RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummers: 05.399577.24 en 05.044423.25 (gevoegd ttz)
Datum uitspraak : 14 april 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1996 op Bonaire,
ingeschreven aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. G.H. Amstelveen, advocaat in Capelle aan den IJssel.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1. De inhoud van de tenlastelegging
In parketnummer 05.399577.24:
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1hij op of omstreeks 26 november 2024 te Nijkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning gelegen aan [adres] , door een explosief, althans (een) explosieve stof(fen) aan die woning te bevestigen en/of bij voornoemde woning neer te leggen en/of aan te steken, althans tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten aan voornoemde woning en/of omliggende woningen en/of panden en/of de in de woning aanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de in de woning aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in de omgeving aanwezige personen en/of voor de in de omliggende woningen aanwezige perso(o)n(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:[medeverdachte 1] op of omstreeks 26 november 2024 te Nijkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning gelegen aan [adres] door een explosief, althans (een) explosieve stof(fen) aan die woning te bevestigen en/of bij voornoemde woning neer te leggen en/of aan te steken, althans tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten aan voornoemde woning en/of omliggende woningen en/of panden en/of de in de woning aanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de in de woning aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in de omgeving aanwezige personen en/of voor de in de omliggende woningen aanwezige perso(o)n(en) te duchten was, bij en/of tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf, hij, verdachte, op of omstreeks 26 november 2024 te Nijkerk, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door- een voertuig (te weten een Seat Ibiza voorzien van kenteken [kenteken] ) als vervoermiddel en/of als vluchtauto ter beschikking te stellen en/of- die [medeverdachte 1] en/of een explosief, althans (een) explosieve stof(fen) met voornoemd voertuig te vervoeren naar de plaats van het misdrijf en/of- die [medeverdachte 1] in de nabijheid van voornoemde woning (te weten [adres] ) te brengen en/of af te zetten en/of- (vervolgens) zich in de nabijheid van voornoemde woning op te houden en/of op de uitkijk te staan en/of- te wachten op de terugkeer van die [medeverdachte 1] en/of (vervolgens) die [medeverdachte 1] van de plaats van het misdrijf naar elders te vervoeren;
2hij op of omstreeks 29 november 2024 te Nijkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning gelegen aan [adres] door een explosief, althans (een) explosieve stof(fen) aan die woning te bevestigen en/of bij voornoemde woning neer te leggen en/of aan te steken, althans tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten aan voornoemde woning en/of omliggende woningen en/of panden en/of de in de woning aanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de in de woning aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in de omgeving aanwezige personen en/of voor de in de omliggende woningen aanwezige perso(o)n(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:[medeverdachte 2] op of omstreeks 29 november 2024 te Nijkerk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning gelegen aan [adres] door een explosief, althans (een) explosieve stof(fen) aan die woning te bevestigen en/of bij voornoemde woning neer te leggen en/of aan te steken, althans tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten aan voornoemde woning en/of omliggende woningen en/of panden en/of de in de woning aanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor de in de woning aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in de omgeving aanwezige personen en/of voor de in de omliggende woningen aanwezige perso(o)n(en) te duchten was, bij en/of tot het plegen van welk bovenomschreven misdrijf, hij, verdachte, op of omstreeks de periode van 28 november 2024 tot en met 29 november 2024 te Nijkerk en/of Holendrecht en/of Soesterberg, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door- die [medeverdachte 2] via Snapchat, althans via sociale media, tegen een (geldelijke) vergoeding een klus aan te bieden en/of- die [medeverdachte 2] met een voertuig op te halen (te weten een Seat Ibiza voorzien van kenteken [kenteken] ) en/of- vuurwerk en/of explosieven op te halen en/of- die [medeverdachte 2] naar een parkeerplaats te rijden, alwaar die [medeverdachte 2] (door onbekend gebleven personen) werd voorzien van een (ingetapete en/of gebruiksklaar) explosief en/of- die [medeverdachte 2] met voornoemd voertuig te vervoeren naar de plaats van het misdrijf en/of- (gedurende de rit) die [medeverdachte 2] te voorzien van de locatie en/of het adres van voornoemde woning en/of die [medeverdachte 2] te instrueren over het plaatsen van het explosief en/of de opdracht te geven de explosie te filmen en/of (vervolgens) dit filmpje te laten versturen via snapchat, althans die[medeverdachte 2] instructies en/of informatie te geven over het plaatsen van het explosief en/of het vastleggen van de explosie en/of- die [medeverdachte 2] in de nabijheid van voornoemde woning (te weten [adres] ) te brengen en/of af te zetten;
