ECLI:NL:RBGEL:2026:2672

ECLI:NL:RBGEL:2026:2672

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 03-04-2026
Datum publicatie 09-04-2026
Zaaknummer 053180-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 43-jarige man voor ontucht met twee minderjarige werkneemsters tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. De bijzondere voorwaarde is dat hij niet mag samenwerken met minderjarige meisjes en hij mag hen niet in loondienst hebben. Daarnaast krijgt hij een contact- en locatieverbod ten aanzien van de slachtoffers in de vorm van een 38v-maatregel. Zowel de bijzondere voorwaarde als deze maatregel zijn dadelijk uitvoerbaar. Gedeeltelijke toewijzing van de vorderingen tot schadevergoeding.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/053180-25

Datum uitspraak : 3 april 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats],

wonende aan de [adres 1], [postcode] in [woonplaats].

Raadsman: mr. S. Kriekaard, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

3. De bewezenverklaring

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 maart 2023 tot en met

20 juni 2023 te [plaats 1], althans in Nederland ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, te weten [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 2007, door

- zijn vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] te brengen en/of

- zijn tong tussen en/of over de schaamlippen, althans de vulva van die [slachtoffer 1] te brengen en/of

- de vulva en/of de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 1] te betasten en/of

- zijn eigen penis te laten aftrekken en/of betasten door die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] te (tong)zoenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 maart 2023 tot en met

8 juni 2023 te [plaats 1], althans in Nederland met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 2007, die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], te weten het brengen van zijn vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1];

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 maart 2023 tot en met

8 juni 2023 te [plaats 1], althans in Nederland met [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 2007, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten

- het betasten van de vulva en/of de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 1] en/of

- het (tong)zoenen van die [slachtoffer 1];

2.

hij op omstreeks 19 februari 2024 te [plaats 1] ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, te weten [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] 2007, door

- zijn (stijve) penis tegen de vulva, althans het onderlichaam van die [slachtoffer 2] te drukken/brengen en/of

- de billen van die [slachtoffer 2] te betasten en/of

- die [slachtoffer 2] op haar wang, althans haar gezicht te zoenen;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op omstreeks 19 februari 2024 te [plaats 1] door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten

- het drukken/brengen van zijn (stijve) penis tegen de vulva, althans het onderlichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- het betasten van de billen van die [slachtoffer 2] en/of

- het zoenen van de wang, althans het gezicht van die [slachtoffer 2],

waarbij dat geweld en/of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld en/of met die andere feitelijkheid er in heeft/hebben bestaan dat verdachte

- boven op die [slachtoffer 2], die op de grond lag, is gaan zitten/liggen en/of de handen van die [slachtoffer 2] heeft vastgehouden en/of

- ( hierbij) misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht op die [slachtoffer 2] en/of het feit dat zij in haar bewegingsvrijheid werd beperkt, waardoor zij zich niet aan bovengenoemde ontuchtige handelingen kon onttrekken en/of

- bovengenoemde ontuchtige handelingen onverhoeds heeft gepleegd en/of die [slachtoffer 2] hiermee heeft overrompeld.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Verdachte heeft een restaurant in [plaats 1]. [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]), geboren op [geboortedatum 2] 2007, werkte daar van mei 2022 tot juli 2023. [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]), geboren op [geboortedatum 3] 2007, werkte van 6 september 2023 tot en met 1 maart 2024 in dit restaurant. Zij waren beiden werknemers van verdachte.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 primair en feit 2 primair.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit.

Voor beide feiten geldt namelijk dat de verklaringen van aangeefsters buiten beschouwing moeten worden gelaten, omdat deze niet betrouwbaar zijn. Als de rechtbank vindt dat die verklaringen wel betrouwbaar zijn, moet daar behoedzaam mee worden omgegaan. Verder bevat het procesdossier voor beide feiten onvoldoende steunbewijs om tot een veroordeling te kunnen komen.

Mocht de rechtbank in feit 2 toch tot een veroordeling komen, dan heeft de raadsman verzocht om verdachte vrij te spreken van het onderdeel van de tenlastelegging dat ziet op het drukken/brengen van de (stijve) penis tegen de vulva, althans het onderlichaam van [slachtoffer 2].

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich in het algemeen kenmerken door het feit dat slechts twee personen aanwezig waren bij de (beweerdelijke) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dit maakt dat extra zorgvuldig naar de waardering van de afgelegde verklaringen moet worden gekeken, zeker als het, zoals in dit geval, een ontkennende verdachte betreft. Ook in dit geval is er geen getuige die de vermeende seksuele handelingen heeft waargenomen.

