RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/222707-25
Datum uitspraak : 10 maart 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats],
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
Raadsvrouw: mr. P.K. de Blieck-Willemsen, advocaat in Vaassen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 10 augustus 2025 te Twello, gemeente Voorst
aan een ander, te weten [aangever]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door met een (kapotgebroken en/of stuk)
glas in/op de schouder van voornoemde [aangever] te duwen/drukken
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 augustus 2025 te Twello, gemeente Voorst
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan een ander, te weten [aangever]
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
voornoemde [aangever] met een (kapotgebroken en/of stuk) glas in/op de schouder
heeft geduwd/gedrukt,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 10 augustus 2025 te Twello, gemeente Voorst
[aangever] heeft mishandeld, door met een (kapotgebroken en/of stuk) glas in/op
de schouder van voornoemde [aangever] te duwen/drukken,
terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge had;
2
hij op of omstreeks 11 augustus 2025 te Twello, gemeente Voorst
opzettelijk en wederrechtelijk
de auto en/of de autobanden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
een ander, te weten aan [aangever], toebehoorde
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt
3
hij op of omstreeks 11 augustus 2025 te Twello, gemeente Voorst
[aangever],
heeft mishandeld, door voornoemde [aangever]
- te duwen, en/of
- met de auto in te rijden op de benen en/of over de voeten van voornoemde [aangever]
,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn (ex-)levensgezel;
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Ten aanzien van feit 1 (vrijspraak)
Het standpunt van de officier van justitie en de verdediging
De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde.
Beoordeling door de rechtbank
Vaststaat dat aangeefster letsel aan haar schouder heeft opgelopen op het moment dat zij met verdachte in zijn woning was. Op welke wijze het letsel aan de schouder van aangeefster is ontstaan, kan echter op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet worden vastgesteld. Aangeefster heeft in eerste instantie verklaard dat verdachte een (kapotte) fles op haar keel heeft gedrukt en dat de punt van de fles toen in haar schouder kwam. Verdachte heeft verklaard dat aangeefster glas stuk heeft gegooid en dat er overal scherven glas lagen. Hij vermoedt dat het letsel moet zijn ontstaan door het glas dat op de bank of de grond lag. Hiermee geconfronteerd door de politie kan aangeefster dit niet uitsluiten. Nu de rechtbank de toedracht niet kan vaststellen is zij, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van (alle tenlastegelegde varianten van) dit feit.
Ten aanzien van feit 3 (vrijspraak)
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen, voor zover het gaat over het inrijden op aangeefster. Zij voert hiertoe aan dat op de camerabeelden is te zien dat de voorkant van de auto tegen het onderlichaam van aangeefster aankwam. Ten aanzien van het duwen verzoekt zij om verdachte vrij te spreken.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.
Beoordeling door de rechtbank
Aangeefster heeft verklaard dat verdachte probeerde zijn woning op slot te doen. Zij was hem nog net voor, waardoor zij in de tuin kwam. Zij voelde dat verdachte haar tegen haar borst duwde, waardoor zij achterover over de tuinbank viel. Verdachte is even later in zijn auto gestapt. Toen hij wegreed stond aangeefster voor de auto en verdachte reed op haar in. Zij is daarbij geraakt door de bumper tegen haar rechterscheenbeen. Daarnaast zou de auto over haar rechtervoet zijn gereden. Zij voelde direct pijn en voelde dat er een bult kwam op haar scheenbeen.
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de deur van zijn woning gebarricadeerd had. Toen aangeefster probeerde binnen te komen, heeft hij haar geduwd om haar uit zijn huis te houden. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij even later in zijn auto is gestapt, toen aangeefster voor zijn auto stond. Op dat moment is hij stapvoets naar voren gereden om haar weg te duwen. Hij heeft verklaard dat hij haar niet bewust wilde raken of pijn wilde doen en haar niet te hebben geraakt met zijn auto.
