ECLI:NL:RBGEL:2026:3052

ECLI:NL:RBGEL:2026:3052

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 10-03-2026
Datum publicatie 20-04-2026
Zaaknummer 247957-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Arnhem

Samenvatting

Deels voorwaardelijke gevangenisstraf (ov deel gelijk aan voorarrest) + bijzondere voorwaarden voor drie bedrijfsinbraken, opzetheling en vernieling. Bekennende verdachte met verslavingsproblematiek. DUT bevolen. Vordering TUL afgewezen, want niet opportuun gelet op klinische opname. BP niet-ontvankelijk in vordering, niet duidelijk of indiener bevoegd is.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/247957-25

Datum uitspraak : 10 maart 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] ,

op dit moment ingeschreven en gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats] in [plaats] .

Raadsman: mr. L.C. de Lange, advocaat in Utrecht.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Nijmegen

- een (Sony)camera met Sigma lens,

- meerdere scharen,

- meerdere tondeuzes,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Nijmegen, een fiets, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Nijmegen een tablet en/of meerdere flessen alcoholhoudende drank, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

4.

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Nijmegen een laptoptas met laptop, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Nijmegen, een laptoptas met laptop, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

5.

hij op of omstreeks 10 september 2025 te Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk een schuttingpoort, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [aangever 4] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , p. 14-15;

- de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 24 februari 2026.

Ten aanzien van feit 2

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , p. 49-50;

- de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 24 februari 2026.

Ten aanzien van feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , p. 35-36;

- de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 24 februari 2026.

Ten aanzien van feit 4 (primair)

Ten aanzien van het onder feit 4, primair tenlastegelegde is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , p. 39-40;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 24 februari 2026.

Ten aanzien van feit 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , p. 9-10;

- de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 24 februari 2026.

3. De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder feit 1 t/m 3, feit 4 primair en feit 5

heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Nijmegen

- een (Sony)camera met Sigma lens,

- meerdere scharen,

- meerdere tondeuses,

in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

2.

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Nijmegen, een fiets, althans een goed heeft verworven en voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

3.

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Nijmegen een tablet en/of meerdere flessen alcoholhoudende drank, in elk geval enig goed, dat die geheel of ten dele aan [aangever 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

4, primair

hij op of omstreeks 20 september 2025 te Nijmegen een laptoptas met laptop, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;

5.

hij op of omstreeks 10 september 2025 te Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk een schuttingpoort, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [aangever 4] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, en onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1, feit 3 en feit 4 (primair), telkens:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feit 2:

Opzetheling;

feit 5:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort beschadigen en onbruikbaar maken.

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7. De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 439 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Aan het voorwaardelijke deel van de straf dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering. Verder wordt verzocht om deze bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren, nu zowel het recidivegevaar als het risico op letsel door de reclassering als hoog wordt ingeschat.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging kan zich vinden in de door de officier van justitie gevorderde straf. Verdachte wil de kans die hem wordt geboden aangrijpen om wat van zijn leven te maken. Daarbij heeft de raadsman benadrukt dat het van belang is dat de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard, zodat verdachte niet weer op straat terechtkomt nadat zijn detentie afloopt op 30 maart 2026.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie bedrijfsinbraken, heling van een fiets en vernieling van een schuttingpoort. Verdachte heeft de bewezenverklaarde feiten bekend en heeft verklaard dat hij ten tijde van het plegen ervan onder invloed was van middelen (cocaïne, GHB en/of alcohol). Door zijn handelen heeft verdachte veel overlast veroorzaakt en schade aangericht.

De persoon van verdachte

Uit het rapport van Tactus Reclassering van 1 oktober 2025 volgt dat verdachte bekend is als veelpleger. Hij pleegt voornamelijk vermogensdelicten om in zijn verslaving te kunnen voorzien. Na het laatste geretourneerde toezicht in november 2023 heeft verdachte het contact met de reclassering afgehouden totdat hij in september 2025 weer in voorlopige hechtenis terechtkwam. Verdachte geeft sindsdien aan zijn leven te willen veranderen. Hij is noodgedwongen gestopt met drugsgebruik en denkt dat te kunnen volhouden als er een stevige stok achter de deur staat in de vorm van een voorwaardelijke straf. Een belangrijke drijfveer daarbij is dat verdachte contact met zijn kinderen wil. De reclassering kan niet uitsluiten dat de bereidheid van verdachte opportunistisch samenhangt met het vermijden van een ISD-maatregel. De reclassering heeft (desalniettemin) besloten om – via gedragsdeskundig verdiepingsonderzoek – onder meer de haalbaarheid van een (klinische of ambulante) behandeling binnen een voorwaardelijk kader te onderzoeken.