Feit 1

De betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen

De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of de verklaring van [slachtoffer 1] betrouwbaar is.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. [slachtoffer 1] heeft bij de politie, zowel in het informatief gesprek zeden als in haar aangifte, telkens – op hoofdlijnen – consistent verklaard. Deze verklaringen komen bovendien overeen met details die zij ook tegen anderen heeft verteld, bijvoorbeeld dat het begon na het verjaardagsfeest van verdachte in maart 2023, toen verdachte [slachtoffer 1] een kus op haar wang gaf. Dit wordt bevestigd door getuige [getuige 1].

Daarbij heeft [slachtoffer 1] tegenover de politie zeer concreet en gedetailleerd verklaard over wat er tussen haar en verdachte is voorgevallen. De rechtbank acht het hierbij van belang dat zij niet alleen heeft verklaard over de specifieke handelingen en de manier waarop deze plaatsvonden, maar ook over de plek waar dit gebeurde en wat zij toen droeg.

De verbalisanten zien meermaals dat [slachtoffer 1] emotioneel wordt terwijl ze haar verhaal doet. Dit draagt voor de rechtbank bij aan haar geloofwaardigheid.

Naar het oordeel van de rechtbank draagt in het bijzonder aan de authenticiteit van haar verklaring bij dat zij ook beschrijft wat voor gevoel de handelingen haar gaven, zoals dat ze een lichamelijke reactie kreeg toen verdachte orale seks bij haar verrichtte.

Wat haar verklaring naar het oordeel van de rechtbank ook authentiek maakt, is dat [slachtoffer 1] in eerste instantie mee gaat in de veranderende verhouding tussen haar en verdachte. Daarover voelde ze zich later schuldig. Ze vertelt ook duidelijk dat ze tijdens het eerste informatieve gesprek zeden niets tegen de politie durfde te vertellen, omdat ze zich schaamde. Ze dacht dat het haar schuld was, dat zij het had veroorzaakt en dat verdachte erachter zou komen als ze openheid van zaken zou geven. Dit is passend bij hoe slachtoffers van seksueel misbruik vaak – geheel onterecht – naar zichzelf kijken.

Bovendien probeert [slachtoffer 1] haar verklaring niet ‘aan te dikken’: ze geeft bijvoorbeeld duidelijk aan dat er nooit vaginale penetratie met de penis heeft plaats gevonden.

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van [slachtoffer 1] betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt.

Het steunbewijs

Van belang voor de beoordeling is vervolgens dat op grond van artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) het bewijs dat iemand een strafbaar feit heeft gepleegd niet uitsluitend kan worden gebaseerd op grond van de verklaring van één getuige.

Deze bepaling strekt ertoe de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing te waarborgen, in die zin dat zij de rechtbank verbiedt tot een bewezenverklaring te komen indien de feiten en omstandigheden waarover een aangever verklaart op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

Volgens de Hoge Raad betekent de bewijsminimumregel van artikel 342 lid 2 Sv in zedenzaken, waarin het in de kern vaak gaat om het woord van aangever tegen dat van de verdachte, niet dat vereist is dat het misbruik als zodanig bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer die verklaring op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd.

De bewijsmiddelen dienen voldoende steun te geven aan de verklaring van aangever (getuige). Dat wil zeggen dat het steunbewijs op relevante wijze in verband dient te staan met de inhoud van de verklaring van die getuige, zodat die verklaring niet op zichzelf staat, maar als het ware is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.

Als het aanvullend bewijsmateriaal alleen is aan te merken als een onderbouwing van de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangeefster, geeft deze daaraan in het licht van artikel 342 lid 2 Sv onvoldoende steun. Dat geldt bijvoorbeeld als het aanvullend bewijs bestaat uit een ‘de auditu’-verklaring, inhoudende een weergave van wat de ‘bron’ aan de betrokken getuige heeft verteld. Indien een verklaring van een getuige daarentegen (mede) een zelfstandige, eigen waarneming inhoudt ten aanzien van de emotionele of fysieke toestand van de aangeefster op het moment dat het strafbare feit plaatsvindt, of vlak daarna, kan die waarneming voldoende steunbewijs opleveren voor het bewezenverklaarde.

De rechtbank zal dus moeten beoordelen of er voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is voor de verklaringen van [slachtoffer 1].

De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt, waarbij wordt opgemerkt dat de bewijsmiddelen die in deze beoordeling worden betrokken inclusief verwijzingen door voetnoten hierna in het vonnis zijn uitgewerkt.

