat hij op 10 juli 2023 niet over een rijbewijs beschikte en dat er eerder auto’s in beslag zijn genomen, omdat hij daarin reed zonder over een rijbewijs te beschikken. Op basis van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank daarom van oordeel dat verdachte zich op 11 maart 2023 schuldig heeft gemaakt aan het rijden zonder rijbewijs en aan het belemmeren van een ambtshandeling.

Parketnummer 05-168510-23

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1. Ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4 heeft de officier aangevoerd dat er niet genoeg bewijs is voor medeplegen, maar wel voor plegen, nu de opzet aan de kant van de katvangers ontbreekt.

Meer in het bijzonder heeft de officier bij feit 2 aangevoerd dat er geld is overgemaakt vanuit aangevers naar een door verdachte geregelde katvanger, om vervolgens de katvanger middels een Tikkie aan verdachte te laten betalen.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman bepleit dat vrijspraak moet volgen. De raadsman heeft onder meer aangevoerd dat de verklaring van getuige [getuige 1] kennelijk leugenachtig is en dat ook de verklaring van aangever [aangever 1] onbetrouwbaar is. Ook heeft de raadsman aangevoerd dat de camerabeelden laten zien dat persoon ‘NN4’ de persoon kan zijn geweest die het horloge heeft weggenomen. Verder is er volgens de raadsman geen sprake van medeplegen nu er geen samenwerking heeft plaatsgevonden ten aanzien van de diefstal van het horloge.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman bepleit dat verdachte zelf ook katvanger was, maar nu medeplegen niet ten laste is gelegd, vrijspraak moet volgen. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman gesteld dat niet bewezen kan worden dat verdachte dit feit alleen heeft gepleegd en refereert zich voor wat betreft het plegen in vereniging. Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat hij op 13 januari 2023 ging stappen met zijn broer [aangever 2] en enkele collega’s. Op 14 januari 2023 tussen 03:30 uur en 04:00 uur waren zij bij café [café] , waar iemand uit zijn groep een stoel gooide. Jongens uit een andere groep reageerden daarop en er ontstond een vechtpartij. Aangever werd door verschillende mensen aangevallen en kreeg meerdere klappen in zijn gezicht en tegen zijn hoofd. Hij belandde door de klappen op de grond, waar hij nogmaals harde klappen tegen zijn hoofd kreeg. Op een gegeven moment voelde aangever dat iemand zijn horlogebandje probeerde los te maken en riep hij “mijn horloge!”. Hij kreeg een vuist tegen zijn gezicht van de jongen die zijn horloge losmaakte. De jongen trok vervolgens met geweld het horloge uit de hand van aangever en daarna renden de jongens weg. Aangever omschrijft de jongen die zijn horloge wegnam als een jongen van 1,85 meter met een Marokkaans uiterlijk, donker krullend haar en hij droeg een blauwe trui met een zwarte bodywarmer. De volgende dag had aangever pijn aan zijn kaak en verschillende verwondingen in zijn gezicht. Zijn gestolen horloge is een zilverkleurig horloge met blauwe wijzerplaat van het merk Versace.

Aangever [aangever 2] beschrijft in zijn aangifte dat hij samen met zijn broer [aangever 1] en enkele collega’s op 14 januari rond 04:00 uur in [woonplaats] was bij café [café] . Een collega van aangever gooide met een stoel en daarop werd gereageerd door een groepje van vier Marokkaanse jongens. Aangever weet niet wie de eerste klap heeft uitgedeeld, maar hij denkt zelf ongeveer vijf klappen te hebben gekregen van een jongen die een blauw trainingspak aanhad van CP Company met daar overheen een zwarte bodywarmer. De jongen was licht getint, best fors en had donker krullend haar met een baardje. De eerste twee klappen kreeg aangever op zijn linker- en rechteroor. Hij had ook pijn aan zijn hals en hoofd, maar weet niet meer precies waar die pijn vandaan komt. Aangever zag vervolgens dat zijn broer [aangever 1] klappen kreeg en naar de grond werd gewerkt. Aangever probeerde zijn broer te helpen en hoorde zijn broer “mijn horloge” roepen. Hij zag dat [aangever 1] het horloge nog vasthad, maar de jongen wilde deze afpakken. Aangever heeft het horloge van zijn broer nog vastgepakt om de diefstal te voorkomen, maar uiteindelijk heeft hij moeten loslaten. Wanneer aangever de middag daarna wakker wordt, kan hij zich alles herinneren, maar hij hoort bijna niks. Bij de huisarts bleek later dat er een gaatje in beide trommelvliezen zat. Ook zat er vocht en bloed achter een van zijn oren.

Getuige [getuige 2] maakte deel uit van de groep waarmee aangevers die avond op stap waren en verklaarde bij de politie dat zij had gezien dat er een gevecht ontstond tussen de groep van aangevers en de groep Marokkaanse jongens. Ook zag zij dat [aangever 1] op de grond lag en dat een van die Marokkaanse jongens op hem zat. Een andere jongen uit de groep van verdachte hield [aangever 1] vast en [aangever 1] werd in zijn gezicht geslagen. Getuige heeft verder gezien dat iemand het horloge van de pols van [aangever 1] afhaalde en daarna is de groep Marokkaanse jongens weggerend. Bij de rechter-commissaris verklaart getuige [getuige 2] dat zij [aangever 1] een keer heeft zien uithalen nadat hij zelf een aantal keren was geraakt.

Verschillende camerabeelden laten het gevecht zien en drie verbalisanten herkennen verdachte op die beelden. Zij herkennen hem omdat ze al vaker met hem te maken hebben gehad vanuit hun functie. Zij herkennen hem op de beelden als de forse jongen die een lichtblauwe trui draagt met een zwarte bodywarmer eroverheen en felgele schoenen. Daarnaast benoemt verbalisant [verbalisant 1] dat verdachte door de camerabeeldspecialist is aangeduid als ‘NN7’.

De camerabeeldspecialist omschrijft dat op de beelden te zien is hoe meerdere personen met elkaar in gevecht raken op het plein in [woonplaats] . Na 12 minuten is onder meer te zien hoe verdachte met [aangever 1] worstelt en dat [aangever 1] half op de grond ligt. Een andere jongen uit de groep van de aangevers geeft verdachte een schop tegen het bovenbeen en verdachte blijft [aangever 1] vasthouden. Verder is onder meer te zien dat verdachte een duw geeft aan [aangever 2] en dat hij [aangever 1] naar de grond werkt. Hij staat op enig moment over hem heen gebogen terwijl [aangever 1] op de grond ligt en slaat hem op 00.00.28 in het gezicht. Tegen het einde van de opname om 00:00:31 is te zien hoe verdachte [aangever 1] in een nekklem vasthoudt.