In parketnummer 05.044423.25
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Hij op of omstreeks 15 november 2024 te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meerdere bankpas(sen) en/of pincode(s) en/of sierraden en/of (een) geld(bedrag), immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) - zakelijk en/ofkort weergegeven – bedrieglijk en/of valselijk en/of listiglijk, althans in strijd met de waarheid:- meermaals, althans eenmaal, (telefonisch) contact gezocht met die [aangever] ,- zich voorgedaan als medewerker van de recherche/politie Gelderland en/of medewerker van de Knab bank,- die [aangever] gevraagd of zij woonachtig was op [adres] ,- die [aangever] verteld dat er criminelen waren opgepakt en dat haar gegevens bij deze criminelen waren aangetroffen,- aan die [aangever] gevraagd of zij geld en/of sierraden in huis had,- die [aangever] (telefonisch) verzocht om haar pinpas en/of pincode en/of sierraden in een enveloppe te doen en/of (vervolgens) aangegeven dat deze enveloppe zou worden opgehaald door [naam] ,- de [aangever] (telefonisch) een (beveiligings)code door te geven (welke zou worden herhaald door [naam] ),- zich naar, althans in de richting van de woning van die [aangever] heeft begeven,- heeft aangebeld bij de [aangever] ,- zich voorgesteld/zich heeft voorgedaan als [naam]terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
In parketnummer 05.399577.24:
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit en dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair en onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van beide feiten.
Beoordeling door de rechtbank
Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:
Aan verdachte is ten laste gelegd het medeplegen van, subsidiair medeplichtig zijn aan, het plaatsen en tot ontploffing brengen van een explosief bij de woning aan [adres] in Nijkerk op 26 november 2024.
Naast de aangifte en het forensisch onderzoek aan de woning bevat het dossier een verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] , waarin hij bekent dat hij het explosief heeft geplaatst en aangestoken.
Verdachte heeft op de zitting van 31 maart 2026 verklaard dat medeverdachte [medeverdachte 1] verdachte had gevraagd om hem midden in de nacht van 25 op 26 november 2024 van Rotterdam respectievelijk [woonplaats] naar Nijkerk te brengen. Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist wat [medeverdachte 1] daar ging doen. Verdachte had het [medeverdachte 1] wel gevraagd, maar die wilde het er niet over hebben. In Nijkerk heeft verdachte [medeverdachte 1] ergens in een woonwijk afgezet en rondgereden tot hij werd gebeld door [medeverdachte 1] dat hij hem weer op moest halen. In die tijd heeft verdachte een knal gehoord. Toen [medeverdachte 1] weer in de auto stapte was hij gespannen. Verdachte heeft verklaard dat hij op het moment dat zij naar huis terugreden, het vermoeden had dat [medeverdachte 1] iets met die knal te maken had. Hij heeft [medeverdachte 1] daar naar gevraagd, maar [medeverdachte 1] wilde het er niet over hebben.
De resultaten van de onderzoeken naar de locatiegegevens van de auto en telefoons sluiten op de verklaringen van verdachte en [medeverdachte 1] aan en geven geen nadere informatie.
Verder zit in het dossier een vonnis van 25 juni 2024 van de rechtbank Antwerpen, waarin verdachte samen met medeverdachte [medeverdachte 1] voor het plaatsen en tot ontploffing brengen van een explosief in België is veroordeeld tot onder meer 4 jaar gevangenisstraf.
De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande kan worden afgeleid dat verdachte, op het moment dat hij medeverdachte [medeverdachte 1] , met wie hij niet lang daarvoor in België was veroordeeld, midden in de nacht vanuit het westen van het land naar een woonwijk in Nijkerk reed, ten minste vermoed moet hebben dat verdachte [medeverdachte 1] , van plan was daar een strafbaar feit te plegen. De rechtbank ziet echter onvoldoende aanknopingspunten in het dossier om te kunnen bewijzen dat verdachte bij het brengen van [medeverdachte 1] naar Nijkerk ook geweten moet hebben dat het zou gaan om het plaatsen en tot ontploffing brengen van een explosief.