De buurvrouw van [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij [slachtoffer 1] ’s avonds laat een keer heeft gezien met een oudere man en dat het leek alsof ze flikflooiden. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij dat kan zijn geweest met verdachte. Het procesdossier bevat geen enkele aanwijzing dat de oudere man iemand anders zou zijn dan verdachte. Zelfs als verdachte slechts een innige vriendschap had met [slachtoffer 1], een meisje van toen 15 jaar oud, dan verklaart dat nog niet dat hij ’s avonds laat met haar in de buurt van haar woning zou staan. Dit bevestigt de verklaring van [slachtoffer 1] dat er meer tussen haar en verdachte speelde dan alleen vriendschap.

Ook de verklaring van [getuige 2] ondersteunt de verklaring van [slachtoffer 1]. Zij bevestigt namelijk dat zij heeft gezien dat verdachte en [slachtoffer 1] elkaar in het restaurant een intieme knuffel gaven, die anders was dan een knuffel tussen vrienden, en dat ze schrokken en elkaar loslieten toen ze doorhadden dat [getuige 2] hen kon zien. Dit was kennelijk zo afwijkend van normaal dat [getuige 2] dit zelfs met haar ouders heeft besproken. Verder heeft [getuige 2] gezien dat ze vaak samen wegfietsten als het werk klaar was.

In de ogen van de rechtbank kunnen de berichten die verdachte en [slachtoffer 1] naar elkaar hebben verstuurd niet anders worden opgevat dan dat zij een romantische, of in ieder geval seksuele, relatie hadden. De verklaring van verdachte – dat [slachtoffer 1] slechts een goede vriendin was – past volstrekt niet bij de toon en inhoud van die berichten. Daarbij merkt de rechtbank op dat de berichten tot 12 maart 2023, toen verdachte het eerder genoemde verjaardagsfeest gaf, een puur zakelijke aard hadden.

Ook de berichten op 20 juni 2023 passen bij de verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte en zij in bed lagen toen de ex-partner van verdachte thuis kwam, hoewel die hen niet daadwerkelijk in bed heeft zien liggen. Uit die berichten blijkt namelijk duidelijk dat verdachte en [slachtoffer 1] samen afstemmen hoe ze die situatie kunnen uitleggen aan anderen. Hieraan verbindt de rechtbank de conclusie dat ze kennelijk de werkelijke aard van hun relatie wilden verhullen. Dat kan alleen maar nodig zijn geweest, indien hun relatie meer inhield dan enkel vriendschap.

De rechtbank vindt op grond van het bovenstaande dat er voldoende steunbewijs is voor de verklaringen van [slachtoffer 1].

De bewijsmiddelen

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat het misbruik is begonnen na een feestje dat verdachte in maart 2023 gaf. Toen [slachtoffer 1] afscheid nam, gaf verdachte haar een kus op haar wang.

Toen ze voor de derde keer bij verdachte thuis was in [plaats 1], probeerde hij haar te zoenen. [slachtoffer 1] zei dat ze dit niet wilde en dat dit niet kon, maar de volgende keer zoende hij haar weer en heeft ze het laten gebeuren. Dat was een tongzoen. [slachtoffer 1] zoende toen niet terug, maar de andere keren wel.

Dat is de tijd dat het ook op het werk begon. Verdachte raakte haar dan aan op haar bil. Daarna waren er ook steeds meer uitjes, naar het bos, het park, naar Utrecht of Amersfoort.

De eerste keer dat verdachte [slachtoffer 1] aanraakte meer dan zoenen, was op 4 juni 2023 in het huis van zijn ouders in [plaats 1]. Verdachte liep achter haar aan toen ze naar de wc moest. Toen [slachtoffer 1] uit de wc kwam, zoende verdachte haar en hij stopte zijn hand in haar broek. Verdachte legde zijn hand op haar vagina onder haar string, maar zijn vingers gingen toen niet naar binnen.

In de auto heeft verdachte twee keer zijn hand in haar broek gedaan. In de auto tongzoende verdachte haar. Hij deed zijn hand in haar broek en vingerde haar. Hij raakte met zijn vingers haar clitoris aan en ging met zijn vingers heen en weer in het gat (de rechtbank begrijpt: de vagina).

Toen verdachte en [slachtoffer 1] alleen in het huis van zijn ouders waren, heeft verdachte haar twee keer op een avond gevingerd. Dat was net voordat [slachtoffer 1] 16 jaar werd. Daarna heeft hij ook haar borsten aangeraakt en haar vagina gelikt.