Betrouwbaarheid verklaringen

Hoewel er behoedzaam moet worden omgegaan met de verklaringen van de aangevers, ziet de rechtbank geen reden om deze verklaringen onbetrouwbaar te achten. Beide aangevers verklaren in hoofdlijnen consistent en gedetailleerd. Het enkele feit dat [aangever 2] verklaart dat verdachte een blauw trainingspak droeg terwijl hij in werkelijkheid een blauwe trui droeg met een bodywarmer, is van ondergeschikt belang nu de verklaringen van aangevers worden ondersteund met wat verbalisanten waarnemen op de camerabeelden.

De rechtbank stelt verder vast dat verdachte juist wisselend heeft verklaard. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting verklaart verdachte dat er in zijn vriendengroep een verhaal rondging over een weggenomen horloge en dat dit de aanleiding voor hem was om het horloge te Googelen. Bij de politie heeft verdachte echter verklaard dat hij het leuk vindt om horloges te Googelen en dat hij dat met meerdere merken doet. Wanneer een verbalisant vervolgens in de telefoon van verdachte op zoek gaat naar andere zoekslagen die dit verhaal zouden kunnen onderschrijven, worden die niet aangetroffen. Verdachte verklaart ook wisselend over het bericht dat een verbalisant in zijn telefoon aantreft, waarin het lijkt alsof verdachte aan gebruiker ‘ [account naam] ’ vertelt wat verdachte wil dat deze gebruiker bij de politie verklaart over het gevecht. Bij het politieverhoor zegt verdachte dat hij dit bericht niet heeft verstuurd, maar dat een andere jongen dit aan hem heeft gestuurd. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting verklaarde verdachte dat hij het bericht wel degelijk heeft verstuurd omdat hij de verhalen wilde afstemmen. Gelet op deze wisselende verklaringen van verdachte, acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij niet degene is die het horloge van [aangever 1] heeft weggenomen ongeloofwaardig.

De raadsman heeft aangevoerd dat een andere persoon, die door de camerabeeldspecialist als NN4 is aangeduid, het horloge mogelijk heeft weggenomen, nu op de beelden bij 00:00:17 te zien is dat die persoon voorovergebogen bij verdachte en [aangever 1] stond.

De rechtbank volgt deze lezing niet. De camerabeelden laten een gevecht zien dat meer dan een half uur duurt. Het horloge is pas aan het einde van dit gevecht weggenomen, vlak voordat de groep van verdachte wegrende. Dit volgt uit de verklaringen van aangevers en getuige [getuige 2] en deze verklaringen worden ondersteund door de camerabeelden. Uit de verklaringen van aangevers volgt ook dat het de forse jongen met de zwarte bodywarmer was die het horloge heeft weggenomen en volgens meerdere verbalisanten is dit verdachte.

Conclusie ten aanzien van de diefstal

Op grond van voornoemde bewijsmiddelen, allen in samenhang bekeken, komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte het horloge van [aangever 1] heeft weggenomen en dat deze diefstal is voorafgegaan en vergezeld van geweld. Verdachte heeft [aangever 1] geslagen, naar de grond gewerkt en in een nekklem gehouden. Daarnaast heeft verdachte geweld uitgeoefend tegen [aangever 2] in de vorm van duwen en slaan tegen het gezicht. De rechtbank is verder van oordeel dat noch uit het dossier, noch uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de overige jongens uit de groep van verdachte opzet hadden op de diefstal die verdachte heeft gepleegd. Verdachte is daarom als pleger van de diefstal met geweld aan te merken en niet als medepleger. Alleen hij kan voor de diefstal verantwoordelijk worden gehouden.

Conclusie ten aanzien van de openlijke geweldpleging

Op de beelden is te zien dat er niet alleen door verdachte en aangevers wordt gevochten, maar dat er over en weer wordt gevochten door verschillende personen. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat er een gevecht was en dat hij daar aan mee heeft gedaan. Verdachte kreeg een klap van achteren en heeft vervolgens de persoon voor hem een klap gegeven. Het was een groot gevecht volgens verdachte. Hij kreeg zelf ook klappen en zijn vrienden hebben ook gevochten. Op basis van de camerabeelden en de verklaring van verdachte over het door hem en anderen toegepaste geweld oordeelt de rechtbank daarom dat verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan een openlijke geweldpleging op 14 januari 2023 in [woonplaats] .

Gelet op al het voorgaande is sprake geweest van eendaadse samenloop van de openlijke geweldpleging en de diefstal.

Feit 2, vrijspraak

Op basis van het procesdossier en het onderzoek ter terechtzitting heeft de rechtbank niet de overtuiging gekregen dat verdachte heeft gecommuniceerd met aangevers [aangever 4] en [aangever 3] die hebben gereageerd op een Marktplaatsadvertentie. De rechtbank is met de raadsman van mening dat het niveau van spreken en schrijven van verdachte te zeer afwijkt van de communicatie die met de aangevers is gevoerd. Dat betekent kortgezegd dat verdachte volgens de rechtbank niet de persoon is geweest die oplichtingsmiddelen heeft ingezet zodat de aangevers het geld zouden overmaken. Verder stelt de rechtbank vast dat medeplegen niet aan verdachte ten laste is gelegd. Hierom zal de rechtbank verdachte vrijspreken van feit 2.

Feit 3 en 4

Aangeefster [aangever 5] heeft verklaard aan dat zij middels WhatsApp werd benaderd door het nummer [telefoonnummer 1] . Als pleegdatum is genoemd 11 december 2022. Een persoon deed zich voor als haar zoon en gaf aan dat het oude telefoonnummer weg kon. De volgende dag, op 12 december 2022, stuurde deze persoon wederom berichten, deze keer met de vraag of zij ook problemen had met internetbankieren en of zij een rekening voor hem kon voorschieten die met spoed betaald moest worden. De persoon die zich voordeed als haar zoon stuurde middels WhatsApp de gegevens van de crediteur. Aangeefster heeft vervolgens op verzoek 517,44 euro overgemaakt naar het rekeningnummer [rekeningnummer 1] op naam van [naam 2] .

Aangever [naam 2] heeft verklaard dat verdachte hem via Snapchat belde en vroeg of hij geld mocht laten overmaken op de rekening van [naam 2] omdat verdachte problemen had met het betalen van zorgkosten. Aangever [naam 2] gaf toestemming en vervolgens is er op 12 december 2022 door [aangever 5] 517,44 euro overgemaakt naar bankrekeningnummer [rekeningnummer 1] van aangever [naam 2] . Het geld is afkomstig van rekening [rekeningnummer 2] die op naam staat van [naam 3] e/o [aangever 5] . Daarna heeft verdachte via Snapchat een betaalverzoek van 517 euro aan [naam 2] gestuurd die deze heeft voldaan. [naam 2] heeft het bedrag van 517 euro overgemaakt naar bankrekeningnummer [rekeningnummer 3] die op naam staat van verdachte.