Ook de MMA-melding van iemand die een auto heeft gezien die qua kenmerken overeenkomt met de auto waarin verdachte reed, kan niet aan een bewezenverklaring bijdragen nu uit deze melding niet blijkt waar de melder deze auto heeft gezien. Gesproken wordt over de straat, maar het is op basis van het dossier niet vast te stellen dat daarmee [adres] wordt bedoeld.
Het dossier bevat daarom onvoldoende bewijs dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte 1] en/of anderen, omdat niet vastgesteld kan worden dat verdachte voorafgaand aan of tijdens de explosie wist dat [medeverdachte 1] dit van plan was. Het onder 1 primair tenlastegelegde medeplegen kan daarom niet worden bewezen.
Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.
Dat verdachte ná de ontploffing bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [medeverdachte 1] , die zojuist een strafbaar feit had gepleegd, mee terug nam naar huis, kan worden afgeleid uit zijn eigen verklaring op zitting. Dat is echter onvoldoende om tot een bewezenverklaring van medeplichtigheid te komen. Gedragingen die na afloop van het misdrijf worden verricht, kunnen als zodanig geen medeplichtigheid opleveren. De enkele (voorwaardelijke) opzet op het terugbrengen van iemand die een explosief heeft laten afgaan, levert geen medeplichtigheid op.
Verdachte zal daarom ook van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde worden vrijgesproken.
Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:
De rechtbank is van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feit. Verdachte zal van dit feit daarom worden vrijgesproken.
In parketnummer 05.399577.24:
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 9-10;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 845-847;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 31 maart 2026.
Uit de verklaring van verdachte dat hij van een ander het slachtoffer heeft gebeld en dat verdachte doorkreeg waar hij heen moest om aan haar toebehorende goederen op te halen, volgt dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking en dus van medeplegen.
3. De bewezenverklaring
In parketnummer 05.044423.25:
Hij op of omstreeks 15 november 2024 te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [aangever] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een of meerdere bankpas(sen) en/of pincode(s) en/of sierraden en/of (een) geld(bedrag), immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) - zakelijk en/ofkort weergegeven – bedrieglijk en/of valselijk en/of listiglijk, althans in strijd met de waarheid:- meermaals, althans eenmaal, (telefonisch) contact gezocht met die [aangever] ,- zich voorgedaan als medewerker van de recherche/politie Gelderland en/of medewerker van de Knab bank,- die [aangever] gevraagd of zij woonachtig was op [adres] ,- die [aangever] verteld dat er criminelen waren opgepakt en dat haar gegevens bij deze criminelen waren aangetroffen,- aan die [aangever] gevraagd of zij geld en/of sierraden in huis had,- die [aangever] (telefonisch) verzocht om haar pinpas en/of pincode en/of sierraden in een enveloppe te doen en/of (vervolgens) aangegeven dat deze enveloppe zou worden opgehaald door [naam] ,- die [aangever] (telefonisch) een (beveiligings)code door te geven (welke zou worden herhaald door [naam] ),- zich naar, althans in de richting van de woning van die [aangever] heeft begeven,- heeft aangebeld bij de [aangever] ,- zich voorgesteld/zich heeft voorgedaan als [naam]terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring cursief verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
In parketnummer 05.044423.25:
Medeplegen poging tot oplichting
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat gelet op de beperkte bewezenverklaring de straf moet worden gematigd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft geprobeerd om een oudere vrouw op te lichten door bij haar langs te gaan en zich voor te doen als iemand van de politie, met de bedoeling dat deze vrouw haar kostbaarheden en pinpas met code zou afgeven. Het ging om een zogenaamde babbeltruc. Verdachte heeft hierbij misbruik gemaakt van het vertrouwen in een organisatie als de politie.
Dit is een ernstig feit, dat naast eventuele financiële schade, veel overlast en gevoelens van onmacht en onveiligheid bij slachtoffers teweeg kan brengen.
Dat het bij een poging is gebleven heeft niet te maken met het handelen van verdachte, maar is te danken aan de alertheid en doortastendheid van het slachtoffer die direct de (echte) politie heeft gebeld.
