ECLI:NL:RBGEL:2026:2651

ECLI:NL:RBGEL:2026:2651

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 08-04-2026
Datum publicatie 08-04-2026
Zaaknummer AWB 26 _ 1316
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening

Samenvatting

Voorlopige voorziening, gehandicaptenparkeerplaats voor passagier, geen spoedeisend belang, afwijzing.

Uitspraak

uitspraak van de voorzieningenrechter van

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: [gemachtigde]),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ede.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van het college van 18 februari 2026, waarin de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier is afgewezen. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend.

2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de

Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Zij legt dat hieronder verder uit.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.

Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening, omdat de gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier is geweigerd. Hij is voor vervoer van deur tot deur afhankelijk van de bestuurder van de auto. Hij kan, vanwege zijn medische beperkingen, niet alleen wachten totdat de bestuurder de auto heeft geparkeerd.

De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat verzoeker beperkingen heeft. Wel is tussen partijen in geschil of er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ten aanzien van een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker tot 23 maart 2026 over een gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder kon beschikken en dat de hoorzitting bij de bezwaarschriftencommissie staat gepland op 10 april 2026. Het college heeft te kennen gegeven dat binnen één of twee weken daarna de beslissing op bezwaar wordt verwacht.

De voorzieningenrechter overweegt dat tussen het aflopen van de termijn van de gehandicaptenparkeerplaats voor een bestuurder, de hoorzitting en de verwachte beslissing op bezwaar, een vrij korte periode zit. Gelet op de planning bij de rechtbank en de uitspraaktermijn van maximaal twee weken is niet te verwachten dat de voorlopige voorzieningenprocedure is afgerond voor de hoorzitting en de beslissing op bezwaar. Dat het college de mogelijkheid heeft om de beslistermijn te verlengen maakt dit niet anders. Gelet op de door het college gedane toezegging gaat de voorzieningenrechter er niet vanuit dat het college van deze mogelijkheid gebruik zal maken. Hoewel de voorzieningenrechter begrijpt dat verzoeker ernstige beperkingen heeft, acht de voorzieningenrechter de situatie niet dermate spoedeisend dat verzoeker de korte tijd tot de hoorzitting en de kort daarna te verwachten beslissing op bezwaar niet zou kunnen afwachten. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat weliswaar is gesteld dat verzoeker hierdoor niet zou kunnen deelnemen aan de geplande hoorzitting maar dat dit niet is onderbouwd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ontbreekt daarom op dit moment het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter merkt ten overvloede nog op dat, mocht de beslissing op bezwaar toch langer op zich laten wachten dan eerder is toegezegd, het verzoeker vrij staat om een nieuw verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. De spoedeisendheid zal dan opnieuw worden beoordeeld.

Conclusie en gevolgen

4. Nu een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.S. Gaastra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De griffier is verhinderd deze

uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?