De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de verklaringen van aangeefster en verdachte niet overeenkomen. Van het incident bij de auto van verdachte zijn camerabeelden. Deze zijn uitgekeken door een verbalisant. Hij beschrijft dat op de beelden te zien is dat verdachte met het voertuig instuurt op aangeefster en met wat vaart inrijdt richting de aangeefster. Zij doet wat stappen achteruit en de verdachte remt op tijd weer af, waardoor hij aangeefster niet raakt/niet lijkt te raken.
De rechtbank heeft voornoemde camerabeelden (met toestemming van de officier van justitie en de verdediging) in raadkamer (opnieuw) bekeken. Zij kan daarbij, anders dan de officier van justitie heeft aangevoerd, niet meer waarnemen dan de verbalisant heeft beschreven. De rechtbank kan niet zien dat aangeefster wordt geraakt door de auto en ziet ook geen reactie van aangeefster die daar op wijst. Dat heeft tot gevolg dat de rechtbank niet kan vaststellen dat aangeefster geraakt is door de auto. Het door aangeefster genoemde letsel aan haar scheenbeen, waarvan zich ook foto’s in het dossier bevinden, maakt dit niet anders. De rechtbank betrekt hierbij de context waarbinnen dit geheel zich afspeelde. Verdachte en aangeefster maken, die avond en de dag ervoor, al langere tijd ruzie over en weer, waarbij het ook fysiek werd. Onduidelijk is op welk moment het letsel van aangeefster tot stand is gekomen.
Ten aanzien van de duw van verdachte overweegt de rechtbank het volgende. Aangeefster heeft verklaard dat zij is geduwd door verdachte en verdachte erkent dat. Aangeefster heeft echter niet verklaard dat zij hierdoor pijn of letsel heeft opgelopen. Ook anderszins is daar geen bewijs van.
Gelet op het feit dat de rechtbank niet kan vaststellen dat aangeefster pijn of letsel heeft overgehouden aan de duw van verdachte en zij niet kan vaststellen dat aangeefster is geraakt door de auto van verdachte zal zij verdachte integraal vrijspreken van de tenlastegelegde mishandeling.
Ten aanzien van feit 2
Bekennende verdachte
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever], p. 7;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 februari 2026.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
2
hij op of omstreeks 11 augustus 2025 te Twello, gemeente Voorst
opzettelijk en wederrechtelijk
de auto en/of de autobanden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan
een ander, te weten aan [aangever], toebehoorde
heeft vernield, en/of beschadigd., onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 2:
Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en/of beschadigen.
5. De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6. De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis, waarvan 50 uren voorwaardelijk, te vervangen door 25 dagen hechtenis, met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijk deel dient als bijzondere voorwaarde een contactverbod met aangeefster te worden verbonden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht te volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest. Daarnaast acht zij een contactverbod niet wenselijk, omdat dit het risico met zich brengt dat aangeefster de mogelijkheid heeft om onterecht aangiftes te doen. Dit is recent gebeurd in de zaak die nog loopt, waarbij aangeefster zichzelf heeft gebeld met een MacBook, maar het doet lijken alsof verdachte dit heeft gedaan, aldus de verdediging. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank eenzelfde scenario te voorkomen door geen contactverbod op te leggen aan verdachte.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het lek steken van de autoband van aangeefster. Kort daarna heeft hij ook haar auto bekrast. Dit zijn nare feiten die impact hebben op aangeefster en waarbij buurtbewoners getuige zijn geweest van het conflict tussen verdachte en aangeefster. De rechtbank rekent dit verdachte aan. Tegelijkertijd weegt de rechtbank mee dat dit feit heeft plaatsgevonden binnen een – naar het lijkt - turbulente relatie met aangeefster die al dan niet verbroken was en waarin over en weer ruzies plaatsvonden. Verdachte heeft hier een aandeel in, wat hem wordt aangerekend. Tegelijkertijd heeft de rechtbank ook oog voor de rol van aangeefster in dit geheel, welke heeft bijgedragen aan de escalatie van het conflict met verdachte.
De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Daaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor vergelijkbare strafbare feiten.
