ECLI:NL:RBGEL:2026:2839

ECLI:NL:RBGEL:2026:2839

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 13-04-2026
Datum publicatie 14-04-2026
Zaaknummer 05/344877-24; 05/089932-23 (tul); 05/250434-23 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zutphen

Samenvatting

197 dagen gevangenisstraf met aftrek voor het verzenden van bedreigende berichten aan het slachtoffer met afbeeldingen en filmpjes van wapens, munitie en van een door hem geprepareerde shell, het aanwezig hebben van meerder shells en een kogelpatroon in de woning. Voor het dragen van een verboden wapen (bajonet) volgt een rechterlijk pardon. Tevens legt de rechtbank op een vrijheidsbeperkende maatregel in de vorm van contact- en locatieverbod met het slachtoffer van de bedreiging. Ook moet verdachte een schadevergoeding aan het slachtoffer betalen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/344877-24; 05/089932-23 (tul); 05/250434-23 (tul)

Datum uitspraak : 13 april 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven aan [adres] [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .

Raadsman: mr. C.H.W. Janssen, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

3. De bewezenverklaring

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.hij in of omstreeks de periode van 27 oktober 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Nijmegen [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting door:- die [aangever] (via Telegram) één of meerdere berichten te sturen met de woorden: "ik steek je neer" en/of "I will fuck you up en daarna neuk ik je snol" en/of "dus waar mag ik je neersteken? Bij jou thuis voor de deur of waar?",- die [aangever] (via Telegram) één of meerdere afbeeldingen en/of videobeelden toe te sturen van wapens en/of munitie en/of- die [aangever] (via Telegram) één of meerdere afbeeldingen en/of videobeelden toe te sturen waarin hij, verdachte, een of meerdere spijkerbommen en/of vuurwerk shells, althans enig ontplofbaar voorwerp, fabriceert met daarop het opschrift "voor jullie huis drol" en/of "jouw hol drol" en/of (in voornoemd filmpje)(dreigend) de woorden toe te voegen "voor die dikke drol",althans woorden en/of feitelijkheden van gelijke dreigende aard of strekking.

2.hij in of omstreeks de periode van 27 oktober 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, (alle) bestemd voor particulier gebruik, te weten één of meerdere mortierbommen (shells) (3 of 4 inch), terwijl voornoemde mortierbommen (deels) omwonden zijn met duck tape met daarin spijkers, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld.

3.hij in of omstreeks de periode van 27 oktober 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Nijmegen munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten één (1), kogelpatroon van het kaliber 7.62x54mmR voorhanden heeft gehad.

4.hij in of omstreeks de periode van 27 oktober 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Nijmegen een wapen van categorie IV, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een bajonet, heeft gedragen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van de feiten 1 tot en met 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

Ten aanzien van feit 1 (bedreiging):

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 8-10 (incl. fotobijlagen, p. 14 t/m 27; en

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 maart 2026.

Ten aanzien van feit 2 (voorhanden hebben van professioneel vuurwerk):

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 28-29;

- proces-verbaal van bevindingen, p. 84;

- proces-verbaal van bevindingen, p. 86; en

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 maart 2026.

Ten aanzien van feit 3 (voorhanden hebben van een kogelpatroon):

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 28-29;

- het proces-verbaal van onderzoek wapen (aanvullend pv); en

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 30 maart 2026.

Ten aanzien van feit 4 (dragen van een bajonet)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het feit.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit, nu op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte de bajonet op de ten laste gelegde datum heeft gedragen, hetgeen vereist is voor een bewezenverklaring.

Beoordeling door de rechtbank

Op 27 oktober 2024 ziet de politie verdachte uit de voordeur van zijn woning komen en riep naar hem dat hij naar beneden moest komen. De politie ziet dat verdachte kort bleef staan op de tweede verdieping en vervolgens de trap af liep. Verdachte is kort na middernacht, op 28 oktober 2024 aangehouden Na de aanhouding liepen verbalisanten via een centrale portiek de trap op, richting de woning van verdachte en troffen zij twee messen aan. Eén van de messen betrof een bajonet. Deze lag op de trap op de tweede verdieping. Er werden geen andere personen in het trappenhuis gezien. De bajonet bleek eigendom te zijn van verdachte en hij had de bajonet niet uitgeleend.

