ECLI:NL:RBGEL:2026:3042

ECLI:NL:RBGEL:2026:3042

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 17-04-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer 073368-25 + 21/000345-22 (tul)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Gevangenisstraf van zes maanden voor het medeplegen van een woninginbraak, waarbij sierraden zijn meegenomen. Vordering benadeelde partij geheel toegewezen (€ 775,- aan immateriële schade), verdachte is hoofdelijk aansprakelijk. Vordering tenuitvoerlegging (gevangenisstraf van drie weken) toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/073368-25 + 21/000345-22 (tul)

Datum uitspraak : 17 april 2026

Tegenspraak (artikel 279 Sv)

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

Raadsvrouw: mr. L.C. Cox, advocaat in Amersfoort.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 23 november 2024 te [plaats] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning

en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres]

te [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten

weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),

- een of meerdere armbanden en/of

- een of meerdere kettingen en/of

- een of meerdere horloges,

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een

ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft

weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of

inklimming.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 23 november 2024 heeft een inbraak plaatsgevonden in de woning van [aangever] aan de [adres] in [plaats] . Zij trof twee mannen in haar woning aan, die vervolgens naar buiten renden. De volgende goederen zijn weggenomen:

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit. Zij heeft hiertoe aangevoerd dat het resultaat van het DNA-bewijs, afkomstig van de bemonstering van het handvat van het breekijzer, als onbetrouwbaar uitgesloten dient te worden van het bewijs, wegens ernstige gebreken in de wijze van veiligstellen en verwerken van het spoor. Verder kan op basis van de bewijsmiddelen niet vastgesteld worden dat verdachte bij de woninginbraak betrokken was.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte één van de twee mannen is, die de woninginbraak heeft (mede)gepleegd en overweegt daarover het volgende.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] reden op 23 november 2024 omstreeks 15:45 uur naar de [adres] te [plaats] . De verbalisanten hebben ter plekke gesproken met aangeefster en verschillende getuigen. Het werd verbalisant [verbalisant 1] vervolgens duidelijk door het verhoor van de aangeefster, getuigen en omstanders, dat de inbrekers vanuit de woning [adres] waren gekomen. Zij hebben de woning verlaten via de achterzijde en zijn vervolgens door de steeg en via de hoofdstraat, aan de voorzijde van de woningen aan de [adres] , gerend richting een witte bestelauto, merk Citroën, type Berlingo, voorzien van Nederlands kenteken [kenteken] .

Verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] kregen op 23 november 2024 omstreeks 15:40 uur een melding dat er twee personen in een witte bestelbus waren gestapt met kenteken: [kenteken] . Toen zij in [plaats] aankwamen bij de rotonde, met de Amersfoortseweg en de Arkemheenweg, zagen zij het eerder genoemde voertuig rijden. Deze kwam vanuit het centrum van [plaats] en reed in de richting van de A28 richting Amersfoort. Even later parkeerde de bestuurder het voertuig en stapten de bestuurder en de bijrijder uit. De bijrijder betrof verdachte.

Door de politie is op 24 november 2024 forensisch onderzoek verricht in de woning aan de [adres] . Daarbij zag de verbalisant dat de deur van de bijkeuken naar de keuken beschadigd was. De verbalisant maakte een selectie van de beschadigingen en stelde deze veilig ten behoeve van een vergelijkend werktuigsporenonderzoek. Deze sporen zijn veiliggesteld als AAQA3202NL, AAQA3204NL en AAQA3205NL. Daarnaast is een breekijzer, dat vlak daarvoor werd aangetroffen door een verbalisant in een nabij de woning aan de [adres] 4 gelegen bosschage, veiliggesteld ten behoeve van een DNA-onderzoek en een vergelijkend werktuigsporenonderzoek. Dit breekijzer is gewaarmerkt als AANH4317NL.

Vervolgens heeft de politie een vergelijkend werktuigsporenonderzoek verricht. Hieruit volgt dat de beschadigingen aan de deur van de bijkeuken (AAQA3202NL, AAQA3204NL en AAQA3205NL) zijn veroorzaakt met het genoemde breekijzer (AANH4317NL).

Van het breekijzer (AANH4317NL) is het gehele handvat bemonsterd. Dit spoor is gewaarmerkt als SIN AASS5366NL. De bemonstering is onderzocht door het TMFI. Daarbij werd een DNA-mengprofiel aangetroffen afkomstig van minimaal vier donoren, van wie zeker één man. Dit DNA-mengprofiel is vergeleken met de Nederlandse DNA-databank voor strafzaken. Hierbij is een match gevonden met het DNA-profiel van verdachte. Het DNA-mengprofiel in bemonstering AASS5366NL is meer dan een miljard keer waarschijnlijker wanneer – kort gezegd – [verdachte] één van de donoren is geweest dan wanneer dit niet zo is. De rechtbank concludeert hieruit, met inachtneming van de rest van het dossier, dat [verdachte] donor is van een deel van het celmateriaal op het handvat van het breekijzer (AANH4317NL).

Door de verdediging is aangevoerd dat het DNA-bewijs, afkomstig van de bemonstering van het handvat van het breekijzer, als onbetrouwbaar uitgesloten dient te worden van het bewijs. Dit, omdat de bemonstering van het breekijzer is aangeleverd in een beschadigde verpakking. Door deze verpakkingswijze is de integriteit van de sporendrager mogelijk geschonden.