De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsrapport van 17 december 2025. Hieruit volgt dat de reclassering de relatie met aangeefster ziet als een delictgerelateerde factor. Daarnaast heeft de reclassering enige zorgen over het drugsgebruik van verdachte, hoewel dit geen directe invloed op zijn delictgedrag lijkt te hebben gehad. Eerder heeft verdachte op eigen initiatief hulp gezocht bij Tactus verslavingszorg en gesprekken gevoerd met een psycholoog. De reclassering ziet dat verdachte in staat lijkt om zelfstandig passende hulp te organiseren. Daarnaast ziet de reclassering geen problemen op andere leefgebieden en is er sprake van stabiliteit. De reclassering schat het recidiverisico in als laag en ziet geen noodzaak om via interventies het recidiverisico te beperken. Wel adviseert de reclassering om een contactverbod met aangeefster op te leggen als 38v-maatregel.
Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een contactverbod met aangeefster niet passend is. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat de relatie definitief voorbij is. Hij heeft aangegeven inmiddels een nieuwe relatie te hebben en aangeefster nergens meer tegen te kunnen komen, aangezien zij is verhuisd. Gelet daarop ziet de rechtbank geen noodzaak voor een nieuw contactverbod.
Verder zal de rechtbank, gelet op de vrijspraak voor de feiten 1 en 3, anders dan de officier van justitie heeft geëist, volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke taakstraf van 50 uren, te vervangen door 25 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren. Deze voorwaardelijke straf dient als zogenoemde ‘stok achter de deur’ om zoveel als mogelijk te waarborgen dat verdachte niet opnieuw strafbare feiten zal plegen.
8. De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.585,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk kan worden toegewezen, namelijk tot een bedrag van € 691,88 voor de krassen op haar auto en de lek gestoken band, met toekenning van de wettelijke rente. Ook heeft zij de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.
Voor het overige deel aan materiële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering te verklaren.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering gedeeltelijk kan worden toegewezen, voor zover het gaat om de krassen op de auto. Wel zullen deze kosten moeten worden gematigd, omdat de benadeelde partij eerst zelf de auto van verdachte heeft bekrast. Voor het overige moet de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering worden verklaard, vanwege het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing.
Overweging van de rechtbank
Materiële schade
Uit de vordering en het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Ten aanzien van de kosten voor het spuiten van de achterklep van de auto en het vervangen van de autoband geldt dat deze het gevolg zijn van het bekrassen van de achterklep en het lek steken van de achterband door verdachte. Dat de factuur voor het vervangen van de autoband op naam van verdachte staat, doet daar niet aan af. Het is gesteld noch gebleken dat verdachte deze schade betaald heeft. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van rechtstreekse schade, die voor vergoeding in aanmerking komt. Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte volledig aansprakelijk is voor de door hem veroorzaakte schade. Ten aanzien van de door verdachte geleden schade is het aan verdachte om aangeefster hiervoor aansprakelijk te stellen, als hij die schade wil verhalen. De rechtbank zal de schadeposten ter hoogte van € 691,88 daarom toewijzen.
Ten aanzien van de andere schadeposten (het huren van een aanhanger, benzinekosten en een nieuwe televisie) overweegt de rechtbank dat deze kosten en het rechtstreeks verband met het bewezenverklaarde onvoldoende zijn onderbouwd. Gelet hierop zal de rechtbank de benadeelde ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk verklaren in de vordering. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
9. De beoordeling van het beslag
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verzocht het mes te onttrekken aan het verkeer.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht het mes terug te geven aan verdachte, omdat het een normaal keukenmes is dat niet aan het verkeer kan worden onttrokken. Daarnaast is het mes van de oma van verdachte geweest.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank zal het mes, met betrekking tot welke het feit is begaan, verbeurd verklaren.
10. De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f en 350 van het Wetboek van Strafrecht.
11. De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten;
verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
legt op een taakstraf van 50 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen;
beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
bepaalt dat deze taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever]
verklaart de benadeelde partij [aangever] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;
De beslissing ten aanzien van het beslag
verklaart verbeurd het mes.