Uit het voorgaande volgt dat de bajonet eigendom is van verdachte en dat hij de bajonet niet had uitgeleend. Het mes werd aangetroffen op de trap op de tweede verdieping, terwijl verdachte daar even bleef staan voordat hij verder naar beneden liep en verdachte zich op dat moment als enige in de trappengang bevond. Gelet hierop kan niet anders worden geconcludeerd dan dat verdachte de bajonet kort voor de aanhouding bij zich heeft gehad in de trappengang en daarom heeft gedragen. Het feit dat de bajonet op het moment van aantreffen niet letterlijk in verdachtes handen was, maakt dat niet anders.

De rechtbank acht daarmee het onder 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.hij in of omstreeks de periode van 27 oktober 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Nijmegen [aangever] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting door:- die [aangever] (via Telegram) één of meerdere berichten te sturen met de woorden: "ik steek je neer" en/of "I will fuck you up en daarna neuk ik je snol" en/of "dus waar mag ik je neersteken? Bij jou thuis voor de deur of waar?",- die [aangever] (via Telegram) één of meerdere afbeeldingen en/of videobeelden toe te sturen van wapens en/of munitie en/of- die [aangever] (via Telegram) één of meerdere afbeeldingen en/of videobeelden toe te sturen waarin hij, verdachte, een of meerdere spijkerbommen en/of vuurwerk shells, althans enig ontplofbaar voorwerp, fabriceert met daarop het opschrift "voor jullie huis drol" en/of "jouw hol drol" en/of (in voornoemd filmpje) (dreigend) de woorden toe te voegen "voor die dikke drol",althans woorden en/of feitelijkheden van gelijke dreigende aard of strekking.

2.hij in of omstreeks de periode van 27 oktober 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, (alle) bestemd voor particulier gebruik, te weten één of meerdere mortierbommen (shells) (3 of 4 inch), terwijl voornoemde mortierbommen (deels) omwonden zijn met duck tape met daarin spijkers, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld.

3.hij in of omstreeks de periode van 27 oktober 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Nijmegen munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten één (1), kogelpatroon van het kaliber 7.62x54mmR voorhanden heeft gehad.

4.hij in of omstreeks de periode van 27 oktober 2024 tot en met 28 oktober 2024 te Nijmegen een wapen van categorie IV, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een bajonet, heeft gedragen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 2:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 3:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; en

feit 4:

handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte – voor de feiten 1 tot en met 3 – zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest van 184 dagen en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van 3 jaar. Daarbij gaat de officier van justitie uit van licht verminderde toerekeningsvatbaarheid bij verdachte. Daarnaast vordert de officier van justitie oplegging van een maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) in de vorm van een contact- en locatieverbod met [aangever] voor de duur van 5 jaar. Tot slot vordert de officier van justitie de dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel.

Voor feit 4 (overtreding) is een geldboete van € 300,- gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft onder verwijzing naar de rapportages een straf gelijk aan het voorarrest bepleit. Verder is verweer gevoerd op de proportionaliteit van het locatieverbod voor de gehele wijk Hatert in de vorm van een maatregel 38v Sr.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere ernstige strafbare feiten: het verzenden van bedreigende berichten aan het slachtoffer met afbeeldingen en filmpjes van wapens, munitie en van een door hem geprepareerde shell, het aanwezig hebben van meerder shells en een kogelpatroon in de woning en het dragen van een verboden wapen (bajonet).

Door de bedreigingen, die kracht zijn bijgezet door het beeldmateriaal dat door verdachte is meegestuurd, is het slachtoffer ernstig geïntimideerd en is zijn gevoel van veiligheid op grove wijze aangetast, zoals ook blijkt uit de ter zitting voorgedragen schriftelijke slachtofferverklaring. Daarnaast is het vuurwerk (shells) dat verdachte in huis had liggen zorgelijk te noemen. Het gaat om zogenaamd F4-vuurwerk. Dat betreft vuurwerk dat een enorme schokgolf kan veroorzaken, spontaan kan exploderen en in het verleden al meerdere slachtoffers heeft gemaakt. Eén van deze shells is door verdachte ook nog eens voorzien van een bewapening van schroeven, en meerde zijn omwikkeld met ducttape hetgeen de explosieve kracht en daarmee het gevaarzettend karakter extra verhoogd. Tot slot vormt illegaal wapen- en munitiebezit een onaanvaardbare bedreiging voor een veilige samenleving.

De feiten vormen een ernstige inbreuk op de maatschappelijke normen en veiligheidsregels en getuigen van een hoog normoverschrijdend gedrag.