Uit de historische financiële gegevens van het rekeningnummer [rekeningnummer 3] van verdachte, blijkt dat er op 12 december 2022 om 13:46 uur een betaalverzoek van verdachte aan [naam 2] wordt gestuurd voor het bedrag van 517 euro en dat dit bedrag op zijn rekening wordt bijgeschreven. Kort daarna, namelijk vanaf 14:12 uur, wordt er middels drie contante geldopnames een totaalbedrag van 500 euro opgenomen van deze bankrekening bij de Geldmaat Kamperfoelie in [woonplaats] .

Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat verdachte beschikte over de bankrekening en de betaalpas behorende bij rekeningnummer [rekeningnummer 3] en dat hij de persoon is geweest die via Snapchat aan [naam 2] heeft gevraagd of er geld op diens rekening gestort mocht worden om dit geld vervolgens via een betaalverzoek aan [naam 2] op zijn eigen bankrekening te krijgen en direct daarna zelf contant op te nemen. Door het pinnen van het geld heeft verdachte hierover beschikkingsmacht gehad en heeft hij verhuld dat het geld uit een misdrijf afkomstig is.

Net als bij feit 2, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat het verdachte is geweest die de communicatie met aangever [aangever 5] heeft verzorgd. De rechtbank stelt vast dat, gezien het taalniveau van de berichten, dit moet zijn gedaan door een onbekend gebleven medeverdachte. De rol van verdachte bij deze oplichting is echter groot en van substantieel belang. Verdachte heeft zijn bankrekening ter beschikking gesteld en een tweede katvanger geregeld voor de oplichting. Vervolgens is hij direct geld gaan pinnen nadat die katvanger het geld had overgemaakt aan verdachte. De rechtbank stelt op grond van voornoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van oplichting en het witwassen van het geldbedrag dat hieruit voortkwam.

Parketnummer 05-191915-24

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 en het subsidiair tenlastegelegde onder feit 2.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte een bijdrage heeft geleverd aan dit feit. Ten aanzien van feit 2, primair, geldt volgens de raadsman hetzelfde en ook daarvan dient verdachte te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde feit onder 2 heeft de verdediging zich gerefereerd.

Beoordeling door de rechtbank

Vanwege de samenhang tussen feit 1 en 2 twee zullen deze feiten gezamenlijk worden besproken.

Aangever Binnenlandse Zaken

[aangever 6] heeft namens het Ministerie van Binnenlandse zaken aangifte gedaan. Op 31 maart 2023 en 1 april 2023 zijn er middels zes bestellingen in totaal 13 iPhones 14 Pro met het zakelijke account van het ministerie bij Coolblue besteld. Daarvan zijn er in totaal 11 verzonden. Niemand van het Ministerie van Binnenlandse zaken heeft de bestellingen geplaatst. Ook was te zien dat er een nieuw afleveradres was ingevuld voor dit account, namelijk [adres] in [woonplaats] , met als bijbehorende naam “ [naam 4] ”. Het totaalbedrag van de verzonden bestellingen betreft 13.189 euro. Coolblue heeft de bestellingen bevestigd middels orderbevestigingen waarin de IMEI-nummers van de 11 verzonden iPhones staan.

De pakketten met de iPhones zijn op 1 en 2 april 2023 afgeleverd op het adres [adres] in [woonplaats] . De Track & Trace codes van het derde, vierde, vijfde en zesde pakket zijn meermalen bekeken vanaf twee IP-adressen die gekoppeld zijn aan het woonadres van verdachte.

Op 11 april 2023 zagen verbalisanten op Marktplaats dat één van de telefoons uit deze bestelling werd aangeboden door, wat later bleek, de eigenaar van telefoonwinkel [winkel] in [woonplaats] . Eenmaal in de winkel aangekomen stelden verbalisanten vast dat het IMEI-nummer van de aangeboden telefoon overeen kwam met een van de 11 IMEI-nummers uit de via het zakelijke account van het Ministerie van Binnenlandse zaken gedane bestelling bij Coolblue. In het kader van de aangifte zijn facturen met IMEI-nummers overlegd. De verkoper bij [winkel] verklaarde dat hij in totaal zeven telefoons had gekocht van een jongen die zo’n zes maanden eerder al eens in zijn winkel was geweest en dat hij er al twee had verkocht. De IMEI-nummers van de overige vijf telefoons die hij nog in bezit had, kwamen allen overeen met de lijst van de bestelde telefoons bij Coolblue uit de aangifte namens Binnenlandse Zaken. De verkoper gaf een signalement van de jongen van wie hij de telefoons had gekocht. Het was een buitenlandse jongen met kort haar, redelijk dik en ongeveer 1,80 tot 1,85 meter lang. Verder had hij een wit gezicht met rode wangen, donkere ogen en geen piercings of tatoeages. De eerste keer dat de jongen bij de verkoper kwam had hij lang haar, de tweede keer had hij kort haar. De politie beschrijft dat verdachte een blanke huidskleur en donkere ogen heeft. Op een foto van hem van 28 januari 2021 heeft hij aanmerkelijk langer haar dan op de SKDB-foto van 11 maart 2023. Op die foto is ook te zien dat verdachte rood gekleurde wangen heeft.

Het telefoonnummer van telefoonwinkel [winkel] is [telefoonnummer 2] . Uit de historische verkeersgegevens van dit telefoonnummer blijkt dat rond het moment van de verkoop van de zeven telefoons, namelijk 2 april 2023 tot en met 13 april 2023, er meerdere malen telefonisch contact is geweest tussen dit nummer en telefoonnummers die gekoppeld zijn aan het woonadres van verdachte.

Aangever [bedrijf 1] B.V.

[medewerker 2] heeft aangifte gedaan namens [bedrijf 1] B.V. Op 23 en 24 december 2022 zijn middels vijf bestellingen in totaal 10 Apple iPhones besteld, waarbij het afleveradres telkens [adres] in [woonplaats] was. De eerste bestelling stond op naam van [medewerker 2] en de overige vier bestellingen zijn op naam van [verdachte] gedaan. [bedrijf 1] heeft deze bestellingen niet gedaan.