In juni 2023 heeft de ex-vriendin van verdachte hen betrapt. [slachtoffer 1] en verdachte waren toen in de slaapkamer van verdachte. Verdachte likte [slachtoffer 1] bij haar vagina en vingerde haar. Ook kneep hij in haar borsten. [slachtoffer 1] zei dat ze niet door verdachte ontmaagd wilde worden. Ze moest de piemel van verdachte vasthouden. Hij pakte haar rechterhand, bracht die naar zijn piemel en ging twee à drie keer op en neer. Op dat moment kwam de ex-vriendin van verdachte thuis. Verdachte deed zijn onderbroek aan en ging voor de deur staan. De ex-vriendin van verdachte schreeuwde dat de deur open moest. [slachtoffer 1] bleef in bed liggen. De ex-vriendin van verdachte heeft de ouders van verdachte en van [slachtoffer 1] gebeld. Voordat de ouders van verdachte kwamen, bespraken verdachte en [slachtoffer 1] dat er niets was gebeurd en dat ze niets zouden vertellen. Toen de ouders van verdachte er waren, hebben [slachtoffer 1] en verdachte alles ontkend.

De moeder van [slachtoffer 1] vertelde tegen haar dat de buurvrouw een keer had gezien dat [verdachte] en [slachtoffer 1] aan het zoenen waren.

[getuige 3], de vader van [slachtoffer 1], heeft verklaard dat [getuige 4], de (inmiddels ex-)vrouw van verdachte, op 20 juni 2023 in een telefoongesprek in het Engels tegen hem vertelde dat ze die avond thuis kwam en [slachtoffer 1] samen met verdachte had aangetroffen in de slaapkamer. Twee dagen later kwam diezelfde [getuige 4] bij [slachtoffer 1] en zijn partner op bezoek. [getuige 4] vertelde dat ze op 20 juni 2023 thuis kwam en naar boven liep. Daar merkte ze dat [slachtoffer 1] op de badkamer zat met de deur op slot en dat verdachte op de slaapkamer was en de deur barricadeerde. Beiden deden ze de deur niet open.

Getuige [getuige 1] , de beste vriendin van [slachtoffer 1], heeft verklaard dat [slachtoffer 1] haar een keer belde. [getuige 1] hoorde dat [slachtoffer 1] in paniek was en vroeg of ze naar [getuige 1] mocht komen. [slachtoffer 1] stond vervolgens huilend bij haar op de stoep, omdat ze niet meer wist wat ze moest doen. [slachtoffer 1] vertelde dat ze bij verdachte vandaan kwam en dat de ex van verdachte thuis was gekomen. [slachtoffer 1] was toen met verdachte in diens huis.

Verder heeft [slachtoffer 1] haar verteld dat verdachte [slachtoffer 1] naar haar examens bracht en weer ophaalde en dat er in de auto dingen tussen hen waren gebeurd.

Tot slot heeft [slachtoffer 1] haar verteld dat verdachte [slachtoffer 1] een kusje op haar wang gaf toen hij een feest gaf voor zijn veertigste verjaardag en dat ze dat vreemd vond.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat ze een keer heeft gezien dat verdachte en [slachtoffer 1] elkaar een intieme knuffel gaven. Dat was niet zoals je een vriend knuffelt. Ze stonden tegen elkaar aan. Verdachte wreef over de rug en schouders van [slachtoffer 1]. Toen [getuige 2] hun kant op liep, schrokken ze en ze stopten meteen met knuffelen. [getuige 2] vond deze situatie gek en heeft dit ’s avonds tegen haar ouders gezegd, omdat ze niet wist wat ze ermee moest. Verder heeft [getuige 2] verklaard dat [slachtoffer 1] en verdachte altijd samen weg fietsten van het restaurant als de gasten weg waren. [getuige 2] heeft een keer gezien dat ze stopten bij een speeltuintje. Na vijf minuten hadden [slachtoffer 1] en verdachte dat in de gaten.

[getuige 5] heeft verklaard dat ze rond 22:00 uur de hond uit liet. In het hoekje tussen de struiken en de garageboxen naast haar huis zag ze twee mensen staan, alsof ze aan het flikflooien waren. Toen de mensen haar zagen, liep het meisje met versnelde pas langs haar, alsof ze betrapt was. [getuige 5] herkende het meisje als [slachtoffer 1], die bij haar in de straat woont. De andere persoon was een man die niet van de leeftijd van [slachtoffer 1] was. Hij was zeker ouder dan [slachtoffer 1]. De manier waarop [slachtoffer 1] langs haar liep, gaf haar een niet pluis-gevoel. Dit was rond Pinksteren 2023.