Tactus Reclassering heeft naar aanleiding van het voorgaande opnieuw gerapporteerd op 10 februari 2026. Uit dit rapport blijkt dat sprake is van een delictpatroon aangaande vermogens- en geweldsdelicten, dat – behoudens een rustige periode tussen 2013 en 2020 – terug te voeren is tot 1999. Er is sprake van instabiliteit op alle leefgebieden, waarbij financiën, middelengebruik en verslaving, psychosociaal functioneren en houding als voornaamste delict gerelateerde factoren worden gezien. Er is sprake van forse verslavingsproblematiek. Vóór zijn detentie gebruikte verdachte dagelijks alcohol, GHB en cocaïne. Verdachte had onvoldoende inkomen om in zijn levensonderhoud en middelengebruik te kunnen voorzien. Door het gebruik van middelen wordt hij impulsief, waardoor hij delicten gaat plegen. Verdachte is verder gediagnosticeerd met een licht verstandelijke beperking en een antisociale persoonlijkheidsstoornis (NIFP, 2022). Hij heeft enerzijds onvoldoende copingvaardigheden ontwikkeld om zijn leven anders vorm te geven dan met het plegen van delicten. Anderzijds koos hij er ook bewust voor om delicten te plegen en heeft hij zich meermaals niet weten te conformeren aan afspraken met hulpverlening en/of reclassering. Zijn houding is pro-crimineel te noemen. Voorafgaand aan zijn detentie beschikte verdachte niet over huisvesting en leefde hij voornamelijk op straat. Ook heeft hij schulden. Verdachte heeft geen werk of structurele dagbesteding. Hij bevindt zich in Nijmegen in een negatief sociaal netwerk, dat bestaat uit drugsgebruikers en mensen die in aanraking komen met justitie. Wel heeft verdachte goed contact met zijn moeder, zus en broer. Hij heeft verder vijf minderjarige kinderen, waarvan hij er met twee contact heeft.

Verdachte heeft verschillende reclasseringstrajecten opgelegd gekregen, die allemaal voortijdig negatief beëindigd zijn. In 2022 is verdachte voor het laatst klinisch opgenomen voor zijn verslavingsproblematiek en delictgedrag. Ook deze opname is voortijdig negatief beëindigd, omdat verdachte zich tijdens een begeleid verlof onttrok aan de behandeling. Verdachte lijkt nu intrinsiek gemotiveerd te zijn voor een langdurige klinische opname en hij wil een delictvrij leven opbouwen. Ondanks dat verdachte voldoet aan de criteria voor het opleggen van een ISD-maatregel, wil Tactus Reclassering verdachte nog een mogelijkheid bieden om een langdurige klinische behandeling te volgen binnen een voorwaardelijk kader. Daarbij is het noodzakelijk dat verdachte vanuit de P.I. direct wordt geplaatst binnen een kliniek. Op het moment dat verdachte in vrijheid wordt gesteld, zonder dat hij naar een kliniek gaat, zal hij vanwege de instabiliteit op alle leefgebieden terugvallen in middelengebruik en vermoedelijk ook in delictgedrag. Gezien het voorgaande adviseert de reclassering de oplegging van een groot voorwaardelijk strafdeel met als bijzondere voorwaarden:

Verdachte is door het DIZ naar de FVK [kliniek] toe geleid. Op het moment van leveren van de rapportage – en ook op de terechtzitting – was er nog geen opnamedatum bekend. Het DIZ zal een overbruggingsplek regelen voor verdachte vanaf de einddatum van de detentie van verdachte. Zodra er plek is bij de FVK [kliniek] , zal verdachte daar geplaatst worden ten behoeve van een klinische behandeling die gericht is op zijn verslavingsgedrag, psychische problematiek en delictgedrag. Daarbij is het noodzakelijk dat verdachte met justitieel vervoer (DV&O) vanuit detentie naar zijn overbruggingsplek wordt overgebracht.

De op te leggen straf

Ter terechtzitting heeft verdachte zich gemotiveerd getoond om zijn leven een andere wending te geven en heeft hij te kennen gegeven dat hij de voornoemde bijzondere voorwaarden zal nakomen.

Verdachte heeft een fors strafblad en veroorzaakt, zo is gebleken, veel overlast op het moment dat hij terugvalt in zijn verslaving en weer op straat terechtkomt. Om herhaling in de toekomst te voorkomen acht de rechtbank het – met de officier van justitie en de verdediging – van belang dat verdachte zo snel mogelijk opnieuw wordt behandeld voor zijn (verslavings-)problematiek. De ernst van de bewezenverklaarde feiten in combinatie met de veelvuldige recidive en het advies van de reclassering, maken dat de rechtbank de eis van de officier van justitie passend vindt. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 439 dagen, waarvan 365 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Aan het voorwaardelijke deel van de straf worden de bijzondere voorwaarden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering. De tijd die verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, wordt op de straf in mindering gebracht, zodat verdachte na de datum van dit vonnis niet langer in detentie hoeft te verblijven in deze zaak. De rechtbank constateert dat verdachte op dit moment nog tot en met 30 maart 2026 een detentie uitzit in een andere strafzaak. De rechtbank zal daarom als bijzondere voorwaarde opnemen dat verdachte op 30 maart 2026 met justitieel vervoer naar de overbruggingsplek dan wel de FVK [kliniek] zal worden gebracht. Het bevel tot voorlopige hechtenis zal worden opgeheven met ingang van de datum van dit vonnis.