Getuige [getuige 3] is postbezorger bij PostNL en heeft verklaard dat zij op 24 december 2022 een pakket wilde afleveren dat op naam stond van [medewerker 2] , met als bijbehorend adres de [adres] in [woonplaats] . Er kwam toen een jongen naar haar toe die vroeg of hij het pakket voor de [adres] mocht hebben, omdat hij deze voor zijn oom kwam ophalen. Getuige [getuige 3] heeft om zijn legitimatie gevraagd en de jongen liet deze zien. Het betrof [verdachte] , geboren op [geboortedag] 2004. Zij heeft een foto gemaakt van zijn legitimatie en het pakket aan de jongen meegegeven. Op 27 december 2022 moest zij wederom pakketten afleveren op de [adres] in [woonplaats] , maar deze keer stonden de pakketten op naam van [verdachte] . Op de [adres] in [woonplaats] werd zij benaderd door twee jongens, waarvan zij er een herkende als de jongen die op 24 december 2022 het pakket voor de [adres] had opgehaald en zich toen had gelegitimeerd. De jongen wilde wederom pakketten meenemen die voor de [adres] bestemd waren, maar getuige gaf deze niet mee en zei dat hij moest wachten op de bezorging. Getuige kende de bewoonster van [adres] en heeft haar gebeld. Op [adres] in [woonplaats] kwam zij de jongen weer tegen die opdringerig deed en aangaf zijn pakketten te willen hebben. De bewoonster van de [adres] belde haar toen terug en gaf aan dat zij geen pakketten had besteld. Rond 14:45 uur was getuige werkzaam op [adres] in [woonplaats] waar verdachte wederom naar haar toekwam om deze pakketten af te nemen. Hij was boos en opdringerig en werd steeds agressiever. Getuige is uiteindelijk de woning op het adres [adres] binnengegaan omdat de bewoners doorhadden dat getuige [getuige 3] werd lastig gevallen. Hier heeft zij de politie gebeld.

Toen de politie ter plaatse kwam, zagen zij dat de drie pakketten van Coolblue op naam van [verdachte] stonden en dat het adres op de pakketten [adres] in [woonplaats] was. In de drie pakketten bevonden zich telkens twee iPhones 14+. Tijdens een controle op diezelfde dag, rond 15:12 uur, trof verbalisant verdachte aan als bijrijder op [adres] in [woonplaats] . Op de beelden van de Ring videodeurbel van [adres] in [woonplaats] is het incident van 27 december 2022 waargenomen en verbalisanten herkennen verdachte hierop.

Later bleek dat alle bestellingen uit de aangifte van [bedrijf 1] zijn gedaan vanaf het IP-adres [nummer] , behorende bij het adres [adres] in [woonplaats] .

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij inderdaad op 24 december 2022 een pakket bij de [adres] in [woonplaats] heeft opgehaald. Iemand zou hem dit hebben gevraagd en hij hoefde alleen bij dat adres te wachten, het pakket aan te nemen en weer weg te gaan.

Aangever [bedrijf 2] B.V.

[medewerker 3] heeft aangifte gedaan namens [bedrijf 2] B.V. Op 15 oktober 2022 waren er met het bedrijfsaccount van [bedrijf 2] drie bestellingen gedaan van in totaal zes Apple iPhones, een Apple Magic Mouse en een Macbook Pro 13. Deze waren besteld bij Coolblue op naam van [medewerker 3] , met telkens als afleveradres [adres] in [woonplaats] . Aangever heeft contact gehad met Coolblue en er bleek een nieuw afleveradres aan hun zakelijke account te zijn toegevoegd. Hiervoor moet je inloggen in het Coolblue account van [bedrijf 2] . Aangever heeft het afleveradres niet gewijzigd en de bestelling ook niet geplaatst.

De bestellingen waren geplaatst vanaf het IP-adres [nummer], behorende bij het adres [adres] in [woonplaats] . De Track & Trace codes om deze bestellingen te volgen zijn geraadpleegd vanaf datzelfde IP-adres, maar ook vanaf het IP-adres dat gekoppeld is aan het woonadres van verdachte. Bij alle bestellingen is het afleveradres [adres] in [woonplaats] gebruikt, maar de bewoner van dit adres heeft geen pakketten ontvangen of gemist.

Op 23 mei 2023 is onder verdachte een witte iPhone 14 in beslag genomen. Deze telefoon had IMEI-nummer [nummer] . Dit IMEI-nummer kwam overeen met het IMEI-nummer van één van de telefoons waarover namens [bedrijf 2] B.V. aangifte was gedaan. Op deze telefoon stond onder andere een WhatsApp-gesprek tussen (owner) [account] en een andere gebruiker genaamd ‘PostNL’. Dit gesprek vond plaats tussen 14 januari 2023 en 18 januari 2023. Tijdens dit gesprek werden onder meer de volgende berichten verstuurd:

Op 14 januari 2023:

Op 16 januari 2023:

Op 18 januari 2023:

Verdachte heeft verklaard dat hij soms wel eens [account] wordt genoemd. Nu het betreffende gesprek is aangetroffen op een onder verdachte in beslag genomen telefoon, gaat de rechtbank er vanuit dat (owner) [account] dezelfde persoon is als verdachte en dat verdachte degene is geweest die dit gesprek met gebruiker PostNL heeft gevoerd.

Uit deze telefoon blijkt verder dat hij tussen 26 maart 2023 en 28 maart 2023 een gesprek voerde via WhatsApp met de eerder genoemde gebruiker genaamd ‘PostNL’. Tijdens het gesprek zijn onder meer de volgende berichten verstuurd:

Op 26 maart 2023:

Op 27 maart 2023:

Op 28 maart 2023:

Modus operandi

De rechtbank stelt vast dat uit het dossier blijkt dat in voornoemde zaken telkens dezelfde modus operandi wordt gehanteerd. Deze modus operandi is als volgt. Er wordt ingelogd bij Coolblue met een zakelijk account en het afleveradres wordt gewijzigd. Vervolgens wordt er op rekening besteld bij Coolblue. Alle bestellingen zijn gedaan vanaf het IP-adres dat is gekoppeld aan de [adres] in [woonplaats] . Bij bijna alle bestellingen worden de Track & Trace codes geraadpleegd vanaf het woonadres van verdachte en vanaf de [adres] in [woonplaats] . Slechts bij de aangifte van [bedrijf 1] geeft het dossier geen informatie over het IP-adres dat is gebruikt bij het raadplegen van de Track & Trace codes. Gelet op de omstandigheden dat verdachte degene is geweest die de pakketjes met iPhones voor het adres [adres] in ontvangst wilde nemen en op de onder hem in beslag genomen telefoon gesprekken staan waaruit af te leiden is dat hij pakketjes probeert te onderscheppen, concludeert de rechtbank dat verdachte degene is geweest die met het IP-adres gekoppeld aan zijn woonadres Track & Trace codes heeft geraadpleegd en ook dat hij degene is die de onderscheppingen deed voordat de pakketjes bezorgd werden op het opgegeven bezorgadres. Nadat verdachte de pakketten van Coolblue had opgehaald, werden de geleverde telefoons doorverkocht. Deze modus operandi werd al gebruikt sinds 15 oktober 2022, aangezien er bij verdachte thuis een telefoon is gevonden uit de frauduleuze bestelling op naam van [bedrijf 2] B.V. die op 15 oktober 2022 was geplaatst.

Aangever [bedrijf 3] B.V.