De telefoon van [slachtoffer 1] is onderzocht. Hierop stond een WhatsApp-gesprek met [verdachte] (Baas) met het telefoonnummer [telefoonnummer]. Verdachte heeft verklaard dat dit zijn telefoonnummer is. Er werden onder andere de volgende berichten verstuurd:

Verder is er op de telefoon van [slachtoffer 1] een Snapchat-gesprek aangetroffen tussen [slachtoffer 1] en ‘[verdachte] ’. Verdachte heeft verklaard dat hij deze berichten heeft verstuurd. In dit gesprek werden onder andere de volgende berichten verstuurd:

Tot slot is er op de telefoon van [slachtoffer 1] een Instagram-gesprek aangetroffen tussen [slachtoffer 1] en ‘[verdachte]’. Verdachte heeft verklaard dat hij deze berichten heeft verstuurd. In dit gesprek zijn onder andere de volgende berichten verstuurd:

Verdachte heeft verklaard dat hij [slachtoffer 1] naar examens heeft gebracht, dat ze samen gingen wandelen naar het bos en dat hij haar heeft meegenomen toen hij naar Amersfoort ging. [slachtoffer 1] is bij hem thuis geweest en in het huis van haar ouders. Op 20 juni 2023 was [slachtoffer 1] bij hem op bezoek.

De beoordeling door de rechtbank

Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte in de genoemde periode zijn vingers in de vagina en tussen de schaamlippen van [slachtoffer 1] heeft gebracht, zijn tong tussen en over haar schaamlippen, althans haar vulva heeft gebracht en de vulva, borsten en billen van [slachtoffer 1] heeft betast. Verder heeft hij zijn penis laten aftrekken en betasten door [slachtoffer 1]. Tot slot heeft hij haar ge(tong)zoend.

De rechtbank vindt dat deze handelingen in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Het gaat namelijk om seksuele handelingen, terwijl [slachtoffer 1] minderjarig was en bovendien in het restaurant van verdachte werkte, waardoor ze zich in een hiërarchisch ondergeschikte positie bevond. Tot slot is er een heel groot leeftijdsverschil tussen verdachte en [slachtoffer 1].

Daarom vindt de rechtbank het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

De betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen

De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of de verklaring van [slachtoffer 2] betrouwbaar is.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. [slachtoffer 2] is niet uit zichzelf naar de politie gegaan, maar heeft eerst een getuigenverklaring afgelegd in het onderzoek naar het misbruik van [slachtoffer 1]. Zowel tijdens dit getuigenverhoor, het informatief gesprek zeden als haar aangifte heeft ze telkens – op hoofdlijnen – consistent verklaard. Het feit dat ze de aanraking van haar billen in het informatieve gesprek omschrijft als een klap op haar kont, maar dit in haar aangifte omschrijft als het knijpen en vasthouden van haar kont, doet daar niet aan af. Het gaat namelijk steeds om een aanraking van de billen, zoals ook ten laste is gelegd.

De rechtbank vindt dat zij bij de politie steeds concreet en gedetailleerd heeft verteld wat er is gebeurd. Dit komt bovendien overeen met wat ze aan haar ouders en haar partner heeft verteld. Daarnaast vindt de rechtbank haar verklaring authentiek, ook als het gaat om de emotie die duidelijk uit haar verklaringen blijkt.

Getuige [getuige 2] heeft een verklaring afgelegd die kritisch is over [slachtoffer 2] en die haar betrouwbaarheid in twijfel trekt. De rechtbank constateert dat getuige als referent contact heeft gehad met de reclassering, die haar omschrijft als een goede vriendin van verdachte. Bovendien is zij pas op 27 januari 2026, dus bijna drie jaar na het tenlastegelegde, gehoord. Het procesdossier bevat verder geen informatie die haar verklaring kan bevestigen. Gelet hierop vindt de rechtbank de verklaring van getuige [getuige 2] niet zonder meer geloofwaardig. Diens verklaring doet in ieder geval niets af aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [slachtoffer 2].

Na het verhoor van getuige [getuige 2] heeft de politie opnieuw een verklaring opgenomen van [slachtoffer 2]. Daarin heeft de politie haar vragen gesteld over de verklaring van [getuige 2]. Echter, [slachtoffer 2] bleef bij haar verklaringen zoals ze die eerder heeft afgelegd. Dit draagt in de ogen van de rechtbank bij aan haar betrouwbaarheid.

Daarom vindt de rechtbank dat de verklaringen van [slachtoffer 2] betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt.

Het steunbewijs

Vervolgens moet de rechtbank onderzoeken of er voldoende steunbewijs is. De verklaringen van [slachtoffer 2] worden ondersteund door de verklaringen van haar partner en haar ouders. Volgens de verdediging kunnen deze verklaringen niet voor het bewijs worden gebruikt.