Uit de justitiële documentatie volgt dat verdachte vaker veroordeeld is voor vermogensdelicten. Daarnaast is hij onder meer veroordeeld voor een drugsfeit en een geweldsdelict.
Verder volgt uit het dossier dat verdachte in 2024 België is veroordeeld voor het medeplegen van het tot ontploffing brengen van een explosie. Op de zitting is besproken dat verdachte in België op 12 november 2024, drie dagen voor het onderhavige feit, op borgtocht is vrijgekomen.
Voor feiten waarbij gebruik is gemaakt van een babbeltruc kent het LOVS geen specifiek oriëntatiepunt. Wel is er een oriëntatiepunt voor woninginbraken, te weten een gevangenisstraf van 3 maanden. De rechtbank overweegt in lijn met eerdere uitspraken (ECLI:NL:RBGEL:2025:8420 en ECLI:NL:RBGEL:2026:1777) dat oplichting via een babbeltruc, waarbij de slachtoffers (anders dan bij een woninginbraak) via de telefoon en/of in hun woning geconfronteerd worden met de daders, een zwaarder verwijt betreft.
Anders dan bij een inbraak, waarbij geselecteerd wordt op een woning, wordt bij een babbeltruc gebruik gemaakt van persoonsgegevens, die vaak worden verkregen door het illegaal hacken van gegevensbestanden van instellingen en bedrijven en daarna worden verkocht via het dark web, geselecteerd op personen met een hoge leeftijd, hetgeen dit soort misdrijven des te laffer maakt.
De rechtbank acht, net zoals in de eerder aangehaalde uitspraken, vanwege de grote impact die het handelen van verdachte en de mededader(s) heeft gehad en gelet op de rol die verdachte vervulde als ophaler, als uitgangspunt een gevangenisstraf van 5 maanden passend.
De rechtbank weegt in strafverminderende zin mee dat het gaat om een poging en geen voltooide oplichting. Aan de andere kant weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat uit het strafblad van verdachte een pro criminele houding blijkt en dat verdachte nog maar drie dagen voor het bewezenverklaarde op borgtocht was vrijgelaten in België en dat sprake is van medeplegen.
Alles overwegende legt de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden op, met aftrek van het voorarrest.
Dit is lager dan door de officier van justitie gevorderd, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt.
De voorlopige hechtenis van verdachte is reeds op 31 maart 2026 in een apart bevel opgeheven.
8. De beoordeling van de civiele vorderingen
In parketnummer 05.399577.24:
De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hebben in verband met het onder 2 tenlastegelegde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend.
De benadeelde partij [benadeelde 1] vordert € 486,24 aan materiële schade en € 7.500 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De benadeelde partij [benadeelde 2] vordert € 1.487,83 aan materiële schade en € 7.500 aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard.
Overweging van de rechtbank
Verdachte is vrijgesproken van het onder 2 tenlastegelegde feit. Daarom zullen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen worden verklaard.
In parketnummer 05.044423.25:
De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met het bewezenverklaarde feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 450 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, nu een rechtstreeks verband met het handelen van verdachte en de schade van de benadeelde partij ontbreekt.
Overweging van de rechtbank
Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.
Door de poging tot oplichting, waarbij verdachte bij benadeelde in de woning is geweest, is de benadeelde – een oudere dame die gebruik maakt van een rollator en daarmee extra kwetsbaar is – op andere wijze in de persoon aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen.
Dat benadeelde partij daarbij onder meer is geschrokken van het feit dat verdachte door de verbalisant in haar woning werd getaserd, maakt niet dat een rechtstreeks verband met het handelen van verdachte ontbreekt. De verbalisant was daar om verdachte aan te houden en heeft hem getaserd omdat verbalisant vermoedde dat verdachte probeerde weg te komen. Dit alles staat in nauw verband met het misdrijf dat verdachte heeft gepleegd.
De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 450 vaststellen.
Verdachte is vanaf 15 november 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 45, 47, 36f en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
10. De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van de in parketnummer 05.399577.24 onder 1 primair en subsidiair en het onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten;
verklaart bewezen dat verdachte het onder 05.044423.25 ten laste gelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;
verklaart de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade/smartengeld;
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Tuk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 april 2026.