Uit het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 24 februari 2026 blijkt dat verdachte in 2023 is veroordeeld voor bedreiging. Deze eerdere veroordeling heeft hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Verdachte is (onder meer) door een psychiater onderzocht. Uit de NIFP-rapportage van 6 januari 2026, waarin dr. L.H.W.M. Kaiser heeft geadviseerd, is naar voren gekomen dat er bij verdachte sprake is van een psychische stoornis in de vorm van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en enige borderlinekenmerken. Ook is sprake van ADHD met vooral hyperactiviteit en impulsiviteit. Verder heeft hij een ongespecificeerde psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornis. Deze stoornis was aanwezig ten tijde van alle vier de ten laste gelegde feiten, maar beïnvloedde enkel zijn handelen ten aanzien van feit 1 (de bedreiging). Verdachte reageerde vanuit zijnpersoonlijkheidsstoornis en de ADHD maakte dat hij impulsief reageerde. Verdachte werd getriggerd door het slachtoffer en door zijn vriendin die haar relatie met verdachte had verzwegen. Maar dat verdachte met dergelijke dreigementen reageerde komt voort vanuit zijn hoge mate van krenkbaarheid, opvliegendheid, weinig rekening houden met de ander. Verdachte is onvoldoende in staat om dat af te remmen en om niet toe te geven aan zijn impulsen terwijl hij vanuit zijn antisociale persoonlijkheidskenmerken weinig rekening houdt met de ander en egocentrisch handelt. Om die reden is het advies van de psychiater om feit 1 in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank zal dit advies van de psychiater overnemen.

Gelet op de aard en ernst van de feiten en uitgaande van de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte voor feit 1, zal de rechtbank volstaan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 197 dagen. Deze straf is gelijk aan de periode die verdachte tot de uitspraak van heden in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Om die reden wordt het bevel tot voorlopige hechten opgeheven.

Voor feit 4, dat als een overtreding kwalificeert, zal de rechtbank, gelet op de reeds opgelegde gevangenisstraf, geen afzonderlijke straf meer opleggen. De rechtbank past artikel 9a Sr toe.

Maatregel ex artikel 38v Sr

Er is sprake van een hardnekkig en stelselmatig patroon van conflicten tussen verdachte en het slachtoffer en de familie van verdachtes partner . Een eerder opgelegd contact- en locatieverbod heeft verdachte overtreden. De rechtbank zal daarom daarnaast ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten de maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr opleggen. Die maatregel zal inhouden een contactverbod met [aangever] en een locatieverbod voor de directe omgeving van [adres] en wel dat deel van [adres] tussen [straat 1] en [straat 2] (zoals aangegeven op de plattegrond opgenomen als bijlage 1). Een verbod voor de gehele wijk Hatert vindt de rechtbank disproportioneel. De maatregel geldt voor de duur van vijf jaar. Daarbij wordt voor elke overtreding de vervangende hechtenis bepaald op één (1) week, met een maximum van zes maanden, en toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op. Het maximum van de vervangende hechtenis geldt voor de beide verboden tezamen. Omdat de rechtbank gelet op het recidiverisico van oordeel is dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens aangever, zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

8. Beslag

De rechtbank zal beslissen dat de volgende in beslag genomen voorwerpen:

1. STK mes (3320196)

1. STK mes (3322046)

1. STK steekwapen (3320220)

1. STK dolk (3320199)

1. STK zwaard (3320195)

1. STK koker (G3341810)

1. STK spijkers (G3341808); en

met betrekking tot welke de feiten 3 en 4 zijn begaan, dan wel omdat deze voorwerpen onder andere vanwege het gebruik ervan van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet, onttrekken aan het verkeer.

De rechtbank zal de teruggave van 2 STK handschoenen (3320198) aan verdachte gelasten, nu geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

9. De beoordeling van de civiele vordering [aangever]

De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 422,28 aan materiële schade en € 1.500,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft het causaal verband tussen de gevorderde schade (van zowel het materieel als immaterieel gevorderde deel) en het strafbare feit betwist, waarbij is aangevoerd dat de overgelegde stukken mede verwijzen naar eerdere gebeurtenissen. Gelet daarop dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te worden verklaard. Subsidiair is verzocht de vordering aanzienlijk te matigen.