Hoewel de verklaring van getuige [getuige 6] de partner van [slachtoffer 2], bijna een jaar na het incident is afgelegd, betekent dit niet dat deze verklaring niet voor het bewijs kan worden gebruikt. De rechtbank vindt de verklaring van deze getuige zeer authentiek, ook in haar beschrijving van de emoties die ze bij [slachtoffer 2] zag. Bovendien verschilt haar verklaring op detailniveau met de verklaringen die [slachtoffer 2] heeft afgelegd. Dat wijst eerder op het niet op voorhand afstemmen van hun verklaringen dan wel. De rechtbank vindt daarom dat de getuigenverklaring van [getuige 6] de verklaring van [slachtoffer 2] ondersteunt.

De verklaringen van de ouders schetsen een duidelijk beeld, namelijk enerzijds dat [slachtoffer 2] kort na het incident aan haar ouders heeft verteld wat er is gebeurd en anderzijds dat zij daarin aanleiding zagen om een gesprek met verdachte te voeren. Dat zij het nodig vonden om verdachte duidelijk te maken dat wat hij deed niet kon, gelet op de leeftijd van [slachtoffer 2], maakt wel duidelijk dat het volgens hen hier niet ging om enkel een stoeipartijtje, zoals verdachte in dat gesprek zou hebben verklaard. Ook deze verklaringen ondersteunen daarmee het verhaal van [slachtoffer 2].

Gelet op al het bovenstaande vindt de rechtbank dat er voldoende steunbewijs is voor de verklaring van [slachtoffer 2].

De bewijsmiddelen

[slachtoffer 2] heeft verklaard dat ze op 19 februari 2024 samen met verdachte in de woning van zijn ouders in [plaats 1] was. Ze zaten op de bank. Verdachte legde zijn hoofd op haar schoot, maar [slachtoffer 2] duwde hem weg. Hierdoor belandden ze op de grond. Verdachte zat bovenop haar. Hij had zijn handen om haar polsen en hield die boven haar hoofd. [slachtoffer 2] voelde dat zijn penis ter hoogte van haar vulva zat. Uiteindelijk heeft [slachtoffer 2] verdachte van zich af gekregen. Ze stonden op en liepen naar de deur van de gang. Verdachte gaf haar een knuffel en deed daarbij zijn handen op haar kont. Verdachte kneep in haar kont. Hij had haar kont stevig vast. Ze liepen naar de gang. Daar gaf verdachte haar een kus op haar wang. [slachtoffer 2] ging naar huis en was in paniek. Toen ze thuis kwam, moest ze heel hard huilen. Ze was toen aan de telefoon met [getuige 6] (de rechtbank begrijpt: getuige [getuige 6]). De volgende ochtend heeft ze het ook aan haar ouders verteld.

Getuige [getuige 6] de partner van [slachtoffer 2], heeft verklaard dat [slachtoffer 2] haar die nacht wakker heeft gebeld. [slachtoffer 2] vertelde dat ze van verdachte vandaan kwam en dat er iets was gebeurd bij hem thuis. Verdachte had aan haar gezeten. Hij was op een seksuele manier op [slachtoffer 2] gaan zitten, met zijn kruis op dat van [slachtoffer 2]. [slachtoffer 2] had zijn stijve piemel gevoeld. Ze was bang en wilde weg. Toen [slachtoffer 2] weg wilde lopen, heeft hij haar een klap op haar kont gegeven. Verdachte gaf [slachtoffer 2] een kus op haar wang toen ze de deur uit ging. Uiteindelijk is ze naar huis gerend. [getuige 6] hoorde dat [slachtoffer 2] huilde en dat er paniek in haar stem klonk. [slachtoffer 2] heeft vaker gehuild waar [getuige 6] bij was, maar [getuige 6] had haar nog nooit zo in paniek gezien. Dat had [getuige 6] ook niet van [slachtoffer 2] verwacht. De dagen daarna merkte ze dat [slachtoffer 2] erg down was en dat het plezier uit haar ogen was. [slachtoffer 2] kon er niet over praten.

[getuige 7], de vader van [slachtoffer 2], heeft verklaard dat [slachtoffer 2] heeft verteld dat verdachte ongeoorloofd aan haar had gezeten. Hierop hebben [getuige 7] en zijn partner verdachte bij hen thuis uitgenodigd. Ze hebben tegen verdachte gezegd dat dit niet kan gebeuren met een meisje van 16 jaar oud en dat het leeftijdsverschil veel te groot was.

[getuige 8], de moeder van [slachtoffer 2], heeft verklaard dat [slachtoffer 2] kort na het incident vertelde wat er was gebeurd. [slachtoffer 2] vertelde dat verdachte en zij op de grond lagen. Verdachte lag boven op haar en had tegen haar zin aan haar gezeten. Kort hierna hebben [getuige 8] en haar partner verdachte bij hen thuis uitgenodigd. Ze hebben verdachte aangesproken op het stoeien en de aanrakingen die [slachtoffer 2] niet wilde. Ook hebben ze verdachte gewezen op het leeftijdsverschil tussen hem en [slachtoffer 2]. Verdachte vertelde dat het vriendschappelijk gestoei was.

Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer 2] en hij die avond samen in de woning van zijn ouders waren.

De beoordeling door de rechtbank

Op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat verdachte zijn stijve penis tegen de vulva van [slachtoffer 2] heeft gedrukt/gebracht. Daarna heeft verdachte de billen van [slachtoffer 2] betast en haar op haar wang gezoend.

De rechtbank vindt dat deze handelingen in strijd zijn met de sociaal-ethische norm. Het gaat namelijk om handelingen met een seksueel karakter, terwijl [slachtoffer 2] minderjarig was en bovendien in het restaurant van verdachte werkte, waardoor ze zich in een hiërarchisch ondergeschikte positie bevond. Tot slot is er een heel groot leeftijdsverschil tussen verdachte en [slachtoffer 2].

Daarom vindt de rechtbank het onder 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1. primair

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 maart 2023 tot en met

20 juni 2023 te [plaats 1], althans in Nederland ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, te weten [slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum 2] 2007, door

- zijn vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] te brengen en/of

- zijn tong tussen en/of over de schaamlippen, althans de vulva van die [slachtoffer 1] te brengen en/of

- de vulva en/of de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 1] te betasten en/of

- zijn eigen penis te laten aftrekken en/of betasten door die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] te (tong)zoenen;

2. primair

hij op omstreeks 19 februari 2024 te [plaats 1] ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige bediende of ondergeschikte, te weten [slachtoffer 2], geboren op [geboortedatum 3] 2007, door

- zijn (stijve) penis tegen de vulva, althans het onderlichaam van die [slachtoffer 2] te drukken/brengen en/of

- de billen van die [slachtoffer 2] te betasten en/of

- die [slachtoffer 2] op haar wang, althans haar gezicht te zoenen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair:

ontucht plegen met zijn minderjarige bediende of ondergeschikte;

feit 2 primair:

ontucht plegen met zijn minderjarige bediende of ondergeschikte.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 maanden met aftrek, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet worden opgelegd. In plaats daarvan heeft de raadsman voorgesteld dat voor beide feiten een taakstraf wordt opgelegd. Tot slot heeft de raadsman verzocht om eventuele bijzondere voorwaarden op te leggen conform het advies van de reclassering.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontucht met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], twee van zijn minderjarige werkneemsters, waarbij het misbruik van [slachtoffer 1] gedurende ongeveer drie maanden plaatsvond en bestond uit vergaande seksuele handelingen. Daarmee heeft hij een grote inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en seksuele integriteit. Met zijn handelen heeft verdachte in ieder geval [slachtoffer 1] de kans ontnomen om haar seksualiteit op haar eigen manier en in haar eigen tempo te ontdekken en ontwikkelen. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedenmisdrijven hiervan nog zeer lange tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Beide slachtoffers hebben EMDR-therapie ondergaan voor het misbruik. De slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] is ter terechtzitting voorgelezen. Daaruit blijkt welke gevolgen het misbruik voor haar heeft gehad en nog steeds heeft.

Omdat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] bij verdachte in loondienst waren, had hij overwicht over hen. Daarom waren zij, naast het feit dat zij nog minderjarig waren, per definitie kwetsbaar ten opzichte van verdachte, omdat hij een hiërarchische machtspositie had. Dat maakt het handelen van verdachte extra kwalijk. Verdachte heeft misbruik gemaakt van hun jonge leeftijd, de gezagsverhouding en het vertrouwen dat ze in hem hadden. Dit rekent de rechtbank hem aan.

De persoon en persoonlijke omstandigheden

Verdachte heeft 2 dagen in verzekering doorgebracht wegens deze verdenkingen.

Hij heeft een blanco strafblad.

Reclassering Nederland heeft op 31 oktober 2025 een advies over verdachte uitgebracht. De reclassering heeft geen zicht op mogelijke delictgerelateerde criminogene factoren, omdat verdachte ontkent. Daardoor kan de reclassering niet zeggen of forensische interventies wenselijk of noodzakelijk zijn om het recidiverisico in te perken. Bij een veroordeling heeft verdachte als restauranteigenaar meermaals seksueel contact gehad met kwetsbare personen, te weten twee minderjarige werkneemsters. De reclassering vindt een verbod op het in dienst hebben of samenwerken met minderjarige meisjes dan ook passend. Daarnaast vindt de reclassering contactverboden met de slachtoffers geïndiceerd. De reclassering schat het risico op onttrekken aan voorwaarden in als laag, maar kan de risico’s op recidive en letsel niet inschatten.