Het betreffende proces-verbaal vermeldt hierover: “De sporendrager met SIN AANH4317NL werd aangeleverd in een beschadigde verpakking. Door deze verpakkingswijze is de integriteit van de sporendrager mogelijk geschonden. De Labcoördinator [naam] heeft op 28 april 2025 toestemming gegeven voor de uitvoer van het onderzoek.” De rechtbank begrijpt deze passage aldus dat na feitelijke vaststelling van beschadiging van de verpakking door de verbalisant, de labcoördinator niettemin toestemming heeft gegeven voor uitvoering van het onderzoek, kennelijk omdat de beschadiging niet relevant was met het oog op de betrouwbaarheid van het uit te voeren onderzoek. De rechtbank is daarom van oordeel dat het voorgaande een niet ter zake doende beschadiging betreft die niets afdoet aan de betrouwbaarheid van het verkregen bewijsmateriaal. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

Op basis van de voorgaande onderzoeksresultaten concludeert de rechtbank dat het DNA van verdachte is aangetroffen op het breekijzer, waarmee is ingebroken in de woning aan de [adres] in [plaats] . Verdachte heeft geen enkele verklaring gegeven op welke andere wijze zijn DNA op dit breekijzer terecht zou kunnen zijn gekomen dan door betrokkenheid bij deze inbraak. Daarbij komt dat verdachte kort na de melding over de inbraak in de nabijheid van de woning van aangeefster is aangetroffen in een personenauto met kenteken [kenteken] , terwijl een getuige had gezien dat twee verdachten uit de omgeving van de plaats delict waren weggereden in een auto met datzelfde kenteken. Daarmee is komen vast te staan dat verdachte één van de twee personen is die hebben ingebroken en de armbanden, ketting en het horloge hebben weggenomen. Daarbij is sprake geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering van de woninginbraak. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de woninginbraak.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 23 november 2024 te [plaats] , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in een woning

en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te weten [adres]

te [plaats] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten

weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond(en),

- een of meerdere armbanden en/of

- een of meerdere kettingen en/of

- een of meerdere horloges,

in elk geval enig goed, dat die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een

ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen

met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het

misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of

inklimming.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal in een woning door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 4º en 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheden

5. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en een voorwaardelijke straf, dan wel een kortere onvoorwaardelijke straf op te leggen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van een woninginbraak.

Een woninginbraak is een ernstig feit. Het brengt niet alleen hinder en schade met zich, maar tast ook de gevoelens van veiligheid van de benadeelden in ernstige mate aan. Dat dat hier ook het geval was, blijkt uit wat het slachtoffer daarover heeft aangevoerd ter onderbouwing van de vordering tot schadevergoeding. Een woning heeft bij uitstek als het privédomein van de bewoner te gelden en moet dan ook een veilige plek zijn, zowel voor de bewoners als voor de zich in de woning bevindende goederen. Verdachte heeft hier geen rekening mee gehouden en slechts uit eigen financieel belang de inbraak gepleegd. Hij heeft er blijk van gegeven geen enkel respect te hebben voor de eigendommen van een ander. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Daaruit blijkt dat hij eerder is veroordeeld wegens soortgelijke feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden om een woninginbraak te plegen. De rechtbank meent dan ook dat sprake is van relevante recidive en zal hier in strafverzwarende zin rekening mee houden.

De LOVS-oriëntatiepunten gaan voor woninginbraak met recidive uit van vijf maanden gevangenisstraf. De rechtbank ziet in de omstandigheid dat aangeefster verdachte thuis aantrof reden om de in het oriëntatiepunt genoemde straf te verhogen en de eis van de officier van justitie te volgen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van zes maanden passend en geboden. De rechtbank acht het feit in dit geval te ernstig om af te doen met een (deels) voorwaardelijke straf, zoals de raadsvrouw heeft bepleit. Ook de aangevoerde persoonlijke omstandigheden maken dit niet anders. Verdachte heeft namelijk op geen enkele manier verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Zo blijft hij ontkennen en is hij niet aanwezig ter terechtzitting om zijn verhaal te doen.

8. De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 775,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen, gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Overweging van de rechtbank

Smartengeld

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:

Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt. Zij is in haar woning geconfronteerd met twee inbrekers en zij meende bij één van hen een vuurwapen te zien. Haar spullen zijn overhoop gehaald en zij mist enkele juwelen en horloges. Nog steeds is zij angstig in haar huis en familieleden moeten steeds komen kijken of alles goed gaat met haar. Haar levensvreugde is ernstig aangetast. Door het feit is de benadeelde op andere wijze in de persoon aangetast. Dit is aan verdachte toe te rekenen. De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 775,- vaststellen.

Verdachte is vanaf 23 november 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.

Verdachte en de medeverdachte zijn voor dit bedrag ieder hoofdelijk aansprakelijk. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte dit schadebedrag heeft vergoed.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 21/000345-22 (tul)

Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte op 26 mei 2023 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken.

De officier van justitie vordert de tenuitvoerlegging van die straf.

De raadsvrouw heeft verzocht de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen om de prille vooruitgang van verdachte niet te doorkruisen.

Bewezen is dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijk opgelegde straf daarom ten uitvoer moet worden gelegd.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

11. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [aangever]

 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;

Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging

 beveelt de tenuitvoerlegging van de op 26 mei 2023 door het hof Arnhem-Leeuwarden voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf van 3 weken (parketnummer 21/000345-22).

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. F.J.H. Hovens
  • mr. G. Pesselse

Griffier

  • mr. B. de Rooij

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?