Aangever [medewerker 4] heeft aangifte gedaan namens [bedrijf 3] B.V. [bedrijf 3] heeft een zakelijk account bij Coolblue. Op 12 en 13 november 2022 werden middels dit account vier iPhones besteld ter waarde van 4.076 euro. De bestellingen zijn niet door [bedrijf 3] gedaan. De bestellingen werden vervolgens geleverd op een aangepaste afleveradres, namelijk [adres] 24 in [woonplaats] .

De bestellingen zijn geplaatst vanaf hetzelfde IP-adres als bij de voornoemde aangevers, namelijk een IP-adres dat is gekoppeld aan [adres] in [woonplaats] . De Track & Trace codes zijn wederom geraadpleegd vanaf het woonadres van verdachte en vanaf de [adres] in [woonplaats] .

Aangever Universiteit Twente

[aangever 7] heeft aangifte gedaan namens de Universiteit Twente. Met het account van voormalig medewerker [medewerker 5] werden in de periode van 24 december 2022 tot en met 29 december 2022 in totaal 28 iPhones besteld. Hiervan werden er 22 daadwerkelijk afgeleverd. De schade bedraagt 22.765 euro. Het afleveradres was veranderd naar de [adres] in [woonplaats] , ten name van “ [naam 5] ”.

Tijdens het onderzoek in de telefoon van verdachte werd een video aangetroffen waarop een doosje van Coolblue zichtbaar werd met als afleveradres [adres] in [woonplaats] .

Aangever Technische Universiteit Eindhoven

[aangever 8] heeft namens de Technische Universiteit Eindhoven aangifte gedaan. Deze universiteit heeft ook een zakelijk account bij Coolblue en op 4 en 5 november 2022 werden er met het account van [medewerker 6] acht bestellingen geplaatst bij Coolblue. In totaal werden er 16 iPhones 14 besteld en het schadebedrag is 16.304 euro. De bestellingen van 4 november 2022 werden geleverd in een pakketautomaat die gevestigd is aan [adres] en de bestellingen van 5 november 2022 werden geleverd op het adres [adres] in [woonplaats] . De universiteit heeft deze bestellingen niet geplaatst.

Bij zes van de acht bestellingen is de Track & Trace code van het pakket wederom bekeken vanaf het adres [adres] twee bestellingen vanaf [adres] 20 in [woonplaats] .

Gezien het vorenstaande, in samenhang bezien en gelet op de eerder genoemde modus operandi, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat verdachte ook bij de bestellingen op naam van aangevers [bedrijf 3] , de Universiteit Twente en de Universiteit van Eindhoven betrokken is geweest. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte in elk geval vanaf het moment dat hij de beschikking kreeg over de iPhone die namens [bedrijf 2] BV was besteld in oktober 2022, wist dat naam- en/of adresgegevens werden aangepast. Door vervolgens door te gaan met zijn handelingen heeft hij dus opzet gehad op het veranderen van klantgegevens bij Coolblue.

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij slechts op 24 december 2022 eenmalig een pakketje heeft opgehaald en dat hij hier 500 euro voor kreeg. Hij weet niet waarom mensen hun eigen pakketten niet kunnen ophalen. Gezien al het voornoemde bewijs, met in het bijzonder de verklaring van getuige [getuige 3] en de herkenning van verdachte op 27 december 2022 door verbalisanten, is het niet geloofwaardig dat verdachte dit slechts één keer heeft gedaan.

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte geen wetenschap had van het binnendringen van een geautomatiseerd werk en het wijzigen van de gegevens die daarop staan opgeslagen. Deze lezing volgt de rechtbank niet. Gezien het voornoemde bewijs heeft verdachte vaker pakketten afgevangen voor zijn mededader(s) die met enige regelmaat op naam van verdachte stonden, met variërende adressen. De rechtbank is daarom van mening dat verdachte in ieder geval afwist van de naam- en adreswijzigingen bij Coolblue vanaf het moment dat hij een pakket waarop in strijd met de werkelijkheid zijn naam was vermeld had afgevangen. Ook is bij verdachte thuis een telefoon gevonden die afkomstig is uit de frauduleuze bestelling op naam van [bedrijf 2] B.V. De rechtbank stelt daarom vast dat deze modus operandi al sinds 15 oktober 2022 door verdachte en zijn medeverdachte(n) werd gehanteerd. In de periode na deze datum heeft verdachte nog meer pakketten afgevangen waardoor er wel degelijk sprake is van opzet en van een bijdrage die van voldoende gewicht is geweest. Nu de rechtbank tot de conclusie komt dat verdachte wetenschap had van de datamanipulatie onder feit 1, hij vervolgens is doorgegaan met deze manier van geld verdienen, en de oplichtingen bovendien niet mogelijk waren zonder die datamanipulatie, oordeelt de rechtbank dat er genoeg wettig en overtuigend bewijs is voor feit 1. De rechtbank komt tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van manipulatie van computergegevens.

De rechtbank is verder van oordeel dat het primaire feit onder 2 niet bewezen kan worden. Noch uit het dossier, noch uit het onderzoek ter terechtzitting blijkt namelijk dat verdachte toegang heeft gekregen tot de servers van de aangevers of dat hij hier een substantiële bijdrage aan heeft geleverd. Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt slechts dat hij wist dat namen en adressen van medewerkers van aangevers werden gewijzigd. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het onder 2 primair ten laste gelegde feit.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Op basis van alle voornoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde feit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting van Coolblue, in de periode 15 oktober 2022 tot en met 14 april 2023, door een substantiële bijdrage te leveren aan het bestellen van 69 iPhones, een Macbook Pro en een Apple Magic mouse op rekening van andermans zakelijke accounts met gewijzigde namen en adresgegevens. Hij vormde hierin een cruciale schakel door de pakketjes met aangepaste adresgegevens, waaronder zijn eigen naam- en adresgegevens, af te vangen voordat zij werden bezorgd op het opgegeven afleveradres en heeft aldus een substantiële bijdrage geleverd aan de oplichting van Coolblue.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

Parketnummer 05-099999-23

1.

hij op of omstreeks 11 maart 2023 te [woonplaats] , zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een of meer ambtenaren, [ambtenaar 1] (hoofdagent) en/of [ambtenaar 2] (brigadier), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn hun bediening, te weten verdachte ter aanhouding en overbrenging naar het politiebureau wegens overtreding van artikel 107 Wegenverkeerwet 1994, althans een strafbaar feit, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie

door te rukken en/of te trekken en/of te duwen in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden;

2.

hij op of omstreeks 11 maart 2023 te [woonplaats] opzettelijk enige handeling, gedaan door [ambtenaar 1] (hoofdagent) en/of [ambtenaar 2] (brigadier), zijnde een ambtenaar ambtenaren belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, ondernomen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift, te weten artikel 94 Wetboek van Strafvordering het in beslag nemen van het voertuig te weten een Renault, Clio met kenteken [kenteken] waarin verdachte zat, heeft belet, en belemmerd en/of verijdeld, door de sleutels van voornoemd voertuig niet te overhandigen aan voornoemde verbalisanten;

3.

hij op of omstreeks 11 maart 2023 te [woonplaats] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, Nieuwe Tielseweg, zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorrijtuigen, waartoe dat motorrijtuig behoorde.

