ECLI:NL:RBGEL:2026:2276

ECLI:NL:RBGEL:2026:2276

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 13-03-2026
Datum publicatie 23-03-2026
Zaaknummer C/05/462837 / JE RK 26-146
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Verlenging ondertoezichtstelling voor twee kinderen. Voor één kind afwijzing verlengingsverzoek. Doelmatigheid ondertoezichtstelling getoetst.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Arnhem

Zaaknummer: C/05/462837 / JE RK 26-146

Datum uitspraak: 13 maart 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Regio Amsterdam, tevens handelend onder de naam Jeugd Veilig Verder

gevestigd in Amsterdam,

hierna te noemen: de GI,

over

[Naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [het kind 1] ,

[Naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [het kind 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonend op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonend in [woonplaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 februari 2026;

de brief van de vader, ontvangen op 9 maart 2026.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 13 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- twee vertegenwoordigers van de GI.

De vader heeft zich afgemeld voor de zitting. Hij heeft schriftelijk zijn mening gegeven.

De kinderrechter heeft [het kind 1] en [het kind 2] naar hun mening gevraagd. [het kind 1] en [het kind 2] hebben hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. [het kind 1] heeft ook een brief geschreven.

2. De feiten

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [het kind 1] en [het kind 2] .

[het kind 2] woont bij de vader. [het kind 1] verblijft doordeweeks in een pleeggezin en in het weekend bij de moeder.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 4 april 2025 [het kind 1] en [het kind 2] onder toezicht gesteld tot 4 april 2026 en een machtiging verleend [het kind 1] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg dan wel in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 4 april 2026.

3. Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [het kind 1] en [het kind 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4. De standpunten

De vader heeft in zijn brief van 9 maart 2026 zijn mening gegeven. Hij is het eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling. De vader heeft echter geen vertrouwen meer in de GI, omdat zij de gezinspatronen niet heeft kunnen doorbreken. Verder maakt de vader zich ook zorgen om de kinderen, omdat zij klem zitten of dreigen te raken tussen de ouders. Er zijn volgens de vader ook zorgen over het pleeggezin waar [het kind 1] weer (deels) verblijft. De vader vraagt de kinderrechter om het contactherstel tussen hem en [het kind 1] te bevorderen via een concreet stappenplan. Daarnaast vraagt de vader om te overwegen een bijzonder curator te benoemen om de GI te helpen beter te duiden wat passend is.

De moeder is het niet eens met het verzoek. Volgens haar heeft de ondertoezichtstelling weinig veranderd. De vader en zij hebben eerder al parallel-solo-ouderschap geprobeerd. Toen de GI betrokken raakte werd er door de GI geopperd om het contact te intensiveren in het belang van de kinderen. Dat zorgde echter voor meer onrust. De moeder ziet daardoor ook geen heil meer in de verbetering van de communicatie tussen de ouders als doel van de ondertoezichtstelling. Volgens haar is dit niet meer haalbaar en ook geen ambitie meer van de ouders. Voor [het kind 1] geldt dat het hem meer rust zal geven als er geen ondertoezichtstelling meer is. Hij staat aan de vooravond van zijn examens en de ondertoezichtstelling lijkt voor hem meer kwaad te doen dan goed. Voor [het kind 2] ligt dat ingewikkelder, omdat haar eigen mening niet helemaal duidelijk is. De moeder is vooral blij dat er eindelijk hulpverlening komt voor de kinderen. Het monitoren van die hulpverlening, een van de redenen waarom de GI vraagt om verlenging van de ondertoezichtstelling, kan volgens de moeder ook door de gemeente worden gedaan. Ook voor het doel van contactherstel tussen [het kind 1] en de vader is de ondertoezichtstelling niet nodig. [het kind 1] heeft die wil namelijk zelf al en dat contactherstel zal dan ook plaats gaan vinden zodra hij daar zelf klaar voor is. Dat is mede afhankelijk van het verloop van zijn hulpverlening.

5. De beoordeling

De kinderrechter is van oordeel dat voor [het kind 2] aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Voor [het kind 1] vindt de kinderrechter dat niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

[het kind 1] verblijft doordeweeks in een voor hem vertrouwd pleeggezin. Hij verblijft daar met instemming van de moeder. In het weekend verblijft hij bij de moeder. [het kind 1] is druk bezig met het behalen van zijn eindexamens. [het kind 1] heeft autisme en heeft daardoor extra behoefte aan duidelijkheid en rust en dat geldt zeker als andere aspecten van zijn leven stress geven. Een goed voorbeeld daarvan is het contact met zijn vader. Hij wil dit graag op termijn weer opbouwen, maar wil daarvoor eerst in therapie. Met zijn jeugdbeschermer heeft [het kind 1] geen goed contact. Hij geeft daarover aan dat zijn vertrouwen meerdere keren beschadigd is door het delen van gevoelige informatie zonder zijn toestemming.

Duidelijk is geworden dat de ondertoezichtstelling voor [het kind 1] niet veel meer oplevert behalve onrust in zijn hoofd. De combinatie van de opgestarte individuele hulpverlening, de afspraken met het pleeggezin en het plan dat [het kind 1] zelf heeft voor contactherstel met zijn vader maakt de ondertoezichtstelling voor [het kind 1] niet meer doelmatig. Daarom wordt het verzoek tot verlenging voor [het kind 1] afgewezen.

Voor [het kind 2] is de situatie anders. [het kind 2] woont bij haar vader. Haar oudere broer woont in een pleeggezin en bij de moeder. Haar oudere zus woont bij de moeder. Er is regelmatig contact tussen hen. [het kind 2] ziet de jeugdbeschermer wel regelmatig. Zij gaan dan samen wandelen met de hond en [het kind 2] kan dan vertellen waar ze mee zit. Omdat [het kind 2] ook nog regelmatig naar haar moeder gaat is er op dat vlak ook meer afstemming nodig tussen de ouders. De oudste kinderen willen uiteindelijk ook weer contact met de vader, maar daarvoor willen zij eerst nog individuele hulpverlening om zelf voldoende te groeien om dit contact op een goede manier vorm te geven. Voor [het kind 2] geldt echter dat de ouders moeten afstemmen om ervoor te zorgen dat zij goed contact heeft met beide ouders. Dat lukt de ouders in dit stadium niet zelf. Met name wanneer er buiten het reguliere contact iets extra’s gevraagd wordt. Bijvoorbeeld een extra moment dat [het kind 2] naar de moeder gaat rondom een verjaardag. De jeugdbeschermer is dan nodig om dit in goede banen te leiden.

De ondertoezichtstelling van [het kind 2] is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [het kind 2] voor de duur van zes maanden.

Voor zover de vader heeft bedoeld een verzoek te doen om een omgangsregeling te wijzigen dan wel een bijzonder curator te benoemen worden deze verzoeken, omdat zij niet nader onderbouwd zijn, afgewezen.

De kinderrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing blijft gelden, ook als iemand in hoger beroep gaat en het gerechtshof niet anders beslist.

6. De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [het kind 2] tot 4 oktober 2026;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026 door mr. M.J. Blaisse, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. G. Vlemmings als griffier, en op schrift gesteld op 23 maart 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. G. Vlemmings als

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?