RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/376451-24
Datum uitspraak : 17 maart 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats],
wonende aan [adres], [postcode] in [woonplaats].
Raadsman: mr. A.C. Vingerling, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting.
1. De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging/tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 12 juli 2024 te Tiel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [aangever] opzettelijk van het leven te beroven, meerdere malen, althans eenmaal, met een mes in de (boven)rug en/of in de onder(rug), althans in het lichaam van [aangever] heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
hij op of omstreeks 12 juli 2024 te Tiel aan [aangever], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten littekens op de rug en/of (blijvende) pijn en/of belemmering van de rug en/of armen bij het strekken, heeft toegebracht door meerdere malen, althans eenmaal, met een mes in de (boven)rug en/of in de onder(rug), althans in het lichaam van [aangever] te steken en/of te snijden;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:
Hij op of omstreeks 12 juli 2024 te Tiel, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meerdere malen, althans eenmaal, met een mes in de (boven)rug en/of in de onder(rug), althans in het lichaam van [aangever] heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht
of zou kunnen leiden:
Hij op of omstreeks 12 juli 2024 te Tiel, openlijk, te weten aan de Westluidensestraat te Tiel, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [aangever], welk in vereniging gepleegd geweld bestond uit:
- het met een mes in de (boven)rug en/of in de onder(rug), althans in het lichaam van [aangever] steken en/of snijden en/of
- stekende bewegingen in de richting van [aangever] maken en/of
- ( terwijl [aangever] op zijn hurken op de grond zit) [aangever] (tegen het hoofd) slaan en/of schoppen terwijl dit door hem gepleegde geweld zwaar, in elk geval enig lichamelijk letsel, te weten.
2. De standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit.
3. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Uit het dossier valt af te leiden dat op 12 juli 2025 een confrontatie heeft plaatsgevonden in het centrum van Tiel, waarbij [aangever] letsel aan zijn hoofd en twee steekwonden in zijn rug heeft opgelopen. De rechtbank stelt voorop dat het gaat om een ernstig incident, waarbij iemand op een zomeravond, midden op straat, is gestoken met een mes. [aangever] ondervindt van dit incident nog steeds gevolgen.
Op grond van de verklaringen in het dossier en de beschrijving van de veiliggestelde camerabeelden staat voor de rechtbank vast dat er die avond twee personen in een Fiat Punto kwamen aanrijden en dat deze personen contact maakten met [aangever] en zijn vriend [getuige], die op dat moment voorbij liepen. De Fiat Punto reed verder, om even later – tegen de verkeersrichting in – de straat weer in te rijden. Vervolgens vond (buiten camerabeeld) de confrontatie plaats. De rechtbank concludeert op basis van het dossier dat de bestuurder van de Fiat Punto geweld heeft uitgeoefend en in ieder geval één van de steekverwondingen bij [aangever] heeft toegebracht.
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte de bestuurder was van de Fiat Punto en daarmee degene die steekletsel bij [aangever] heeft toegebracht. De officier van justitie beantwoordt die vraag bevestigend. De rechtbank overweegt hierover het volgende.
Het dossier bevat meerdere aanwijzingen dat verdachte de bestuurder van de auto was. De auto was van de moeder van verdachte. Zij vertelde aan de politie dat verdachte op de betreffende dag haar auto had geleend. Ook werden haar huissleutels op de plaats van het incident aangetroffen. Daarnaast volgt uit de analyse van de telefoon van verdachte dat zijn telefoon op verschillende momenten locaties aanstraalde in de nabijheid van het adres van de moeder van verdachte en van medeverdachte [medeverdachte], en in de omgeving van de plaats van het incident en de straat waar de auto uiteindelijk door de politie werd aangetroffen. Dit zijn weliswaar sterke aanwijzingen dat verdachte degene was die die avond de Fiat Punto bestuurde, maar een directe link naar de persoon van verdachte ontbreekt. Er is niemand die verdachte heeft herkend, niet op de plaats van het incident en ook niet op de beschikbare camerabeelden. Er is geen forensisch sporenonderzoek verricht, er lijken geen andere camerabeelden van de omgeving en/of de door de auto afgelegde route te zijn opgevraagd en er zijn geen gesprekken of berichten van verdachte in het onderzoek naar voren gekomen, die erop wijzen dat hij ter plaatse was. Niet duidelijk is geworden wie - naast de moeder van verdachte - de ter plaatse gevonden sleutelbos (met bruin houten sleutelhanger) in bezit heeft gehad of gebruikt heeft. Ook is geen nader onderzoek gedaan naar de lezing van verdachte dat de auto vaker door anderen werd gebruikt. Van een link tussen [aangever] en verdachte is bovendien niet gebleken. [aangever] heeft verklaard dat hij de bestuurder van de auto niet kende. Daarbij komt dat de locaties die door de telefoon van verdachte zijn aangestraald – in het centrum van Tiel, zijn woonplaats – niet zodanig onderscheidend zijn, dat daaruit zonder meer de conclusie kan worden getrokken dat verdachte de bestuurder van de auto was.
Al het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte op 12 juli 2025 de bestuurder was van de Fiat Punto en dat hij daarmee degene was die het letsel bij [aangever] heeft toegebracht. Dat verdachte op verschillende punten een voor de rechtbank onaannemelijke verklaring heeft afgelegd, maakt dit oordeel niet anders. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het tenlastegelegde.
4. De beslissing
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat (voorzitter), mr. R. Raat en mr. L.M. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 maart 2026.