Parketnummer 05-168510-23

1.

hij op of omstreeks 14 januari 2023 te [woonplaats] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (zilverkleurig) horloge, merk Versace (met blauwe wijzerplaat), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en/of [aangever 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij en het bezit van het gestolene te verzekeren,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [aangever 1] en/of [aangever 2] naar de grond gewerkt/geduwd en/of meermalen, althans eenmaal, met kracht op/tegen het hoofd en/of op/in het gezicht gestompt en/of geslagen, terwijl die [aangever 1] en/of die [aangever 2] al dan niet op de grond lag(en) en/of tegen het lichaam van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te duwen en/of die [aangever 1] en/of [aangever 2] in een nekklem te houden;

en/of

hij op of omstreeks 14 januari 2023 te [woonplaats] openlijk, te weten, op/aan het Plein, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (een) perso(o)n(en) te weten [aangever 1] en/of [aangever 2] , immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) die [aangever 1] en/of [aangever 2] naar de grond gewerkt/geduwd en/of meermalen, althans eenmaal, met kracht op/tegen het hoofd en/of op/in het gezicht gestompt en/of geslagen, terwijl die [aangever 1] en/of die [aangever 2] al dan niet op

de grond lag(en) en/of tegen het lichaam van die [aangever 1] en/of [aangever 2] te duwen en/of die [aangever 1] en/of [aangever 2] in een nekklem te houden;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 december 2022 tot en met 124

december 2022 te Enschede en/of [woonplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), meermalen, met het oogmerk om zich en/of een ander, wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een persoon/aangever, te weten: [aangever 5] , € 517,44 (vijfhonderzeventien euro en 44 cent) heeft bewogen tot de afgifte van voornoemd geldbedrag

- door zich in een of meer whatsapp-berichten, verzonden naar die [aangever 5] , tegenover die [aangever 5] voor te doen als zijnde de zoon van die [aangever 5] en/of

- daarbij/daarin aan die [aangever 5] mede te delen/te verzoeken – zakelijk weergegeven –

* dat zij of hij tijdelijk een nieuw of een ander 06-nummer heeft en/of dat het oude telefoonnummer weg kan en/of

* openstaande een factu(u)r(en)/rekening(en) heeft die per direct/met spoed voldaan moeten worden en

* hij geen toegang krijgt tot het bank/betaalsysteem en/of zijn internetbankieren en/of in geldnood zit en die [aangever 5] derhalve deze betalingen voor hem kan voorschieten en

* (vervolgens) daartoe in meerdere whatsapp-berichten een of meer betaalverzoeken middels een link en/of de te betalen bedragen inclusief het rekeningnummer en de naam van de crediteur, aan die [aangever 5] heeft verzonden, althans handelingen van soortgelijke strekking,

waardoor die [aangever 5] , werd bewogen tot afgifte/betaling van een geldbedrag (van ongeveer 517,44 euro);

4.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 september 2022 tot en met 12

december 2022, te [woonplaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van een voorwerp, te weten de het hierna te noemen geldbedragen, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op een voorwerp, te weten de het hierna te noemen geldbedragen was, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie een voorwerp, te weten de het hierna te noemen geldbedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die het voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig warens uit enig (eigen) misdrijf

en/of het voorwerpen, te weten de het hierna te noemen geldbedragen, heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van een voorwerpen, te weten de het hierna te noemen geldbedragen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat die het voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig warens uit enig (eigen) misdrijf, te weten:

-in totaal 750,- euro, althans een hoeveelheid geld (aangifte [aangever 3] , BVH-nummer [nummer] )

-in totaal 763,50 euro, althans een hoeveelheid geld (aangifte [aangever 4] , BVH-nummer

[nummer] )

-in totaal 517,44 euro, althans een hoeveelheid geld (aangifte [aangever 5] , BVH-nummer

[nummer] ).

Parketnummer 05-191915-24

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 oktober 2022 tot en met 15 april 2023 te [woonplaats] , en/of te ’s-Gravenhage en/of te Wezep, in de gemeente Oldebroek en/of te Brummen en/of te Enschede en/of te Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk, gegevens, die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, te weten afleveradressen en/of namen van inkoopmanagers/medewerkers en/of namen van bedrijven en/of (een) ministerie(s) en/of (een) Universiteit(en) heeft veranderd, gewist, onbruikbaar en/of ontoegankelijk heeft gemaakt en/of

aan gegevens, te weten afleveradressen van klanten van Coolblue (te weten Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of [bedrijf 1] BV en/of [bedrijf 2] BV en/of [bedrijf 3] BV en/of De Universiteit Twente) en/of De Technische Universiteit Eindhoven)

namen van inkoopmanagers/medewerkers en/of namen van bedrijven en/of (een) ministerie(s) en/of (een) Universiteit(en), die door middel van een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie waren opgeslagen, werden verwerkt en/of werden overgedragen, andere gegevens, te weten zijn –verdachtes- eigen naam en/of initialen en/of (andere) adresgegevens en/of de naam van verdachtes mededader(s) en/of diens, althans andere, adresgegevens, heeft toegevoegd,

immers heeft/hebben en/of is/zijn hij verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk en wederrechtelijk binnengedrongen in een (gedeelte van) een geautomatiseerd werk, te weten (een) website(s) en/of (een) server(s) van Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of

van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of van [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of van de Technische Universiteit Eindhoven;.

2. subsidiair

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 oktober 2022 tot en met 15 april 2023 te [woonplaats] , en/of te ’s-Gravenhage en/of te Wezep, in de gemeente Oldebroek en/of te Brummen en/of te Enschede en/of te Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, Coolblue BV, althans een keten van elektronicaspeciaalzaken, heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (in totaal) 69 (negenenzestig) Appel I-iPhone 14+ telefoontoestellen/smartphones en/of 1 (een) Macbook pro 13 inch en/of 1 (een) Apple Magic mouse), immers heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of zijn mededader(s)

-met behulp van valse signalen of een valse sleutel, te weten door gebruik te maken van de inlogcodes van in/aankoopaccounts van Het Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of de Technische Universiteit Eindhoven, in elk geval een niet op naam van hem -verdachte- en/of zijn mededader(s) staande inlogcode, ten behoeve van (wederrechtelijke) toegang tot de (online) verkoopafdeling van elektronicabedrijf Coolblue BV door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door zich voor te doen als manager(s) en/of medewerker(s) van,

-de afdeling inkoop van Het Ministerie van Binnenlandse zaken (te weten [medewerker 1] ) en/of