De reclassering adviseert een straf zonder toezicht vanuit de reclassering, omdat de reclassering geen mogelijkheden ziet om het gedrag van verdachte te veranderen of de risico’s te beperken.

De op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat enkel een langdurige gevangenisstraf passend is, gelet op de ernst van de feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers. De rechtbank beseft dat dit mogelijk negatieve gevolgen kan hebben voor het bedrijf van verdachte, maar is van oordeel dat een andere strafmodaliteit of een (grotendeels) voorwaardelijke gevangenisstraf geen recht doen aan de ernst van de feiten.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 20 maanden met aftrek, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Daarbij stelt de rechtbank de bijzondere voorwaarde dat verdachte gedurende de proeftijd niet zal samenwerken met minderjarige vrouwen en/of hen niet in loondienst zal hebben, zolang het Openbaar Ministerie dit nodig vindt.

Verdachte heeft op verschillende momenten ontuchtige handelingen verricht met twee verschillende minderjarige meisjes die bij hem in loondienst waren. Bij het ene slachtoffer is sprake van een periode van meerdere maanden waarin verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diverse ontuchtige handelingen, zoals tongzoenen, beffen en vingeren. Bij het tweede slachtoffer ging het om een op zichzelf staand incident, waarbij hij haar ontuchtig heeft betast. Er zat ongeveer een jaar tussen de feiten. Omdat verdachte ontkent, heeft de rechtbank geen enkel inzicht in de reden die maakt dat verdachte tot dit gedrag is gekomen. Ook de reclassering heeft weinig zicht op het psychosociaal functioneren van verdachte. Verder blijkt uit het procesdossier dat verdachte [slachtoffer 1] nadien nog langdurig heeft lastig gevallen toen zij het contact met hem had verbroken. Dat maakt dat de rechtbank er ernstig rekening mee houdt dat verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom zal de rechtbank bevelen dat deze bijzondere voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

De 38v-maatregel

Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte zich gedurende drie jaar zal onthouden van – direct of indirect - contact met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en zich niet zal bevinden in de straten waar zij wonen, te weten de [adres 2] in [plaats 2] en het [adres 3] in [plaats 1].

De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze hechtenis bedraagt zeven dagen per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen, zal de rechtbank bevelen dat ook deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is. De rechtbank verwijst voor de motivering naar hetgeen zij hiervoor heeft overwogen in de strafmotivering.

8. De beoordeling van de civiele vorderingen

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 15.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair vindt de verdediging dat de vordering fors moet worden gematigd.

De beoordeling door de rechtbank

Smartengeld

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door feit 1 primair heeft de benadeelde immers geestelijk letsel in de vorm van een posttraumatische stressstoornis opgelopen. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 10.000,- vaststellen.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk verklaren in de vordering.

Wettelijke rente

Verdachte is vanaf 20 juni 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair vindt de verdediging hier geen sprake is van een aantasting in de persoon. Meer subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat de vordering moet worden gematigd.

De beoordeling door de rechtbank

Smartengeld

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door feit 2 primair is de benadeelde op andere wijze in de persoon aangetast. Bij zedendelicten als deze, zeker als een minderjarige het slachtoffer is, is sprake van een ernstige aantasting van de lichamelijke en seksuele integriteit. Gelet op de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, die immers een EMDR-behandeling moest ondergaan, neemt de rechtbank zonder meer de aantasting in de persoon op andere wijze aan.

Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.000,- vaststellen.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk verklaren in de vordering.

Wettelijke rente

Verdachte is vanaf 19 februari 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w, 57, 60a en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

10. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 stelt als bijzondere voorwaarde dat:

- verdachte gedurende de proeftijd niet zal samenwerken met minderjarige vrouwen en geen minderjarige vrouwen in dienst zal hebben, zo lang het Openbaar Ministerie dit nodig vindt. De politie is verantwoordelijk voor de handhaving van dit verbod;

Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

 beveelt dat de gestelde voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is;

 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende:

- Een gebiedsverbod. Het gebiedsverbod houdt in dat verdachte zich gedurende

3 jaren niet bevindt in de [adres 2] in [plaats 2] en het [adres 3] in [plaats 1];

- Een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende 3 jaar jaren/maanden zich onthoudt van – direct of indirect – contact met:

o [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2007 en

o [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2007;

 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste 7 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op.

 beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 primair tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 10.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L. Wesstra (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs en

mr. R.M.H. Pennings, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 april 2026.

mr. Wesstra en mr. Pennings zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?