Overweging van de rechtbank

De benadeelde partij heeft een vordering ingediend van € 422,28 aan materiële schade, bestaande uit reiskosten voor het bezoeken van de psycholoog en het verbruikte eigen risico ten behoeve van medische kosten (behandelingen). Uit de door de huisarts opgestelde verwijsbrief van 20 november 2024, waarin wordt beschreven dat de benadeelde klachten van angst- en stemmingsstoornissen heeft en hiervoor wordt verwezen naar een psycholoog voor behandeling, blijkt voldoende dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank overweegt dat de schadeposten niet inhoudelijk zijn betwist en dat deze (verder) voldoende zijn onderbouwd met bewijsstukken. De schade komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De rechtbank zal de vordering á € 422,28 toewijzen.

De benadeelde partij heeft daarnaast een vordering ingesteld van € 1.500,00 aan immateriële schade (smartengeld). Op grond van artikel 6:106, eerste lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek heeft de benadeelde partij recht op een naar billijkheid vast te stellen vergoeding indien hij of zij op andere wijze in de persoon is aangetast.

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij door het handelen van de verdachte daadwerkelijk in zijn persoon is aangetast. De overgelegde Onderzoeksrapportage van de psychologen van HSK van 3 januari 2025 onderbouwt dat sprake is van geestelijk letsel, te weten angst- en stemmingsstoornissen, ontstaan als gevolg van de bedreigingen door verdachte. De bedreigingen waren ernstig en werden in kracht versterkt door het toezenden van foto’s van wapens en munitie en een filmpje van het prepareren van een spijkerbom.

Bij de vaststelling van de hoogte van het smartengeld heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en ernst van het feit, de concrete omstandigheden van de bedreiging en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toekennen, waaronder de Rotterdamse Schaal. Gelet op deze factoren acht de rechtbank het gevorderde bedrag van billijk en passend. De rechtbank zal de vordering á € 1.500,00 toewijzen.

Daarmee wordt in totaal een bedrag van € 1.922,28 toegewezen.

Wettelijke rente

Verdachte is wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd met ingang van 27 oktober 2024.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f Sr de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen.

10. De vorderingen tot tenuitvoerlegging (parketnummers 05/089932-23 en 05/250434-23)

De politierechter heeft verdachte op 21 juni 2023 onder parketnummer 05/089932-23 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis.

De politierechter heeft verdachte op 18 december 2023 onder parketnummer 05/250434-23 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 20 uur, subsidiair 10 dagen hechtenis.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straffen.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straffen daarom ten uitvoer moeten worden gelegd.

11. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en maatregel is gegrond op de artikelen:

- 22 b, 36b, 36c, 36d, 36f, 38v, 57, 62, 285 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26, 27, 54, 55 van de Wet wapens en munitie;

- 1 a, 2, 6 van de Wet op de economische delicten; en

- 9.2.2.1 en 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit.

11. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte voor de feiten 1 t/m 3 tot een gevangenisstraf voor de duur van 197 dagen;

 bepaalt dat ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan de duur van de aan verdachte onvoorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf;

 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende een contact- en locatieverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende 5 jaren zich onthoudt van – direct en indirect – contact met [aangever] , geboren op [geboortedag] 1987. Het locatieverbod houdt in dat verdachte zich gedurende 5 jaren niet bevindt op [adres] tussen [straat 1] en [straat 2] (zoals aangegeven op de plattegrond voor toelichting op het verboden gebied, opgenomen als bijlage 1);

 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste één week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op; en

 beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is.

Beslissing op het beslag

 beveelt onttrekking aan het verkeer van de volgende voorwerpen:

1. STK mes (3320196)

1. STK mes (3322046)

1. STK steekwapen (3320220)

1. STK dolk (3320199)

1. STK zwaard (3320195)

1. STK koker (G3341810)

1. STK spijkers (G3341808); en

 gelast de teruggave van de in beslag genomen 2 STK handschoenen (3320198) aan verdachte.

Beslissing op de civiele vordering van [aangever]

 veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 422,28 aan materiële schade en € 1.500,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 422,28 aan materiële schade en

€ 1.500,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan 19 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt; en

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.

Beslissing op de vorderingen tenuitvoerlegging

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 21 juni 2023 door de politierechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis (parketnummer 05/089932-23); en

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 18 december 2023 door de politierechter voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een taakstraf van 20 uur, subsidiair 10 dagen hechtenis (parketnummer 05/250434-23).

Dit vonnis is gewezen door mr. A.T.G. van Wandelen (voorzitter), mr. M.G.E. ter Hart en mr. J.M.J.M. van Doon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.H.M. van Keulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 april 2026.

mr. Van Keulen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage 1 (gebiedsverbod)

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.G.E. ter Hart
  • mr. J.M.J.M. van Doon

Griffier

  • mr. L.H.M. van Keulen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?