-van [bedrijf 1] BV (te weten [medewerker 2] ) en/of

-van [bedrijf 2] BV (te weten [medewerker 3] ) en/of

-van [bedrijf 3] BV (te weten [medewerker 4] ) en/of

-van De Universiteit Twente (te weten [medewerker 5] ) en/of

-van de Technische Universiteit Eindhoven (te weten [medewerker 6] ),

in ieder geval door zich voor te doen als bonafide en (ter zake van inkoop) bevoegde klant van Coolblue BV en/of door gebruik te maken van een (valse) inlogcode(s) ten behoeve van toegang tot de in/aankoopaccounts van de inkoopafdelingen/inkoopmedewerkers van voornoemd(e) Ministerie van Binnenlandse zaken en/of van [bedrijf 1] BV en/of van [bedrijf 2] BV en/of [bedrijf 3] BV en/of van De Universiteit Twente en/of van De

Technische Universiteit Eindhoven, in elk geval een niet op naam van hem verdachte en/of zijn mededader staande en/of toebehorende gebruikersna(a)m(en) en/of inlogcode(s), waardoor medewerker(s) van (de (online) verkoopafdeling van elektronicabedrijf) Coolblue

BV (telkens)is/zijn overgegaan tot de hierboven omschreven afgifte(n).

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 05-099999-23

feit 1:

wederspannigheid;

feit 2:

opzettelijk enige handeling, door een ambtenaar belast met het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten ondernomen ter uitvoering van enig wettelijk voorschrift, beletten;

feit 3:

overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

Parketnummer 05-168510-23

feit 1:

eendaadse samenloop van

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft

en

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren;

feit 3:

medeplegen van oplichting;

feit 4:

medeplegen van witwassen;

Parketnummer 05-191915-24

feit 1:

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen veranderen en andere gegevens daaraan toevoegen, meermalen gepleegd;

feit 2, subsidiair:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 21 maanden, met aftrek van het voorarrest. Bij deze eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van alle voorwaardelijke straffen onder parketnummers 05-030517-22, 96-164894-21, 05-095299-21 en 05-124832-20 gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat het adolescentenstrafrecht op verdachte moet worden toegepast vanwege zijn leeftijd en zijn licht verstandelijke beperking. Aan verdachte zou een onvoorwaardelijke gevangenisstraf ter hoogte van de duur van het voorarrest moeten worden opgelegd, gecombineerd met een voorwaardelijke straf. Daarnaast zou volgens de raadsman een taakstraf aan verdachte kunnen worden opgelegd. De raadsman verzet zich niet tegen de tenuitvoerlegging van de eerder aan verdachte opgelegde voorwaardelijke straffen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich onder meer schuldig gemaakt aan het medeplegen van openlijk geweld. Hij heeft meegedaan aan een groepsgevecht op een openbaar plein in [woonplaats] . Verdachte heeft hierbij letsel toegebracht aan verschillende slachtoffers en heeft vervolgens het horloge van een van de slachtoffers met geweld gestolen. Verdachte heeft hierdoor een inbreuk gemaakt op zowel de lichamelijk integriteit als het eigendomsrecht van de slachtoffers.

Ten aanzien van de WhatsAppfraude heeft een onbekend gebleven medeverdachte zich voorgedaan als de zoon van het slachtoffer en verdachte heeft deze fraude gefaciliteerd door zijn bankrekening ter beschikking te stellen, een tweede katvanger te regelen en het weggenomen geld te pinnen. Dergelijke fraude zorgt bij slachtoffers voor gevoelens van onveiligheid. Verdachte en zijn medepleger hebben misbruik gemaakt van het vertrouwen en de hulpvaardigheid van het slachtoffer. Door het hiermee verkregen geld wit te wassen heeft hij daarnaast de integriteit van het financiële en economische verkeer schade toegebracht.

Verdachte heeft ook samen met minimaal één onbekende medepleger gegevens veranderd van verschillende zakelijke accounts bij Coolblue. Hij en/of zijn mededader(s) hebben namen en adresgegevens gewijzigd en grote bestellingen van onder meer dure telefoons geplaatst. Vervolgens is verdachte de pakketten gaan afvangen en heeft hij er een voor zichzelf gehouden en de rest van de telefoons doorverkocht. Door het handelen van verdachte is een groot aantal slachtoffers financieel benadeeld en feiten zoals deze tasten bovendien het algemene vertrouwen in het digitale verkeer aan.

Daarnaast heeft verdachte zich als bestuurder van een motorrijtuig schuldig gemaakt aan het rijden zonder rijbewijs, heeft hij geweigerd mee te werken toen een politieagent hem om de sleutels van de auto vroeg en heeft hij zich verzet tegen zijn aanhouding. Hierdoor heeft verdachte de controle gefrustreerd op de naleving van voorschriften die de verkeersveiligheid dienen.

De rechtbank heeft de justitiële documentatie van verdachte in aanmerking genomen. Daaruit komt, voor zover relevant, naar voren dat verdachte in augustus 2020 is veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen personen en in juni 2023 voor een gekwalificeerde diefstal. Die veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw soortgelijke en andere strafbare feiten te plegen. Verdachte heeft hiermee laten zien dat hij niet dan wel onvoldoende vatbaar is voor pedagogische beïnvloeding. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om het adolescentenstrafrecht toe te passen.

De rechtbank overweegt dat op grond van de ernst en de veelheid van de feiten, het forse schadebedrag ten aanzien van de oplichtingen, de eerdere veroordelingen van verdachte en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden passend is.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan de officier van justitie om de volgende redenen. De rechtbank spreekt verdachte vrij van feit 2 onder parketnummer 05-168510-23. Daarmee komt de rechtbank automatisch tot een lager witwasbedrag bij feit 4 onder parketnummer 05-168510-23.

Gelet op de termijnoverschrijding van een jaar zal de rechtbank een deel van de straf voorwaardelijk opleggen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden.

Feit 3 onder parketnummer 05-099999-23 betreft een overtreding. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn in deze zaak en de straf die verdachte krijgt opgelegd voor de misdrijven in de andere strafzaken tegen verdachte, zal de rechtbank voor dit feit volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. De beoordeling van de civiele vorderingen

Parketnummer 05-168510-23

Benadeelde partij [aangever 1]

De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.256,77 aan materiële schade vanwege zijn gestolen horloge en zijn beschadigde winterjas en € 700,00 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering ten aanzien van zowel de materiële schade als het smartengeld dient te worden gematigd.

Benadeelde partij [aangever 2]

De benadeelde partij [aangever 2] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 700,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden gematigd tot een bedrag van € 500,00 vanwege de beperkte immateriële schade.

Benadeelde partij [aangever 4]

De benadeelde partij [aangever 4] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 700,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard vanwege de bepleite vrijspraak.

Benadeelde partij [aangever 3]

De benadeelde partij [aangever 3] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 750,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard vanwege de bepleite vrijspraak.