De rechtbank zal niet de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden bevelen zoals gevraagd door de officier van justitie en de verdediging, omdat niet wordt voldaan aan het wettelijk criterium voor de toepassing hiervan. Indien geen hoger beroep wordt ingesteld, zal dit vonnis echter op 25 maart 2026 onherroepelijk zijn, nog voordat de detentie van verdachte eindigt. Hiermee wordt hetzelfde resultaat bereikt.

De rechtbank merkt tot slot op dat verdachte inmiddels meerdere kansen heeft gekregen om in behandeling te gaan en het verleden achter zich te laten. Die kans wordt hem nu opnieuw geboden met een groot pakket aan hulpverlening. De rechtbank benadrukt dat het aan verdachte is om te laten zien dat hij deze laatste kans wil benutten.

8. De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummer 21-000347-23)

Het gerechtshof heeft verdachte op 18 april 2025 in verband met parketnummer

21-000347-23 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf 3 weken. In verband met parketnummer 05-270679-22 is aan verdachte in datzelfde arrest een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd van 3 weken.

De standpunten

De officier van justitie heeft, met het oog op de klinische behandeling, verzocht om de vordering tot tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke straffen af te wijzen

De raadsman heeft bepleit dat tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraffen niet opportuun is, gelet op het feit dat verdachte behandeling nodig heeft en het van belang is dat hij daarmee zo spoedig mogelijk start.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich binnen de genoemde proeftijd opnieuw schuldig heeft gemaakt aan meerdere strafbare feiten. De rechtbank is – met de officier van justitie en de verdediging – van oordeel dat de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraffen niet opportuun is, nu het van belang is dat verdachte zo spoedig mogelijk start met zijn klinische behandeling en daartoe op korte termijn zal worden opgenomen in de FVK [kliniek] . De rechtbank wijst daarom de vordering af.

9. De beoordeling van de civiele vorderingen

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd en een vordering tot schadevergoeding ingediend:

telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de

benadeelde partijen in het geheel kunnen worden toegewezen, met toekenning van de

wettelijke rente en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering zoals ingediend door Van Osta in het geheel toewijsbaar is. Ten aanzien van de vordering die namens de VvAA is ingediend, is verzocht om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, aangezien niet kan worden vastgesteld door wie de vordering is ingediend en of deze persoon daartoe bevoegd was.

Overweging van de rechtbank

De vordering van benadeelde partij [aangever 4]

Vaststaat dat de benadeelde partij [aangever 4] als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte onder feit 5 rechtstreeks schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De gevorderde schade is onderbouwd met een factuur en is door de verdediging ook niet betwist. De rechtbank zal deze vordering daarom in het geheel toewijzen.

Verdachte is vanaf 10 september 2025 wettelijke rente verschuldigd over het toegewezen bedrag.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

De vordering van benadeelde partij VvAA

De rechtbank constateert voorts op basis van het door [aangever 7] ingevulde schadeformulier dat er door de VvAA schade is geleden in de vorm van kosten voor het uitrukken door de beveiliging naar aanleiding van de inbraak in hun pand. Op grond van het dossier acht de rechtbank het aannemelijk dat deze schade is geleden en dat verdachte hiervoor naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank kan echter niet vaststellen welke functie [aangever 7] binnen de VvAA vervult en of hij in die functie bevoegd was tot het indienen van de schadevordering namens de VvAA. De rechtbank zal [aangever 7] daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding. De VvAA kan zich (vertegenwoordigd door een daartoe bevoegde persoon) voor de vergoeding van deze schade nog wenden tot de burgerlijke rechter.

10. De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 311, 350 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

11. De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 439 dagen;

 stelt als bijzondere voorwaarden:

- verdachte meldt zich bij Tactus Reclassering en blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt;

- verdachte laat zich opnemen in de forensische verslavingskliniek [kliniek] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname start zo spoedig mogelijk. De opname duurt een jaar of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de

behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang

gewenst vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

- verdachte werkt mee aan het justitieel vervoer naar de overbruggingsplek en/of de FVK [kliniek] op 30 maart 2026;

- verdachte laat zich behandelen door JusTact of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo spoedig mogelijk/na afloop van de klinische behandeling. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de

zorgverlener dat nodig vindt;

- verdachte verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start aansluitend aan de klinische behandeling. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

- verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk of dagbesteding met een vaste structuur.

- verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

- verdachte werkt mee aan controle van het gebruik van alcohol en drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak verdachte wordt gecontroleerd.

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

- meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

- meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;

Beslissing ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging

 wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de bij arrest van het hof van 18 april 2025 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraffen (21-000347-23);

Beslissingen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [aangever 4]

Beslissing ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij VvAA

 verklaart de benadeelde partij VvAA niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Vogel (voorzitter), mr. M.C. Gerritsen en mr. S.W. van Kasbergen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 maart 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.C. Gerritsen
  • mr. S.W. van Kasbergen

Griffier

  • mr. H. Jansen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?