Benadeelde partij [aangever 5]

De benadeelde partij [aangever 5] heeft in verband met feit 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 500,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich gerefereerd.

Beoordeling door van de rechtbank

Benadeelde partij [aangever 1] , materiële schade en smartengeld

Ten aanzien van de materiële schade geldt dat uit de bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagwaarde van het gestolen horloge € 361,77 betreft. Verder is vast komen te staan dat het verdachte was die dit horloge heeft gestolen. Dit deel van de vordering is voldoende onderbouwd en de rechtbank zal deze toewijzen. Het deel van de vordering dat ziet op de schade aan de jas van de benadeelde partij is onvoldoende onderbouwd en de rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Ten aanzien van de immateriële schade geldt dat op grond van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, de rechtbank kan vaststellen dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door feit 1 heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel opgelopen in de vorm van pijn, verwondingen en blauwe plekken aan zijn lichaam en gezicht. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 500,00 vaststellen. Verdachte is vanaf 14 januari 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

Benadeelde partij [aangever 2] , smartengeld

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door feit 1 heeft de benadeelde immers lichamelijk letsel in de vorm van een perforatie van het trommelvlies opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 700,00 vaststellen. Verdachte is vanaf 14 januari 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen. Toepassing van de hoofdelijkheidsclausule, zoals verzocht door de benadeelde, is niet aan de orde.

Benadeelde partij [aangever 4] , materiële schade

Verdachte is vrijgesproken van feit 2 (parketnummer 05-168510-23) van de tenlastelegging. Daarom zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

Benadeelde partij [aangever 3] , materiële schade

Verdachte is vrijgesproken van feit 2 (parketnummer 05-168510-23) van de tenlastelegging. Daarom zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard.

Benadeelde partij [aangever 5] , materiële schade

Ten aanzien van de materiële schade geldt dat uit de bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat benadeelde het gevorderde bedrag heeft overgemaakt aan een katvanger, waarna het geld is overgemaakt aan verdachte. De vordering is voldoende onderbouwd en de rechtbank zal deze toewijzen. Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 12 december 2022. Ook zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen aan verdachte.

Parketnummer 05-191915-24

Benadeelde partij Universiteit Twente

De benadeelde partij [aangever 9] heeft namens de Universiteit Twente in verband met feit 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 20.000,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

Zowel de officier van justitie als de raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat de vordering niet is onderbouwd met facturen en omdat een machtiging ontbreekt.

Benadeelde partij [bedrijf 3] BV

De benadeelde partij [aangever 10] heeft namens [bedrijf 3] BV in verband met feit 1 en 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 4.076,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft de heer [aangever 10] aangegeven dat er reeds € 1.019,00 van het bedrag is vergoed door Coolblue.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er bij de berekening van de materiële schade uit moet worden gegaan van een bedrag van € 3.368,60, nu dit het bedrag exclusief BTW is. Daarnaast is een deel van de vordering, namelijk € 1.019,00 reeds vergoed door Coolblue. De vordering kan daarom worden toegewezen tot een bedrag van € 2.349,60, met toekenning van de wettelijke rente, en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast verzoekt de officier van justitie om de hoofdelijkheidsclausule toe te passen.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard nu onduidelijk is hoeveel er is vergoed door Coolblue.

Beoordeling door de rechtbank

Benadeelde partij Universiteit Twente, materiële schade

De schadepost is onvoldoende onderbouwd nu een machtiging en facturen ontbreken. Daarom zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaren. De benadeelde partij kan de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Benadeelde partij [bedrijf 3] BV, materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Verdachte heeft op naam van de benadeelde partij vier iPhones besteld. De vordering is voldoende onderbouwd en deze kan tot een hoogte van € 2.349,60 worden toegewezen.

Verdachte is wettelijke rente verschuldigd vanaf 12 november 2022. Ook zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen aan verdachte. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte de schade heeft vergoed.

9. De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal de Apple iPhone met goednummer 2981931 en de Apple iPhone met goednummer 2981892 met behulp waarvan feit 3 onder parketnummer 05-168510-23 is begaan of voorbereid, verbeurd verklaren.

De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

10. De vorderingen tot tenuitvoerlegging (parketnummers 96-164894-21,05-030517-22, 05-095299-21 en 05-124832-20)

De kinderrechter heeft verdachte op 7 augustus 2020 onder parketnummer 05-124832-20 veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen jeugddetentie.

De kinderrechter heeft verdachte op 28 mei 2021 onder parketnummer 05-095299-21 veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen jeugddetentie.

De kinderrechter heeft verdachte op 13 mei 2022 onder parketnummer 05-030517-22 veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen jeugddetentie.

De kantonrechter heeft verdachte op 18 juli 2022 onder parketnummer 96-164894-21 veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 8 uur, subsidiair 4 dagen jeugddetentie.

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijden opnieuw schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat deze voorwaardelijk opgelegde straffen daarom ten uitvoer moeten worden gelegd.

11. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 47, 55, 57, 63, 141, 180, 184, 312, 326, 350a, en 420bis.1 van het Wetboek van Strafrecht;

- 107 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

12. De beslissing

3. [aangever 5] € 500,00 5 dagen.

4. [bedrijf 3] BV € 2.349,60 23 dagen.

De rechtbank:

 spreekt verdachte vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit (parketnummer 05-168510-23);

 spreekt verdachte vrij van het onder 2 primair ten laste gelegde feit (parketnummer 05-191915-24);

 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 bepaalt dat ten aanzien van feit 3 onder parketnummer 05-099999-23 geen straf of maatregel wordt opgelegd;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden;

 bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 verklaart verbeurd de Apple iPhone met goednummer 2981931 en de Apple iPhone met goednummer 2981892;

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 7 augustus 2020 door de kinderrechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een werkstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen vervangende jeugddetentie (parketnummer 05-124832-20);

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 28 mei 2021 door de kinderrechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een werkstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen vervangende jeugddetentie (parketnummer 05-095299-21);

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 13 mei 2022 door de kinderrechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een werkstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie (parketnummer 05-030517-22);

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 18 juli 2022 door de kantonrechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een werkstraf van 8 uur (parketnummer 96-164894-21);

Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente

1. [aangever 1] € 861,77januari 2023

2. [aangever 2] € 700,00januari 2023

3. [aangever 5] € 500,00 december 2022

4. [bedrijf 3] BV € 2.349,60 november 2022

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade/smartengeld te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Benadeelde partij Bedrag Gijzeling

1. [aangever 1] € 861,77 8 dagen;

2. [aangever 2] € 700,00 7 dagen.

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 verklaart de benadeelde partijen [aangever 9] (Universiteit Twente), [aangever 4] en [aangever 3] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

 verklaart de benadeelde partijen [aangever 1] en [bedrijf 3] BV voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;

 bepaalt ten aanzien van benadeelde partij [bedrijf 3] BV dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?